Romy Rockx biedt met Queer Gym een veilige sportplek, zonder aannames

Romy Rockx biedt met Queer Gym een veilige sportplek, zonder aannames

Killer body’s, sixpacks of gewoon lekker in je vel zitten: ieder heeft zo eigen redenen om naar de sportschool te gaan. Tegelijk hebben sporters hun ideeën over waarom jij naar de gym gaat, puur op basis van hoe je eruitziet. Romy Rockx had daar last van en besloot daarom maar zelf een gym te openen: in de Queer Gym maakt het niet uit hoe je lichaam eruitziet en met welk doel je komt trainen.  

“In eerste instantie heb ik een theaterachtergrond”, antwoordt Romy Rockx, op de vraag hoe hij op het idee kwam voor de Queer Gym. “Ik werkte in het theater en als theaterdocent, maar dat viel allemaal weg door de coronacrisis. In dezelfde periode zat ik in een transitieproces en stond alles voor me op losse schroeven. Ik was heel erg bezig met mijn lijf, met sporten, maar ik merkte dat ik het ingewikkeld vond om naar een reguliere sportschool te gaan.”   

Gender 

Het valt misschien in eerste instantie niet op, maar vaak zijn sportscholen ‘gegenderd’. De groepslessen worden vaak vooral door vrouwen bezocht, in de speciale ‘booty corners’ zul je niet zo snel een man treffen en in de reguliere krachtafdeling voelt niet iedereen zich comfortabel. “Een reguliere sportschool is heel erg gericht op óf mannen óf vrouwen”, legt Rockx uit. “Als queer of trans persoon kun je je daar ongemakkelijk bij voelen. In mijn geval was het niet zo dat mensen onaardig tegen me waren, maar ik was veel te veel bezig met nadenken over wat mensen zouden kúnnen zeggen en hoe ik daar dan op zou reageren.”  

Zorgeloos sporten was er daardoor niet bij. “Gelukkig kon ik tijdens corona bij mijn schoonbroer trainen: hij had een garage helemaal ingericht als sportschool”, vertelt Rockx. “Ik voelde me daar zoveel vrijer! Dus ging ik online op zoek naar een soortgelijke plek: gewoon een plek om te trainen, waar niets was gericht op je lichaam of gender. In de Verenigde Staten vond ik enkele queer gyms, maar geen één in Europa!”  

Primeur 

Daarmee is de Rotterdamse Queer Gym ook de eerste in Nederland. “Ik heb een tijdelijke locatie waar ik een community kan opbouwen”, legt Rockx uit. “Hier kan ik dingen uitproberen zonder dat er meteen al te grote risico’s aan vast zitten. Ik ben heel erg aan het luisteren naar de community: wat werkt wel en wat niet, waar is behoefte aan, op welke manieren kan ik het aanbod het beste daarop aansluiten? Zo zijn we bezig met bokslessen, yoga, pilates en hardlooptrainingen. En ik was al begonnen met personal training en reguliere fitness.”  

Met succes, want het begint inmiddels te lopen. “Veel mensen weten de Queer Gym te vinden, bijvoorbeeld via Instagram”, vertelt Rockx. “Veel van hen durfden eerst niet naar de sportschool, terwijl ze wel graag wilden. Het is heel fijn en leuk om iets te kunnen faciliteren waar zo’n behoefte aan is.” En dat is eigenlijk niet veel meer dan een veilige sportplek bieden, zonder aannames. “We gaan er bijvoorbeeld niet van uit dat een dikker persoon per se wil afvallen, of dat een trans man per se gespierd wil worden, of wat dan ook. We moeten stoppen met verwachtingen hebben op basis van iemands uiterlijk. In plaats daarvan kun je beter vragen wat diegene wil bereiken, doorvragen en oprecht luisteren. En natuurlijk kan dat wel eens misgaan, glipt er toch wel eens aanname doorheen, maar het gaat om de poging.”   

Wil je sporten in de Queer Gym of er meer over weten? Check www.queergym.nl  

 

Meer weten? 

 

Op donderdag 23 september 2021 organiseert IDEM Rotterdam van 9.30 tot 12.00 uur het online Kennisatelier ‘Out & Proud!?’ over veiliger plekken voor LHBTIQ+-jongeren in Rotterdam. Verschillende organisaties, waaronder Queer Gym, presenteren zich. Praat jij mee? Meld je dan nu aan!  

5 vragen over… discriminatie in de ouderenzorg

5 vragen over… discriminatie in de ouderenzorg

Eén op de vijf zorgverleners krijgt persoonlijk te maken met discriminatie, vooral binnen de ouderenzorg (CBS, 2019). Vooral zorgverleners met een migratieachtergrond ervaren regelmatig racisme. IDEM Rotterdam start met een onderzoek naar dit probleem, om de aard van deze discriminatie-ervaringen inzichtelijk te maken en te achterhalen hoe professionals in de ouderenzorg hiermee omgaan. IDEM Rotterdam stelt 5 vragen aan onderzoekers Inte van der Tuin en Bauke Fiere.

1. Wat is discriminatie in de ouderenzorg?

Discriminatie is het ongelijk behandelen van individuen en groepen op basis van kenmerken die in de betreffende situatie niet relevant zijn. Het gaat hierbij om kenmerken als etniciteit, geslacht, godsdienst, seksuele gerichtheid, handicap of leeftijd. In de ouderenzorg komt het voor dat cliënten/patiënten (en soms ook hun naasten) zorgverleners discrimineren. Dit gebeurt onder andere door hen af te wijzen als zorgverlener of door kwetsende opmerkingen te maken. Ouderen willen dan bijvoorbeeld niet worden verzorgd door een zorgverlener met een migratieachtergrond of door een man, terwijl deze zorgverleners net zo deskundig zijn als hun collega’s.

Zorgverleners in de ouderenzorg kunnen ook discriminatie ervaren door collega’s en/of leidinggevenden. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een zorgverlener het idee heeft ongelijk behandeld te worden door een leidinggevende of dat een collega (bedoeld of onbedoeld) een opmerking of grap maakt die een zorgverlener als discriminerend ervaart. Het onderzoek dat IDEM op dit moment uitvoert is specifiek gericht op discriminatie van zorgverleners door cliënten/patiënten en niet op discriminatie door collega’s en leidinggevenden.

2. Hoe vaak komt discriminatie in de ouderenzorg voor?

Uit een onderzoek van het CBS uit 2019 blijkt dat één op de vijf zorgverleners persoonlijk te maken krijgt met discriminatie, vooral binnen de ouderenzorg. Een recent enquêteonderzoek van Ipsos laat ongeveer hetzelfde beeld zien. 18 procent van de medewerkers in de verpleging, verzorging en thuiszorg die de enquête hebben ingevuld, heeft het afgelopen jaar te maken gehad met discriminatie in contact met cliënten of patiënten. Het is niet bekend vanwege welk(e) kenmerk(en) zorgverleners discriminatie ervaarden. Er zijn geen cijfers beschikbaar over discriminatie-ervaringen van zorgverleners in de Rotterdamse ouderenzorg.

In de media was recent vooral aandacht voor racisme dat zorgverleners met een migratieachtergrond ervaren. In de regio Rotterdam is het personeel in de zorg voor ouderen zeer etnisch-divers. Naar verwachting ervaart ook een groot aantal Rotterdamse zorgverleners discriminatie vanwege herkomst of huidskleur. Zo tekende IDEM eerder het verhaal op van Yuna, die te maken kreeg met een ernstige vorm van racisme in de ouderenzorg.

3. Wat kun je als professional doen als je discriminatie in de ouderenzorg ervaart of signaleert?

IDEM onderzoekt welke behoeften zorgverleners die discriminatie ervaren hebben als het gaat om de aanpak hiervan door de zorgorganisatie. Maar een belangrijke eerste stap is altijd om discriminatie op je werkplek bespreekbaar te maken. Als je zelf wordt gediscrimineerd en er zijn op dat moment geen collega’s aanwezig, dan kun je contact opnemen met je leidinggevende of een collega en je ervaring delen. Wanneer jij merkt dat een collega wordt gediscrimineerd, dan kun je deze collega hiernaar vragen en op die manier ruimte geven om de ervaring te delen. Vervolgens kan met elkaar besproken worden hoe er richting de discriminerende cliënt/patiënt gehandeld kan worden. Een zorgverlener die discriminatie ervaart kan ook een melding doen bij een antidiscriminatiebureau. In de regio Rotterdam is dat RADAR. Een antidiscriminatiebureau kan een luisterend oor bieden en mogelijk helpen om de situatie te verbeteren.  

4. Waarom doet IDEM Rotterdam onderzoek naar discriminatie in de ouderenzorg?

Er is weinig bekend over discriminatie van zorgverleners in de ouderenzorg door cliënten/patiënten, over hoe zij hiermee omgaan en over de maatregelen die zorgorganisaties kunnen nemen om met de problematiek om te gaan. Terwijl er wel veel aandacht is voor cultuursensitief werken en gelijke behandeling van cliënten/patiënten. Het is belangrijk om ook aandacht te hebben voor de discriminatie-ervaringen van zorgverleners, want die kunnen veel negatieve impact hebben op hun werk en welzijn.

5. Wat gebeurt er met de resultaten van het onderzoek? En kan ik als professional hierin iets betekenen?

De resultaten van het onderzoek worden gedeeld met de opdrachtgever, de gemeente Rotterdam, en met Rotterdamse ouderenzorgorganisaties. Ook organiseert IDEM een kennisatelier waarin de resultaten van het onderzoek aan professionals worden gepresenteerd. Vervolgens is het aan de gemeente en de ouderenzorgorganisaties om de aanbevelingen te vertalen naar beleid en maatregelen gericht op de omgang met discriminatie door cliënten/patiënten. Als professional kun je binnen de organisatie waar je werkzaam bent aandacht vragen voor het onderwerp en de resultaten van het onderzoek delen. Mogelijk speelt er binnen jouw organisatie soortgelijke problematiek en kun je stimuleren dat hier aandacht voor is.

Werk je zelf als professional in de ouderenzorg in Rotterdam? En heb je wel eens discriminatie ervaren door cliënten/patiënten? Dan willen we je vragen om je ervaringen te delen. Dat kan door deze online vragenlijst in te vullen. Dit kan anoniem en duurt ongeveer 5 minuten. Ook is het mogelijk om je ervaringen te delen tijdens een interview. Hiervoor kun je contact opnemen met Inte van der Tuin (projectleider) via i.vandertuin@radar.nl of 06 – 11 88 41 86.      

Koen van Laar: “De openbare ruimte moet voor álle Rotterdammers zijn”

Koen van Laar: “De openbare ruimte moet voor álle Rotterdammers zijn”

De gemeente Rotterdam gaat de komende jaren investeren in zeven grote stadsprojecten. Van een groene stadslong tot een cultureel hart: openbare plekken moeten aantrekkelijker worden voor bewoners om te ontmoeten, bewegen en recreëren. Niet alleen groen is daarbij belangrijk, maar ook inclusiviteit. IDEM Rotterdam is een van de partners die op dat vlak meedenkt. Programmamanager Koen van Laar: “We moeten er natuurlijk voor zorgen dat al die parken en openbare ruimten straks echt voor iedereen zijn.” 

De bouw moet grotendeels nog beginnen, maar de gemeente Rotterdam is aan de tekentafel al druk bezig met de ontwikkeling van de ‘7 stadsprojecten’. “Het zijn zeven grote buitenruimteprojecten die we als gemeente willen oppakken”, legt programmamanager Koen van Laar uit. “De coronacrisis heeft laten zien hoe belangrijk de buitenruimte is. Mensen gingen meer wandelen en hadden vaker buiten ontmoetingen: er kwam meer aandacht en waardering voor de buitenruimte. Daarnaast wil de gemeente investeren om de economie van de stad een boost te geven. Met deze investeringen in de buitenruimte willen we nadrukkelijk bredere doelen behalen dan alleen zorgen voor meer groen en meer bankjes.”  

Van het Alexanderplein tot een groen lint door de stad dat begint bij de Hofbogen, en van brede stadsboulevards bij Blaak tot een cultureel hart bij het Schouwburgplein. Van drijvende parken in het Rijnhavenpark tot vergroten van de biodiversiteit in Feijenoord. “We kunnen natuurlijk niet alles tegelijk doen”, zegt Van Laar, “dus we pakken het gefaseerd aan. Met sommige onderdelen zijn we al een heel eind, zoals het Hofplein en de Coolsingel. Andere projecten duren nog wel een tijdje voordat we starten. Maar het mooie van al deze projecten is dat we er vroeg bij zijn. Er is dus aan de tekentafel nog volop ruimte om input te geven.”  

Inclusieve projecten 

En dat is waar – onder andere – IDEM Rotterdam bij komt kijken. De gemeente heeft verschillende partners en organisaties gevraagd om mee te kijken. IDEM denkt mee over de inclusiviteit van de projecten. “We moeten er natuurlijk voor zorgen dat al die parken en openbare ruimten straks echt voor iedereen zijn”, licht Van Laar toe. “Of je nu slecht ter been bent, of moeilijker toegang hebt tot informatie, of wat dan ook: de openbare ruimte in Rotterdam is voor álle Rotterdammers.”  

Niet alleen het eindresultaat moet toegankelijk worden voor alle Rotterdammers, ook op de weg ernaartoe worden zoveel mogelijk Rotterdammers betrokken. “Het is belangrijk dat we met deze projecten ook werkgelegenheid creëren”, zegt Van Laar. “Denk aan banen met betrekking tot de aanleg en het onderhoud. We proberen samen te werken met bouwbedrijven die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst hebben. En we proberen ervoor te zorgen dat horecaondernemers straks aantrekkelijke plekken krijgen. De verbeteringen moeten ook ten goede komen aan Rotterdamse ondernemers.”  

Ideeën welkom 

Gedurende de verdere ontwikkeling van de projecten zal er genoeg ruimte zijn voor professionals en burgers om input te leveren. “Enkele weken geleden is het stadsakkoord getekend, waarin we hebben afgesproken twee keer per jaar met alle partijen bij elkaar te komen en de voortgang te bespreken. Op die manier vindt er een interessante kruisbestuiving plaats waarbij de betrokkene hun ideeën kunnen spuien.” 

Maar ook anderen zullen de gelegenheid krijgen om input te leveren of feedback te geven. “Op geijkte momenten kunnen professionals hun mening geven over de projecten, bijvoorbeeld op het gebied van inclusiviteit”, legt Van Laar uit. “Welke momenten dat precies zijn is nog te vroeg om te zeggen, omdat we nog aan de tekentafel zitten. We gaan in ieder geval proberen om iedereen de kans te geven input te geven. Houd er alleen rekening mee dat we niet álle wensen kunnen inwilligen. We hebben natuurlijk te maken met een beperkt budget, en soms zijn wensen tegenstrijdig. In die gevallen proberen we wel goed uit te leggen waarom bepaalde dingen niet kunnen.”  

Lees meer over de afzonderlijke projecten op de website van de gemeente Rotterdam: https://www.rotterdam.nl/bestuur-organisatie/stadsprojecten/  

Rabia Orhan: “Als ik andere vrouwen met hoofddoek zie sporten, word ik blij!”

Rabia Orhan: “Als ik andere vrouwen met hoofddoek zie sporten, word ik blij!”

Na maanden lockdown zijn de sportscholen weer open! Veel mensen konden niet wachten om zich weer in het zweet te werken in de gym of om met een groep buiten te trainen. Anderen voelen nog steeds een drempel om te gaan sporten. Niet omdat ze niet willen, maar omdat ze zich niet comfortabel voelen in gangbare sportkleding. Rabia Orhan had daar ook last van, tot ze besloot haar eigen sportoutfit samen te stellen.

Ze loopt marathons, ze geeft hardlooptrainingen en ze draagt een hoofddoek: Rabia Orhan stelde haar eigen outfit samen om buiten te kunnen sporten. “Je ziet niet veel vrouwen met hoofddoek sporten, en hardlopen al bijna helemaal niet”, vertelt Rabia. “Naar mijn idee ervaren veel islamitische vrouwen een drempel om met hoofddoek te sporten. Dus als ik een andere vrouw met hoofddoek buiten zie trainen, dan word ik heel erg blij!”

Rabia, die zelf een Turkse achtergrond heeft, ervoer die drempel zelf jaren geleden ook nog. “Ik ben begonnen met fitness in een sportschool voor vrouwen”, zegt ze, “dus daar was het niet nodig om tijdens het sporten een hoofddoek te dragen. Helaas ging die gym op een gegeven moment dicht. De leden zouden naar een andere sportschool kunnen, maar ik was gehecht aan die plek. Eigenlijk ben ik toen ‘noodgedwongen’ buiten gaan trainen.”

Geschikte sportkleding

In die tijd was er niet veel sportkleding voor islamitische vrouwen verkrijgbaar. “Ik had een hoofddoek van Nike geprobeerd, maar die vond ik te plat op mijn hoofd zitten”, vertelt Rabia. “Ook in de strakke hardloopbroeken voelde ik me niet comfortabel. Ik moest op zoek naar iets wat bij mij past én wat lekker zit tijdens het lopen. Ik heb verschillende outfits geprobeerd, maar uiteindelijk ben ik een hoofddoek van dun katoen gaan dragen en draag ik een luchtige rok over mijn sportlegging.”

En daarmee is ze een opvallende verschijning, in positieve zin. “Ik krijg heel veel complimenten!”, lacht Rabia. “Op een dag, ergens in 2017, kwam ik iemand tegen die vroeg of ik niet met een groep wilde trainen. Ik vroeg haar of er wel meer mensen met migratieachtergrond mee trainen. Er waren tot dan toe alleen witte mensen in de hardloopgroep, maar ik besloot een proefles te nemen. Het was een hele drempel, als enige met hoofddoek, maar ik werd met open armen ontvangen.”

Verbinding

Inmiddels heeft ze vier marathons gelopen (Rotterdam (2x), Istanbul en New York) en geeft ze nu ook zelf hardlooptrainingen. “Mijn coach heeft me gestimuleerd om de hardlooptraineropleiding te volgen en nu geef ik les aan de beginnersgroep”, zegt ze. “In mijn ervaring is dat bij mensen met een Turkse achtergrond soms extra moeilijk. Omdat veel van hen hardlopen niet gewend zijn, komen ze met smoesjes om toch af te haken. Ik vind het jammer dat er zo weinig diversiteit qua afkomst in de hardloopgroep is, daarom probeer ik iedereen te motiveren.”

Diversiteit is belangrijk in de sport, meent Rabia, want juist sport kan mensen verbinden. “Mijn trainer is lesbisch en ik ben moslima, maar ondanks onze verschillen kunnen we heel fijn samen sporten en respecteren we elkaar. Eigenlijk zijn we niet alleen maar aan het sporten, maar tegelijkertijd doorbreken we taboes. Daar zou ik een hardloopboek over willen schrijven: niet alleen maar tips geven over lopen, voeding en kleding, maar ook schrijven over de manier waarop hardlopen kan verbinden.”

Tip om te starten

Naast op zoek gaan naar kleding waar jij je comfortabel in voelt, is ‘gewoon’ de eerste stap maken de belangrijkste tip volgens Rabia. “Wacht niet op iemand anders om de eerste stap te maken, maar begin gewoon”, legt ze uit. “Begin met wandelen, bouw het rustig op. Hardlopen is niet alleen maar hardlopen, maar ook een strijd met jezelf. Je gaat jezelf tegenkomen, maar dat zorgt uiteindelijk ook weer voor zelfvertrouwen. In een periode dat ik op werk veel stress had, heeft hardlopen mij enorm geholpen. Je lichaam maakt dan endorfine aan, waardoor je positief in het leven blijft staan. Het heeft mij gered.”

Wil je trainingen volgen van Rabia? Meld je aan via www.loopschoolkralingen.nl

Verslag Kennisatelier inclusie van LHBTIQ+-ouderen

Verslag Kennisatelier inclusie van LHBTIQ+-ouderen

Angst om openlijk te praten over de partner, gêne om te vertellen over seksualiteit of vrees om niet geaccepteerd te worden door buren of medebewoners: LHBTIQ+-ouderen durven niet altijd open te zijn over hun seksuele of genderidentiteit. Daarom kunnen zij extra kwetsbaar zijn, zowel in een zorginstelling of bij zorg aan huis. Tijdens het Kennisatelier ‘Zie de grijze toekomst door een roze bril’ op 1 juli 2021 gingen zo’n dertig professionals en geïnteresseerde Rotterdammers hierover in gesprek.

Herman Boers, trainer, coach en adviseur, opende het Kennisatelier met een toelichting op de ‘alfabetsoep’. Wat betekenen al die letters nou ook alweer? NOS op 3 vatte het samen in deze video.

“Mijn moeder heeft nog tot vijftien jaar geleden geweigerd om een broek te dragen, want dat hoorde niet voor vrouwen.”

Herman Boers geeft een voorbeeld bij de term gender, de culturele invulling van mannelijkheid en vrouwelijkheid.

“Ik heb gelukkige jeugdjaren gehad. Mijn familie was heel gastvrij, iedereen was welkom. Mijn coming-out was binnen mijn familie ook geen enkel probleem. Mijn eerste ervaring met discriminatie was door de overheid. Ik werd afgekeurd voor de militaire dienst: S5 was de conclusie, de ergste mate van instabiliteit, alleen maar omdat ik op mannen val. Het had langdurige gevolgen, omdat je door dat stempel niet meer in aanmerking komt voor een baan bij de overheid. Ik moest mijn aanmelding voor een pedagogische opleiding intrekken. Die stempel heeft de richting van mijn verdere leven bepaald.”

Jan Geerink, vrijwilliger bij het COC en ervaringsdeskundige, deelde zijn persoonlijke verhaal

Onderzoek van dr. Roos Hoekstra-Pijpers

Dr. Roos Hoekstra-Pijpers, universitair hoofddocent aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, sprak over haar recente onderzoek naar thuiswondende LHBT-ouderen. Hieronder worden enkele opvallende bevindingen uit haar onderzoek gedeeld.

  • De levensloop van roze ouderen is anders dan van hetero ouderen. De levensloop is van belang voor de hulpvraag. Bij ziekte of overlijden wordt bijvoorbeeld alleen de familie benaderd, maar niet een mogelijke partner of geliefde van hetzelfde geslacht. 
  • Sommige roze ouderen hebben moeite met nieuwe termen als ‘queer’ of ‘transgender’. Zij hebben het al moeilijk genoeg gehad in de maatschappij en willen het niet nog ingewikkelder maken. Sommigen associëren de nadruk op termen en vlaggen met te veel activisme.
  • Een proactieve en open houding van zorgverleners laat acceptatie van LHBTIQ+-ouderen zien. Hierdoor wordt het voor hen gemakkelijker om hun eigen verhaal te delen.
  • Mogelijk worden kansen gemist om tot meer zinvolle samenwerking te komen tussen verschillende welzijnsorganisaties. Alleen doorverwijzen naar een LHBTIQ+-organisatie op de sociale kaart is niet genoeg. Samenwerking opzoeken in de wijken biedt kansen: veel thuiswonende roze ouderen vinden het fijn als er (subtiele) aandacht is voor het thema tijdens een koffiemoment of ontmoetgelegenheid.

Bijpraten in de Roze Salon

Stichting Humanitas organiseert in Rotterdam met enige regelmaat de Roze Salon (Bergweg) en het Roze Café (Hoogvliet). Hier kunnen LHBTIQ+-ouderen elkaar op een prettige, laagdrempelige manier ontmoeten. En dat hebben ze tijdens de coronapandemie vreselijk gemist, weet Astrid Arts van Humanitas. “Deze groep heeft het tijdens de coronacrisis echt heel erg moeilijk gehad”, vertelt ze. “Gelukkig hebben de gastheren en gastvrouwen van Humanitas wel op alle mogelijke manieren geprobeerd om contact te houden met deze roze ouderen. Bijvoorbeeld door te bellen of door even langs de deur te gaan om iets te brengen. Ook nu zien we dat het voor veel ouderen moeilijk is om weer de deur uit te gaan, ondanks dat de meeste gevaccineerd zijn.

Stichting Humanitas is de eerste stichting in Rotterdam die in 2011 de Roze Loper kreeg, het keurmerk waarmee een organisatie laat zien LHBTIQ+-vriendelijk te zijn. “En eigenlijk zijn er nog steeds niet veel organisaties in Rotterdam met de Roze Loper”, zegt Astrid. “Het laat maar weer zien dat we er met z’n allen eigenlijk nog te weinig mee bezig zijn. Een laagdrempelige manier om te starten met aandacht geven aan dit thema, is de regenboogvlag. Deze vlag is ook voor LHBTIQ+-ouderen heel belangrijk. Dus op belangrijke dagen, zoals Coming Out Day of de Pride, dan hangen we de regenboogvlag uit. Iedereen mag die vlag ophangen, dus dat is een goede tip voor je organisatie.”

Toolkit Roze 50+

Tot slot komt Herman Boers weer aan het woord om te vertellen over de Toolkit Roze 50+. In deze toolkit vind je informatie en tips voor activiteiten om aandacht voor roze ouderen te vergroten. Van informatiebronnen, tot leestips, tot quizzen of filmtips: er zijn volop mogelijkheden om laagdrempelig en tegen lage kosten aandacht te besteden aan LHBTIQ+-ouderen binnen je (zorg)organisatie. De toolkit is op deze pagina te vinden.

Tips

  • Er zijn LHBTIQ+-ouderen in uw organisatie of wijk
  • Stel neutrale, open vragen (Wie is/was uw partner)
  • Let op woordgebruik (stel identiteit voor lichaam; ga mee in zelfbenoeming)
  • Iedereen gelijk behandelen = heteronormatief (er zijn nu eenmaal verschillen tussen hetero-ouderen en LHBtIQ+-ouderen)
  • Aandacht voor levensloop, leefstijl, netwerk, gezondheid
  • Extra aandacht voor privacy/geheimhouding
  • Informeer jezelf, wees zichtbaar, sociale kaart
  • Rotterdam is de Roze Stad van 2022: een mooie aanleiding om meer aandacht te besteden aan roze ouderen

Meer weten?

Hieronder vind je enkele belangrijke websites over dit thema. Wil je meer weten, de presentaties van een van de sprekers ontvangen of een van de genoemde onderzoeken? Neem contact op met Karin Oppelland via k.oppelland@radar.nl