5 vragen over… antisemitisme

5 vragen over… antisemitisme

Een deel van de Joodse Rotterdammers gaat niet zichtbaar Joods over straat om antisemitische reacties te voorkomen. Wie toch een keppeltje of davidsster draagt, voelt een risico om uitgescholden of bespuugd te worden. Dat blijkt uit een kwalitatief onderzoek van IDEM Rotterdam naar de ervaringen en veiligheidsbeleving van Joodse Rotterdammers. IDEM Rotterdam stelt 5 vragen over antisemitisme aan onderzoekers Nienke de Wit en Bauke Fiere.

1. Wat is antisemitisme?

Hoewel antisemitisme geen eenduidige definitie heeft, wordt de definitie van International Holocaust Rememberance Alliance (IHRA, 2020) veel gebruikt, onder andere in nationale en internationale politiek. Deze definitie luidt als volgt:

“Antisemitisme is een bepaalde perceptie van Joden die tot uiting kan komen als een gevoel van haat jegens Joden. Retorische en fysieke uitingen van antisemitisme zijn gericht tegen Joodse of niet-Joodse personen en/of hun eigendom en tegen instellingen en religieuze voorzieningen van de Joodse gemeenschap.”

IHRA verstaat onder manifestaties ook uitingen tegen de staat Israël, die beschouwd wordt als Joods collectief. Echter, kritiek tegen Israël die gelijk staat aan mogelijke kritiek op andere landen kan volgens hen niet beschouwd worden als antisemitisme.

2. Hoe vaak komt antisemitisme voor?

Hoeveel antisemitische incidenten er daadwerkelijk zijn in Nederland is lastig te vast te stellen. Verschillende instanties, onder andere antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s), Centrum Informatie en Documentatie Israel (CIDI) en de politie, houden bij hoeveel meldingen zij ontvangen van antisemitisme, maar dit geeft geen inzicht in de werkelijke omvang van het probleem. Dit komt omdat antisemitisme niet altijd als zodanig wordt herkend en omdat van lang niet alle antisemitische incidenten een melding wordt gemaakt.  Uit onderzoek van de European Union Agency for Fundamental Rights (FRA) uit 2018 blijkt dat slechts een kwart van de slachtoffers van een antisemitisch incident in Nederland dit ergens heeft gemeld.

In 2019 telde het CIDI in totaal 182 antisemitische incidenten in Nederland, exclusief online antisemitisme. Het gaat om incidenten die direct gemeld zijn bij CIDI, of gedeeld door meldpunten als ADV’s en het College voor de Rechten van de Mens of via (sociale) media. Het gaat bijvoorbeeld om vernielingen en bekladdingen in de openbare ruimte, het uitschelden van mensen op straat of telefonisch en pesterijen op scholen. Daarnaast zijn er meldingen van bedreigingen en het bespugen van mensen die door hun kleding als Joods herkenbaar zijn.

Hoewel antisemitisme lastig te meten is en er geen exacte cijfers van de omvang zijn, zien verschillende instanties wereldwijd die cijfers bijhouden over antisemitisme een stijging van het aantal incidenten. Het Kantor Center rapporteert een stijging van het aantal grote gewelddadige incidenten in 2019 van 18% ten opzichte van 2018 (Kantor Center, 2020).  

3. Hoe herken je antisemitisme?

Antisemitisme kan zich direct, maar ook indirect uiten. Direct antisemitisme uit zich tegen Joodse personen, eigendommen of gebouwen, terwijl indirect antisemitisme niet direct wordt geuit. Bij direct antisemitisme kan het gaan om ongepaste en discriminerende opmerkingen, fysiek geweld en vernieling. Dit kan zich uiten in de privésfeer, maar ook in het publieke debat of de openbare ruimte. Indirect antisemitisme gaat bijvoorbeeld om antisemitische leuzen tijdens voetbalwedstrijden, het uitschelden van een politieagent voor k**jood of het verspreiden van diverse complottheorieën over Joden. Zo hoeft antisemitisch schelden niet direct tegen een Joods persoon geuit te worden, maar draagt het wel bij aan de normalisering van antisemitisme en een negatieve associatie met Joden. Antisemitisme heeft diverse verschijningsvormen, en kan zowel zeer duidelijk als subtiel voorkomen. Het hoeft niet altijd te gaan om direct geweld, maar juist sluimerende vormen kunnen ook schade toe richten, zoals stereotypes en vooroordelen over Joodse mensen.

4. Wat kun je als professional doen tegen antisemitisme?

Je kan jezelf informeren en nagaan wat je over het jodendom in Nederland weet. Daarnaast kan je je collega’s aanspreken wanneer je merkt dat die persoon weinig kennis heeft of op basis van vooroordelen handelt. Antisemitisme is, net zoals discriminatie op andere gronden, een complex fenomeen. Het hangt samen met normen, structuren van ongelijkheid en het op alledaagse manieren tot uiting kan komen. De eerste stap naar verandering is daarom om meer kennis op te doen en kritisch op jezelf te reflecteren.

5. Wat kun je doen als je antisemitisme ervaart?

Je kunt (anoniem) een melding doen van discriminatie bij het antidiscriminatiebureau in je gemeente (in Rotterdam is dat RADAR). De gespecialiseerde klachtbehandelaars kunnen je, indien gewenst, advies geven over mogelijke vervolgstappen en je hierin ondersteunen.

Omstanders kunnen altijd een goede bondgenoot zijn door zich uit te spreken tegen discriminatie, ook in het geval van antisemitisme. Ga naast iemand staan die antisemitisch bejegend wordt en geef deze persoon de ruimte om zichzelf uit te kunnen spreken. Verder kun je iemand die antisemitisme meemaakt ondersteunen, bijvoorbeeld door een luisterend oor te bieden en samen te kijken naar mogelijke oplossingen voor de situatie.

Lees het onderzoek ‘Openlijk Joods, maar niet altijd’

Wil je meer weten over antisemitisme? IDEM Rotterdam deed kwalitatief onderzoek naar antisemitisme in Rotterdam. Hiervoor zijn Joodse Rotterdammers gevraagd naar hun ervaringen met antisemitisme en welke invloed dat heeft op hun veiligheidsbeleving. Het onderzoek is hier te downloaden.

Farida: “Om discriminatie tegen te gaan, probeer ik juist mijn achtergrond zichtbaar te maken”

Farida: “Om discriminatie tegen te gaan, probeer ik juist mijn achtergrond zichtbaar te maken”

Moslima’s zijn steeds beter in staat discriminatie op de arbeidsmarkt te herkennen en durven het steeds beter te benoemen. Dat is de conclusie uit kwalitatief onderzoek van IDEM Rotterdam naar ervaren discriminatie van moslima’s op de Rotterdamse arbeidsmarkt. Het toegenomen besef komt mogelijk doordat er steeds meer over discriminatie en racisme wordt gesproken. Ook de 24-jarige zorgverlener Farida* is niet op haar mondje gevallen en spreekt mensen op hun gedrag aan als ze zich herhaaldelijk discriminerend uiten.

Discriminatie op de arbeidsmarkt komt veel voor. Vooral bij werving en selectie is het een lastig onderwerp: hoe weet je zeker dat je de baan niet hebt gekregen vanwege je afkomst en niet omdat je bijvoorbeeld expertise mist? Farida heeft een soortgelijke ervaring. “Ik heb eens gesolliciteerd bij een zorginstelling in Noord-Brabant”, vertelt ze. “Er werd gevraagd of ik wel in Nederland geboren was, hoe lang ik al in Nederland woonde, met hoeveel kinderen we thuis waren. Het gesprek ging eigenlijk meer over mijn persoon en mijn achtergrond, dan over mijn werkervaring.”

Tijdens het gesprek heeft Farida niets gezegd over de aparte vragen die haar gesteld werden. “Het ging om een gewilde functie, dus je probeert er het beste van te maken. Door gewoon te antwoorden en vriendelijk te blijven, probeerde ik het nog te redden.” Uiteindelijk kreeg Farida de baan niet, maar ze is niet in verweer gegaan. “Wat kun je in zo’n geval ook doen? Als je bijvoorbeeld een klachtenbrief zou sturen, dan is het jouw woord tegen dat van hen. Je kan nooit bewijzen dat het om discriminatie gaat.”

Onwetendheid

Gelukkig is Farida nu werkzaam in een Rotterdamse organisatie, waar ze inmiddels in een divers team werkt. Dat was echter niet altijd al. “Toen ik hier kwam werken was ik de tweede moslim van het hele team”, zegt ze. “Ik was de eerste die een hoofddoek droeg en zowel mijn Marokkaanse als Nederlandse identiteit expliciet uitdroeg. Soms kreeg ik wel rare vragen of opmerkingen van collega’s, bijvoorbeeld wanneer ik uitgehuwelijkt zou worden. Als het echt om vooroordelen gaat, ben ik er snel klaar mee. Maar als mensen oprecht iets willen weten over de islam of mijn cultuur, en het op een normale manier aan me vragen, dan sta ik er altijd voor open om het uit te leggen.”

Farida gelooft dan ook dat de meeste gevallen van discriminatie voortkomen uit onwetendheid. Om de kennis en het begrip over haar cultuur te vergroten, probeert Farida haar Marokkaanse achtergrond juist zichtbaar te maken. “Als de ramadan begint, bijvoorbeeld, dan neem ik een traktatie mee naar werk”, licht ze toe. “Dat doe ik niet zozeer om het te vieren, maar om te laten zien dat ik het belangrijk vind. Collega’s gaan dan vanzelf vragen stellen en begrijpen dan ook beter waarom ik iets belangrijk vind.” 

Jezelf blijven

Jezelf blijven is de belangrijkste tip van Farida aan andere moslima’s op de werkvloer. “Natuurlijk, je moet je aanpassen aan de situatie waarin je terechtkomt”, zegt ze. “Maar nooit zoveel dat je jezelf kwijtraakt! Ik zeg altijd: je moet je gedeeltelijk aanpassen. En je witte of autochtone collega’s moeten zich ook gedeeltelijk aanpassen. Maar laat vooral zien wie je bent, zodat mensen je beter begrijpen en vooroordelen verdwijnen. Als iedereen zich gedeeltelijk aanpast en elkaar respecteert, kun je hartstikke goed samenwerken.” 

Meer weten?

Het onderzoek ‘Ervaren discriminatie van moslima’s op de Rotterdamse arbeidsmarkt’ van IDEM Rotterdam is nu te downloaden.

*Uit privacyoverwegingen is de naam van Farida gefingeerd. De foto is ter illustratie.

5 vragen over… seksuele straatintimidatie

5 vragen over… seksuele straatintimidatie

Roepen, sissen, nafluiten en vervolgens uitgescholden worden als je niet reageert. Voor veel (met name) vrouwen en LHBTIQ+-personen is dit een herkenbare realiteit. De gemeente Rotterdam wil korte metten maken met deze en andere vormen van straatintimidatie, want iedereen moet immers met een veilig gevoel op straat kunnen lopen. IDEM Rotterdam stelt vijf vragen over seksuele straatintimidatie aan Lisanne Oldekamp, beleidsadviseur en projectleider ‘aanpak seksuele straatintimidatie’ bij gemeente Rotterdam.

1. Wat is seksuele straatintimidatie?

Seksuele straatintimidatie kent vele vormen. In het plan van aanpak van de gemeente hanteren we de volgende definitie: ‘(seksuele) uitlatingen of gedragingen op straat waarmee anderen u irriteren, tot last zijn, kwetsen, beledigen, bedreigen of beperken in uw gevoel van vrijheid’.

2. Hoe vaak komt seksuele straatintimidatie in Rotterdam voor?

Uit onderzoek uit 2016 blijkt dat 44 procent van de vrouwen die aan het onderzoek hebben meegewerkt, te maken heeft gehad met seksuele straatintimidatie. Het gaat daarbij om bovenstaande definitie. Als je echter een bredere definitie hanteert, waaronder ook sissen, fluiten of naroepen vallen, dan heeft maar liefst 94 procent van de vrouwen dit meegemaakt. Seksuele straatintimidatie is dus een groot probleem. De gemeente heeft de Erasmus Universiteit Rotterdam opdracht gegeven om het onderzoek uit 2016 te herhalen, om een actueel beeld te krijgen van het probleem. Dat rapport verschijnt volgende week.

3. Wat doet de gemeente tegen seksuele straatintimidatie?

De gemeente heeft een integrale aanpak. Slachtoffers van seksuele straatintimidatie kunnen hun ervaring melden in de StopApp. Als je wil, kun je je contactgegevens achterlaten. Iemand van de gemeente neemt dan contact met je op, bijvoorbeeld om je door te verwijzen naar hulpverlening. We willen vooral dat melders zich gehoord voelen.

Verder voeren we campagnes om mensen ervan bewust te maken dat seksuele straatintimidatie niet normaal is. Deze richten zich naast slachtoffers ook op daders of potentiële daders. We gaan ons ook meer richten op omstanders: help iemand als je merkt dat er sprake is van seksuele straatintimidatie. Als hele samenleving moeten we zeggen: ‘We vinden dit niet normaal.’

Tot slot gaat er veel aandacht naar de strafbaarstelling van straatintimidatie. In Rotterdam hebben we een tijd een artikel in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV; in de APV staat de regelgeving binnen de gemeente, bijvoorbeeld ook over vergunningen en over waar je op straat alcohol mag drinken) gehad, waarmee straatintimidatie strafbaar was en waar we op konden handhaven. Helaas is dat door een rechter herroepen: een lokale verordening was volgens de rechter niet mogelijk, maar een wet (dus landelijk) wel. Inmiddels is in Den Haag een wetsvoorstel in de maak, waar de gemeente Rotterdam ook input voor levert. We doen ons uiterste best om die wet voor elkaar te krijgen.

4. Wordt er ook veel gedaan aan de preventie van seksuele straatintimidatie?

We zijn momenteel bezig met een nieuwe aanpak van seksuele straatintimidatie. Hierbij zal meer aandacht uitgaan naar preventie. Het belangrijkste hierbij is dat we niet het wiel opnieuw gaan uitvinden. We onderzoeken bijvoorbeeld of er lessen over seksueel gedrag zijn op scholen, waarbij we kunnen aanhaken. Ook proberen we aansluiting te vinden bij andere activiteiten in de stad, bijvoorbeeld workshops over taboes bespreken.

5. Wat kun je als professional doen als een cliënt of zorgvrager te maken heeft met seksuele intimidatie?

In eerste instantie kun je het melden in de StopApp. Ook professionals kunnen melden in de StopApp, eventueel anoniem. Hoe meer meldingen we binnenkrijgen, hoe meer zicht we hebben op het probleem en hoe concreter we het kunnen aanpakken. Als de persoon in kwestie dat wil, kunnen we contact opnemen en doorverwijzen naar de juiste hulpverlener. Verder is het heel erg afhankelijk van wat er is gebeurd en wat iemands behoefte is. We zijn op dit moment bezig met het doorontwikkelen van onze aanpak. Eén van de punten die we daarin willen meenemen, is het vergroten van het handelingsperspectief van omstanders. Die term ‘omstanders’ willen we wat verder afpellen, want ook professionals kunnen natuurlijk omstanders zijn. Om te zorgen dat we de juiste tips meegeven, ben ik ook erg benieuwd waar professionals behoefte aan hebben (hiervoor kun je per mail contact met me opnemen).

Verder raden we voor hulpverleners een korte online training aan van Stand Up. Met behulp van een aantal casussen krijg je meer inzicht in wat seksuele intimidatie is en hoe je het beste kan handelen.

Meer weten?

Op 29 april 2021 organiseert IDEM Rotterdam het Kennisatelier ‘Seksuele intimidatie, niks bijzonders?’. Er zijn nog een beperkt aantal plaatsen voor professionals beschikbaar, dus meld je snel aan. Over de aanpak van seksuele straatintimidatie door de gemeente Rotterdam kun je meer lezen op de website van de gemeente.

Jolanda Heykoop: ‘Ook met huisdieren moet je recht hebben op opvang’

Jolanda Heykoop: ‘Ook met huisdieren moet je recht hebben op opvang’

Door een samenloop van allerlei vervelende omstandigheden, raakte Jolanda Heykoop in 2018 haar huurwoning kwijt. Ze klopte bij verschillende instanties aan, maar kon geen concrete hulp krijgen. De reden: haar huisdieren. Ze weigerde haar dieren af te staan en woont sindsdien op een louche camping. Om te voorkomen dat anderen in haar situatie belanden, wil ze een opvang starten waar huisdieren welkom zijn. ‘In zo’n situatie is je huisdier het laatste wat je hebt, dat mag je mensen niet afnemen.’  

Hulpverleners die de situatie niet begrijpen, buren die valse verklaringen afleggen en ziekte: het zijn enkele van de vervelende omstandigheden die er samen toe hebben geleid dat Jolanda Heykoop in 2018 haar woning uit moest. Ze klopte aan bij Centraal Onthaal, de instantie waar je heen kan als je dak- of thuisloos raakt, maar ze konden haar niet helpen. Bij de daklozenopvang kwam ze ook niet binnen met haar huisdieren. ‘Ondertussen waren mijn kinderen bij mijn ex gaan wonen, met hem heb ik gelukkig een goede band’, vertelt Jolanda. ‘Maar mijn huisdieren, het laatste wat ik nog over had van mijn oude leven, die weigerde ik op te geven.’  

Camping 

Ze belandde in een caravan op een louche camping. Het was de laatste plek waar ze naartoe kon, zonder dat ze haar huisdieren hoefde weg te doen. ‘Maar dat was geen geschikte plek voor mijn dochter, die hartstikke goed bezig was op school’, vertelt Jolanda. ‘Mijn kinderen vertrokken naar mijn ex, totdat ik een geschikte woning zou hebben. Inmiddels woon ik in een antikraakwoning in Roosendaal, maar ik wil mijn dochter niet van haar school in Rotterdam halen. Daar gaat het juist heel goed.’  

Jolanda wil naar Rotterdam, naar een woning waar ze kan blijven, in de buurt van haar kinderen. ‘Ik wil alleen geen hulp meer’, zegt ze, ‘want ik ben kapotgezwegen door allerlei hulpverleners. Gelukkig is er nu wel iemand van het Leger des Heils, die ik vertrouw, en die me helpt een woning te vinden. Maar in Rotterdam is het eigenlijk niet te doen.’  

Dierbaar bezit 

Het schrijnende geval van Jolanda staat niet op zichzelf. Ieder jaar weigeren daklozen opvang, omdat ze hun laatste dierbare bezit – hun huisdier – dan moeten afstaan. ‘Alleen maar door een huisdier, vallen we tussen wal en schip’, zegt Jolanda. ‘Het is het laatste wat je nog hebt, maar toch krijg je te horen dat er niks voor je gedaan kan worden. Behalve als je je dier wegdoet. We worden daardoor snel weggezet als ‘zorgweigeraars’, maar dat zijn we helemaal niet. We willen juist heel graag hulp, maar wel met ons huisdier. Hulpverleners moeten er echt alerter op worden dat een huisdier vreselijk belangrijk voor iemand is.’  

Speciale opvang 

Om in de toekomst te voorkomen dat anderen in dezelfde situatie belanden, zou Jolanda dolgraag een eigen opvang willen oprichten. Eentje waar huisdieren wel welkom zijn. ‘Ik heb al een heel businessplan klaarliggen’, vertelt ze. ‘In deze opvang mogen dak- en thuislozen komen, samen met hun huisdieren. Ik regel alle praktische zaken en ben het aanspreekpunt voor de hulpverlening en bewoners. Ondertussen zorgen alle bewoners samen voor de dieren en voor de dagelijkse huishoudelijke zaken. De bewoners krijgen twee jaar de tijd om hun zaak weer op orde te krijgen en kunnen daarna weer de maatschappij in.’  

Het is de bedoeling dat bewoners daarna zelfredzaam zijn. ‘Dakloos zijn is een dure hobby, omdat je ongetwijfeld schulden gaat opbouwen’, legt Jolanda uit. ‘Ik heb al contact met twee schuldhulpverleners, die ook graag willen meewerken aan de opvang. Zij kunnen de bewoners helpen begeleiden om financieel zelfredzaam te worden.’  

Jolanda heeft dan ook een verdienmodel gekoppeld aan het plan, zodat de opvang zichzelf kan bedruipen. ‘Ik hoef er zelf niks aan te verdienen’, zegt ze. ‘Ik wil alleen maar een plekje in het pand om te wonen en de boel te bestieren.’ De opvang kan namelijk ook dienen als dierenpension voor dierenbezitters die op vakantie gaan. ‘De bewoners zullen in die tijd hartstikke goed voor je dier zorgen. Ook wil ik er een koffiecorner opzetten, waar bewoners en wijkbewoners met elkaar in contact komen.’    

Hulp gezocht 

Jolanda Heykoop is op zoek naar hulp om haar plannen te realiseren. Een locatie is een van de belangrijkste zaken die geregeld moeten worden. Zie je het plan van Jolanda zitten en wil je met haar sparren? Stuur haar dan een mail via jolandaheykoop3770@gmail.com  

Şeydâ Buurman-Kutsal: “Met mij samenwerken betekent dat je geconfronteerd kan worden met je eigen racismes”

Şeydâ Buurman-Kutsal: “Met mij samenwerken betekent dat je geconfronteerd kan worden met je eigen racismes”

Şeydâ Buurman-Kutsal is een van de sprekers tijdens het panelgesprek ‘De agenda voor een inclusieve samenleving’, tijdens de Week tegen Racisme. De supervisor, trainer, consultant en coach zet zich met haar bedrijf in voor meer inclusie binnen organisaties en op werkvloeren. IDEM Rotterdam vroeg haar naar haar motivatie, misverstanden over inclusie en tips voor professionals.

De Internationale Dag tegen Racisme is een belangrijke dag voor Şeydâ. “Ik wil een actieve bijdrage leveren aan het beschermen van mensenrechten”, vertelt ze in een videogesprek. “Een onderdeel daarvan is dat we gelijkwaardig worden behandeld. Het is nog niet gelukt om geen racistisch gedrag tegen te komen. Evenmin is het gelukt om systemisch racisme weg te werken. Zolang racisme bestaat, hebben we deze dag nodig.” 

Omdat Şeydâ gelijkwaardigheid zo belangrijk vindt, zet ze zich ook op professioneel vlak daarvoor in. “Ik heb me gespecialiseerd in het zichtbaar maken van racisme en in het ondersteunen van organisaties bij inclusiever worden”, legt ze uit. “Hoe divers is je omgeving, hoe ga je om met diversiteit? Voor welke uitdagingen kom je te staan? Wat betekent dat voor de medewerkers? Wat betekent dat voor werving-en-selectie? In dat hele spectrum werk ik met mensen die zich met diversiteit bezighouden, maar toch merk je dat er nog veel te leren valt. En dat er soms zelfs weerstand is.”

Aangevallen

Van die weerstand zijn mensen zich vaak niet eens bewust. “Gepriviligieerde mensen voelen zich soms snel aangevallen en zeggen dat ze niet racistisch zijn”, vertelt Şeydâ. “Maar zoiets bestaat niet: wij leven in een racistisch systeem. Ik quote hier graag Ibram Kendi die heeft beschreven dat je Racisme hebt, Nietracisme bestaat niet. Als je er niet actief iets tegen doet draag je bij, dat is ook het geval als je niks doet, of je bent anti-racistisch. Zo kom je allerlei manieren tegen waardoor mensen per ongeluk racisme in stand houden. Het is een dunne lijn, waarop ik moet balanceren om zowel mijn boodschap te kunnen overbrengen als mensen niet af te schrikken met die boodschap.”

Die balans houden, is een lastige, maar bewuste keuze, meent Şeydâ. “Het ligt eraan wat je doel is. Als het je doel is om witte mensen niet te kwetsen, dan kun je beter andere dingen gaan doen. Maar dan verlies je mensen van kleur. Gelukkig zijn er veel mensen die mijn werkwijze wel waarderen, al betekent met mij samenwerken dat je geconfronteerd kan worden met je eigen racismes. Ik werk daar niet omheen.”

Confronterend

Toch staan gelukkig steeds meer organisaties open voor trainingen en begeleiding op het gebied van inclusie en anti-racisme, hoe confronterend dat ook kan zijn. “Ik werk vanuit het change management: wat speelt er onder de oppervlakte, wat zijn verborgen onderwerpen, wat wordt in stand gehouden?”, legt Şeydâ uit. “Na zo’n proces zijn mensen soms in shock over wat ze tot stand hebben gebracht. Ik zal dat niet wegnemen, maar kan daar wel bij begeleiden. Ik weet dat het lastig is. Maar het is nog veel lastiger als je in een gemarginaliseerde positie zit en je weet dat je de situatie niet kan veranderen, dat het ligt aan het systeem waar je onderdeel van bent.”

Het ingewikkelde en confronterende proces naar inclusie is ‘work in progress’. “Het grootste misverstand is dat mensen denken dat de weg naar inclusie ooit ‘af’ is”, aldus Şeydâ. “Een ander misverstand is dat geprivilegieerde mensen iets moeten opgeven als ze inclusief zijn, terwijl het juist een verrijking is. Stel dat je je, bijvoorbeeld als witte man, bewust wordt van je privilege, dan kan je bang zijn je positie kwijt te raken. Er wordt dan naar gekeken als een taart, die over meer mensen verdeeld moet worden. Zo werkt het alleen niet. Het gaat er alleen om dat je dingen anders aanpakt en dat kan juist veel kansen opleveren. Kijk bijvoorbeeld naar de coronacrisis: veel bedrijven vonden thuiswerken maar niks, maar ondertussen zien we dat het prima kan.”

Bondgenootschap

Gelukkig zijn er veel individuele professionals die de kansen van inclusie erkennen en het verschil willen maken binnen hun organisatie. Voor hen heeft Şeydâ een belangrijke tip. “Er zit meer kracht in je organisatie dan je denkt. Ga daarom op zoek naar gelijkgestemden. Leer hoe je een goede bondgenoot kan zijn. In de eerste plaats gaat het helemaal niet om morgen alles anders te doen wat je voorheen deed, maar om je bewust te worden vna je rol en invloed en daar iets mee te doen. Mensen bijbrengen hoe ze goede bondgenoten kunnen zijn. Deze zoektocht naar bondgenootschap zal weerstand opleveren, maar het zorgt er ook voor dat je zichtbaar wordt. Zoek de grijze massa en laat je niet de mond snoeren.”

Meer weten? Neem deel aan de Week tegen Racisme

Şeydâ Buurman-Kutsal is een van de sprekers tijdens het panelgesprek ‘De agenda voor een inclusieve samenleving’ op 18 maart. Op deze pagina vind je meer informatie en kun je je aanmelden.

Tijdens de Week tegen Racisme – van 15 tot en met 21 maart – worden nog veel meer lezingen, workshops en theater georganiseerd door IDEM Rotterdam, RADAR en andere discriminatievoorzieningen. Het hele programma vind je op de overzichtspagina.