Nieuwe coalitie: meer focus op tegengaan discriminatie

Nieuwe coalitie: meer focus op tegengaan discriminatie

Leefbaar Rotterdam, VVD, D66 en Denk zijn de vier partijen die de nieuwe coalitie hebben gevormd in Rotterdam. De komende vier jaar gaan zij onze mooie stad besturen. In het coalitieakkoord krijgt het tegengaan van discriminatie een belangrijke plek. IDEM Rotterdam licht enkele belangrijke punten uit.

“Onze gedeelde identiteit als Rotterdammer, dat is waar wij ons op richten, met respect voor de verschillen.”

Inclusie

  • De gemeente voert de strijd tegen racisme en discriminatie op en maakt hier extra middelen voor vrij. De aanpak wordt verbreed en er komt extra capaciteit voor discriminatiebestrijding.
  • De gemeente werkt aan meer veiligheid, voorlichting, zichtbaarheid en afstemming van/met LHBTIQA+ personen in Rotterdam.
  • De gemeente maakt afspraken met maatschappelijke organisaties en met partners in het uitgaansleven en op de huizen- en arbeidsmarkt over maatregelen om extremisme, discriminatie en racisme terug te dringen. Er wordt samengewerkt met de politie aan het vergroten van de meldings- en aangiftebereidheid.
  • Bedrijven en organisaties die aantoonbaar en onherroepelijk zijn veroordeeld voor discriminatie, sluiten wij voor een periode van vijf jaar uit van samenwerking met de gemeente.
  • De gemeente staat voor de gelijkwaardigheid van man en vrouw, daarom werken ze samen met organisaties in de stad aan de emancipatie-agenda waarbij niet alleen vrouwenemancipatie centraal staat, maar ook anti-discriminatie, diversiteit en emancipatie van LHBTIQA+ personen.
  • Algoritmen van de gemeente worden periodiek doorgelicht op discriminatie. De gemeente is open over de toepassing van algoritmen. De gemeente past geen algoritmen toe die direct of indirect beslissingen baseren op gegevens die terug te voeren zijn naar afkomst.
  • De gemeentelijke organisatie spant zich in om het personeelsbestand een afspiegeling te laten zijn van de brede samenleving.

Koloniale geschiedenis

  • Samen met de gemeenschappen van Rotterdam geeft de gemeente invulling aan het stadsprogramma ‘Een gedeelde geschiedenis’, dit programma loopt tot 2024 door. In 2023 wordt bijzondere aandacht geschonken aan de herdenking van 150 jaar slavernijverleden.
  • Straatnaamborden of beelden die refereren aan het koloniaal verleden blijven staan. Wel worden QR-codes geplaatst die een toelichting geven bij alle straatnamen, beelden of andere historische verwijzingen en objecten.

Nieuwkomers

  • De gemeente neemt als stad de verantwoordelijkheid in de opvang van statushouders die door het Rijk worden toegewezen aan Rotterdam. Rotterdam kent echter al vele uitdagingen. Daarom start de gemeente een lobby richting het Rijk om als Rotterdam een eerlijke bijdrage te leveren voor de taakstellingen voor de huisvesting van statushouders: niet langer naar inwoneraantal, maar naar draagkracht, zodat Rotterdam meer wordt ontzien dan nu het geval is.
  • Om nieuwkomers zo snel mogelijk op eigen benen te laten staan, zo snel mogelijk de taal te laten leren en te voorkomen dat ze terecht komen in een sociaal isolement, wordt het aantal leerwerktrajecten bij de gemeente Rotterdam opgeschaald. Daarbij krijgen statushouders begeleiding, een baan bij (een partner van) de gemeente (als bijvoorbeeld beveiliger, automecanicien of dienstverleningsmedewerker) en bijvoorbeeld een passende opleiding. Na afronding van het leerwerktraject stromen zij daarna verder de gemeentelijke organisatie in, of slaan hun vleugels uit op de arbeidsmarkt.

Onderwijs

  • De gemeente zet zich maximaal in voor een veilige school/werkomgeving voor leraren en leerlingen, waar docenten en leerlingen zichzelf kunnen zijn.
  • De gemeente gaat met scholen en bedrijven in gesprek over een succesvolle aanpak tegen en bewustwording van stagediscriminatie. Ook de gemeente neemt hierin haar verantwoordelijkheid: er komen 1.000 stageplekken per jaar, waarvan een kwart voor mbo-leerlingen.

Zorg en welzijn

  • De gemeente wil radicaal inzetten op de menselijke maat. En op zorg die aansluit bij behoeften van Rotterdammers, onder andere door meer werk te maken van cultuursensitieve zorg. Zoals het serveren van koosjer of halal eten in zorginstellingen of zorg verlenen in de taal van herkomst bij dementerende ouderen. Dit gaat ook om het ondersteunen van ‘roze ouderen’. Of het nu gaat om jeugdzorg, ouderenzorg, thuiszorg of huishoudelijke hulp: de mens dient hierin centraal te staan.
  • Huizen van de Wijk vervullen een belangrijke sociale functie in de wijk door het organiseren van activiteiten voor jong en oud. De sociale functie van de Huizen van de Wijk wordt versterkt. Activiteiten dienen geen exclusief karakter te hebben en breed toegankelijk te zijn, waarbij samenzijn wordt bevorderd.
  • Rotterdam wordt de meest dementievriendelijke gemeente van Nederland. Hiertoe wordt samen met partners in de stad een gemeentelijk actieplan voor omgang met dementie opgesteld.

Sport en cultuur

  • Sportvoorzieningen moeten ook toegankelijk en beschikbaar zijn voor mensen met een beperking.
  • Migratie is een onderdeel van de geschiedenis van Rotterdam. De gemeente verwelkomt dan ook het FENIX Landverhuizersmuseum in onze stad.

Lees het volledige coalitieakkoord op de website van de gemeente.

Wij stoppen met de termen hoog- en laagopgeleid

Wij stoppen met de termen hoog- en laagopgeleid

Zonnepaneleninstallateurs, vrachtwagenchauffeurs of kassamedewerkers: stuk voor stuk beroepen die essentieel zijn in onze samenleving. Net zo van belang als de chirurg, advocaat of architect. Degene met een universitaire opleiding is niet beter dan diegene met een diploma in het middelbaar beroepsonderwijs. Waarom zouden we dan termen gebruiken die suggereren dat het een ‘boven’ het ander staat?

Al enkele jaren laait de discussie over de termen hoog- en laagopgeleid op. In 2016 pleitte Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, in Trouw voor het afschaffen van de termen ‘hoog’ en ‘laag’ als het om opleidingen gaat. Het CBS schreef een uitgebreid artikel over de discussie of praktisch en theoretisch opgeleiden een beter alternatief is. Women Inc., de organisatie die zich inzet voor vrouwen, maakte op 25 mei bekend te stoppen met de termen hoog- en laagopgeleid. IDEM Rotterdam wil graag dat voorbeeld volgen.

Waarom niet?

Het jarenlange gebruik van de termen hoog- en laagopgeleid hebben bijgedragen aan een tweedeling in de samenleving. Iedere leerling zou naar het hoogst haalbare moeten streven, of zij/hij/hen dat nou leuk vindt of niet. Inmiddels kampen veel studenten met burn-outs vanwege de hoge prestatiedruk en is er een tekort aan technisch geschoolde mensen.

Natuurlijk zijn deze termen echt niet de enige oorzaak voor deze problemen, maar ze dragen ook niet bij aan de oplossing: termen gebruiken die gelijke waardering uitdrukken voor alle opleidingsniveaus.

Hoe dan wel?

De termen hoog- en laagopgeleid suggereren dat er maar twee mogelijkheden zijn qua opleiding. Er zijn echter talloze verschillende mogelijkheden als het om scholing gaat. Daarom is het belangrijk om zo concreet mogelijk te zijn, zonder onbewust of impliciet waardeoordeel.

Is het niet mogelijk om heel precies te zijn? Bijvoorbeeld omdat je het hebt over een hele groep? Dan is het advies om te spreken over praktisch opgeleide mensen of theoretisch opgeleide mensen. En laten we eerlijk zijn, de een kan niet zonder de ander!

Student

Waar bij studenten vooral gedacht wordt aan mensen die naar de universiteit of hogeschool gaan, wil Women Inc. dit patroon doorbreken door ook mbo-studenten onder deze noemer op te nemen. Wederom om een waardeoordeel te vermijden. Iedereen die studeert, op welk niveau dan ook, is student.

Doe je mee?

Wil je ook de afstand tussen mensen van verschillende opleidingsniveaus helpen verlagen? En zo de samenleving een stapje inclusiever maken? Gebruik dan voortaan ook praktisch en theoretisch opgeleid als het nodig is om onderscheid te maken. Zo niet, wees dan zo concreet mogelijk!

Meer weten?

Nieuw in de Kennisbank: Opvattingen over seksuele en genderdiversiteit in 2022

Nieuw in de Kennisbank: Opvattingen over seksuele en genderdiversiteit in 2022

Iedere maand wordt onze Kennisbank aangevuld met de nieuwste onderzoeken en publicaties op het gebied van inclusie, discriminatie en (LHBTIQ+)emancipatie. In de rubriek ‘Nieuw in de Kennisbank’ lichten we iedere maand een van de onderzoeken uit. Deze keer een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau: Opvattingen over seksuele en genderdiversiteit in Nederland en Europa 2022.

De afgelopen vijftien jaar zijn Nederlanders positiever gaan denken over homo- en biseksualiteit. Vooral ten opzichte van andere landen in Europa zijn Nederlanders positief, al denken ze er in IJsland nog positiever over. Dat blijkt uit het SCP-onderzoek Opvattingen over seksuele en genderdiversiteit in Nederland en Europa 2022.

Intimiteit ligt gevoelig

Voor dit onderzoek worden verschillende databronnen geanalyseerd om de opvattingen van de Nederlandse bevolking te bestuderen en om te zien welke veranderingen daarin plaatsvinden. Ondanks dat mensen steeds positiever kijken naar homo- en biseksualiteit, ligt intimiteit tussen twee mensen van hetzelfde geslacht nog gevoelig. De acceptatie van transgender personen blijft eveneens achter.

De positievere houding van de afgelopen vijftien jaar zien we terug in tolerantere opvattingen van Nederlanders over lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders (LHBT personen). Bijvoorbeeld als het gaat om gelijke rechten om te trouwen, een kind te adopteren of om de acceptatie van een LHBT-kind. Daarbij zijn opvattingen over homo- en biseksualiteit en seksuele diversiteit in diverse lagen van de bevolking zichtbaar positiever geworden. Dat is bijvoorbeeld ook te zien bij groepen mensen die gemiddeld minder positief denken over LHBT personen, zoals ouderen en religieuze mensen.

Kanttekeningen

Hoewel de opvattingen over seksuele en genderminderheden dus grotendeels positief zijn, plaatsen de auteurs van dit onderzoek hierbij wel kanttekeningen. Naast de constatering dat de afgelopen paar jaar geen verdere toename van positieve opvattingen over homo- en biseksualiteit is te zien, is een minder groot deel van de Nederlanders uitgesproken positief in hun opvattingen over transgender personen. Bijna een op de tien Nederlanders zou het een probleem vinden als hun kind op school les zou krijgen van een transgender docent. En het deel met neutrale opvattingen, dus niet positief maar ook niet expliciet negatief, is relatief groot.

Een andere kanttekening is dat er vanuit de LHBT-gemeenschap minder positieve signalen komen over hun (dagelijkse) ervaringen. En dat heeft invloed op hun mentale gezondheid en hun leefsituatie. Uit een recent SCP-onderzoek (Wat maakt het verschil?) blijkt bijvoorbeeld dat LHB jongeren relatief vaak worden gepest en dat zij een minder goede band met leraren, klasgenoten en familieleden ervaren dan heteroseksuele scholieren.

Ben je benieuwd welke andere titels deze maand zijn toegevoegd aan de Kennisbank? Kijk dan snel naar de hele update.

Meer discriminatiemeldingen door coronamaatregelen

Meer discriminatiemeldingen door coronamaatregelen

Antidiscriminatievoorziening RADAR heeft in 2021 458 meldingen van discriminatievoorvallen ontvangen in het gebied van de politie-eenheid Rotterdam. Dat is 12 procent meer dan in het jaar ervoor. De extra meldingen gaan voor een groot deel over de coronamaatregelen, zoals de mondkapjesplicht en het coronatoegangsbewijs. De politie registreerde 908 incidenten waarin discriminatie een rol speelt, een stijging van 2 procent.

Dat blijkt uit de monitor Discriminatie politie-eenheid Rotterdam 2021. In de monitor zijn de meldingen bij RADAR, de registraties door de politie en verzoeken om een oordeel bij het College voor de Rechten van de Mens opgenomen.

Coronamaatregelen

RADAR kreeg veel meldingen binnen van inwoners met principiële bezwaren tegen coronavaccinaties en het coronatoegangsbewijs (QR-code). Ruim 50 melders voelden zich gediscrimineerd omdat zij zonder QR-code geen toegang kregen tot horecagelegenheden, sportvoorzieningen en evenementen, of omdat zij als ongevaccineerde anders behandeld werden. Ook kwamen meldingen binnen van mensen die om medische redenen geen mondkapje kunnen dragen en toch werden geweigerd. Ook de politie registreerde enkele incidenten met winkels en zorgverleners die de uitzondering op de mondkapjesplicht niet erkenden.

Meest gemeld

Bijna de helft van de meldingen bij RADAR en de politieregistraties gaat over discriminatie op grond van herkomst. De arbeidsmarkt is het terrein waarop de meeste gemelde incidenten plaatsvinden (1 op de 5), gevolgd door commerciële dienstverlening (ongelijke behandeling of discriminerende bejegening door winkels, banken, verzekeraars of vervoersbedrijven) en collectieve voorzieningen (door melders die zich gediscrimineerd voelen door zorgaanbieders en gemeentelijke instanties). Ook over het terrein huisvesting kwamen meldingen binnen. Meerdere woningzoekende melders voelden zich vanwege hun afkomst ongelijk behandeld door verhuurders.

RADAR ontving verder meer meldingen over de grond nationaliteit dan in 2020. Deze meldingen kwamen van mensen zonder Nederlandse identiteitspapieren of met een tijdelijke verblijfsvergunning. Zij voelden zich uitgesloten omdat zij bijvoorbeeld geen telefoonabonnement konden afsluiten, bankrekening konden openen of woonruimte mochten huren.

College voor de Rechten van de Mens

Het College voor de Rechten van de Mens ontving 128 verzoeken om een oordeel van inwoners uit het gebied van de politie-eenheid Rotterdam. In 2020 waren dit er 86. De meeste verzoeken gingen over discriminatie op grond van leeftijd en herkomst. Over 13 zaken bracht het College een oordeel uit, waarvan in 7 gevallen sprake was van verboden onderscheid.

Over de Monitor Discriminatie 2021

De Monitor Discriminatie 2021 is samengesteld op basis van meldingen bij antidiscriminatievoorzieningen, politieregistraties van discriminatie-incidenten en verzoeken bij het College voor de Rechten van de Mens. Hierdoor geeft de monitor een zo compleet mogelijk beeld van de ontwikkeling van discriminatie-incidenten in het gebied van de politie-eenheid Rotterdam. Desondanks ligt het aantal incidenten in werkelijkheid een stuk hoger dan de in de monitor genoemde cijfers. Onderzoek toont aan dat slechts 3 procent van de discriminatie-ervaringen wordt gemeld bij een instantie die discriminatie registreert.

Deze monitor bestaat uit een interactieve pdf. Sommige webbrowsers geven deze rapportage niet goed weer. U kunt dan de online versie lezen. Voor de weergave met de hoogste kwaliteit gebruikt u Acrobat Reader.

Inclusieve opvoedondersteuning: aanbevelingen voor professionals

Inclusieve opvoedondersteuning: aanbevelingen voor professionals

Een kind opvoeden is niet gemakkelijk en al helemaal niet in onze individualistische samenleving. In Rotterdam zijn er allerlei organisaties waar ouders terecht kunnen voor vragen over en ondersteuning bij opvoeding. De vraag is of alle ouders die hulp nodig hebben, daar ook gebruik van maken. IDEM Rotterdam onderzocht hoe de opvoedondersteuning in Rotterdam inclusiever kan. Op basis daarvan deelt onderzoeker Bauke Fiere enkele aanbevelingen op dit thema.

Meer dan de helft van de gezinnen die gebruik maakt van opvoedondersteuning in Rotterdam heeft volgens de professionals een biculturele achtergrond. Opvoedondersteuners zien verschillende drempels in het bereiken van specifieke biculturele gezinnen. Er is een taalbarrière voor ouders die de Nederlandse taal beperkt beheersen en onvoldoende kennis van de infrastructuur van de hulpverlening bij ouders die pas kort in Nederland zijn. Door veel gebruik te maken hun netwerk, outreachend te werken en rekening te houden met taal in de communicatie proberen professionals deze drempels te verlagen.

Binnen de Rotterdamse opvoedondersteuning wordt op verschillende manieren aandacht geschonken aan cultuursensitief werken en een inclusief aanbod. Zo is er bij sommige interventies lesmateriaal beschikbaar in verschillende talen en wordt een enkele cursus ook in een andere taal aangeboden. Daarnaast zetten de opvoedondersteuners in op maatwerk en een open houding, zonder oordeel over de opvoedstijl van ouders. De professionals zien echter mogelijkheden om het aanbod van opvoedondersteuning inclusiever te maken en het bereik te vergroten.

Taalbarrière

Veel opvoedondersteuners zien de taalbarrière als een belangrijke drempel voor ouders die de Nederlandse taal niet of beperkt beheersen, waardoor zij beperkter deelnemen. Om beter aan te sluiten bij deze doelgroep, moet ingezet worden op het versimpelen van het taalgebruik en het aanbieden van interventies in andere talen. Ook het wervingsmateriaal voor ouders dient hierin meegenomen te worden. Verschillende professionals benoemen dat in bestaande methodieken veel gebruik gemaakt wordt van geschreven tekst, wat ook voor laaggeletterde ouders een drempel is. Door meer gebruik van beeld en eenvoudige taal wordt het aanbod laagdrempeliger.

Vaardigheden

Ook het vergroten van de kennis en vaardigheden van professionals op het gebied van cultuursensitief en inclusief werken is belangrijk om opvoedondersteuning inclusiever te maken. Veel professionals geven zelf  aan behoefte te hebben aan deskundigheidsbevordering op dit gebied. Ze vinden dat zij zelf en/of hun collega’s nog te weinig kennis en vaardigheden hebben over inclusief werken. Een manier om dit te doen is om meerdere trainingen of een cursus cultuursensitief werken op te nemen in het standaard bijscholingsaanbod en dit ook verplicht te maken. Om daadwerkelijk cultuursensitief te werken, is een eenmalige workshop niet voldoende. Het is daarom noodzakelijk om hier structureel aandacht aan te besteden.

Divers team

Over het algemeen zijn de teams van opvoedondersteuners in Rotterdam weinig divers. Veel professionals zijn vrouw. Ook hebben zij veel minder vaak een biculturele achtergrond dan de doelgroep waar zij mee werken. Een meer divers team brengt meerdere perspectieven op tafel, wat de kwaliteit van de dienstverlening bevordert. Daarnaast sluiten biculturele professionals soms beter aan bij biculturele ouders, omdat zij zelf ervaring hebben met opgroeien (en soms ook opvoeden) in een biculturele context. Ook weten professionals met een biculturele achtergrond soms makkelijker ouders met dezelfde achtergrond te bereiken. Bijvoorbeeld omdat ouders zich meer herkennen in deze professional. Mannelijke opvoedondersteuners bereiken mogelijk meer vaders. Het is dus aan te bevelen om in te zetten op meer diversiteit onder opvoedondersteuners. Dit zou bijvoorbeeld kunnen door objectief te selecteren en een inclusieve vacaturetekst te gebruiken (KIS, 2021).

Maatwerk

Veel professionals vinden het belangrijk om maatwerk te leveren. Sommige van hen ervaren bepaalde evidence-based methodieken als een belemmering voor maatwerk en inclusiviteit. De methodieken zijn erg geprotocolleerd, waardoor het minder makkelijk is om aansluiting te vinden bij ouders. Maatwerk is echter lastiger meetbaar te maken. De gemeente moet daarom minder nadruk leggen op de bewezen effectiviteit van de gebruikte methodieken.

Communicatie

Verschillende opvoedondersteuners benoemen dat er in beeldmateriaal rekening wordt gehouden met verschillende culturele achtergronden van gezinnen. Er kan volgens enkele opvoedondersteuners nog wel meer aandacht komen voor diverse gezinsvormen. Dit zou kunnen door ook afbeeldingen van LHBTIQ+-ouders te gebruiken en door aandacht te schenken aan alleenstaande ouders.

Vaders

Om meer vaders te bereiken voor opvoedondersteuning kan ingezet worden op een specifiek aanbod. Daarnaast kan gedacht worden aan meer bewustwording bij hulpverleners om ook vaders door te verwijzen voor een vorm van opvoedondersteuning.

Sleutelfiguren

Meer investeren in sleutelfiguren en netwerkcontacten draagt bij aan een breed bereik onder ouders. Dit kost veel tijd, maar opvoedondersteuners ervaren dat dit veel oplevert.


Subsidie beschikbaar voor projecten over slavernijverleden

Subsidie beschikbaar voor projecten over slavernijverleden

Heb jij een idee voor een project over het koloniaal en slavernijverleden? Wil jij een bijzonder verhaal vertellen uit die tijd? Of laten zien hoe het slavernijverleden doorwerkt in het heden? Dan kun je tot 8 juli een subsidie aanvragen voor een project van maximaal 25.000 euro.

Het Rotterdam van nu kent een rijke geschiedenis. Het koloniaal en slavernijverleden is een belangrijk onderdeel van die geschiedenis. Zonder dat deel van het verleden, was Rotterdam een andere stad geweest. Om meer Rotterdammers kennis te laten maken met die geschiedenis, is er subsidie beschikbaar voor ‘Toen en nu’, ofwel projecten over het koloniaal en slavernijverleden.

Bijdragen aan kennis

Culturele, informatieve en/of educatieve projecten komen voor subsidie in aanmerking. Een van de voorwaarden is dat je project bijdraagt aan kennis over het koloniaal en slavernijverleden van Rotterdam, maar ook dat het Rotterdammers aanzet om hierover in gesprek te gaan. Meer informatie over ‘Toen en nu’ en de voorwaarden vind je op de website van de gemeente.

Ambassadeurs

Om het koloniaal en slavernijverleden op de kaart te zetten, zijn verschillende ambassadeurs gevraagd om ‘Toen en Nu’ onder de aandacht te brengen. De ambassadeurs zijn: Zaïre Krieger, Joenoes Polnaija, Gavin Viano, Dennis Bijleveld, Sharmila Vooren en Carina Fernandes. Neem vooral een kijkje op hun socialemediakanalen om inspiratie op te doen!