Verslag Kennisatelier inclusie van LHBTIQ+-ouderen

Verslag Kennisatelier inclusie van LHBTIQ+-ouderen

Angst om openlijk te praten over de partner, gêne om te vertellen over seksualiteit of vrees om niet geaccepteerd te worden door buren of medebewoners: LHBTIQ+-ouderen durven niet altijd open te zijn over hun seksuele of genderidentiteit. Daarom kunnen zij extra kwetsbaar zijn, zowel in een zorginstelling of bij zorg aan huis. Tijdens het Kennisatelier ‘Zie de grijze toekomst door een roze bril’ op 1 juli 2021 gingen zo’n dertig professionals en geïnteresseerde Rotterdammers hierover in gesprek.

Herman Boers, trainer, coach en adviseur, opende het Kennisatelier met een toelichting op de ‘alfabetsoep’. Wat betekenen al die letters nou ook alweer? NOS op 3 vatte het samen in deze video.

“Mijn moeder heeft nog tot vijftien jaar geleden geweigerd om een broek te dragen, want dat hoorde niet voor vrouwen.”

Herman Boers geeft een voorbeeld bij de term gender, de culturele invulling van mannelijkheid en vrouwelijkheid.

“Ik heb gelukkige jeugdjaren gehad. Mijn familie was heel gastvrij, iedereen was welkom. Mijn coming-out was binnen mijn familie ook geen enkel probleem. Mijn eerste ervaring met discriminatie was door de overheid. Ik werd afgekeurd voor de militaire dienst: S5 was de conclusie, de ergste mate van instabiliteit, alleen maar omdat ik op mannen val. Het had langdurige gevolgen, omdat je door dat stempel niet meer in aanmerking komt voor een baan bij de overheid. Ik moest mijn aanmelding voor een pedagogische opleiding intrekken. Die stempel heeft de richting van mijn verdere leven bepaald.”

Jan Geerink, vrijwilliger bij het COC en ervaringsdeskundige, deelde zijn persoonlijke verhaal

Onderzoek van dr. Roos Hoekstra-Pijpers

Dr. Roos Hoekstra-Pijpers, universitair hoofddocent aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, sprak over haar recente onderzoek naar thuiswondende LHBT-ouderen. Hieronder worden enkele opvallende bevindingen uit haar onderzoek gedeeld.

  • De levensloop van roze ouderen is anders dan van hetero ouderen. De levensloop is van belang voor de hulpvraag. Bij ziekte of overlijden wordt bijvoorbeeld alleen de familie benaderd, maar niet een mogelijke partner of geliefde van hetzelfde geslacht. 
  • Sommige roze ouderen hebben moeite met nieuwe termen als ‘queer’ of ‘transgender’. Zij hebben het al moeilijk genoeg gehad in de maatschappij en willen het niet nog ingewikkelder maken. Sommigen associëren de nadruk op termen en vlaggen met te veel activisme.
  • Een proactieve en open houding van zorgverleners laat acceptatie van LHBTIQ+-ouderen zien. Hierdoor wordt het voor hen gemakkelijker om hun eigen verhaal te delen.
  • Mogelijk worden kansen gemist om tot meer zinvolle samenwerking te komen tussen verschillende welzijnsorganisaties. Alleen doorverwijzen naar een LHBTIQ+-organisatie op de sociale kaart is niet genoeg. Samenwerking opzoeken in de wijken biedt kansen: veel thuiswonende roze ouderen vinden het fijn als er (subtiele) aandacht is voor het thema tijdens een koffiemoment of ontmoetgelegenheid.

Bijpraten in de Roze Salon

Stichting Humanitas organiseert in Rotterdam met enige regelmaat de Roze Salon (Bergweg) en het Roze Café (Hoogvliet). Hier kunnen LHBTIQ+-ouderen elkaar op een prettige, laagdrempelige manier ontmoeten. En dat hebben ze tijdens de coronapandemie vreselijk gemist, weet Astrid Arts van Humanitas. “Deze groep heeft het tijdens de coronacrisis echt heel erg moeilijk gehad”, vertelt ze. “Gelukkig hebben de gastheren en gastvrouwen van Humanitas wel op alle mogelijke manieren geprobeerd om contact te houden met deze roze ouderen. Bijvoorbeeld door te bellen of door even langs de deur te gaan om iets te brengen. Ook nu zien we dat het voor veel ouderen moeilijk is om weer de deur uit te gaan, ondanks dat de meeste gevaccineerd zijn.

Stichting Humanitas is de eerste stichting in Rotterdam die in 2011 de Roze Loper kreeg, het keurmerk waarmee een organisatie laat zien LHBTIQ+-vriendelijk te zijn. “En eigenlijk zijn er nog steeds niet veel organisaties in Rotterdam met de Roze Loper”, zegt Astrid. “Het laat maar weer zien dat we er met z’n allen eigenlijk nog te weinig mee bezig zijn. Een laagdrempelige manier om te starten met aandacht geven aan dit thema, is de regenboogvlag. Deze vlag is ook voor LHBTIQ+-ouderen heel belangrijk. Dus op belangrijke dagen, zoals Coming Out Day of de Pride, dan hangen we de regenboogvlag uit. Iedereen mag die vlag ophangen, dus dat is een goede tip voor je organisatie.”

Toolkit Roze 50+

Tot slot komt Herman Boers weer aan het woord om te vertellen over de Toolkit Roze 50+. In deze toolkit vind je informatie en tips voor activiteiten om aandacht voor roze ouderen te vergroten. Van informatiebronnen, tot leestips, tot quizzen of filmtips: er zijn volop mogelijkheden om laagdrempelig en tegen lage kosten aandacht te besteden aan LHBTIQ+-ouderen binnen je (zorg)organisatie. De toolkit is op deze pagina te vinden.

Tips

  • Er zijn LHBTIQ+-ouderen in uw organisatie of wijk
  • Stel neutrale, open vragen (Wie is/was uw partner)
  • Let op woordgebruik (stel identiteit voor lichaam; ga mee in zelfbenoeming)
  • Iedereen gelijk behandelen = heteronormatief (er zijn nu eenmaal verschillen tussen hetero-ouderen en LHBtIQ+-ouderen)
  • Aandacht voor levensloop, leefstijl, netwerk, gezondheid
  • Extra aandacht voor privacy/geheimhouding
  • Informeer jezelf, wees zichtbaar, sociale kaart
  • Rotterdam is de Roze Stad van 2022: een mooie aanleiding om meer aandacht te besteden aan roze ouderen

Meer weten?

Hieronder vind je enkele belangrijke websites over dit thema. Wil je meer weten, de presentaties van een van de sprekers ontvangen of een van de genoemde onderzoeken? Neem contact op met Karin Oppelland via k.oppelland@radar.nl 

 

Verslag Kennisatelier: ongelijke behandeling vanwege je uiterlijk

Verslag Kennisatelier: ongelijke behandeling vanwege je uiterlijk

Likes, followers en insta worthiness: in de moderne (online) samenleving lijk je aan steeds meer eisen te moeten voldoen. Een bepaalde kledingmaat, een perfecte huid, een strak lichaam, in fysieke topconditie: dat is toch waar we allemaal naar streven? In het Kennisatelier ‘Spiegeltje, spiegeltje aan de wand… Wie is nou ‘de norm’ in dit land?’ over ongelijke behandeling op basis van je lichaam dat IDEM Rotterdam op donderdag 27 mei 2021 organiseerde, vertelden Redouan Ait Chitt, Loveaij, Gabriëlla van Driel, Kubra Murt en Jolanda Veldhuis over ‘anders zijn’ en hoe dat positief is! 

Redouan Ait Chitt is internationaal bekend breakdancer. Hij mag dan met een aangeboren lichamelijke beperking geboren zijn, dat weerhield hem er niet van om net zo lang door te zetten tot hij bepaalde dingen wel kon. En met succes: tijdens de afgelopen editie van het Songfestival in Rotterdam, danste hij tijdens de opening van de tweede halve finale. 

“Het eerste wat ik als kind wilde doen, was me verstoppen en in de schaduw blijven”, vertelde Redo tijdens het Kennisatelier. “Als ik een vallende ster zag, of de kaarsjes op mijn verjaardagstaart mocht uitblazen, wenste ik dat ik normaal zou zijn. Inmiddels ben ik heel dankbaar dat ik niet hetzelfde ben als alle anderen, maar dat ik ben wie ik ben. Die boodschap hoop ik aan andere mensen door te geven. Vier de verschillen en vind gelijkheid in verschil.”  

@lovaeij

Model en fotografe Lovaeij, ofwel Lotte van Eijk, heeft de genen van haar oma meegekregen en is al haar hele leven dik. Toen haar oma overleed, besloot ze niet haar leven in het teken te laten staan van diëten en ongelukkig zijn. Ze omarmde haar lichaam en verhief het zelfs tot kunstvorm door zichzelf te fotograferen. “Ik besloot om mijn foto’s te verspreiden via Instagram en niet in de kunstwereld, omdat ik juist heel veel mensen wilde bereiken die niet per se makkelijk een museum binnenlopen. Onzekere tieners, moeders die onzeker zijn over hun lichaam: ik wil iedereen inspireren om weer in bikini naar het strand te gaan.”

Gabriëlla van Driel, sportconsulent bij SportMEE Rotterdam Rijnmond, helpt mensen met een beperking om structureel te sporten en te bewegen. Hierbij wordt altijd gekeken naar wat bij iemand past en natuurlijk wat die persoon zelf graag wil doen. Tijdens het Kennisatelier deelde ze een van de mooiste momenten. 

 

“Op een sportkamp van stichting CP-Voetbal Vrouwen, dat ik ooit mee organiseerde, moesten de meiden mee de afwas doen. Maar ze wilden allemaal niet meehelpen. Na een tijdje bleek dat ze thuis de afwas niet móchten doen, omdat er wel eens wat stuk ging of omdat het te lang duurde. Wij wilden toch graag dat ze zouden meehelpen, dus bedachten we een beloning: ze mochten kiezen welke muziek er werd gedraaid, DJ Dishes. De afwas werd een groot dansfeest. Een moeder stond te huilen tijdens het feest: nog nooit eerder had ze haar dochter zien dansen.”

 

Wil jij of je organisatie ook helpen om meedoen mogelijk te maken? Kijk gauw op www.sportmee.nl 

sportmee.nl
@kuubslife

Kubra Murt belandde door een dwarsleasie na een ernstig auto-ongeluk in een rolstoel. Omdat haar zusje ook al in een rolstoel zat, voelde ze zich schuldig tegenover haar ouders. Ze wilde bewijzen dat ze zelfstandig kan leven. Ze herontdekte zichzelf en focust op wat ze allemaal kan. “Ik blijf altijd denken aan de kracht van ‘nog’: misschien kan ik iets nu nóg niet, maar later wel.” 

Via Instagram inspireert Kubra anderen in een rolstoel. 

Onderzoek van Jolanda Veldhuis

Dr. Jolanda Veldhuis doet aan de Vrije Universiteit van Amsterdam onderzoek naar de relaties tussen social media, lichaamsidealen en lichaamsbeeld van jongeren. Hieronder zijn enkele opvallende punten uit haar onderzoek weergegeven.

 

Wat is de impact van lichaamsidealen in de media op het lichaamsbeeld (van jongeren)?

• lichaamsontevredenheid
• verstoringen in lichaamsbeeld
• bezorgdheid over uiterlijk
• geobjectiveerd lichaamsbewustzijn
• depressie
• ongezond zelfregulerend gedrag voor controle van gewicht, zoals verstoord eet- en beweeggedrag

Kunnen (sociale) media ook een positieve impact hebben?

Ja! Ze kunnen inspireren, motiveren en een gevoel geven van ‘body improvement’ en haalbaarheid van een ideaal. Jolanda benadrukt hierbij wel dat er vele individuele verschillen zijn.

Als (social) media ook positieve invloed kan hebben op het lichaamsbeeld van jongeren, kunnen we dit dan sturen?

Dat kan! De context bij een afbeelding is van groot belang, zoals de afzender, het onderschrift, aantal likes en de commentaren. De context kan een sturende rol hebben: door te normaliseren of nuanceren in informatielabels, bijvoorbeeld ‘deze vrouw heeft ondergewicht’. Een aanvullende waarschuwingstekst, daarentegen, zou niet veel effect hebben.

Lees- en kijktips

  • Sabrina Strings – Fearing the black body 
  • Michael Pilarczyk – Master your mindset
  • Jay Shetty – Denk als een monnik
  • Yasmin Mogahed – Win je hart terug
  • Hakan Mengüç – Kalbin temizse hikayen mutlu biter

 

Verslag online Kennisatelier: Seksuele intimidatie, niks bijzonders?

Verslag online Kennisatelier: Seksuele intimidatie, niks bijzonders?

Wat is eigenlijk de impact van seksuele intimidatie op levens van mensen? Hoe herken je het als professional en hoe ga je er op een goede manier mee om? Daar gingen Rotterdamse professionals over in gesprek tijdens het online Kennisatelier ‘Seksuele intimidatie, niks bijzonders’ op donderdag 29 april. Het uiteindelijke kennisatelier verschilde iets van het aangekondigde programma, maar het onderwerp werd vanuit verschillende relevante perspectieven belicht. Er hadden zich maar liefst 59 mensen aangemeld voor het Kennisatelier.

Ambrien Moeniralam, die als eerste spreker was aangekondigd, kon niet aanwezig zijn. Ter vervanging gaf Nienke de Wit, onderzoekster bij IDEM, een presentatie over seksuele straatintimidatie. Middels foto’s en teksten heeft zij de aanwezigen laten kennismaken met wat je op straat allemaal te horen kan krijgen als vrouw. Een deel van de foto’s kwam van het Instagram-account @Catcallsofrot, waar foto’s op geplaatst worden van op straat gekrijte teksten: uitspraken waar vrouwen dag in dag uit op straat mee te maken krijgen in Rotterdam.

De Catcalls-teksten die op straat worden gekrijt vormen inmiddels een deel van een internationale beweging tegen straatintimidatie. Victim blaming en slutshaming zijn aspecten van seksuele intimidatie die aan de kaak gesteld worden. Het zijn maar enkele van de vele negatieve aspecten van straatintimidatie die tijdens het Kennisatelier kort zijn toegelicht.

Veiligheid

Ervaringsdeskundige en studente aan de Hogeschool Rotterdam Sarah Dijkstra, vertelde haar persoonlijke verhaal als queer vrouw. Ze gaf de deelnemers van het Kennisatelier een inkijkje in haar dagelijkse realiteit. Vooral het gevoel van veiligheid verdwijnt door seksuele intimidatie in de openbare ruimte als sneeuw voor de zon.

De derde spreker was Gert-Jan Verboom, die is verbonden aan Dona Daria. Hij vertelde over drie projecten in de Rotterdamse wijken Delfshaven, Rozenburg en Feyenoord, waarbij wordt geprobeerd om met de jongeren zelf een oplossing voor straatintimidatie te vinden. Vervolgens gingen alle deelnemers tijdens verschillende break-outrooms met elkaar in gesprek. Na een korte pauze kreeg Lisanne Oldekamp, beleidsadviseur en projectleider ‘aanpak seksuele straatintimidatie’ bij gemeente Rotterdam, het woord. Zij presenteerde het nieuwste onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam naar seksuele straatintimidatie. De treurige uitkomst was dat er geen verandering is opgetreden ten aanzien van de ervaren straatintimidatie ten opzichte van het eerste onderzoek hierover uit 2016. Nog steeds krijgt 84% vrouwen tussen de 18 en 45 in Rotterdam krijgt te maken met seksueel getint gedrag en 47% met seksuele straatintimidatie (Fischer & Vanderveen, 2021). De gemeente voert verschillende campagnes om het probleem aan te pakken. De hoop is dat daders binnenkort beboet kunnen worden. In dit artikel beantwoordt zij vijf prangende vragen over seksuele straatintimidatie.

Exposen

Krista Schram was de laatste spreker van het Kennisatelier. De lector Publiek Vertrouwen in Veiligheid, van hogeschool Inholland, heeft onderzoek gedaan naar online exposen: jongens plaatsen naaktbeelden van meisjes en jonge vrouwen op sociale media, met als doel hen te ‘ontmaskeren’ en aan de schandpaal te nagelen. Haar onderzoeksvraag luidde: ‘Wat is de impact van exposen voor vrouwelijke studenten van Hindoestaanse, Marokkaanse en Turkse afkomst in het hbo en in hoeverre vinden zij interventies wenselijk om deze te voorkomen of te beperken?’

Exposen is voor haar een nieuwe vorm van een high impact crime. Haar conclusie is dat er weinig kennis is over sexting, seksueel getinte berichtjes versturen, bijvoorbeeld een naaktfoto naar een geliefde. Er zou dan ook meer voorlichting moeten komen voor ouders en professionals op basisscholen en in het middelbaar onderwijs. In de laatste twee break-outrooms werden er veel vragen gesteld over dit onderwerp. Het was duidelijk dat er nog veel te leren valt.

Michel van Erp, van vakbond Nu’91, moest zich helaas afmelden voor het Kennisatelier vanwege ziekte. Wij wensen hem heel veel beterschap.

Op de hoogte blijven?   

Lijkt zo’n Kennisatelier jou ook interessant en nuttig? Wil je daarom op de hoogte blijven van alle events en bijeenkomsten van IDEM Rotterdam? Meld je aan bij ons netwerk en schrijf je in voor de nieuwsbrief!     

Verslag online Kennisatelier: Dakloze (v, x) zoekt opvang

Verslag online Kennisatelier: Dakloze (v, x) zoekt opvang

Dakloosheid is een mannenprobleem. Althans, dat zou je denken als je de cijfers mag geloven: van de 40.000 dak- en thuislozen die het CBS in 2019 telde, was 11 procent vrouw. Maar uit een analyse van de Rotterdamse onderzoekster Catelijne Akkermans blijkt dat niet alleen de cijfers nuancering behoeven, maar ook de aanpak van dakloosheid bij vrouwen. In het online Kennisatelier ‘Dakloze (v, x) zoekt opvang’ van 25 maart 2021 gingen professionals hierover met elkaar in gesprek. Hoe kan de opvang beter geregeld worden voor álle genders? 

Een gendersensitieve bril 

Het wordt volgens onderzoekster Catelijne Akkermans tijd om met een gendersensitieve bril naar de dak- en thuislozenopvang te kijken. Zowel vrouwen als LHBTIQ+-personen vormen een blinde vlek binnen preventie en beleid. Vrouwen zijn volgens Akkermans inventiever in het omgaan met dak- en thuisloosheid, en slapen bijvoorbeeld eerder bij vrienden of kennissen. Hierdoor worden zij niet meegeteld in de officiële cijfers, en is er te weinig aandacht voor hun problematiek. “Vrouwen zorgen minder vaak voor overlast, waardoor ze minder vaak in beeld zijn”, licht ze toe. Vaak bewandelen vrouwen andere routes dan mannen. “Mannen doen een groter beroep op de verslavingszorg, terwijl vrouwen vaker aankloppen met psychische problemen. Door een kokervisie te hebben op ‘dakloosheid’, vallen een heleboel mensen buiten de boot.”  

Bovendien zijn vrouwen kwetsbaarder voor fysiek en seksueel geweld. “Vrouwen blijven in een gewelddadige relatie om een dak boven hun hoofd te houden”, licht Akkermans toe. “Of vanwege de kinderen. Vaak kunnen ze niet bij familie of kennissen terecht, omdat die dan worden gekort op hun uitkering. Dat weerhoudt mensen ervan om opvang te bieden.” Preventie en beleid moeten hierop inspelen en geschikte, inclusieve opvang bieden, is de conclusie.  

Vrouwenopvang in Rotterdam 

Jaantje van Ginkel, regiomanager bij het Leger des Heils, vertelt over de vrouwenopvang in Rotterdam. Sinds de komst van corona neemt de vraag voor een plek in de opvang onder vrouwen toe. Zelfs zoveel, dat er een aparte locatie voor vrouwen was ingericht. Hoewel sommigen de gemengde opvang gezelliger vonden, gaat er volgens Van Ginkel veel meer rust uit van een vrouwenopvang. De vrouwen voelen zich veiliger en kunnen opener praten over allerlei onderwerpen.  

Dat geldt ook voor medische onderwerpen. “In de vrouwenopvang wordt opener gesproken over onderwerpen als soa’s, een kinderwens of anticonceptie”, legt Van Ginkel uit. “De medische zorg verbetert op deze manier, omdat we hierdoor eerder hulp kunnen bieden. Zo blijven vrouwen bijvoorbeeld langer bij ons in beeld en kunnen we beter begeleiden bij zaken als het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker.”  

Geen aansluitende zorg 

Ervaringsdeskundigen Jolanda en Anja vertellen tijdens het Kennisatelier hoe het voor hen was om dakloos te zijn. Jolanda benadrukt hoe eenzaam zij was, en hoeveel steun haar huisdieren aan haar konden geven. Aan haar werd verteld dat er alleen plek in een opvang was als ze haar huisdieren weg zou doen. Voor haar was dit geen optie: “Alles ben ik kwijt, en dan ga je me vragen of ik m’n dieren weg wil doen.” Ze is bezig een eigen opvang te starten, waar daklozen met hun dieren terecht kunnen. IDEM sprak haar hier eerder over in een interview.  

Anja geeft aan dat ze al thuisloos is sinds ze twee jaar is. Ze werd gedurende haar leven meermalen dakloos, en heeft 2,5 jaar in een kapotte caravan gewoond. Ze ontving niet de hulp die ze nodig had, maar ze bleef knokken voor zichzelf. Anja heeft nu een woning. De aanwezigen waren zichtbaar aangedaan door de persoonlijke verhalen van deze krachtige vrouwen. 

Zorg voor dakloze LHBTIQ+-jongeren  

Volgens onderzoek zijn LHBTIQ+-jongeren oververtegenwoordigd in de dak- en thuislozengroep. Onderzoeker Afiah Vijlbrief noemt het een vergeten groep, die te maken krijgt met een extra stigma bovenop hun dakloosheid. “Een kwart van de jongeren die we spraken voor het onderzoek, durft niet goed te praten over hun seksuele of genderidentiteit, uit angst om niet geaccepteerd te worden door hulpverleners”, aldus Vijlbrief.  

Er is op dit moment binnen de hulpverlening te weinig oog voor gender- en seksuele diversiteit en handelingsverlegenheid onder professionals. “Andere tips zijn om inclusievere vragen te stellen, bijvoorbeeld open vragen over iemands genderidentiteit”, zegt Vijlbrief. “Blijf bij de benaming die de persoon zelf gebruikt en zorg dat je op de hoogte bent van de sociale kaart van je omgeving, zodat je indien nodig op de juiste manier kan doorverwijzen.” Tot slot benadrukt Vijlbrief het belang van ‘safe spaces’ voor dak- en thuisloze LHBTIQ+-jongeren: door speciale opvang te realiseren kunnen deze jongeren veilig onderdak krijgen. 

Kijk-, lees- en luistertips 

Op de hoogte blijven?    

Lijkt zo’n Kennisatelier jou ook interessant en nuttig? Wil je daarom op de hoogte blijven van alle events en bijeenkomsten van IDEM Rotterdam? Meld je aan bij ons netwerk en schrijf je in voor de nieuwsbrief!      

Verslag Online Kennisatelier: Zichtbaar Joods, maar niet altijd

Verslag Online Kennisatelier: Zichtbaar Joods, maar niet altijd

Ruiten van een Joods restaurant die zijn ingegooid, ophef over antisemitische uitingen binnen de (jongeren)partij Forum voor Democratie en spreekkoren in het voetbalstadion: antisemitisme is helaas nog lang niet verdwenen uit de Nederlandse samenleving. Ook de netwerkers en onderzoekers van IDEM Rotterdam ontvangen regelmatig signalen van antisemitisme in Rotterdam. Joodse mensen zouden liever niet openlijk joods over straat gaan, om nare opmerkingen of erger te vermijden.   

Op dinsdag 23 februari 2021 kwamen zo’n dertig professionals online bij elkaar om in gesprek te gaan over antisemitisme. Want hoe ervaren Joodse mensen eigenlijk hun veiligheid in Rotterdam? Is een spreekkoor antisemitisch of ‘hoort het bij voetbal’? En wat kun je als professional doen om bij te dragen aan een inclusieve samenleving voor Joodse mensen? Verschillende sprekers uit de Rotterdamse Joodse gemeenschap gaven hun kijk op deze en andere vragen.  

Geschiedenis van Joden in Nederland 

De rabbi van de liberale gemeenschap in Rotterdam, Albert Ringer, was de eerste spreker. Hij vertelde over de tragische geschiedenis van zijn eigen familie, maar ook over de geschiedenis van Joden in het algemeen. Hoewel veel mensen antisemitisme vooral met de Tweede Wereldoorlog associëren, heeft de haat tegen Joodse mensen een veel langere geschiedenis. Ook in Nederland.  

In de zeventiende eeuw kwamen namelijk de eerste Joodse mensen naar Nederland, veelal als vluchteling uit andere landen waar ze niet geaccepteerd werden. Voor Europese begrippen, had Nederland een welkome en open maatschappij. Toch konden Joodse mensen lange tijd niet volwaardig deelnemen aan de maatschappij. Zo konden ze geen lid worden van een gilde, en dus geen ambacht uitoefenen, geen overheidstaken uitvoeren of grond in bezit hebben. Tot het midden van de negentiende eeuw voorzagen Joodse mensen met ambulante handel in hun levensonderhoud.  

Voor de Tweede Wereldoorlog leefden er naar schatting 140.000 Joden in Nederland. Gedurende de Tweede Wereldoorlog zijn hiervan 104.000 mensen vermoord. Dit was procentueel het hoogste van Europa. Mogelijk had dat te maken met de verzuiling: men keek niet om naar mensen uit een andere zuil of groep. Ringer vraagt zich af of dat inmiddels wel veranderd is: komen mensen nu wel op voor een ander? Hij is cynisch: als hij herkenbaar Joods over straat loopt, wordt hij altijd nageroepen. Zichtbaar Joods over straat gaan, zorgt voor onveiligheid.  

Feministische Joodse kunst  

Om daar verandering in te brengen, moet het beeld van Joodse mensen minder eenzijdig worden. Joodse mensen zijn veel diverser dan de ‘witte man met de lange baard’. Dat is de boodschap van Dalit Lymor, een Joodse, feministische kunstenares. Ze maakt kleurrijke psychedelische illustraties die een kritische spiegel moeten werpen op het politieke klimaat. Hoe ze tot haar feministische kunstenaarschap is gekomen, lees je in dit interview.  

Het viel Lymor altijd al op, dat ze buiten de synagoge weinig Joodse mensen tegenkwam. Dat zorgt ervoor dat je je soms erg alleen kan voelen, vooral tijdens de puberteit en jongvolwassenheid. Maar ook later is ze tegen antisemitisme aangelopen, vooral sinds de coronacrisis merkt ze een groei in antisemitische complottheorieën op.  

Ook het conflict tussen Israël en Palestina kan in westerse landen zorgen voor een anti-Joods sentiment. Lymor legt uit dat mensen zionisme gelijkstellen aan imperialisme, zonder oog te hebben voor waar zionisme historisch gezien vandaan komt. Omdat Joodse mensen in de geschiedenis nooit ergens volledig geaccepteerd werden, hadden ze behoefte aan een eigen staat. Door de hyperfocus op Israël veranderen Joodse mensen in onderdrukkers in plaats van onderdrukten, aldus Lymor.  

Antisemitisme in het onderwijs  

Nadat de deelnemers korte tijd in break-outrooms met elkaar verder gepraat hebben, neemt de volgende spreker het woord. Diana Hospers, docent-onderzoeker Practoraat secretariële beroepen, vertelt over antisemitisme in het onderwijs. Hospers is opgegroeid in het katholieke Argentinië en heeft dan ook veel antisemitisme meegemaakt. Ze vertrok dan ook naar Israel om socialistische en zionistisch in een kibboets te leven. Toch belandde ze enige tijd later in Nederland. Hoewel haar joodse identiteit belangrijk voor haar was, kwam ze geen mensen van haar leeftijd met een joodse achtergrond tegen.  

Toen ze jaren later in het onderwijs belandde, merkte Hospers op dat jongeren de geschiedenis niet goed kennen. Dat is volgens haar de reden dat er nogal wat antisemitisme onder jongeren voorkomt. Dat geldt zowel voor Nederlandse kinderen als voor kinderen met een migratieachtergrond, volgens haar. Zo is het voor de leerlingen niet duidelijk waarom Joodse mensen vertrokken zijn uit Arabische landen. Om onderling begrip te vergroten, moeten docenten en leerlingen samen de geschiedenis verkennen. Waarom zijn joden in zoveel landen verdreven? Waarom is er zoveel haat? Pas als ieder zijn eigen rol daarin begrijpt, kan antisemitisme begrepen worden.  

Onderzoek naar ervaren (on)veiligheid onder Joodse Rotterdammers  

Tot slot namen IDEM-onderzoekers Bauke Fiere en Nienke de Wit het woord. Zij gaven alvast een tipje van de sluier over het onderzoek dat zij hebben uitgevoerd naar ervaren (on)veiligheid van Joodse mensen in Rotterdam. Het onderzoek wordt binnenkort gepubliceerd, dus houd onze website in de gaten. 

Op de hoogte blijven?   

Lijkt zo’n Kennisatelier jou ook interessant en nuttig? Wil je daarom op de hoogte blijven van alle events en bijeenkomsten van IDEM Rotterdam? Meld je aan bij ons netwerk en schrijf je in voor de nieuwsbrief!     

Voorbij stereotypen – Discriminatie van en beeldvorming over moslima’s  (verslag)

Voorbij stereotypen – Discriminatie van en beeldvorming over moslima’s (verslag)

Moslima’s krijgen bovengemiddeld vaak met discriminatie te maken. Door hun veelal zichtbare identiteit zijn deze vrouwen vaker en eerder doelwit van pesterijen, discriminatie of uitsluiting. Wat zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen als het gaat om islamofobie? En wat kunnen we als samenleving doen om inclusiever te worden voor moslima’s? 
  
Tijdens het Kennisatelier ‘Voorbij stereotypen: discriminatie van en beeldvorming over moslima’s’ gingen bijna vijftig deelnemers op donderdag 17 december 2020 online in gesprek over de verschillende vormen van discriminatie en beeldvorming. Op welke terreinen, zoals arbeidsmarkt, ervaren moslima’s vooral discriminatie? Hoe worden moslima’s bijvoorbeeld vaak afgebeeld in de media? Heeft dat invloed op ideeën over emancipatie van moslima’s? En hoe zit het met LHBTQI-moslima’s, waarom horen we hier weinig over?  

IDEM-onderzoek  

Het online Kennisatelier werd afgetrapt door IDEM-onderzoeker Afiah Vijlbrief. Zij gaf een kort voorproefje van de resultaten van een onderzoek dat IDEM in 2020 heeft uitgevoerd naar discriminatie van moslima’s op de arbeidsmarkt. Het definitieve rapport verschijnt in 2021, maar enkele voorlopige resultaten konden alvast gedeeld worden. Het viel de onderzoekers op dat respondenten zich steeds bewuster worden van discriminatie. Hoewel de vrouwen het op het moment zelf niet altijd zo ervaren, benoemen ze hun ervaringen achteraf – met de kennis van nu – vaak als discriminatoir.  

Een van de belangrijke bevindingen was dat stereotypen blijven rondsluimeren en micro-agressies tot gevolg hebben. Er worden opmerkingen gemaakt, die soms heel goed bedoeld zijn, maar beledigend overkomen. Een van de respondenten kreeg bijvoorbeeld regelmatig de vraag of zij is uitgehuwelijkt, alleen maar vanwege het feit dat ze moslima is.  

Meldpunt Islamofobie  

Ibtissam Abaâziz nam als tweede het woord en vertelde over de genderdimensie van islamofobie. Ze is een van de oprichters van Stichting Meldpunt Islamofobie. Bij het meldpunt valt op dat vooral vrouwen doelwit zijn van agressie op straat, en dan met name hoofddoekdragende vrouwen. Zij zijn zichtbaar herkenbaar als moslima, waardoor zij overdag en in de publieke ruimte te maken kunnen krijgen met verbaal of fysiek geweld. Het zogenoemde ‘boerkaverbod’ heeft dat nog beter duidelijk gemaakt. Hoewel de wet neutraal geformuleer is, legt Abaâziz uit, zie je in het debat over het verbod en in de praktijk dat het vooral vrouwen treft. Waar boerkadragende vrouwen voorheen gemakkelijk bij instellingen terecht konden, ook als deze zelf huisregels hanteerden, kan dat nu niet meer.  

Toch hebben ook mannen last van de genderdimensie van islamofobie. Ook zij kampen met vooroordelen, al is het op een andere manier. Islamitische mannen worden volgens allerlei vooroordelen gezien als verkrachters of ‘testosteronbommen’ voor wie (witte) vrouwen niet veilig zouden zijn.  

Beeldvorming in de media  

Fotografe Cigdem Yuksel en adviseur/schrijver Ewoud Butter spraken vervolgens over beeldvorming van moslima’s in de media. Butter geeft kort de geschiedenis weer en geeft aan dat er tot 1989 weinig aandacht is voor moslims in Nederlandse kranten. Met de Rushdie-affaire komt daar verandering in. Na de moord op Theo van Gogh en de opkomst van de PVV is er een duidelijke toename te zien. Vanaf de jaren negentig worden in de kranten maatschappelijke problemen gekoppeld aan de islam, ondanks dat die problemen te maken hebben met sociaaleconomische factoren en niet met religieuze. Een ander opvallend probleem is dat er in de media lange tijd alleen over moslims wordt gesproken en niet met moslims.  

Cigdem Yuksel vertelde over haar onderzoek naar de manier waarop moslima’s op foto’s worden afgebeeld. Ze heeft hiervoor de beeldbank van persbureau ANP doorgespit. Wat krijg je te zien als je de zoekterm ‘moslima’ intypt. Uit haar onderzoek blijkt dat het een erg eenzijdig beeld betreft, waarbij moslima’s veelal van veraf en onherkenbaar in beeld worden gebracht. Het gaat vaak om oudere moslima’s en vrijwel nooit om een jonge islamitische vrouw zonder hoofddoek die aan het werk is, bijvoorbeeld. Ook de zoekwoorden die fotografen aan hun foto’s toekennen zijn problematisch, omdat ze van stereotypen aan elkaar hangen. Hierdoor levert het ANP al dertig jaar lang een eenzijdig beeld van moslima’s aan alle grote media in Nederland.  

Queer en moslim  

Als laatste spreker vertelt Dounia Jari, medeoprichter van Maruf, het platform voor queer moslims, over seksuele- en genderdiversiteit binnen de islam. Een hardnekkig idee is dat als je moslim bent je niet queer kan zijn. Dat is problematisch, omdat het impliceert dat je seksuele gerichtheid een keuze is. Of dat je geloof een keuze is. Queer personen ervaren hierdoor vaak een gevoel van onderdrukking door hun omgeving, dat zowel familie als school of werk kan zijn.  

Deze verschillende identiteiten zijn vooral voor hun buitenwereld niet verenigbaar, omdat intersectionaliteit niet niet begrepen wordt. Veel queer moslims kiezen daarom voor één zichtbare identiteit en hanteren daarmee een vermijdende copingstrategie. Een voorbeeld is dat een persoon op werk vertelt dat zij queer is, maar niet dat ze moslima is.  

De zes sprekers belichtten vier verschillende kanten van de genderdimensie van islamofobie. Het leverde interessante inzichten op voor de deelnemers, waar ze in een break-outroom nog verder over discussieerden. 

Op de hoogte blijven?  

Lijkt zo’n Kennisatelier jou ook interessant en nuttig? Wil je daarom op de hoogte blijven van alle events en bijeenkomsten van IDEM Rotterdam? Meld je aan bij ons netwerk en schrijf je in voor de nieuwsbrief!