Marsha Man: ‘rEBEL LUCY rekent af met schadelijke gendernormen’

Marsha Man: ‘rEBEL LUCY rekent af met schadelijke gendernormen’

Het moest maar eens afgelopen zijn met die genderstereotypen. Waarom zou een meisje niet mogen winnen met handjedrukken? En wat is er mis mee als een jongen nagellak op wil doen? Onze oud-collega Marsha Man bedacht rEBEL LUCY, het kwameisje dat lekker doet waar ze zelf zin in heeft. Met het kinderboek Feestrebel wil ze alle kinderen leren dat ze zichzelf mogen zijn, of dat nou in een tutu is of een leren jack. 

Wie is rEBEL LUCY?

Rebel Lucy is mijn alter ego. Tien jaar geleden bedacht ik rEBEL LUCY als tegenreactie op alle roze prinsessen en lieve zoete meisjes die ik zag in tekenfilms en kinderboeken. Als kind herkende ik mezelf daar al niet in. Ik was heel wild, ik speelde op bouwplaatsen, ik hield van stoeien. Ik werd bestempeld als jongensachtig, maar zo voelde ik me helemaal niet. Ik was gewoon een meisje!

In mijn illustraties ben ik op zoek gegaan naar een manier om dat beeld te doorbreken. Niet omdat ik vind dat er iets mis is met roze prinsessen, maar er is weinig alternatief voor meisjes die zich daar niet prettig bij voelen. In dat proces is rEBEL LUCY ontstaan, een ondeugende en ongeremde doerak!

Wat is de boodschap van rEBEL LUCY aan kinderen van nu?

De oorspronkelijke boodschap was echt aan meisjes gericht: het is oké om een kwameisje te zijn. Inmiddels weet ik dat we allemaal last kunnen hebben van genderstereotypen, ook jongens en mannen kunnen zich daar beperkt door voelen. Daarom is de boodschap van rEBEL LUCY breder geworden: iedereen moet zichzelf kunnen zijn, zonder beperkende en schadelijke gendernormen.

Hoe uit rEBEL LUCY die boodschap?

Het is een grote, belangrijke en serieuze boodschap, maar met rEBEL LUCY probeer ik die op een luchtige en toegankelijke manier te brengen. In het kinderboek Feestrebel, uit de reeks De kwameisjesstreken van rEBEL LUCY, leert ze kinderen dat je je met carnaval of andere verkleedpartijtjes mag verkleden zoals je wil. Ouders, opvoeders of leerkrachten kunnen bijvoorbeeld voorlezen uit Feestrebel en vervolgens met de kinderen het gesprek aangaan. Dat kan heel laagdrempelig, bijvoorbeeld door te vragen of een Spider Man-pak oké is voor een meisje. Het is belangrijker om de overeenkomsten tussen kinderen te benadrukken, dan verschillen tussen genders. Op die manier werken we langzaam naar een toekomst waarin er geen waardeoordeel meer verbonden is aan bepaalde eigenschappen.

De toekomst is genderneutraal?

Nee, genderdivers! Ik gebruik bewust het woord ‘genderneutraal’ niet, omdat het impliceert dat er geen verschillen zijn. Biologische verschillen zijn er wel degelijk en die zijn ook belangrijk. Kijk bijvoorbeeld naar de medische zorg, waar onderzoeken jarenlang vooral op mannen zijn gericht en waardoor vrouwen nu minder goede zorg krijgen. Het gaat er mij om dat bepaalde kenmerken als ‘jongensachtig’ of ‘meisjesachtig’ worden gezien en dat daar een waardeoordeel aan wordt gekoppeld. Dat een winkel bijvoorbeeld baby- en kinderkleding verkoopt, in plaats van meisjes- en jongenskleding, is een eerste stap in de goede richting. Als een jongen in z’n Frozen-jurk naar school wil, zou dat probleemloos moeten kunnen.

Heb je tips voor professionals om genderstereotypen tegen te gaan?

De belangrijkste eerste stap is je bewust zijn van de kwalijke gevolgen die deze stereotypering kan hebben. Ben je bijvoorbeeld leraar en prijs je jongens als ze iets moois met de blokken bouwen en meisjes niet als ze dat doen, dan kun je proberen daar meer evenwicht in aan te brengen. Let ook op de manier waarop je een groep aanspreekt. Gebruik je nog altijd ‘kom op, jongens!’, dan bevestig je dat mannelijkheid de norm is. En als je communiceert, let dan op de balans in je uitingen. Geef je bijvoorbeeld een presentatie over de zorg en staan er alleen maar vrouwen op je afbeeldingen, krap je dan eens achter de oren.

Waar kunnen we rEBEL LUCY volgen?

Als je op de hoogte wil blijven, volg me dan op Instagram via @rebel_lucy. Het boekje Feestrebel, het eerste in de reeks De Kwameisjesstreken van rEBEL LUCY, is te verkrijgen via www.rebellucy.nl/boek of online via je lokale boekhandel.

Verslag Diversity Day: De agenda van de toekomst

Verslag Diversity Day: De agenda van de toekomst

Een stad waar niemand in de meerderheid is en diversiteit een feit, vraagt soms energie en inzet van haar bewoners als het gaat om het neerzetten van een inclusieve samenleving. Een samenleving waar iedereen, ongeacht afkomst, leeftijd, religie, gender, seksuele voorkeur, beperking of wat dan ook, zichzelf kan zijn. Over die inspirerende, maar uitdagende opgave gingen professionals in gesprek op 26 oktober 2021 tijdens ‘De agenda van de toekomst’. De bijeenkomst in het kader van Diversity Day werd georganiseerd door IDEM Rotterdam en Dona Daria.  

Zo’n vijftig professionals kwamen op 26 oktober 2021 samen in CIC Rotterdam, aan het Stationsplein in Rotterdam. Op de vierde verdieping vond de bijeenkomst plaats, die nog werd georganiseerd in het kader van Diversity Day dat jaarlijks op 5 oktober plaatsvindt. Nadat alle deelnemers waren ‘ingecheckt’ en hun kopje koffie of thee hadden genomen, heette dagvoorzitter Sergio Belfor iedereen welkom. “Ik zie mensen die iets van de stad willen maken.” 

Een van de mensen die iets van de stad willen maken, is wethouder Vincent Karremans. Hij beheert de portefeuilles handhaving, buitenruimte, integratie en samenleven sinds zijn voorganger Bert Wijbenga burgemeester van Vlaardingen is geworden. “Het zijn de mensen die Rotterdam maken, niet de gebouwen”, zegt hij. “We moeten elkaar beoordelen op gedrag, niet op huidskleur of iets anders. De aanpak van discriminatie vind ik daarom heel belangrijk.”  

“Je kan mensen met een migratieachtergrond niet over een kam scheren”, zegt de wethouder. “Iedereen heeft zijn eigen verhaal.” Karremans wijst op verschillende onderzoeken waaruit blijkt dat het merendeel van de mensen in de Maasstad zich in de eerste plaats Rotterdammer voelt. De gemeente doet haar best om aan dit gevoel bij te dragen: bij de plaatsnaamborden langs de weg, als je de stad binnenrijdt, zijn groen-witte Rotterdam-borden toegevoegd. En statushouders worden verwelkomd met een groen-witte vlag.  

Leren van doorgaan  

‘Niet lullen, maar poetsen’ is een veelgehoord Rotterdams gezegde dat ook tijdens deze bijeenkomst weerklonk. Wie kan beter laten zien dat je soms gewoon moet dóen, wat mensen ook zeggen, is Redouan Ait Chitt. De danser gaf een indrukwekkend optreden als intermezzo tijdens de bijeenkomst. ‘No excuses, no limits’, dat is zijn motto. “Er zijn nog te veel mensen die niet kunnen meedoen”, zei hij na zijn performance. “Soms kunnen mensen met een beperking een gebouw niet eens in. De hele groep mensen met een beperking, of dat iemand in een rolstoel is of iemand met een visuele beperking, die moet standaard betrokken worden bij het ontwerp van een gebouw. Want het kan ook jou overkomen, wie weet gebeurt er iets en zit je volgend jaar in een rolstoel.” 

Inspiratie 

In het volgende onderdeel werd het tijd om inspiratie op te doen voor in de praktijk. Verschillende organisaties hielden een korte inspiratiepitch.  

Sport Performance Centre Rijnmond 

“Meer dan de helft van de bevolking beweegt onvoldoende. Mensen die niet genoeg bewegen leven zes jaar korter en vijftien jaar in minder goede gezondheid. Wij willen een rol spelen om de kwaliteit van leven van Rotterdammers te bevorderen. Ook al weeg je tweehonderd kilo, je bent welkom om te komen bewegen. Er zijn succesverhalen van mensen die weer fitter werden en ook naar werk begeleid zijn.”  


Maarten Stiggelbout – Gezonde Leefstijlcoach van Sport Performance Centre Rijnmond  

Bibliotheek Rotterdam 

Bibliotheek Rotterdam probeert de meest laagdrempelige en neutrale instelling te zijn om mensen te helpen zich te ontwikkelen. We werken onder meer aan de bestrijding van laaggeletterdheid: in Rotterdam is 22 procent van de mensen laaggeletterd, in sommige wijken is dat zelfs 50 procent. We proberen laaggeletterdheid al vroeg te bestrijden, bijvoorbeeld door zwangere vrouwen te leren voorlezen.”  


Theo Kemperman – Directeur Bibliotheek Rotterdam  

Theater Zuidplein

Al 67 jaar zijn wij het meest cultureel diverse theater van Rotterdam. We programmeren op een manier dat mensen zich bij ons thuis voelen. We bouwen aan een breed programma voor een diverse groepen. In de jaren dat er naar onze mening niet genoeg divers aanbod was, zijn we zelf gaan ontwikkelen. Verder letten we op de totaalbeleving: is ook het eten en drinken dat we aanbieden inclusief? En is er voldoende gelegenheid tot ontmoeting?”


Emmelien Matthijsse – Directeur Theater Zuidplein

De Beroepentuin

Hoewel we nooit bewust bezig waren met diversiteit, hebben we onlangs de Diversiteitsaward gewonnen van de SER. We bestaan pas drie jaar, maar in die tijd hebben we 23 statushouders opgeleid tot zonnepaneleninstallateur. Er zijn veel mensen nodig in de energietransitie, dus wij willen graag mensen praktisch opleiden. Na de statushouders richtten we ons op andere groepen, zoals ex-gedetineerden, langdurig werklozen en vrouwen. We proberen de doelgroep goed te begrijpen en werken volgens het meester-gezelprincipe. Inmiddels hebben we zes vestigingen.” 


Seyit Yeyden – Managing partner bij De Beroepentuin    

Politie Rotterdam

Mensen die zich gediscrimineerd voelen, kunnen terecht bij de politie. Echter is dat nog lang niet vanzelfsprekend. Het is een belangrijke taak van ons om er te zijn voor iedereen. Om dat te bereiken proberen we een divers personeelsbestand te hebben. Waarom het nu wel zou lukken om een stap voorwaarts te zetten op gebied van diversiteit en inclusie? Omdat de strategische top van onze eenheid dat het belangrijkste onderwerp voor de komende jaren vindt. Ik hoop dat we diverser en inclusiever worden, zonder te werken met streefcijfers.”


Mieke Pistorius-Van Geel – Politie Rotterdam  

CIC Rotterdam 

Het is de missie van CIC om de wereld te veranderen door innovaties. En wie is daar doorgaans mee bezig? Witte mannen. Daar is niets mis mee, maar als we oplossingen voor iedereen moeten bedenken moet dat breder. In Nederland proberen we meer vrouwelijke ondernemers aan te trekken bij CIC. Vrouwelijke ondernemers hebben meer middelen nodig. Start-ups krijgen meer en makkelijker geld als ze geleid worden door mannen. Daar moeten we vanaf.”


Joana Kroon –Launch Associate EU & AsiaDiversity & Inclusion Project Lead bij CIC Rotterdam     

De agenda van de toekomst 

De wethouder voelde zich in ieder geval geïnspireerd door de pitches van de sprekers. Zijn voornemen is om ambtenaren te laten meelopen bij de organisaties, om te leren van de resultaten die er geboekt worden. “Tegen een succesverhaal als dat van De Beroepentuin, daar kan geen beleidsnotitie tegenop”, aldus Karremans.   

Na een korte pauze gingen de deelnemers in kleinere groepen uiteen om te werken aan de agenda van de toekomst. Wat is er in 2031 allemaal al veranderd als het gaat om diversiteit en inclusie? Welke hobbels op de weg zijn weggenomen? Wat is de droom van eenieder? En wat zijn de headlines in 2031? 

Nadat iedereen zijn hersens had gekraakt over toekomstscenario’s, en vooral over hoe die te bereiken, konden de deelnemers bijkomen tijdens de pauze. Het muzikale duo Teresa Fernandes en Carlos Sausa vermaakte de aanwezigen met Kaapverdiaanse klanken.  

Krantenkoppen 2031  

De sessies leverden bijzondere krantenkoppen op. De zes groepjes, die elk spraken over een ander thema, hadden mooie toekomstdromen:  

  • ‘Wij-taal is de taal van deze stad’  
  • ‘Derde zwarte hoofdcommissaris op rij’  
  • ‘Maxima opent driehonderdste Beroepentuin’  
  • ‘Sportpas voor iedereen’  
  • ‘Cultuursector belangrijker voor inkomsten dan haven’  
  • ‘Ongelijkheid op arbeidsmarkt afgenomen, Rotterdam voorloper’  

 Lisette Tanis-Pinas, directeur van RADAR, Art.1 en IDEM Rotterdam, en Patricia Ooms, directeur van Dona Daria sloten af met een belangrijke boodschap. “Iedereen heeft het over samenwerking”, zei Lisette. “Het klinkt heel makkelijk, maar het is echt hard nodig om dingen echt in gang te zetten.” Patricia vult aan: “Daarom hoop ik op meer van dit soort events. Je voelt de energie van iedereen en ziet het gemak waarmee iedereen een bijdrage levert.”  

Na deze hoopvolle slotwoorden maakten de deelnemers verdere toekomstplannen tijdens het netwerkmoment na afloop.  

Jolanda Gerritsen: Focus niet langer alleen op het slachtoffer bij huiselijk geweld

Jolanda Gerritsen: Focus niet langer alleen op het slachtoffer bij huiselijk geweld

“Het houdt niet op, niet vanzelf…”, zo luidt de slogan van de Sire-campagne tegen huiselijk geweld. In de praktijk blijkt huiselijk geweld zelfs mét hulp vanuit wijkteams, Veilig Thuis en gespecialiseerde instellingen moeilijk te bestrijden. Arosa, specialist in hulp en begeleiding bij huiselijk geweld, werkt met vernieuwende interventies die gericht zijn op slachtoffer én dader. IDEM Rotterdam spreekt Jolanda Gerritsen, directeur zorg Arosa, over deze nieuwe aanpak.

Huiselijk geweld of partnergeweld is altijd ingewikkeld, benadrukt Gerritsen als eerste. “Het lastige is dat je van iemand houdt die niet goed voor je is”, legt ze uit. “Er is veel nodig voordat een slachtoffer hulp vraagt. Iemand moet kunnen én durven. Bijna nooit gaat iemand na de eerste keer geweld direct weg. En als iemand uiteindelijk om hulp vraagt, ligt de focus volledig op het slachtoffer. De ervaring leert dat dat geen duurzame oplossing voor het probleem is.”

Arosa zet zich in de regio Rotterdam-Rijnmond in voor alle betrokkenen rondom huiselijk geweld: de pleger, het slachtoffer en eventuele kinderen. “Huiselijk geweld is een breed begrip”, legt Gerritsen uit. “Het gaat niet alleen om fysiek geweld, maar ook om psychisch geweld, seksueel geweld, stalking of eergerelateerd geweld. We helpen vrouwen, mannen en kinderen. Doordat we onderdeel zijn van het Landelijk Netwerk Vrouwenopvang kunnen we een slachtoffer dat hier in de buurt niet langer veilig is, onderbrengen in een opvang in een andere regio. Ook werken we veel samen met andere organisaties in Rotterdam om het samen veilig te maken.”

Ingewikkeld

Partners uit elkaar halen is echter lang niet altijd de oplossing. De situatie is vaak veel complexer dan dat. “Mensen denken vaak heel zwart-wit: er is een goede en een slechte in een relatie of gezin”, zegt Gerritsen. “Maar zo simpel is het meestal niet. Vaak is er een bepaalde dynamiek tussen twee personen die van kwaad tot erger leidt. Een van de partners kan de andere partner op een negatieve manier prikkelen, waardoor die een grens over gaat.”

Het doel van Arosa is om die negatieve dynamiek te doorbreken. “De oplossing hoeft niet altijd te liggen in het verbreken van de relatie”, vertelt Gerritsen. “Soms willen partners heel graag verder met elkaar, maar weten ze alleen niet hoe ze dat negatieve patroon moeten doorbreken. Onze hulpverleners kunnen ze daarbij helpen, zonder dat de partners uit elkaar hoeven te gaan.”

Nieuwe aanpak

En die aanpak is nieuw. Arosa legt niet langer alleen de focus op het slachtoffer, maar op alle betrokkenen bij het huiselijk geweld. “Partner A, partner B, de kinderen: allemaal krijgen ze aparte aandacht”, licht Gerritsen toe. “Ze krijgen intensieve hulp van onze hulpverleners en ook kijkt een psycholoog mee. Als de partner met agressieproblematiek bijvoorbeeld een tijdelijk huisverbod krijgt, en geen plek heeft om te verblijven, zorgen wij voor opvang. Op die manier krijgt de pleger een rustige plek om na te denken, om hulp te krijgen. Als zo iemand over straat zwerft, wordt het vaak alleen maar erger.”

In Rotterdam is net begonnen met deze aanpak, maar tot nu toe zijn er al duidelijke succesvolle voorbeelden. “Mensen zijn blij met de inzichten die ze verworven hebben. De partner met agressieproblematiek heeft inzicht in zijn of haar verantwoordelijkheid, en ook de andere partner begrijpt meer van het eigen gedrag. Vervolgens leren ze hoe ze daarmee kunnen omgaan, zonder dat het escaleert.”

Duurzame hulp

Na de interventie worden de partners niet zomaar aan hun lot overgelaten. “De partners of gezinnen worden na de interventie nog voor langere tijd gevolgd”, zegt Gerritsen. “De precieze duur hangt af van de situatie. En we zijn nog niet lang met deze nieuwe aanpak bezig. Daarom pleiten we voor meer onderzoek: hoe lang duurt het en hoe lang gaat het goed?”

Professionals die werken met huishoudens waar sprake is van geweld, kunnen altijd sparren met mensen van Arosa. “Als je in je werk met een ingewikkelde situatie zit, kun je altijd naar ons bellen om advies te vragen”, zegt Gerritsen. “Maar ook bij Veilig Thuis kun je terecht, of de doelgroepcoördinator van de politie. En in de wijkteams zijn er HG-specialisten. Er zijn steeds meer mensen die verstand hebben van deze problematiek. Veiligheid creëer je nooit alleen, dus zoek altijd de samenwerking op.”

Zit je zelf in een gewelddadige relatie? Dan is het advies om het bespreekbaar te maken met iemand die je vertrouwt. “Dat is belangrijk, ook al is het de moeilijkste stap. Want als je het hebt benoemd, kun je niet meer doen alsof het niet bestaat. Probeer thuis grenzen te stellen. En probeer hulp te vragen. Onthoud dat hulp mogelijk is, ook als je niet je partner wil verlaten. Je hoeft niet aan de andere kant van het land te gaan wonen en je hele leven om te gooien. Ook in de eigen thuissituatie kan er met hulp veel veranderd worden.”

Meer weten?

Wil je meer weten over de aanpak van huiselijk geweld en wat Arosa hierin kan betekenen? Kom dan naar het IDEM Kennisatelier ‘Duurzaam doorbreken van de cirkel’ op donderdagochtend 2 december 2021 in Huis van de Wijk De Banier in Rotterdam. Meer informatie en de aanmeldknop vind je in onze agenda.

Verslag Kennisatelier ‘Van digibeet naar cyberhero’

Verslag Kennisatelier ‘Van digibeet naar cyberhero’

Bankzaken, contact met de overheid, videobellen met je (klein)kinderen of familie: digitale vaardigheden zijn noodzakelijk. Ongeveer 2,5 miljoen Nederlanders vinden het echter moeilijk om met digitale apparaten, zoals een laptop, smartphone of tablet, te werken. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat deze mensen kunnen meedoen in de samenleving? Tijdens het Kennisatelier over digitale inclusie op donderdag 28 oktober 2021 kwamen zo’n dertig professionals samen om hierover in gesprek te gaan. 

Voorbeeldstad Rotterdam  

Rotterdam heeft grote ambities als het gaat om digitalisering. Een van die ambities is om Rotterdam voorbeeldstad te laten zijn in een digitale wereld. Dat vraagt om een stevige aanpak met zoveel mogelijk partijen in de stad en in de regio, waarbij de Rotterdammer centraal staat. Om dit allemaal in goede banen te leiden is het nieuwe CDO Office opgezet, geleid door Arjan Meurs. Tijdens zijn presentatie ‘Hoe ziet de digitaal inclusieve samenleving eruit en hoe zorgen wij daar gezamenlijk voor?’ ging hij vooral in op de moeilijke opgave voor de stad. Want hoe vind je een antwoord op een vraag die continu verandert? Of hoe vind je een oplossing voor een probleem, dat zo veelomvattend is dat het moeilijk begrepen kan worden? 

“Terwijl je aan een oplossing werkt, ontwikkelt het vraagstuk zich door”, zegt hij over digitalisering. Het is dus onmogelijk om ‘het probleem’ helemaal te doorgronden en dan pas aan een oplossing te gaan werken. De digitale transformatie is nú gaande en heeft zowel positieve innovatieve gevolgen als bedreigingen. “Zo staat de privacy van burgers onder druk”, legt Meurs uit. “Maar bijvoorbeeld ook de verkeersveiligheid, door bezorgdiensten die beloven binnen tien minuten je boodschappen bij je aan de deur te brengen. En wat gebeurt er in onze samenleving als de stroom uitvalt, of als je zonder internet zit en niet meer kan betalen? De digitalisering heeft impact op alle aspecten van het leven.” 

Nieuwe benadering  

Wachten tot het probleem duidelijk is, dat zit er niet in. “Het probleem is diffuus en in ontwikkeling”, zegt Meurs. “Dus zouden we volgens de klassieke aanpak moeten doen alsof we het begrijpen. Een nieuwe benadering is nodig: een activistische, proactieve agenda rond digitalisatie van de stad, voor de stad, met de stad, met een investerende, orkestrerende, innoverende overheid en per definitie in samenwerking met een breed maatschappelijk ecosysteem.​” 

De eigen onwetendheid erkennen, een nieuwsgierige opstelling en samenwerking met partijen waarvan je niet kon vermoeden dat een samenwerking mogelijk was. “Kortom, oplossingen vanachter je bureu bedenken werkt niet meer”, besluit Meurs. De aanwezige professionals beamen dat en vinden het bewonderenswaardig hoe het CDO zich kwetsbaar opstelt en laat zien hoe ze worstelen met hun vraagstuk.  

Best practice: Cybersoek in Amsterdam 

In het tweede deel van het Kennisatelier vertelt directrice Karien Sondervan over Cybersoek. Bij het Amsterdamse Cybersoek worden al twintig jaar onder meer computerlessen in verschillende talen gegeven. Het woord ‘soek’ uit de naam betekent ‘markt’ in het Arabisch. Het is een plek waar allerlei mensen vanuit verschillende culturen elkaar kunnen ontmoeten. Door de activiteiten rondom digitale, taal-, en sociale vaardigheden van Cybersoek verbeteren Amsterdammers hun positie.  

“Cybersoek is een digitaal trapveld”, legt Sondervan uit. “We zien een digitale kloof die alleen maar groter wordt als we niets doen. Bij Cybersoek kunnen mensen die geen computer hebben of niet digitaal vaardig zijn laagdrempelig terecht voor hulp. ‘Gewoon even online kijken’ is de grootste frustratie voor iedereen die niet digitaal vaardig is.”  

In veel steden, waaronder Rotterdam, bestonden soortgelijke initiatieven. Helaas zijn die in de loop der jaren wegbezuinigd, terwijl het probleem er niet kleiner op geworden is. Sondervan: “Cybersoek krijgt 30 procent van het budget van de gemeente, de overige 70 procent moeten we als ondernemers bij elkaar zien te krijgen. We doen dat door financiering bij fondsen aan te vragen en door betaalde opdrachten uit te voeren.”  

Stimuleren 

Bij Cybersoek stimuleren ze digitale inclusie, op basis van vier pijlers:  

  • Motivatie: “Het gaat er niet om of je gemotiveerd hebt, want je hebt geen keuze meer. Als je online móet, is het ingewikkeld om je ertoe te zetten. Daarom onderzoeken we wat voor iemand een motivatie kan zijn om er wel mee aan de slag te gaan.” 
  • Bezit: “Je hebt niet alleen een laptop, smartphone of tablet nodig, maar ook de juiste software. Heb je een verouderd apparaat, dan kan je bijvoorbeeld geen coronatoegangsbewijs op je telefoon krijgen.”  
  • Vaardigheden: “Het gaat niet alleen om iets kunnen, maar ook om durf. Soms zijn mensen bijvoorbeeld bang om een apparaat, dat vaak duur is, stuk te maken.”  
  • Gebruik: “Als je eenmaal de middelen en vaardigheden bezit, moet je het ook nog gaan gebruiken. Soms worden mensen belemmerd door angst voor oplichting, bijvoorbeeld.” 

Cyberbank: hier kunnen Amsterdammers voor een klein prijsje een computer kopen. Het is een soort voedselbank, maar dan met digitale apparaten. De apparaten zijn gedoneerd door Amsterdamse bedrijven. Denk aan afgeschreven laptops, maar dan helemaal opgeknapt en gebruiksklaar gemaakt.  

Vraag achter de vraag: “We vragen altijd door”, vertelt Sondervan. “Maar niet meteen, want dan worden mensen van het kastje naar de muur gestuurd. Cybersoek gaat dan ook niet alleen maar over digitale vaardigheden.”  

Tot slot  

Na de presentaties gingen de professionals in groepjes verder in op de vraag hoe we de samenleving digitaal inclusiever kunnen maken. Tijdens een hapje en drankje werd er verder gepraat over mogelijke deeloplossingen, gezocht naar onverwachte samenwerkingsmogelijkheden en werden er nieuwe (offline) connecties gemaakt.  

Meer weten?

Hieronder vind je de websites van de aanwezige organisaties en enkele tips van de sprekers. Wil je meer weten, de presentaties van een van de sprekers ontvangen of een van de genoemde onderzoeken? Neem contact op met Karin Oppelland via k.oppelland@radar.nl 

Fariël Becker: “De koloniale geschiedenis is geen voetnoot, maar een fundament van de gouden eeuw”

Fariël Becker: “De koloniale geschiedenis is geen voetnoot, maar een fundament van de gouden eeuw”

Foto: Nicky Angelina Visuals

Rotterdam speelde een wezenlijke rol in het slavernijverleden. Dat verleden werkt nog altijd door in het heden. Om meer Rotterdammers bewust te maken van het koloniale en slavernijverleden, is Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst gestart met het educatieprogramma History Matters. IDEM Rotterdam sprak Fariël Becker, co-initiator van het educatieprogramma History Matters: “Vaak zit deze kennis besloten in dikke boeken of wetenschappelijke artikelen, maar wij willen deze belangrijke informatie toegankelijk presenteren aan alle Rotterdammers.”

Wat is History Matters?

History Matters is het nieuwe educatieprogramma van Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst over het koloniale en slavernijverleden van Rotterdam. Het is gemaakt voor en door Rotterdammers, gedurende het schooljaar 2021-2022. Met dit programma gaan we met Rotterdammers in gesprek over het Rotterdamse koloniale en slavernijverleden en de doorwerking die dit heeft op de hedendaagse samenleving.

Het hoofdproject van het educatieprogramma is een maandelijks college in Theater Zuidplein, dat toegankelijk is voor iedereen, waar historici en andere gasten ons bijpraten over dit thema. De colleges worden gemaakt in samenwerking met studenten van het Albeda, Zadkine en de Hogeschool Rotterdam, omdat we het belangrijk vinden om jongeren erbij te betrekken.

De colleges zijn niet alleen live te volgen in het theater, maar ook achteraf terug te zien via Open Rotterdam. De eerste aflevering had als thema ‘Thuis in de postkoloniale stad’. Presentatrice Hasna El Maroudi ging in gesprek met historici Esther Captain en Gert Oostindie en spoken-wordartieste Zaïre Krieger droeg een stuk voor. Aflevering 2 gaat over het begin van het koloniale project en zal plaatsvinden op 26 oktober. De gastsprekers zijn Gerhard de Kok, Karwan Fatah-Black en de stadsdichter van Rotterdam Dean Bowen.

Hoe zijn jullie op het idee gekomen voor History Matters?

De missie van het educatieprogramma is het zichtbaar en bespreekbaar maken van een gedeelde geschiedenis van ons Rotterdammers, die tot nu toe onderbelicht is gebleven. We vinden het belangrijk dat kennis over het koloniale en slavernijverleden toegankelijk is, maar vaak zit deze kennis besloten in wetenschappelijke artikelen of dikke boeken. Daarom hebben we nagedacht over een laagdrempelige manier om deze kennis te delen. Het hoofdproject zijn daarom de colleges, die voor iedereen te bezoeken of te kijken zijn. Tijdens de colleges streven we verbinding tussen Rotterdammers na door middel van een dialoog. Daarnaast hebben we een reader gemaakt, vol met leestips over de koloniale geschiedenis en omgaan met het slavernijverleden. Ook zijn we bezig met een lespakket voor onderwijsprofessionals, zodat docenten straks materiaal hebben om met dit onderwerp in de klas aan de slag te gaan. En natuurlijk hopen we dat het ook in de stad en door alle Rotterdammers breed wordt gedragen. Zodat we daarop kunnen voortborduren. We zijn daarnaast voor andere deelprojecten samenwerkingen aangegaan met diverse partners in de stad die dit onderwerp ook een warm hart toedragen. Een daarvan is Lantaren Venster waar iedere maand een film te zien is dat gerelateerd is aan dit onderwerp.

Waarom is het belangrijk dat Rotterdammers op de hoogte zijn van de koloniale geschiedenis van de stad?

Geschiedenis doet ertoe. De koloniale en slavernijgeschiedenis is geen voetnoot van de gouden eeuw. Het is een fundamenteel onderdeel van de gouden eeuw. Alleen is dat onderdeel veel te lang in te lage mate aan bod gekomen in de geschiedenisboeken.

Wat in het verleden is gebeurd, heeft een uitwerking op het heden. Denk aan maatschappelijke problemen, zoals racisme, die letterlijk tot die tijd terug te voeren zijn. Als we maatschappelijke vraagstukken beter willen begrijpen, zullen we ook dit gedeelte van de geschiedenis moeten bespreken. Dit kan een ongemakkelijke ervaring zijn voor mensen, maar is absoluut noodzakelijk voor een diverse en inclusieve stad die zijn verantwoordelijkheid wil pakken.

Wat betekent het koloniale verleden voor jonge Rotterdammers?

Ik wil niet voor hen spreken, maar ik zie dat de jongeren die deelnemen aan History Matters actief op zoek zijn naar hun verleden. Ze stellen kritische vragen en zijn niet bang om hun onbehagen te tonen over het feit dat dit onderwerp onderbelicht is gebleven. Tijdens de opnames voor de afleveringen, stellen ze scherpe vragen aan onze gasten. Hoe heeft deze dehumanisering van mensen ooit kunnen gebeuren?

Juist omdat deze studenten goed gebruikmaken van hun recht van meningsuiting, is het belangrijk dat ze meedenken aan de inhoudelijke vormgeving van het programma. Gelukkig krijgen we ook echt veel aanmeldingen van studenten die willen meedenken.

Wat heeft jullie het meest verrast tot nu toe?

Al bij het eerste college was de opkomst heel goed. Dat bevestigde ons vermoeden dat het een onderwerp is waar veel mensen meer over willen weten. Er is veel informatie beschikbaar, maar wij proberen die op een goede en toegankelijke manier te presenteren.

Wat mij persoonlijk heeft verrast, is de conclusie van het onderzoek naar het slavernijverleden van Rotterdam. Uit de drie boeken die hierover zijn geschreven, blijkt dat slavernij verankerd is met Rotterdam. Dat vermoeden was er al, maar nu zie je in die onderzoeken dat er namen en rugnummers zijn genoemd. Dat maakt het veel concreter en visueler voor mensen. Het zijn geen anonieme vermoedens meer, maar concrete feiten. Dat geeft een opdracht aan de stad om hier wat mee te doen.

Wat zou dat kunnen zijn?

Wij zouden het bijvoorbeeld interessant vinden om met enkele van die bedrijven in gesprek te gaan. Er zijn Rotterdamse bedrijven die nog steeds bestaan, en die hun fundament op het slavernijverleden hebben gebouwd. We willen hen niet aan de schandpaal nagelen, maar open het gesprek aangaan. We zouden graag praten over hoe ze hierin staan en hoe ze met die kennis omgaan.

Wat kunnen we als samenleving doen om alerter te worden op het belang van de koloniale geschiedenis?

Natuurlijk alle programma’s en activiteiten bijwonen van History Matters. We willen met dit programma echt duidelijk maken dat geschiedenis doorwerkt in het heden. Pas als we ons bewust zijn van het belang van kennis over die geschiedenis, kunnen we de volgende stappen gaan zetten. Eerst moet erkend worden dat deze vreselijke geschiedenis heeft plaatsgevonden, in plaats van te herhalen ‘dat het zo lang geleden is’. Dat is het begin van inzicht in het effect dat kolonialisme heeft gehad op bepaalde bevolkingsgroepen en welke doorwerking het heeft in ons heden. Als we er niets aan doen, kan er geen verwerking plaatsvinden en blijft het een negatieve invloed hebben op de toekomst.

Heb je nog een tip voor professionals?

Wees je bewust van het belang van de koloniale en slavernijgeschiedenis voor je doelgroep, bijvoorbeeld cliënten of leerlingen. Docenten kunnen onze website in de gaten houden, want binnenkort komt ons lespakket over dit thema beschikbaar. Als er in jouw organisatie nog niemand bezig is met dit thema, zoek dan aansluiting bij andere organisaties die dat wel zijn. Kijk hoe je het samen kan oppakken. En als je niet weet waar je moet beginnen, kom dan naar een van onze colleges!

Wil je meepraten?

Op dinsdag 26 oktober wordt de tweede aflevering van History Matters opgenomen in Theater Zuidplein. Een kaartje, inclusief drankje, voor de live talkshow kost 5 euro. Meer informatie over History Matters en terug te kijken afleveringen vind je op de website van Open Rotterdam of van Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst. Wil je meepraten? Neem dan contact op met de organisatie via de socialemediakanalen van History010.

Op dinsdag 23 november zal de film El Abrazo de la Serpiente worden getoond in Lantaren Venster. Een kaartje voor de film kost 10,50 euro en kan je verkrijgen via de website van Lantaren Venster.