Verslag Kennisatelier ‘Voorbij de eigen bril’

Verslag Kennisatelier ‘Voorbij de eigen bril’

It takes a village to raise a child. De bekende uitdrukking zegt genoeg: een kind opvoeden is niet gemakkelijk en al helemaal niet in onze individualistische samenleving. In Rotterdam zijn er allerlei organisaties waar ouders terecht kunnen voor vragen over en ondersteuning bij opvoeding. In het Kennisatelier ‘Voorbij de eigen bril’ gingen professionals in op de vraag hoe ouders die hulp nodig hebben, zo inclusief mogelijk geholpen kunnen worden.  

Hoe bereik je ouders die de Nederlandse taal beperkt beheersen? Hoe zorg je voor cultuursensitieve ondersteuning? En hoe ga je om met de enige vader in de groep? Kortom, is de opvoedondersteuning in Rotterdam inclusief genoeg om alle Rotterdamse ouders te bereiken? Deze en andere vragen werden besproken door zo’n veertig Rotterdamse professionals die op donderdag 19 mei 2022 bij elkaar kwamen in De Weerhaan in Rotterdam-Noord.  

Presentatie onderzoek 

IDEM Rotterdam deed onlangs onderzoek naar opvoedondersteuning in Rotterdam: wat is nodig om de opvoedondersteuning inclusiever te maken? Voor het onderzoek ‘Voorbij de eigen bril’ zijn opvoedondersteuners in Rotterdam bevraagd door middel van een digitale vragenlijst en interviews. Ook zijn er twee focusgroepen gehouden met biculturele ouders die gebruikmaken van opvoedondersteuning. Tijdens het Kennisatelier presenteerde onderzoeker Bauke Fiere de belangrijkste resultaten van het onderzoek.  

Een daarvan is dat de diversiteit van opvoedondersteuners volgens professionals gering is, terwijl een aanzienlijk deel van de ouders die gebruikmaakt van opvoedondersteuning een biculturele achtergrond heeft. Een taalbarrière of onbekendheid met het aanbod kunnen drempels zijn voor ouders. Verder maken vaders veel minder gebruik van opvoedondersteuning, ongeacht de achtergrond. Schaamte kan een rol spelen voor vaders om hulp te zoeken. 

Inclusief aanbod  

De hulpvragen van ouders met diverse culturele achtergronden verschillen over het algemeen niet veel van elkaar. Het gaat vaak om algemene thema’s als consequent zijn, hoe om te gaan met kinderen die niet willen luisteren, et cetera. Toch zijn er ook verschillen, zo kan de opvatting over de corrigerende tik bijvoorbeeld anders zijn. Professionals geven aan altijd een open houding aan te nemen, ook al sluit een thema niet aan bij hun eigen normen en waarden. Hierdoor blijft het soms lastig om de eigen bril af te zetten, ook al proberen opvoedondersteuners een open houding aan te nemen en maatwerk te leveren. 

Wat is er nodig? 

Drempels verlagen kan door bijvoorbeeld de communicatie aan te passen, licht onderzoeker Bauke Fiere toe. Andere punten zijn:  

  • Aanbod in meerdere talen aanbieden. 
  • Materiaal minder ‘talig’ maken, dus meer gebruikmaken van afbeeldingen dan geschreven taal. 
  • Minder focus op effectiviteit. Maatwerk is minder goed meetbaar, maar wel belangrijk om aansluiting te vinden.  
  • Meer rekening houden met nieuwe gezinsvormen, niet alleen met etnische diversiteit.  
  • Investeren in kennis en vaardigheden van professionals. Veel opvoedondersteuners willen graag hun deskundigheid bevorderen op het gebied van cultuursensitief en inclusief werken.  
  • Specifiek aanbod voor vaders, bijvoorbeeld door een mannelijke professional aan te nemen, meer vaders in een groep te zetten en programma’s aanbieden in de avonduren.  

Tips uit het veld  

Opvoedexpert Fadma Bouchataoui werkt al twintig jaar in Rotterdam. Zij deelt haar eigen ervaring en tips met de aanwezigen. ‘Als je je richt op een specifieke doelgroep, dan sluit je een andere doelgroep automatisch uit’, legt ze uit. ‘Dat kan ook niet anders, maar het is wel belangrijk je daarvan bewust te zijn.’  

Bouchataoui geeft aan dat een echt inclusieve samenleving alleen mogelijk is als minderheidsgroepen sterker worden. ‘Als je stevig in je schoenen staat, sta je makkelijker open voor de ander’, zegt ze. ‘Als je zelf onzeker bent, dan laat je een ander minder toe. Daarom is het soms nodig om de eigen groep eerst te versterken, voordat je ze meekrijgt in een diverse, grote groep.’  

Zelf heeft ze dat toegepast door haar islamitische identiteit in te zetten om contact te maken met islamitische ouders. ‘Als ik een islamitische groep wil bereiken, kan het helpen om iets te vertellen over de profeet – vrede zij met hem – over opvoeden, bijvoorbeeld. Dat opent een deur om met ouders in gesprek te gaan.’  

Daarnaast is het volgens Bouchataoui van belang dat ouders inzien wat voor invloed hun eigen gedrag heeft. ‘Ga niet aan de ouder voorbij als je bezig bent met een opvoedinterventie’, licht ze toe. ‘Mensen moeten begrijpen dat hun gedrag effect heeft op het gedrag van het kind.’  

Een praktische tip van Bouchataoui is om in flyers foto’s van kinderen van diverse achtergronden te bereiken, in plaats van foto’s van ouders. ‘Een foto van kinderen trekt altijd de aandacht, om welke ouders het dan ook gaat.’  

Het allerbelangrijkste is om altijd te controleren of je interventie wel aansluit bij de ouders die jij wil helpen. ‘Een interventie kan wel evidence based werken in Amerika, of in Leiden, maar dat wil niet zeggen dat het ook werkt voor de ouders in Rotterdam-Zuid’, zegt Bouchataoui. ‘Daarom is het belangrijk dat professionals die al jarenlang in Rotterdam werken eens samen gaan kijken wat werkt en wat niet. Er is ontzettend veel kennis en knowhow. En samen kunnen we die duurzaam inzetten: dus niet af en toe een training geven, maar echt ouders zelf laten oefenen en dat opvolgen in een langer traject.’  

Ontmoeting  

Volgens Dieneke Barendrecht van het Centrum Jeugd en Gezin in Rotterdam, is ontmoeting een van de belangrijkste manieren om ouders te ondersteunen. ‘Het gedrag van het kind is bijna universeel’, legt ze uit, ‘dus dat bindt heel erg. Als ouders zich veilig genoeg voelen om dit tijdens een bijeenkomst te bespreken, dan kunnen ze elkaar tips geven. Als je dat voor elkaar krijgt ben je, denk ik, inclusief genoeg.’  

Medboxing  

Tot slot gaf Wendy Calvino van Medboxing een korte presentatie over boksen om kinderen en jongeren te bereiken. ‘Boksen wordt gezien als agressieve sport maar dat hoeft echt niet zo te zijn’, legt ze uit. ‘We leren kinderen vanaf 7 jaar boksen, zonder fysiek contact. Maar het is wel een middel om hun energie kwijt te raken, en soms zelfs om trauma te verwerpen of als therapievorm voor het gezin.’  

Meer weten? 

Verslag Kennisatelier ‘Dikke huid en veel empathie’

Verslag Kennisatelier ‘Dikke huid en veel empathie’

Je werk niet kunnen doen omdat je man bent, een hoofddoek draagt of een donkere huidskleur hebt. In de Rotterdamse ouderenzorg komt het regelmatig voor. Cliënten weigeren soms hulp, schelden hulpverleners uit of zijn op andere manieren vervelend of bedreigend. IDEM Rotterdam deed onderzoek naar discriminatie in de Rotterdamse ouderenzorg. Tijdens het Kennisatelier ‘Dikke huid en veel empathie’ presenteerde onderzoeker Inte van der Tuin de resultaten.

Bijna twintig (zorg)professionals en andere geïnteresseerden kwamen op donderdag 21 april 2022 samen in Café Dox om te praten over discriminatie door cliënten in de Rotterdamse ouderenzorg. Tijdens dit kennisatelier presenteerde onderzoekster Inte van der Tuin de resultaten van het onderzoek ‘Groot verantwoordelijkheidsgevoel en een dikke huid’, deelden zorgmedewerkers hun discriminatie-ervaringen tijdens het werk en werd er plenair nagedacht over mogelijke oplossingen om discriminatie in de ouderenzorg tegen te gaan.

 

‘Een respondent gaf aan dat iemand ooit zei dat als zij nog een keer voor de deur van de cliënt zou staan, hij haar wat aan zou doen. En dat alleen omdat de zorgverlener een hoofddoek draagt.’ Het is een van de verhalen die onderzoekster Inte van der Tuin optekende voor het kwalitatieve onderzoek naar discriminatie in de ouderenzorg. Meer dan fysieke dreigementen, komen discriminerende verzoeken op basis van huidskleur, geloofsovertuiging, gender of seksuele oriëntatie voor. Bijvoorbeeld als een cliënt tijdens het intakegesprek specifiek vraagt om iemand zonder hoofddoek.

Thuiszorg 

In Nederland kennen we intramurale zorg (verpleeghuizen) en extramurale zorg (thuiszorg). Uit het onderzoek blijkt dat discriminerende verzoeken vooral gedaan worden in de extramurale zorg. ‘Doordat de zorg in iemands huis wordt verleend, denkt men dat zij het recht hebben om verzoeken in te dienen die vaak discriminatoir zijn’, aldus Van der Tuin. Ook gebeurt het dat de cliënt de zorgverlener wegstuurt, omdat de cliënt geen zorg wil ontvangen van iemand met bijvoorbeeld een migratieachtergrond.

In het onderzoek is ook gekeken hoe ouderenzorgorganisaties omgaan met discriminatie. De meeste leidinggevenden die zijn geïnterviewd voor het onderzoek, gaven aan dat alleen een traumatische ervaring een legitieme reden kan zijn om een discriminerend verzoek in te willigen. Denk aan seksueel misbruik door een man, waardoor de cliënt geen mannelijke zorgverlener wil. Wat verder opviel is dat enkele organisaties discriminatie niet herkennen, omdat er weinig gemeld wordt.

Respectloos

Verpleegkundige in de thuiszorg Jackeline Moreira Tavares deelde in een kort vraaggesprek haar ervaringen met discriminatie door cliënten. ‘Tijdens mijn stage kwam ik er voor het eerst achter dat discriminatie in de zorg toch wel een ding is’, vertelt Jackeline. Tijdens de opleiding was er weinig aandacht voor discriminatie in de ouderenzorg. Inmiddels herkent ze de meest subtiele vormen van discriminatie. ‘Het gaat niet alleen om nare opmerkingen die je naar je hoofd geslingerd krijgt’, legt ze uit, ‘maar ook om moeilijker te herkennen vormen van discriminatie. Zo zoeken cliënten eerder contact met witte collega’s en kijken ze mij niet aan. Of ze trekken mijn deskundigheid in twijfel, terwijl er geen enkele aanleiding voor is.’ Als haar wordt gevraagd wat dat met haar doet, haalt ze diep adem. ‘Het raakt mij enorm. Ik voel mij op dit soort momenten alleen, gedemotiveerd en ik ga dan met minder plezier naar die cliënt, omdat ik weet dat hij mij respectloos behandelt.’

De discriminatie melden doet Tavares niet vaak meer. ‘Discriminatie overkomt mij zo vaak. Heel vaak schakel ik mijn gevoel gewoon uit en verleen ik zorg. Soms vraag ik de cliënt ook waarom die een bepaald beeld heeft over mensen. Dat zorgt voor interessante gesprekken. Na zo’n gesprek zie je ze vaak ook denken en realiseren dat hun voorkeur of reactie alleen gebaseerd is op vooroordelen.’ 

Op hulp van een leidinggevende hoeft Tavares niet te rekenen. Ze zit in een zelfsturend team. ‘Alle probleem moeten wij met elkaar oplossen’, licht ze toe. ‘Maar als mijn witte collega’s mijn situatie bagatelliseren en doen alsof ik lieg, dan komen we niet tot een oplossing. Door reacties als ‘och, dat is een zieke cliënt, dat moet je hen niet kwalijk nemen’, kan ik mij ontzettend eenzaam voelen.’ 

Steun van bovenaf

Leidinggevende Elouise Tahapary zet alles op alles om haar medewerkers te ondersteunen als zij discriminatie ervaren. De gevallen melden is de eerste stap. ‘Als medewerkers merken dat ik melden belangrijk vind, dan gaan zij dat ook belangrijk vinden en sneller discriminatie melden’, legt ze uit. Wanneer Tahapary een discriminatiemelding ontvangt, plant ze meteen een gesprek in met de desbetreffende zorgverlener: ‘Vaak merk ik tijdens zo’n gesprek dat er veel meer is gebeurd dan wat de zorgverlener heeft opgeschreven.’ De hulpverleners lijken voorvallen dus al kleiner te maken dan ze zijn.  

‘Op een middag werd ik gebeld door een witte medewerker die vertelde dat een zwarte uitzendkracht enorm werd uitgefoeterd door een cliënt’, vertelt Tahapary. ‘Ik belde meteen de uitzendkracht om te vragen wat er is gebeurd en hoe het met haar gaat. Het meisje ontkende alles, er was volgens haar niets aan de hand. Pas toen ik het nogmaals vroeg, vertelde ze me dat ze bang was dat ik haar niet meer zou inzetten.’

Gelukkig is er volgens Tahapary een positieve verschuiving te zien. ‘Door het personeelstekort gaan we van ‘klant is koning’ naar het centraal stellen van de medewerker.’ Uit het onderzoek blijkt dat veel zorgverleners die discriminatie ervaren zich eenzaam voelen. ‘Daarom is het belangrijk dat ook leidinggevenden pro-actiever het gesprek aangaan over discriminatie en medewerkers ondersteunen waar nodig’, zegt ze. ‘Als alle neuzen dezelfde kant op staan, sta je sterker als organisatie.’

Verslag Kennisatelier ‘Maar je hebt toch kinderen?’

Verslag Kennisatelier ‘Maar je hebt toch kinderen?’

In Nederland zijn er maar liefst 600.000 eenoudergezinnen. In hun eentje dragen deze ouders zorg voor een of meerdere kinderen, vaak in combinatie met hun baan of vrijwilligerswerk. Toch ligt eenzaamheid op de loer. In dit Kennisatelier bespraken we eenzaamheid bij alleenstaande ouders. De belangrijkste conclusie: het is een groot taboe.

Ruim twintig Rotterdamse professionals kwamen op donderdag 24 maart 2022 samen in tentoonstellingsruimte Garage Rotterdam om te praten over eenzaamheid bij alleenstaande ouders. Eenzaamheid is al een lastig onderwerp, maar juist bij ouders is het een groot taboe. Je hebt je kinderen toch? Te midden van moderne kunst over de waardering van moederschap in onze hedendaagse maatschappij, werd onderzocht hoe we eenzaamheid onder alleenstaande ouders kunnen herkennen, erkennen en bespreekbaar maken.

Schokkende cijfers

Alleenstaanden zonder kinderen hebben minder kans om eenzaam te worden dan alleenstaanden met kinderen. Sterker nog, van alle risicogroepen voor eenzaamheid hebben alleenstaande ouders het hoogste risico op eenzaamheid en uiteindelijk depressie. Dat blijkt uit cijfers van het CBS, die Rafael Maria Theuvenet wijkpsycholoog in Delfshaven en trainer van Avant Sanare, laat zien tijdens haar presentatie. ‘Het is van groot belang om deze ouders te helpen’, legt ze uit, ‘want op die manier help je ook de kinderen.’

Niet alleen voor alleenstaande ouders is het ouderschap zwaar, kinderen krijgen wordt sowieso vaak onderschat. ‘Het probleem is dat we een sprookjesbeeld hebben van vader of moeder worden’, legt Theuvenet uit. ‘Maar de werkelijkheid is heel anders. De realiteit is heel hard, je bent 24/7 met je baby bezig en je beseft je dat je voor de rest van je leven aan het kind vastzit. Een postpartum depressie komt dan ook heel vaak voor: 1 op de 7 vrouwen krijgt hier last van. Maar van de alleenstaande moeders heeft 1 op de 5 vrouwen hier last van. Overigens kunnen ook mannen depressief worden nadat ze vader geworden zijn.’

Een oplossing is om een realistischer beeld te schetsen van het ouderschap. En om minder streng te zijn voor jezelf. ‘We kunnen het accepteren als van de tien dingen er acht positief zijn en twee negatief als het gaat om ouderschap’, zegt Theuvenet. ‘Maar laten we daar vijf om vijf van maken, dat sluit meer aan op de werkelijkheid.’

Arm om je heen

 Nadat de aanwezigen in groepjes hadden besproken welke taboes rondom eenzaamheid en ouderschap zij zelf ervaarden, vertelde Fatiha Boukardouh over haar eigen ervaring. Na haar scheiding zorgt ze zelf voor haar vier kinderen. Daarnaast heeft ze een drukke baan als maatschappelijk werker en helpt ze bij allerlei projecten, waar ze veel voldoening uithaalt. Maar als ze ’s avonds alleen op de bank zit, komt er wel eens eenzaamheid om de hoek kijken. ‘In de avonduren, als de kinderen slapen, dan is het heel stil’, vertelt ze. ‘Je mist toch een luisterend oor, iemand die heel dichtbij je staat. Je mist een knuffel, een arm om je heen.’

The personal is political

Hanne Lemson, van Garage Rotterdam, vertelde over de huidige tentoonstelling die er te zien is: Dearest Y. De tentoonstelling, getiteld Dearest Y, is geïnspireerd op de feministische strijdkreet “the personal is political” uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Want aan moeder of vader worden, hangen allerlei politieke keuzes vast. 

De tentoonstelling is nog te zien tot en met 17 april 2022.

Meer informatie over Dearest Y vind je op de website van Garage Rotterdam.

Landelijk 1ouderpunt  

Er wordt nog volop aan gewerkt, maar binnenkort wordt het landelijke 1ouderpunt gelanceerd. Dona Daria is samen met Single Super Mom aan de slag gegaan om dit platform voor alleenstaande ouders te realiseren. Hier kunnen alleenstaande ouders terecht met al hun vragen en organisaties kunnen hun aanbod laten zien. In dit interview dat IDEM Rotterdam hield met Patricia Ooms lees je er meer over.

Uitputting is de belangrijkste oorzaak voor eenzaamheid bij alleenstaande ouders.

Patricia’s tip voor professionals

Verwijs niet te snel door. Ga eerst het gesprek. Probeer te achterhalen wat de alleenstaande ouder de drie belangrijkste punten vindt waar zij, hij of hen hulp bij nodig heeft. En ga op basis van die top drie de betreffende hulporganisaties zoeken.

Mannenemancipatie

Alleenstaande vaders hebben het misschien nog wel lastiger dan alleenstaande moeders. ‘Voor hen is er speciale aandacht vanuit Dona Daria’, zegt Patricia. Ze vertelt namens een mannelijke collega, die helaas niet aanwezig kon zijn, over het speciale project voor vaders: Vaders onder druk.

‘Alleenstaande vaders ervaren dezelfde problemen als alleenstaande moeders’, legt ze uit, ‘maar daar komt bij dat mannen vaak nog meer het gevoel hebben dat ze alles zelf moeten kunnen. Een man denkt nog vaak dat hij niet mag huilen, dat hij niet over zijn gevoelens hoort te praten. En als je dan ook nog in een masculiene omgeving werkt, durf dan maar eens om een ouderschapsregeling te vragen.’

Mannenemancipatie is daarom van groot belang. Dona Daria werkt daarvoor samen met Emancipator. ‘We merkten dat door corona er meer animo kwam voor ons project ‘Vaders onder druk’, zegt Patricia. ‘Toen merkten mannen veel meer dan voorheen hoe zwaar zorgtaken kunnen zijn, omdat ze veel meer thuis waren. Het is belangrijk dat mannen onderling praten over de druk die ze ervaren van andere mannen om aan een stereotiepe beeld te voldoen. Daar moeten we van af.’

Echte mannentakkies

Als afsluiter gaf storyteller en culturele ondernemer Nabil Tkhidousset een voorproefje van de aangrijpende voorstelling waaraan hij werkt. “Mijn theatershow gaat over intergenerationeel trauma: de trauma’s die worden doorgegeven door de ouders aan het kind omdat de ouders dit niet verwerkt hebben. Bij mijn hoofdpersonage Moesa is dat voornamelijk de woede en agressie die hij gevoeld heeft van zijn vader. Deze woede en haat zorgt ervoor dat hij radicaliseert.”

Ook Nabil vindt dat mannen meer moeten praten over hun eigen issues. Daarom heeft hij samen met Lev Avitan de podcast Echte Mannentakkies gemaakt, waarin mannen met elkaar in gesprek gaan over zaken als mentale gezondheid, opgroeien in twee culturen of opgroeien zonder vader. De podcast is onder andere te beluisteren via Spotify.

Jonge en diverse cultuurmakers: ‘De kracht van kunst is echt belangrijk’

Jonge en diverse cultuurmakers: ‘De kracht van kunst is echt belangrijk’

Op 21 maart 2022 – de Internationale Dag tegen Racisme – organiseerden IDEM Rotterdam en antidiscriminatiebureau RADAR het event ‘Talk en Toneel’. Met dit event vroegen we aandacht voor diversiteit en inclusie in onze culturele instituties. Is er voldoende ruimte voor de stem van jonge diverse cultuurmakers?

In de Plaza van Hogeschool InHolland van Rotterdam kwamen ruim vijftig professionals, studenten en andere geïnteresseerden samen om te luisteren naar een generatie diverse en jonge cultuurmakers. Klinkt hun stem wel voldoende door in onze musea, muziekpodia, literatuur en andere culturele instituten? Kunnen zij veilig hun plek claimen? En wat kan hun kunst bijdragen aan het bestrijden van racisme en discriminatie?

Hogeschool InHolland aan de Posthumalaan in Rotterdam was de locatie voor dit event. Juist een onderwijsinstelling moet een inclusieve en veilige plek zijn voor jonge makers. Wendy Snijders, projectleider van het Domein Gezondheid, Sport en Welzijn en cluster Social Work van Hogeschool InHolland, ging met ons de samenwerking aan voor deze belangrijke dag.

‘Met RADAR en IDEM hebben we deze dag georganiseerd om aan te geven dat je verder moet kijken dan iemands uiterlijkheden’, zei Lisette Tanis-Pinas bij de aftrap van de bijeenkomst. ‘Deze dag staat ook in het teken van cultuur, van verhalen. Wat heb jij te melden? Daar gaat voor mij ook cultuur over. Je hebt een andere achtergrond, maar je hebt ook een talent.’

Taal doet ertoe

Spoken word is het talent van Zaïre Krieger. Met haar voordrachten en teksten strijdt zij voor een inclusievere wereld. Ter gelegenheid van deze dag schreef zij een nieuw gedicht. Kijk het terug in de video hieronder (alleen deze week beschikbaar).

Ben jij ook benieuwd wie de belangrijke vrouwen van kleur zijn die ze noemde? Hieronder vind je hun namen:

Yaa Asantewaa

Harriette Verwey

Alice Ball

Koningin Makeda van Sheba

Shirley Ann Jackson

Aangrijpend toneel

Sem Tesfai, ervaringsdeskundige acteur van Stichting Me & Society, vertelde in een aangrijpend fragment uit de voorstelling Black Out over zijn eigen ervaringen als gevlucht gezin in een klein, wit dorp in Noord-Brabant. Nadat er door buren een tv door de ruit van hun woning wordt gegooid, moet het gezin opnieuw op de vlucht.

De interactieve theatervoorstelling Black Out wordt normaliter gespeeld op scholen, in huizen van de wijk of bij organisaties, zoals de politie. Na de voorstelling wordt de dialoog gevoerd over racisme en discriminatie, in relatie tot het koloniale verleden en slavernij.

Panelgesprek

Host Lisa McCray ging vervolgens met de uitgenodigde panelleden in gesprek over de vraag of jonge diverse cultuurmakers genoeg ruimte hebben in het culturele landschap? En hoe we dat landschap als samenleving inclusiever kunnen maken. Zo vertelde illustrator en fotografe Parisa Akbarzadehpoladi dat ze nog altijd wordt beoordeeld op haar taalvaardigheid, in plaats van op haar kwaliteiten als maker. ‘Ik ben niet zo goed in de Nederlandse taal, maar ik kan met kunst mijn gedachten en mijn verhaal delen. De kracht van kunst is echt belangrijk.’

Storyteller Nabil Tkhidousset deelt een mooie ervaring. Hij vertelde over een schrijfopdracht die hij gaf aan leerlingen tijdens een gastles op school. ‘De opdracht ging over onzekerheid. Er was een jongen in de groep, die alleen maar stoer deed en praatte over zijn enkelband. Maar hij bleek te worstelen met de vraag of zijn moeder wel van hem hield.’

Het gesprek gaat verder over straatcultuur, vaak worden makers van kleur erbij gehaald om mee te gaan met een trend. ‘Instanties kunnen niet meer om straatcultuur heen’, zegt Zaïre Krieger. Organisaties moeten daarom plaats gaan maken voor makers vanuit die straatcultuur, in alle lagen van de gelederen, vindt ook Ove Lucas, directeur van Stichting Centrum Beeldende Kunst. Maar, zegt Zaïre, ‘never sell your soul.’

Bij Cultuur Concreet kunnen jonge makers advies inwinnen en financiering aanvragen voor hun projecten. ‘We zijn heel laagdrempelig’, zegt Annet Schipper, cultuurregisseur bij Cultuur Concreet. ‘Dat denk ik tenminste. Je kan zelfs geld bij ons aanvragen en we kunnen je een heel netwerk geven. Maar blijkbaar is het toch een gevestigde organisatie.’

Host Lisa McCray geeft aan dat representatie van mensen van kleur in organisaties daarom zo belangrijk is, op alle mogelijke posities. Lisette Tanis-Pinas beaamt dat en benadrukt dat mensen van kleur daarom juist ook op hogere posities moeten gaan zitten, ook als ze niet zoveel ervaring hebben. ‘Maar dat is ook heel zwaar, dus steun zoeken bij elkaar is ontzettend belangrijk.’

Let op elkaar

Dat laatste blijkt maar weer uit de afsluiter van performer Joana Cavaco. In een bevlogen betoog wees zij op de vaak onveilige situatie van jonge makers met een migratieachtergrond, ook in de Rotterdamse cultuursector. ‘Ook hier zijn er witte mannen in hoge posities die net als Harvey Weinstein zijn.’

Het is hoog tijd dat die generatie jonge en diverse makers ruimte krijgt om te maken. Maar dat moet wel een veilige ruimte zijn. Dus blijf goed op elkaar letten.

Terugkijken

Wil je alle bijdragen nog eens rustig terugkijken? Je vindt de video’s op de website van RADAR (tijdelijk beschikbaar).

Verslag Kennisatelier ‘Hulpverlener, wat zegt u nu?’

Verslag Kennisatelier ‘Hulpverlener, wat zegt u nu?’

Viel je vraag aan een bezoeker helemaal verkeerd? Schoot een cliënt in de verdediging na een goedbedoelde opmerking? Misschien ging het dan onbedoeld om een micro-agressie. Tijdens het online Kennisatelier ‘Hulpverlener, wat zegt u nu?’ gingen we uitgebreid in op het onderwerp. Belangrijkste conclusie: bijna iedereen is slachtoffer én dader.

Zo’n 45 Rotterdamse professionals kwamen op donderdag 24 februari 2022 online bij elkaar om te praten over micro-agressies in de hulpverlening. Met meer dan vijftig aanmeldingen was het een van de populairste onderwerpen van IDEM ooit. Een belangrijk signaal: Rotterdamse professionals willen graag meer over het onderwerp weten, zodat ze in de toekomst inclusiever kunnen werken.

Wat zijn micro-agressies?

RADAR-trainer Dounia Jari ging als eerste spreker in op de theorie achter micro-agressies. ‘Micro-agressies worden gedefinieerd als de alledaagse, subtiele, onopzettelijke interacties of gedragingen die een soort vooroordeel jegens (vaak) historisch gemarginaliseerde groepen communiceren.’ Het belangrijkste hierbij, legt Dounia uit, is dat de intentie ondergeschikt is aan de impact. Vaak zijn de opmerkingen of gedragingen niet slecht bedoeld, maar is de impact heel groot.

Er worden drie soorten micro-agressies onderscheiden:

  1. Micro-aanval: een verbale of non-verbale discriminerende uiting waarin duidelijk wordt gemaakt dat de ander minder ‘waard’ is. Dit is vaak opzettelijk.
  2. Micro-belediging: een gedraging die ongevoelig en denigrerend is voor iemands identiteit of (migratie)achtergrond.
  3. Micro-ondermijning: een gedraging die bepaalde ervaringen van mensen ontkracht, niet serieus neemt.

  

Hoe maak je micro-agressies bespreekbaar?

 

Belangrijk om te onthouden is dat iedereen wel eens micro-agressies meemaakt, legt Dounia uit. Maar óók dat iedereen – hoogstwaarschijnlijk – wel eens een micro-agressie heeft geuit. De vooroordelen waarop micro-agressies zijn zo diepgeworteld, dat je er bijna niet aan ontkomt. Daarom is het extra belangrijk om ze bespreekbaar te maken. De volgende punten kunnen daarbij helpen:

  • Vraag om verduidelijking: ‘Wat bedoelde je precies met je opmerking?’
  • Scheid intentie van impact
  • Concentreer je op de micro-agressie zelf, niet degene die deze uit
  • Deel eventueel wat je al geleerd hebt

Je eigen (gevoel van) veiligheid is daarbij altijd het belangrijkste. Zoek bondgenoten of ga niet de confrontatie aan als het onveilig is of voelt.

 

Ervaringsdeskundige

Tot zijn 37e kon John Stoop goed zien. Daarna bleek hij trombose aan zijn rechteroog te hebben, later aan zijn linker. Hij werd ‘maatschappelijk gezien blind’. Zijn leven – leuke baan, fijn gezin, net een nieuw huis gekocht – stond op zijn kop. Na een zware periode besloot hij het roer om te gooien. Ondanks zijn visuele beperking, pakte hij het hardlopen op. Inmiddels loopt hij steevast de Roparun met een vast team. ‘Uiteindelijk werd ik gewoon iemand uit het team, in plaats van ‘die blinde hardloper’.

Na 24 jaar visueel beperkt te zijn, laat John de meeste micro-agressies van zich afglijden. ‘Door de jaren heen ontwikkel je een soort teflon-laagje, je krijgt een dikkere huid’, vertelt hij. ‘Je hebt niet altijd de energie om mensen aan te spreken, soms wil je de lieve vrede bewaren. Omdat je in een afhankelijkheidssituatie zit als persoon met een beperking, dan word je wat voorzichtiger in je reacties. Ik probeer er met veel humor mee om te gaan.’

Micro-agressies in de zorg  

Onderzoeker en projectleider discriminatie in de zorg Judith Venderbos van Pharos, het expertisecentrum gezondheidsverschillen, ging als derde spreker dieper in op micro-agressies en gezondheid. Niet alleen komen in de zorg veel micro-agressies voor (zowel van cliënt naar hulpverlener, als andersom), maar ook leiden micro-agressies en andere vormen van discriminatie tot ernstige gezondheidsklachten. Vanuit de literatuur is bekend dat discriminatie onder andere de kans op depressies vergroot, zorgt voor een minder goed werkend immuunsysteem en leidt tot meer vroeggeboortes.

Bij micro-aggressies in de zorg kun je aan de volgende zaken denken:

  • Een gesloten lichaamshouding of minder oogcontact maken;
  • Harder praten en overdreven articuleren;
  • Minder uitleg geven over behandelingsopties door inschatting van intelligentieniveau, maar ook door verwachting minder therapietrouw te zijn;
  • De manier waarop een zorgverlener reageert op ervaren pijn;
  • Ongevoelige uitspraken over ziektebeelden en ervaren ziekte.

Een van de belangrijkste oplossingen is, volgens Judith, meer diversiteit in alle lagen van het zorgpersoneel. Juist ook in de hogere functies is dit van groot belang, zodat inclusie eerder doorsijpelt in de hele organisatie.

Geestelijke gezondheidszorg  

Namens stichting Corridor spraken hulpverlener Annemarie Lisman en ervaringsdeskundige Gert Zantman over micro-agressies in de geestelijke gezondheidszorg. ‘Met andere vrijwilligers heb ik veel voorbeelden van micro-agressies verzameld’, vertelt Gert. ‘En de conclusie was dat het heel erg veel voorkomt.’

Zo wordt aan cliënten met een psychische kwetsbaarheid overdreven vaak gevraagd of ze ‘het begrepen hebben’, als grapje worden tiks nagedaan of er wordt gezegd ‘dat ze gewoon een schop onder hun kont nodig hebben’. De aanname dat iemands psychische kwetsbaarheid invloed heeft op álle aspecten van het leven is funest, weet Gert. Net als bij alle vormen van zorg, is het van groot belang om voorbij de ziekte te kijken. Het gaat om de persoon achter de ziekte, beperking of kwetsbaarheid.

‘Leer van onze kinderen’

Opmerkingen over hoe goed zijn Nederlands is, aannames over zijn geloof en stereotypen over zijn vermeende achtergrond: wijkteammedewerker Hikmet Caynak maakt het allemaal mee in zijn werk. Als laatste spreker deze ochtend benadrukt hij het belang van lessen over inclusie op scholen. ‘Als ik met mijn dochter van 10 over de maatschappij praat, dan merk ik hoeveel ik nog kan leren over inclusie’, vertelt hij. ‘Zij vertelt dat ze op school geleerd heeft over discriminatie, over seksuele gerichtheid, dat het oké is om anders te zijn. Ik denk dat ouders veel kunnen leren van hun kinderen.

In dit interview met IDEM Rotterdam gaat Hikmet nog dieper in op wat hij als wijkteammederwerker meemaakt en hoe hij een rol ziet weggelegd voor de overheid en scholen.

Tips van deelnemers

Tijdens de break-outrooms gingen alle deelnemers in kleinere groepen in gesprek. Hieronder volgt een greep uit de tips die de professionals elkaar gaven: 

  • Oefening om te voelen wat een ander ervaart: Sluier van onwetendheid
  • Event: Van 15 tot en met 17 september 2022 vindt in Rotterdam het World Congress of the World Association of Cultural Psychiatry plaats. 
  • Praktische tip: Kom je op straat iemand tegen die in zichzelf praat? Probeer diegene even uit de situatie te halen met een simpele opmerking, bijvoorbeeld over het weer of een mooie auto die in de straat geparkeerd staat.

Let op: Mensen met een beperking hulp aanbieden kan ook als micro-agressie ervaren worden. Mogelijk krijgt iemand die vraag tientallen keren per dag.

Verslag Kennisatelier ‘Duurzaam doorbreken van de cirkel’

Verslag Kennisatelier ‘Duurzaam doorbreken van de cirkel’

“Het houdt niet op, niet vanzelf…”, zo luidt de slogan van de Sire-campagne tegen huiselijk geweld. In de praktijk blijkt huiselijk geweld zelfs mét hulp vanuit wijkteams, Veilig Thuis en gespecialiseerde instellingen moeilijk te bestrijden. Bij meer dan de helft van de gezinnen die gemeld zijn bij Veilig Thuis, is het anderhalf jaar later nog niet veilig. Het lijkt niet te lukken om de cirkel van geweld structureel te doorbreken. Of lukt het toch met een vernieuwde aanpak?

Tijdens het Kennisatelier ‘Duurzaam doorbreken van de cirkel’ op 2 december 2021 kwamen zo’n vijftig professionals online samen om te luisteren naar ervaringsverhalen en deze vernieuwde aanpak van Arosa Rotterdam. Voor het thema huiselijk geweld is gekozen vanwege de campagne Orange the World. Van 25 november tot 10 december kleurt de wereld oranje om aandacht te vragen voor de aanpak van geweld tegen vrouwen. “De kleur oranje is gekozen omdat het de kleur is van de dageraad”, zegt IDEM’s Karin Oppelland in haar welkomstwoord. “De hoop is dat we ooit een dag kunnen beginnen waarop geen geweld tegen vrouwen wordt gepleegd.”  

Veiligheid maak je samen  

Van partnergeweld tot kindermishandeling en van genitale verminking tot eergerelateerd geweld: huiselijk geweld is ontzettend breed. Jolanda Gerritsen, directeur van Arosa, geeft aan dat in iedere klas wel een kind zit dat huiselijk geweld ervaart of ziet. “Ook van situaties waarin je getuige bent van geweld of onveiligheid kun je trauma’s oplopen.”  

Slechts een klein deel van de gevallen van huiselijk geweld die gemeld worden, worden duurzaam opgelost. Daar staan alle gevallen die nergens gemeld worden natuurlijk nog buiten. Huiselijk geweld is dus een enorm probleem. “Een belangrijke aanbeveling uit onderzoek van het Verwey Jonker Instituut is dat een integrale aanpak waarbij multidisciplinair en systemisch wordt gewerkt noodzakelijk is”, zegt Gerritsen. Dat betekent dat niet alleen wordt gefocust op de dader, zoals ze al in een eerder interview met IDEM besprak. Met precies zo’n systemische aanpak werkt Arosa.  

Ervaringsdeskundigen  

Bij Arosa wordt niet alleen met professionele hulpverlening gewerkt, maar ook veel met ervaringsdeskundigen. “Het geeft een belangrijke meerwaarde om ook het perspectief van de betrokkenen mee te nemen”, legt Gerritsen uit. “Door van die ervaringen te leren, kun je beter aansluiten bij cliënten.”   

Tijdens het Kennisatelier vertellen Cindy en Jurgen over hun eigen ervaringen. Cindy leerde haar inmiddels ex-man op haar zestiende kennen. Al snel begon het geweld. Ze paste haar gedrag aan en zorgde ervoor dat ze zo min mogelijk zei wat het geweld kon uitlokken. Verschillende pogingen om weg te komen mislukten, omdat de hulpverlening niet op de juiste manier op gang kwam. Pas na 23 jaar, toen ze door haar ex met een mes in het gezicht gestoken werd, en ze 112 belde, kwam de hulpverlening ten goede op gang. Ze kwam terecht in een vrouwenopvang en zij en haar kinderen zijn inmiddels veilig.   

Jurgen was zelf degene die geweld heeft gebruikt in een relatie. Als kind werd hij mishandeld door zijn vader en hij zag geregeld zijn moeder mishandeld worden door zijn vader. Zijn angsten zette hij om in boosheid. Dat patroon nam hij mee als volwassene in zijn relatie. Toen zijn vriendin op een dag verdwenen was, kwam Jurgen in een angstpsychose. De angsten die hij altijd had weggestopt, kwamen in volheid naar buiten. De stap naar hulpverlening was in eerste instantie te groot, maar andere ervaringsdeskundigen hebben hem er wel bovenop kunnen helpen. Jurgen geeft aan dat veel plegers de stap naar hulp te groot vinden, maar wel gebaat zijn bij een luisterend oor of advies van een ervaringsdeskundige.  

Take a break  

Omdat alleen hulp aan het slachtoffer niet meer voldoende is, zijn er nieuwe methodes ontwikkeld om alle betrokkenen bij huiselijk geweld hulp te bieden. Take a Break is zo’n methode.  

Charity Simons is orthopedagoog bij Arosa. Als een gezin wordt aangemeld voor Take a Break, dan begeleidt zij de kinderen in het gezin. “De beide partners krijgen ieder een eigen caseworker”, licht ze toe. “Ook is er een psycholoog betrokken bij het traject die met beide partners praat.”   

Het unieke aan deze aanpak is dat er zoveel mogelijk bij de cliënten thuis wordt gewerkt. Op die manier kunnen de kinderen zoveel mogelijk in de thuissituatie blijven. Ook worden school, andere hulpverleners en eventuele overige betrokkenen in het traject betrokken. “Het is belangrijk dat de partners gemotiveerd zijn om mee te werken”, zegt Simons. “Het is een intensief traject en het heeft alleen kans als er goed wordt meegewerkt. Maar als de motivatie er is, dan zien we al veelbelovende resultaten.”  

Na afloop van het traject wordt er doorverwezen naar andere hulporganisaties, zodat het stel of het gezin niet onder de radar verdwijnt. Ook als er sprake is van acuut geweld of ernstige dreiging, dan wordt naar een andere aanpak gezocht.   

Opvang voor pleger  

Als een pleger van huiselijk geweld een huisverbod krijgt, belandde diegene voorheen vooral op straat. Dat maakte de situatie er vaak niet beter op en kwam er veelal een nog gefrustreerdere pleger na verloop van tijd weer terug. “Dit project is tot stand gekomen nadat het team Huisverboden van Veilig Thuis een signaal heeft afgegeven aan de Gemeente”, zegt Cirina Lens. “Zij hebben in een notitie beschreven dat er in veel gevallen waar een tijdelijk huisverbod wordt opgelegd aan een pleger, er een grote groep uithuisgeplaatsten is die nergens terecht kan en de problemen tijdens het huisverbod alleen maar toenemen. Het tijdelijk huisverbod behaalt zo het doel niet en het geweld wordt opnieuw gevoed. Daarom is een goed en passend hulpaanbod voor de uithuisgeplaatsten eigenlijk onmisbaar om directe veiligheid te creëren voor het hele systeem. Vanwege deze ontwikkeling is Arosa eind 2020 door de gemeente gevraagd een Time-out locatie te creëren voor deze uithuisgeplaatsten ten tijde van het huisverbod.” 

“Wij besteden veel aandacht aan een respectvolle rustige bejegening waarin wij niet oordelen of veroordelen maar juist onderzoeken samen met de cliënt naar welke oplossingen mogelijk kunnen bijdragen aan het herstel van beiden”, zegt Lens. “Ook in de plegeropvang zijn ervaringsdeskundigen te vinden. “Samen met een ervaringsdeskundige lukt het de pleger vaak beter om naar het eigen gedrag en eigen patronen te kijken”, legt Lens uit. “We kunnen een pleger acht weken lang opvangen. Daarna moeten we kijken of diegene veilig naar huis kan of toch langdurige opvang nodig heeft.”  

Stellingen in de break-outrooms  

In vier verschillende break-outrooms werden vier verschillende stellingen besproken.   

  1. “Als kinderen getuige zijn van huiselijk geweld, dan is dit kindermishandeling.”  

In de break-outroom waren de deelnemers het hiermee eens. Als een kind huiselijk geweld ziet, heeft dat veel negatieve gevolgen. Ook als een kind het niet ziet, maar wel de spanning voelt is dit schadelijk.  

  1. “Zijn beide partners verantwoordelijk voor huiselijk geweld?” 

Een lastige stelling. In de break-outroom werd besproken dat mensen zich vaak niet bewust zijn van hun eigen aandeel in een bepaald patroon. Bewustwording hiervan is belangrijk. Dat kan misschien makkelijker in contact met lotgenoten dan met een hulpverlener. Lotgenotencontact kan dan ook een belangrijke eerste stap zijn op weg naar een hulpverleningstraject.  

  1. “Hoe kun jij zorgen dat mensen uit de cirkel van huiselijk geweld stappen…?”

De cirkel doorbreken is erg moeilijk. Ook als iemand in de opvang belandt kunnen er nieuwe veiligheidskwesties opspelen, bijvoorbeeld voor LHBTIQ+-personen. Hoe wordt er in de opvang omgegaan met seksuele en genderdiversiteit? De deelnemers menen dat een hulpverlener naast iemand moet staan, niet boven iemand. De tijd nemen om een vertrouwensband op te bouwen is belangrijk. Het is daarom noodzakelijk dat hulpverleners ruim de tijd krijgen bij deze problematiek en niet binnen een paar weken moet sluiten.  

  1. “Een pleger van huiselijk geweld verdientstraf in plaats van opvang en begeleiding.”  

Een pleger van huiselijk geweld verdient zowel opvang en begeleiding als straf. In de vierde break-outroom werd benadrukt dat opvang en begeleiding noodzakelijks om het patroon te doorbreken. Tegelijk mag niet worden voorbijgegaan aan het feit dat de pleger een strafbaar feit heeft begaan. Voor het slachtoffer is volgens de deelnemers meer begeleiding nodig. De drempel om aangifte te doen is ontzettend hoog en niet altijd zijn agenten sensitief genoeg. Bovendien is bewijslast verkrijgen lastig. Een tip aan het slachtoffer is om foto’s te maken van verwondingen en psychische mishandeling of stalking bij te houden in een logboek. Als de partner regelmatig de telefoon of laptop controleert, kan de slachtoffers de foto’s en aantekening sturen naar een vertrouwd persoon en de gegevens op de eigen telefoon wissen. Zo kan er toch veilig aan dossieropbouw gewerkt worden.