Verslag Partnerbijeenkomst Coalitie Erbij  ’Eenzaamheid: bijproduct van migratie?’

Verslag Partnerbijeenkomst Coalitie Erbij  ’Eenzaamheid: bijproduct van migratie?’

Tijdens de landelijke Week tegen Eenzaamheid van 30 september tot en met 7 oktober 2021, organiseerde Coalitie Erbij op 5 oktober de bijeenkomst ‘Eenzaamheid: bijproduct van migratie?’. IDEM Rotterdam was een van de partners die de bijeenkomst mede-organiseerde. NOOM, SKIN, SPIOR en Sol waren de andere partnerorganisaties.  

Op de regenachtige ochtend van dinsdag 5 oktober 2021 druppelden er bijna vijftig professionals en actieve vrijwilligers tegen tien uur Huis van de Wijk De Banier binnen. Ze warmden zich aan een kopje koffie of thee en zochten een plekje in de theaterzaal van De Banier. Nadat Karin Oppelland van IDEM Rotterdam iedereen een warm welkom had geheten, nam Veronique Vaarten het woord namens Coalitie Erbij. De netwerkorganisatie met ruim tachtig partners heeft als doel de betrokkenheid over eenzaamheid onder Rotterdammers te vergroten. Tegengaan van eenzaamheid onder migrantenouderen is daar onderdeel van. 

‘Eenzaamheid hoort bij het leven, waar het problematisch wordt pakken we samen eenzaamheid en sociaal isolement aan.’  

De Lerende Praktijk Migranten 

De Lerende Praktijk Migranten heeft vijf manieren om eenzaamheid onder migranten te verminderen, zo vertelde Hamid Azaimi van SOL. 

  • Participatie onder de doelgroep bevorderen; 
  • Netwerkversterking; 
  • Vrijwilligers betrekken en trainen; 
  • Bekendheid en bewustzijn bij professionals creëren; 
  • Draagvlak voor en bijdragen aan projecten. 

Om dit te bereiken organiseert SOL allerlei activiteiten. Van leersessies tot Whatsappgroepen en van partnerbijeenkomsten tot publiceren van onderzoeken. Maar er zijn ook allerlei kleine dingen die je zelf kan doen, zoals de buurvrouw eens vragen om mee te gaan tuinieren.  

Beeldvorming rondom migranten en vereenzaming 

Onderzoeker Nina Concova, van de Leyden Academy on Vitality and Ageing, gaf een presentatie over beeldvorming rondom migranten en vereenzaming. Concova vroeg het publiek welk beeld iedereen had bij het woord ‘migrantenouderen’. Hiermee liet ze zien dat veel mensen, op basis van wat we zien en horen in de media, een stereotiepe beeld hebben van oudere migranten. In tegenstelling tot wat de meesten verwachtten, is de grootste groep ouderen met een migratieachtergrond in Nederland van Duitse oorsprong.  

Vaak worden mensen met migratieachtergrond gecategoriseerd naar westers of niet-westers. Ook wordt gekeken naar de reden waarom mensen naar Nederland zijn gekomen. Door al die manieren van categoriseren komen deze mensen op een hoop terecht, terwijl hun verhaal en behoeften afhankelijk zijn van de persoon zelf en niet van de groep waartoe ze zouden behoren.  

Uit eigen onderzoek blijkt dat veel ouderen met een migratieachtergrond best tevreden zijn in Nederland. Zo kunnen ze in vergelijking met het herkomstland hier nog veel dingen zelf doen. Onderling is er veel diversiteit in de groep, wat tot gevolg heeft dat niet iedereen met een migratieachtergrond gemakkelijk haar, zijn of hun weg kan vinden. De rol van professionals is daarom belangrijk, want zij zijn het aanspreekpunt als er iets misgaat. 

‘Persoonlijke ontmoeting met ouderen met een migratieachtergrond is een betere manier dan de media om iemands beeld (positief) te beïnvloeden.’ 

In kleine groepen werd gediscussieerd over deze stelling.

Voorstelronde: SPIOR en SKIN 

Eenmaal terug in de zaal, vertelde een vertegenwoordiger van Stichting Platform Islamitische Organisaties Rijnmond (SPIOR) over enkele activiteiten die zij ontplooien om eenzaamheid onder ouderen terug te dringen. Zo is er onder andere het maatjesproject ‘Ouderdom komt met vragen’.  

Een afgevaardigde van SKIN Rotterdam (Samen Kerk in Nederland) de koepelorganisatie van kerken, vertelde over de contacten die kerken onderhouden met hun leden. Omdat het internationale kerken betreft, hebben veel leden een migratieachtergrond. Er worden onder meer mensen getraind om ouderenadviseur te worden en te helpen met praktische zaken.  

Het verhaal achter eenzaamheid 

Naast stereotypen over migrantenouderen die kwalijk kunnen zijn, was mantelzorg een belangrijk thema tijdens deze bijeenkomst. Hanan Nhass, onderzoeker bij Movisie, vertelde meer over dit onderwerp, evenals over de invloed van gender en religie op eenzaamheid. Voor haar rapport ‘Tussen verveling en vereenzaming’ interviewde ze twaalf ouderen met een Marokkaanse achtergrond in hun moedertaal.  

Steeds meer mensen worden oud in een ander land dan waar ze zijn geboren, zo licht Nhass toe in haar presentatie. Op zich hoeft dat geen probleem te zijn, maar 86 procent van de ouderen met een Marokkaanse achtergrond in Nederland heeft een laag inkomen. Voor ouderen met een Turkse achtergrond is dat 76 procent, terwijl het percentage bij autochtone ouderen maar 11 procent is. Dat verschil heeft alles te maken met het arbeidsverleden.  

Armoede kan stress en gezondheidsklachten veroorzaken. Voor migrantenouderen kan het een stuk moeilijker zijn om hun ‘zorgvraag’ te formuleren, want dat vergt een behoorlijk niveau van taalvaardigheid. Een ander opvallend punt uit haar onderzoek is dat veel Marokkaanse vrouwen in Nederland blijven, terwijl hun man remigreert naar Marokko. Dat zorgt voor eenzaamheid bij de achterblijvende partner.  

Een belangrijk aspect uit de presentatie van Hanan Nhass is de rol van geloof. In Nederland is dat niet goed onderzocht, maar het geloof kan beschermen tegen eenzaamheid. In de eerste plaats kan iemand een band met god voelen, waardoor die mensen het gevoel hebben dat ze er niet alleen voor staan. Ten tweede is er in een kerk, moskee, synagoge of tempel vaak een groepsgevoel, waar mensen emotionele en sociale steun kunnen geven en ontvangen.  

Het is voor professionals daarom belangrijk om zich bewust te zijn van het geloof en welke rol dat kan spelen. Het gesprek aangaan over hoe iemand zich voelt, en na het opbouwen van een band over welke rol religie speelt, kan een belangrijke manier zijn om eventuele problemen te signaleren.  

‘Beleid en interventies moeten rekening houden met diversiteit onder ouderen.’

In kleine groepen werd gediscussieerd over deze stelling.

Muzikaal slot

Na de groepsgesprekken werd de bijeenkomst feestelijk afgesloten met live muziek van Carlos Sousa en Teresa Fernandes, onder het genot van een hapje en een drankje.  

Foto’s: Tom Pilzecker

Verslag Kennisatelier over veiliger plekken voor LHBTIQ+-jongeren in Rotterdam

Verslag Kennisatelier over veiliger plekken voor LHBTIQ+-jongeren in Rotterdam

Een afgepakte en in brand gestoken regenboogvlag en anti-homobekladding van een sportschool: de regio werd recentelijk opgeschrikt door verschillende haatreacties tegen de LHBTIQ+-gemeenschap. Extra schrijnend, nu we – na de lockdowns – eindelijk weer uit onze schulp kunnen kruipen. Tijdens het Kennisatelier ‘Out & Proud?!’ op 23 september 2021 gingen bijna veertig professionals met elkaar in gesprek over ‘safer spaces’ voor LHBTIQ+-personen.

Onderzoek van Jennifer de Lange, Rijksuniversiteit Groningen

Jennifer de Lange, promovenda aan de Rijksuniversiteit Groningen, doet onderzoek naar de risicofactoren en beschermende factoren voor suïcidaliteit voor LHBTIQ+-jongeren en -jongvolwassenen. Hieronder worden enkele opvallende bevindingen uit haar onderzoek gedeeld.

  • LHBTIQ+-jongeren hebben een grotere kans op depressie. Dit komt met name door zogenoemde minderheidsstress. Externe factoren als afwijzing, niet erkennen van genderidentiteit, stigma, discriminatie en geweld leiden tot minderheidsstress.
  • Een belangrijke risicofactor voor deze groep is afwijzing door vrienden en/of familie.
  • De onderzochte jongeren en jongvolwassenen kampen met gender- en seksuele micro-agressies: alledaagse subtiele opmerkingen met aannames en vooroordelen die (onbedoeld) kwetsend kunnen zijn.
  • Beschermende factoren tegen suïcide en depressie zijn steun van familie en vrienden en contact met peers.
  • Ouders en hulpverleners hebben behoefte aan ondersteuning: zowel op het vlak van (kennis over) seksuele en genderidentiteit als zelfmoordgedachten.
  • De onderzoekers hebben een pilot gedaan met een online interventie voor LHBTQ+_jongeren met zelfmoordgedachten. Hulpverleners van Praten Online hebben chatsessies gehouden met deze jongeren. De uitkomsten worden in het najaar geëvalueerd en bij goed gevolg worden de chatsessies voortgezet.
  • Spreken over suïcidale gedachten kan via 113.nl of 0800 – 0113.
@lovaeij

Killer body’s, sixpacks of gewoon lekker in je vel zitten: ieder heeft zo eigen redenen om naar de sportschool te gaan. Tegelijk hebben sporters hun ideeën over waarom jij naar de gym gaat, puur op basis van hoe je eruitziet. Romy Rockx had daar last van en besloot daarom maar zelf een gym te openen: in de Queer Gym maakt het niet uit hoe je lichaam eruitziet en met welk doel je komt trainen.  

Lees hier een uitgebreid interview met hem over de Queer Gym.

Ben je benieuwd maar durf je nog niet zelf naar de gym? Romy heeft enkele korte workout-video’s gemaakt voor Space. Ze zijn te vinden in de reels op Instagram!

 

KLAUW COLLECTIVE

 

 

 

“We hebben een ‘preparation room’, waar je je kunt omkleden als je niet in je uitgaansoutfit over straat wil”, zegt … van KLAUW Collective. “Verder zijn er altijd floor angels aanwezig: dat zijn mensen die meedoen met het feest, maar ook fungeren als een extra paar ogen en een aanspreekpunt zijn voor als er iets aan de hand is. Als iemand zich ergens ongemakkelijk bij voelt, dan kunnen ze dat melden bij een floor angel. Ook zijn er verschillende ticketopties, zodat mensen die even krap zitten toch naar een feest kunnen. En het belangrijkste: met iedereen die binnenkomt bespreken we de guidelines. Of je nu al vaak geweest bent of niet, altijd maken we even persoonlijk contact en lopen we de regels nog even door.”

Het Rotterdamse KLAUW Collective organiseert clubavonden waar iedereen veilig zichzelf kan zijn. Tijdens de coronapandemie lanceerden ze een magazine.

sportmee.nl

KONTRA

KONTRA Rotterdam wil kunst en activisme combineren. Zij zijn onder meer de organisatie achter de Slut Walk Rotterdam, die de afgelopen drie jaar op Internationale Vrouwendag heeft plaatsgevonden.

@kuubslife

“We zijn geeky en dorky en dat vinden we fijn!”

Laura van Queer Rotterdam. Meer informatie vind je op hun Facebook-pagina.

“We moeten niet langer alleen maar focussen op ‘abled bodies’. De coronapandemie heeft laten zien dat verschillende mensen wél kunnen meedoen aan digitale bijeenkomsten.”

The Hang-Out 010

“Op jongenout.nl kunnen jongeren chatten met andere jongeren. Er zijn geen hulpverleners, het is puur een omgeving voor jongeren waar ze zichzelf kunnen zijn zonder uitleg te hoeven geven over hun (gender)identiteit. Er zijn ook regionale meetings, waar ze elkaar live kunnen ontmoeten. Na de coronapandemie hebben ze behoefte om weer samen te komen, we plannen de eerste bijeenkomsten op de tweede zondag van oktober.”

Jong & Out

Erasmus Pride

“Erasmus Pride is de LHBTIQ+ safe space van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Het biedt de ruimte voor onze leden om op een gemakkelijke manier vrienden te maken en connecties op te bouwen. Verder is er veel mogelijk voor onze leden om zich verder te ontwikkelen en zichzelf te ontdekken.”

Verslag Kennisatelier inclusie van LHBTIQ+-ouderen

Verslag Kennisatelier inclusie van LHBTIQ+-ouderen

Angst om openlijk te praten over de partner, gêne om te vertellen over seksualiteit of vrees om niet geaccepteerd te worden door buren of medebewoners: LHBTIQ+-ouderen durven niet altijd open te zijn over hun seksuele of genderidentiteit. Daarom kunnen zij extra kwetsbaar zijn, zowel in een zorginstelling of bij zorg aan huis. Tijdens het Kennisatelier ‘Zie de grijze toekomst door een roze bril’ op 1 juli 2021 gingen zo’n dertig professionals en geïnteresseerde Rotterdammers hierover in gesprek.

Herman Boers, trainer, coach en adviseur, opende het Kennisatelier met een toelichting op de ‘alfabetsoep’. Wat betekenen al die letters nou ook alweer? NOS op 3 vatte het samen in deze video.

“Mijn moeder heeft nog tot vijftien jaar geleden geweigerd om een broek te dragen, want dat hoorde niet voor vrouwen.”

Herman Boers geeft een voorbeeld bij de term gender, de culturele invulling van mannelijkheid en vrouwelijkheid.

“Ik heb gelukkige jeugdjaren gehad. Mijn familie was heel gastvrij, iedereen was welkom. Mijn coming-out was binnen mijn familie ook geen enkel probleem. Mijn eerste ervaring met discriminatie was door de overheid. Ik werd afgekeurd voor de militaire dienst: S5 was de conclusie, de ergste mate van instabiliteit, alleen maar omdat ik op mannen val. Het had langdurige gevolgen, omdat je door dat stempel niet meer in aanmerking komt voor een baan bij de overheid. Ik moest mijn aanmelding voor een pedagogische opleiding intrekken. Die stempel heeft de richting van mijn verdere leven bepaald.”

Jan Geerink, vrijwilliger bij het COC en ervaringsdeskundige, deelde zijn persoonlijke verhaal

Onderzoek van dr. Roos Hoekstra-Pijpers

Dr. Roos Hoekstra-Pijpers, universitair hoofddocent aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, sprak over haar recente onderzoek naar thuiswondende LHBT-ouderen. Hieronder worden enkele opvallende bevindingen uit haar onderzoek gedeeld.

  • De levensloop van roze ouderen is anders dan van hetero ouderen. De levensloop is van belang voor de hulpvraag. Bij ziekte of overlijden wordt bijvoorbeeld alleen de familie benaderd, maar niet een mogelijke partner of geliefde van hetzelfde geslacht. 
  • Sommige roze ouderen hebben moeite met nieuwe termen als ‘queer’ of ‘transgender’. Zij hebben het al moeilijk genoeg gehad in de maatschappij en willen het niet nog ingewikkelder maken. Sommigen associëren de nadruk op termen en vlaggen met te veel activisme.
  • Een proactieve en open houding van zorgverleners laat acceptatie van LHBTIQ+-ouderen zien. Hierdoor wordt het voor hen gemakkelijker om hun eigen verhaal te delen.
  • Mogelijk worden kansen gemist om tot meer zinvolle samenwerking te komen tussen verschillende welzijnsorganisaties. Alleen doorverwijzen naar een LHBTIQ+-organisatie op de sociale kaart is niet genoeg. Samenwerking opzoeken in de wijken biedt kansen: veel thuiswonende roze ouderen vinden het fijn als er (subtiele) aandacht is voor het thema tijdens een koffiemoment of ontmoetgelegenheid.

Bijpraten in de Roze Salon

Stichting Humanitas organiseert in Rotterdam met enige regelmaat de Roze Salon (Bergweg) en het Roze Café (Hoogvliet). Hier kunnen LHBTIQ+-ouderen elkaar op een prettige, laagdrempelige manier ontmoeten. En dat hebben ze tijdens de coronapandemie vreselijk gemist, weet Astrid Arts van Humanitas. “Deze groep heeft het tijdens de coronacrisis echt heel erg moeilijk gehad”, vertelt ze. “Gelukkig hebben de gastheren en gastvrouwen van Humanitas wel op alle mogelijke manieren geprobeerd om contact te houden met deze roze ouderen. Bijvoorbeeld door te bellen of door even langs de deur te gaan om iets te brengen. Ook nu zien we dat het voor veel ouderen moeilijk is om weer de deur uit te gaan, ondanks dat de meeste gevaccineerd zijn.

Stichting Humanitas is de eerste stichting in Rotterdam die in 2011 de Roze Loper kreeg, het keurmerk waarmee een organisatie laat zien LHBTIQ+-vriendelijk te zijn. “En eigenlijk zijn er nog steeds niet veel organisaties in Rotterdam met de Roze Loper”, zegt Astrid. “Het laat maar weer zien dat we er met z’n allen eigenlijk nog te weinig mee bezig zijn. Een laagdrempelige manier om te starten met aandacht geven aan dit thema, is de regenboogvlag. Deze vlag is ook voor LHBTIQ+-ouderen heel belangrijk. Dus op belangrijke dagen, zoals Coming Out Day of de Pride, dan hangen we de regenboogvlag uit. Iedereen mag die vlag ophangen, dus dat is een goede tip voor je organisatie.”

Toolkit Roze 50+

Tot slot komt Herman Boers weer aan het woord om te vertellen over de Toolkit Roze 50+. In deze toolkit vind je informatie en tips voor activiteiten om aandacht voor roze ouderen te vergroten. Van informatiebronnen, tot leestips, tot quizzen of filmtips: er zijn volop mogelijkheden om laagdrempelig en tegen lage kosten aandacht te besteden aan LHBTIQ+-ouderen binnen je (zorg)organisatie. De toolkit is op deze pagina te vinden.

Tips

  • Er zijn LHBTIQ+-ouderen in uw organisatie of wijk
  • Stel neutrale, open vragen (Wie is/was uw partner)
  • Let op woordgebruik (stel identiteit voor lichaam; ga mee in zelfbenoeming)
  • Iedereen gelijk behandelen = heteronormatief (er zijn nu eenmaal verschillen tussen hetero-ouderen en LHBtIQ+-ouderen)
  • Aandacht voor levensloop, leefstijl, netwerk, gezondheid
  • Extra aandacht voor privacy/geheimhouding
  • Informeer jezelf, wees zichtbaar, sociale kaart
  • Rotterdam is de Roze Stad van 2022: een mooie aanleiding om meer aandacht te besteden aan roze ouderen

Meer weten?

Hieronder vind je enkele belangrijke websites over dit thema. Wil je meer weten, de presentaties van een van de sprekers ontvangen of een van de genoemde onderzoeken? Neem contact op met Karin Oppelland via k.oppelland@radar.nl 

 

Verslag Kennisatelier: ongelijke behandeling vanwege je uiterlijk

Verslag Kennisatelier: ongelijke behandeling vanwege je uiterlijk

Likes, followers en insta worthiness: in de moderne (online) samenleving lijk je aan steeds meer eisen te moeten voldoen. Een bepaalde kledingmaat, een perfecte huid, een strak lichaam, in fysieke topconditie: dat is toch waar we allemaal naar streven? In het Kennisatelier ‘Spiegeltje, spiegeltje aan de wand… Wie is nou ‘de norm’ in dit land?’ over ongelijke behandeling op basis van je lichaam dat IDEM Rotterdam op donderdag 27 mei 2021 organiseerde, vertelden Redouan Ait Chitt, Loveaij, Gabriëlla van Driel, Kubra Murt en Jolanda Veldhuis over ‘anders zijn’ en hoe dat positief is! 

Redouan Ait Chitt is internationaal bekend breakdancer. Hij mag dan met een aangeboren lichamelijke beperking geboren zijn, dat weerhield hem er niet van om net zo lang door te zetten tot hij bepaalde dingen wel kon. En met succes: tijdens de afgelopen editie van het Songfestival in Rotterdam, danste hij tijdens de opening van de tweede halve finale. 

“Het eerste wat ik als kind wilde doen, was me verstoppen en in de schaduw blijven”, vertelde Redo tijdens het Kennisatelier. “Als ik een vallende ster zag, of de kaarsjes op mijn verjaardagstaart mocht uitblazen, wenste ik dat ik normaal zou zijn. Inmiddels ben ik heel dankbaar dat ik niet hetzelfde ben als alle anderen, maar dat ik ben wie ik ben. Die boodschap hoop ik aan andere mensen door te geven. Vier de verschillen en vind gelijkheid in verschil.”  

@lovaeij

Model en fotografe Lovaeij, ofwel Lotte van Eijk, heeft de genen van haar oma meegekregen en is al haar hele leven dik. Toen haar oma overleed, besloot ze niet haar leven in het teken te laten staan van diëten en ongelukkig zijn. Ze omarmde haar lichaam en verhief het zelfs tot kunstvorm door zichzelf te fotograferen. “Ik besloot om mijn foto’s te verspreiden via Instagram en niet in de kunstwereld, omdat ik juist heel veel mensen wilde bereiken die niet per se makkelijk een museum binnenlopen. Onzekere tieners, moeders die onzeker zijn over hun lichaam: ik wil iedereen inspireren om weer in bikini naar het strand te gaan.”

Gabriëlla van Driel, sportconsulent bij SportMEE Rotterdam Rijnmond, helpt mensen met een beperking om structureel te sporten en te bewegen. Hierbij wordt altijd gekeken naar wat bij iemand past en natuurlijk wat die persoon zelf graag wil doen. Tijdens het Kennisatelier deelde ze een van de mooiste momenten. 

 

“Op een sportkamp van stichting CP-Voetbal Vrouwen, dat ik ooit mee organiseerde, moesten de meiden mee de afwas doen. Maar ze wilden allemaal niet meehelpen. Na een tijdje bleek dat ze thuis de afwas niet móchten doen, omdat er wel eens wat stuk ging of omdat het te lang duurde. Wij wilden toch graag dat ze zouden meehelpen, dus bedachten we een beloning: ze mochten kiezen welke muziek er werd gedraaid, DJ Dishes. De afwas werd een groot dansfeest. Een moeder stond te huilen tijdens het feest: nog nooit eerder had ze haar dochter zien dansen.”

 

Wil jij of je organisatie ook helpen om meedoen mogelijk te maken? Kijk gauw op www.sportmee.nl 

sportmee.nl
@kuubslife

Kubra Murt belandde door een dwarsleasie na een ernstig auto-ongeluk in een rolstoel. Omdat haar zusje ook al in een rolstoel zat, voelde ze zich schuldig tegenover haar ouders. Ze wilde bewijzen dat ze zelfstandig kan leven. Ze herontdekte zichzelf en focust op wat ze allemaal kan. “Ik blijf altijd denken aan de kracht van ‘nog’: misschien kan ik iets nu nóg niet, maar later wel.” 

Via Instagram inspireert Kubra anderen in een rolstoel. 

Onderzoek van Jolanda Veldhuis

Dr. Jolanda Veldhuis doet aan de Vrije Universiteit van Amsterdam onderzoek naar de relaties tussen social media, lichaamsidealen en lichaamsbeeld van jongeren. Hieronder zijn enkele opvallende punten uit haar onderzoek weergegeven.

 

Wat is de impact van lichaamsidealen in de media op het lichaamsbeeld (van jongeren)?

• lichaamsontevredenheid
• verstoringen in lichaamsbeeld
• bezorgdheid over uiterlijk
• geobjectiveerd lichaamsbewustzijn
• depressie
• ongezond zelfregulerend gedrag voor controle van gewicht, zoals verstoord eet- en beweeggedrag

Kunnen (sociale) media ook een positieve impact hebben?

Ja! Ze kunnen inspireren, motiveren en een gevoel geven van ‘body improvement’ en haalbaarheid van een ideaal. Jolanda benadrukt hierbij wel dat er vele individuele verschillen zijn.

Als (social) media ook positieve invloed kan hebben op het lichaamsbeeld van jongeren, kunnen we dit dan sturen?

Dat kan! De context bij een afbeelding is van groot belang, zoals de afzender, het onderschrift, aantal likes en de commentaren. De context kan een sturende rol hebben: door te normaliseren of nuanceren in informatielabels, bijvoorbeeld ‘deze vrouw heeft ondergewicht’. Een aanvullende waarschuwingstekst, daarentegen, zou niet veel effect hebben.

Lees- en kijktips

  • Sabrina Strings – Fearing the black body 
  • Michael Pilarczyk – Master your mindset
  • Jay Shetty – Denk als een monnik
  • Yasmin Mogahed – Win je hart terug
  • Hakan Mengüç – Kalbin temizse hikayen mutlu biter

 

Verslag online Kennisatelier: Seksuele intimidatie, niks bijzonders?

Verslag online Kennisatelier: Seksuele intimidatie, niks bijzonders?

Wat is eigenlijk de impact van seksuele intimidatie op levens van mensen? Hoe herken je het als professional en hoe ga je er op een goede manier mee om? Daar gingen Rotterdamse professionals over in gesprek tijdens het online Kennisatelier ‘Seksuele intimidatie, niks bijzonders’ op donderdag 29 april. Het uiteindelijke kennisatelier verschilde iets van het aangekondigde programma, maar het onderwerp werd vanuit verschillende relevante perspectieven belicht. Er hadden zich maar liefst 59 mensen aangemeld voor het Kennisatelier.

Ambrien Moeniralam, die als eerste spreker was aangekondigd, kon niet aanwezig zijn. Ter vervanging gaf Nienke de Wit, onderzoekster bij IDEM, een presentatie over seksuele straatintimidatie. Middels foto’s en teksten heeft zij de aanwezigen laten kennismaken met wat je op straat allemaal te horen kan krijgen als vrouw. Een deel van de foto’s kwam van het Instagram-account @Catcallsofrot, waar foto’s op geplaatst worden van op straat gekrijte teksten: uitspraken waar vrouwen dag in dag uit op straat mee te maken krijgen in Rotterdam.

De Catcalls-teksten die op straat worden gekrijt vormen inmiddels een deel van een internationale beweging tegen straatintimidatie. Victim blaming en slutshaming zijn aspecten van seksuele intimidatie die aan de kaak gesteld worden. Het zijn maar enkele van de vele negatieve aspecten van straatintimidatie die tijdens het Kennisatelier kort zijn toegelicht.

Veiligheid

Ervaringsdeskundige en studente aan de Hogeschool Rotterdam Sarah Dijkstra, vertelde haar persoonlijke verhaal als queer vrouw. Ze gaf de deelnemers van het Kennisatelier een inkijkje in haar dagelijkse realiteit. Vooral het gevoel van veiligheid verdwijnt door seksuele intimidatie in de openbare ruimte als sneeuw voor de zon.

De derde spreker was Gert-Jan Verboom, die is verbonden aan Dona Daria. Hij vertelde over drie projecten in de Rotterdamse wijken Delfshaven, Rozenburg en Feyenoord, waarbij wordt geprobeerd om met de jongeren zelf een oplossing voor straatintimidatie te vinden. Vervolgens gingen alle deelnemers tijdens verschillende break-outrooms met elkaar in gesprek. Na een korte pauze kreeg Lisanne Oldekamp, beleidsadviseur en projectleider ‘aanpak seksuele straatintimidatie’ bij gemeente Rotterdam, het woord. Zij presenteerde het nieuwste onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam naar seksuele straatintimidatie. De treurige uitkomst was dat er geen verandering is opgetreden ten aanzien van de ervaren straatintimidatie ten opzichte van het eerste onderzoek hierover uit 2016. Nog steeds krijgt 84% vrouwen tussen de 18 en 45 in Rotterdam krijgt te maken met seksueel getint gedrag en 47% met seksuele straatintimidatie (Fischer & Vanderveen, 2021). De gemeente voert verschillende campagnes om het probleem aan te pakken. De hoop is dat daders binnenkort beboet kunnen worden. In dit artikel beantwoordt zij vijf prangende vragen over seksuele straatintimidatie.

Exposen

Krista Schram was de laatste spreker van het Kennisatelier. De lector Publiek Vertrouwen in Veiligheid, van hogeschool Inholland, heeft onderzoek gedaan naar online exposen: jongens plaatsen naaktbeelden van meisjes en jonge vrouwen op sociale media, met als doel hen te ‘ontmaskeren’ en aan de schandpaal te nagelen. Haar onderzoeksvraag luidde: ‘Wat is de impact van exposen voor vrouwelijke studenten van Hindoestaanse, Marokkaanse en Turkse afkomst in het hbo en in hoeverre vinden zij interventies wenselijk om deze te voorkomen of te beperken?’

Exposen is voor haar een nieuwe vorm van een high impact crime. Haar conclusie is dat er weinig kennis is over sexting, seksueel getinte berichtjes versturen, bijvoorbeeld een naaktfoto naar een geliefde. Er zou dan ook meer voorlichting moeten komen voor ouders en professionals op basisscholen en in het middelbaar onderwijs. In de laatste twee break-outrooms werden er veel vragen gesteld over dit onderwerp. Het was duidelijk dat er nog veel te leren valt.

Michel van Erp, van vakbond Nu’91, moest zich helaas afmelden voor het Kennisatelier vanwege ziekte. Wij wensen hem heel veel beterschap.

Op de hoogte blijven?   

Lijkt zo’n Kennisatelier jou ook interessant en nuttig? Wil je daarom op de hoogte blijven van alle events en bijeenkomsten van IDEM Rotterdam? Meld je aan bij ons netwerk en schrijf je in voor de nieuwsbrief!     

Verslag online Kennisatelier: Dakloze (v, x) zoekt opvang

Verslag online Kennisatelier: Dakloze (v, x) zoekt opvang

Dakloosheid is een mannenprobleem. Althans, dat zou je denken als je de cijfers mag geloven: van de 40.000 dak- en thuislozen die het CBS in 2019 telde, was 11 procent vrouw. Maar uit een analyse van de Rotterdamse onderzoekster Catelijne Akkermans blijkt dat niet alleen de cijfers nuancering behoeven, maar ook de aanpak van dakloosheid bij vrouwen. In het online Kennisatelier ‘Dakloze (v, x) zoekt opvang’ van 25 maart 2021 gingen professionals hierover met elkaar in gesprek. Hoe kan de opvang beter geregeld worden voor álle genders? 

Een gendersensitieve bril 

Het wordt volgens onderzoekster Catelijne Akkermans tijd om met een gendersensitieve bril naar de dak- en thuislozenopvang te kijken. Zowel vrouwen als LHBTIQ+-personen vormen een blinde vlek binnen preventie en beleid. Vrouwen zijn volgens Akkermans inventiever in het omgaan met dak- en thuisloosheid, en slapen bijvoorbeeld eerder bij vrienden of kennissen. Hierdoor worden zij niet meegeteld in de officiële cijfers, en is er te weinig aandacht voor hun problematiek. “Vrouwen zorgen minder vaak voor overlast, waardoor ze minder vaak in beeld zijn”, licht ze toe. Vaak bewandelen vrouwen andere routes dan mannen. “Mannen doen een groter beroep op de verslavingszorg, terwijl vrouwen vaker aankloppen met psychische problemen. Door een kokervisie te hebben op ‘dakloosheid’, vallen een heleboel mensen buiten de boot.”  

Bovendien zijn vrouwen kwetsbaarder voor fysiek en seksueel geweld. “Vrouwen blijven in een gewelddadige relatie om een dak boven hun hoofd te houden”, licht Akkermans toe. “Of vanwege de kinderen. Vaak kunnen ze niet bij familie of kennissen terecht, omdat die dan worden gekort op hun uitkering. Dat weerhoudt mensen ervan om opvang te bieden.” Preventie en beleid moeten hierop inspelen en geschikte, inclusieve opvang bieden, is de conclusie.  

Vrouwenopvang in Rotterdam 

Jaantje van Ginkel, regiomanager bij het Leger des Heils, vertelt over de vrouwenopvang in Rotterdam. Sinds de komst van corona neemt de vraag voor een plek in de opvang onder vrouwen toe. Zelfs zoveel, dat er een aparte locatie voor vrouwen was ingericht. Hoewel sommigen de gemengde opvang gezelliger vonden, gaat er volgens Van Ginkel veel meer rust uit van een vrouwenopvang. De vrouwen voelen zich veiliger en kunnen opener praten over allerlei onderwerpen.  

Dat geldt ook voor medische onderwerpen. “In de vrouwenopvang wordt opener gesproken over onderwerpen als soa’s, een kinderwens of anticonceptie”, legt Van Ginkel uit. “De medische zorg verbetert op deze manier, omdat we hierdoor eerder hulp kunnen bieden. Zo blijven vrouwen bijvoorbeeld langer bij ons in beeld en kunnen we beter begeleiden bij zaken als het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker.”  

Geen aansluitende zorg 

Ervaringsdeskundigen Jolanda en Anja vertellen tijdens het Kennisatelier hoe het voor hen was om dakloos te zijn. Jolanda benadrukt hoe eenzaam zij was, en hoeveel steun haar huisdieren aan haar konden geven. Aan haar werd verteld dat er alleen plek in een opvang was als ze haar huisdieren weg zou doen. Voor haar was dit geen optie: “Alles ben ik kwijt, en dan ga je me vragen of ik m’n dieren weg wil doen.” Ze is bezig een eigen opvang te starten, waar daklozen met hun dieren terecht kunnen. IDEM sprak haar hier eerder over in een interview.  

Anja geeft aan dat ze al thuisloos is sinds ze twee jaar is. Ze werd gedurende haar leven meermalen dakloos, en heeft 2,5 jaar in een kapotte caravan gewoond. Ze ontving niet de hulp die ze nodig had, maar ze bleef knokken voor zichzelf. Anja heeft nu een woning. De aanwezigen waren zichtbaar aangedaan door de persoonlijke verhalen van deze krachtige vrouwen. 

Zorg voor dakloze LHBTIQ+-jongeren  

Volgens onderzoek zijn LHBTIQ+-jongeren oververtegenwoordigd in de dak- en thuislozengroep. Onderzoeker Afiah Vijlbrief noemt het een vergeten groep, die te maken krijgt met een extra stigma bovenop hun dakloosheid. “Een kwart van de jongeren die we spraken voor het onderzoek, durft niet goed te praten over hun seksuele of genderidentiteit, uit angst om niet geaccepteerd te worden door hulpverleners”, aldus Vijlbrief.  

Er is op dit moment binnen de hulpverlening te weinig oog voor gender- en seksuele diversiteit en handelingsverlegenheid onder professionals. “Andere tips zijn om inclusievere vragen te stellen, bijvoorbeeld open vragen over iemands genderidentiteit”, zegt Vijlbrief. “Blijf bij de benaming die de persoon zelf gebruikt en zorg dat je op de hoogte bent van de sociale kaart van je omgeving, zodat je indien nodig op de juiste manier kan doorverwijzen.” Tot slot benadrukt Vijlbrief het belang van ‘safe spaces’ voor dak- en thuisloze LHBTIQ+-jongeren: door speciale opvang te realiseren kunnen deze jongeren veilig onderdak krijgen. 

Kijk-, lees- en luistertips 

Op de hoogte blijven?    

Lijkt zo’n Kennisatelier jou ook interessant en nuttig? Wil je daarom op de hoogte blijven van alle events en bijeenkomsten van IDEM Rotterdam? Meld je aan bij ons netwerk en schrijf je in voor de nieuwsbrief!