Luisteren in tijden van corona: houd aandacht voor elkaar

Luisteren in tijden van corona: houd aandacht voor elkaar

Afstand houden, hamsteren en non-stop het nieuws volgen: de coronacrisis zorgt voor een heleboel stress. Maar ook elkaar helpen, bezinning en onthaasten zijn termen die steeds vaker voorbijkomen in deze rare tijden. Luisteren is ook een van de manieren bij uitstek om een ander in deze moeilijke tijd bij te staan. IDEM Rotterdam sprak met Ben de la Mar, de initiatiefnemer van Luistergoud. Deze organisatie streefde altijd al naar een maatschappij met ruimte voor trage vragen, presentie en zingeving om bij te dragen aan het welzijn van mensen. Een missie waar we vooral nu wel oren naar hebben.

Wat doet Luistergoud?

Luistergoud is een goededoelenorganisatie die zich inzet om de verbinding in de stad te versterken. Wij doen dat op verschillende manieren. Ten eerste organiseren we ieder najaar de Aandachtslezing in Arminius. Afgelopen jaar sprak psychiater Dirk de Wachter, die zich erg veel bezighoudt met omzien naar elkaar. Hij hoopt dat mensen niet gelijk afstappen naar een externe hulpverlener, maar ook meer steun zoeken bij elkaar. Daarnaast geven we op locatie lezingen over zelfcompassie binnen vrijwilligerswerk. Deze lezing wordt gegeven door drs. Renate Willems, die onderzoek doet naar het belang van zelfcompassie bij vrijwilligers. Een van haar onderzoeksvragen is of een grotere mate van zelfcompassie tot meer compassie naar cliënten leidt. Tot slot financieren we trainingen, bijvoorbeeld voor vrijwilligers in de zorg. Hierbij staat vooral het belang van luisteren voorop.

Waarom is luisteren belangrijk?

Er is veel discussie, iedereen heeft wel een mening. Vooral in onzekere tijden als nu. Maar hoor je wel wat de ander echt zegt? Als je beter naar anderen luistert, luister je ook beter naar jezelf. Het leven wordt kleurrijker, we kunnen prettiger met elkaar omgaan als we beter leren luisteren. Er is dan ook meer ruimte voor verschillen. Wij geloven dat we de wereld een stukje mooier kunnen maken als we mensen leren om beter naar elkaar te luisteren. Het vermogen om te luisteren kun je ontwikkelen in jezelf. Dat vermogen proberen we mee te geven aan zoveel mogelijk Rotterdammers.

Hoe kunnen professionals dat vermogen bij zichzelf verder ontwikkelen?

Soms is de veronderstelling dat je dingen eerder oplost als je snel gaat. Onze samenleving is namelijk heel erg ingesteld op regelen. Maar als je vertraagt, zie je de dingen soms scherper. Dan zie je waar het eigenlijk om gaat. Uiteindelijk ben je dan zelfs sneller bij de gewenste oplossing dan wanneer je vluchtig maar van alles probeert.

Tegelijkertijd moet je jezelf ook niet te veel laten meeslepen door de verhalen van anderen, lijkt me?

Als professional krijg je allerlei verhalen van anderen te horen, ook tragische. Dat raakt je, dat doet iets met je. Als dat niet het geval is, word je een automaat waar de ander niks aan heeft. Als iets je te veel raakt, is het ook niet goed. Je moet aandacht blijven geven aan jezelf, zodat je ook weer aandacht kan geven aan de ander. Het is heel simpel: het moet nu eenmaal met jou goed blijven gaan, wil je wat voor een ander kunnen betekenen.

Hoe is Luistergoud ontstaan?

Luistergoud is voortgekomen uit de telefonische hulpdienst Sensoor. Eind 2018 is deze opgegaan in de landelijke Luisterlijn. Van het geld dat nog beschikbaar was hebben we een fonds opgericht waarmee we iets zinvols willen doen voor de Rotterdamse samenleving. In stijl van de traditie van Sensoor is Luistergoud opgericht: luisteren naar elkaar, verbinding, aandacht voor de medemens, compassie voor mensen die in een lastige positie zitten.

We worden overstelpt met nieuws, fake news, meningen, cijfers, voorspellingen: is luisteren niet gevaarlijk in tijden van corona?

Kunnen luisteren betekent niet dat je alles klakkeloos moet geloven. Maar het blijft belangrijk om het vermogen om te luisteren te ontwikkelen. Zodat je kunt luisteren naar een ander, dat betekent echt horen wat diegene meemaakt en beleeft. Als we dat kunnen geven we ruimte aan de ander. Dat doet mensen goed en maakt onze wereld een beetje mooier. Dat is wat we met Luistergoud de samenleving gratis aanbieden. 

Wie een luisterend oor nodig heeft, verwijs ik graag naar de landelijke Luisterlijn (vroeger Sensoor). Daar wordt dag en nacht een luisterend oor geboden, zeker in deze tijden een groot goed.

Hoe dragen jullie verder bij aan deze verbinding?

Ieder jaar reiken wij de Aandachtsaward uit aan een Rotterdamse organisatie die zich inzet voor verbinding in de stad. Luistergoud wil deze organisatie met de Award een steuntje in de rug geven. Er is een eerste prijs te winnen van maar liefst vijfduizend euro, een tweede van drieduizend euro en een derde prijs van duizend euro. Vorig jaar won Tulpen uit Rotterdam, die met Rotterdammers bloemstukjes maakt en uitdeelt aan mensen die er goed een kunnen gebruiken.

Meer informatie is te vinden op www.luistergoud.nl

Racisme in de ouderenzorg: het verhaal van Yuna

Racisme in de ouderenzorg: het verhaal van Yuna

In 2019 werd landelijk veertig keer melding gemaakt van racisme in de zorg bij antidiscriminatiebureaus. In Rotterdam zijn slechts vijf incidenten geregistreerd. Racisme in de zorg lijkt nog sterker ondergerapporteerd dan racisme in andere sectoren. Bij veel zorginstellingen lijkt een zwijgcultuur te bestaan als het om misstanden gaat: het management wil de instelling niet in kwaad daglicht zetten en medewerkers zijn bang om hun baan te verliezen. De 33-jarige Yuna wil deze zwijgcultuur doorbreken. Haar leven is kapotgemaakt door dag in dag uit te moeten kampen met discriminerende ouderen en hun racistische familieleden, ondanks de goede zorg die zij probeerde te leveren. Haar leidinggevende adviseerde haar alles te negeren. Door haar verhaal te delen, hoopt Yuna andere zorgverleners die met racisme te maken krijgen aan te moedigen ook op te staan. IDEM-redacteur Wilke Martens tekende daarom haar verhaal op. Een waarschuwing voordat je verder leest: dit verhaal bevat expliciete beschrijvingen van het racisme waar Yuna mee te maken heeft gehad.

N***r, n***r, n***r, n***r, n***r![1] Zodra Yuna de kamer van meneer De Vries binnenloopt, begint het geschreeuw. Snel loopt ze naar het keukentje om koffie te zetten en ontbijt klaar te maken voor de oude man. Vanuit de kleine woonkamer, waar meneer De Vries in zijn leunstoel voor de televisie zit, hoort ze het gevloek doorgaan. Yuna wacht in de hoek van de keuken tot de koffie is uitgeprutteld. Zachtjes zingt ze een liedje, om het gescheld niet te hoeven horen. Ze maakt twee bruine boterhammen met kaas, schenkt koffie in een mok en zet alles op een dienblad. Na een diepe zucht loopt ze met het eten de woonkamer in. Zo rustig mogelijk zet ze het op het bijzettafeltje naast meneer De Vries’ stoel. Hij kijkt haar aan met vurige ogen. ‘N***r, n***r!’, begint het geroep opnieuw, nu recht in haar gezicht. Snel loopt Yuna naar buiten. Zodra ze de deur achter zich sluit, hoort ze dat het stil wordt in de woonkamer.

Van de tien autochtone bewoners op de Nederlandse woongroep in het kleinschalige zorgcentrum in Rotterdam-Zuid, uiten zich er twee ronduit racistisch. Iedere dag weer. De 33-jarige zorgmedewerker Yuna laat het over zich heen komen. Iedere dag weer. Ze weet dat deze mensen er niet zoveel aan kunnen doen. Niet alleen zijn deze ouderen opgegroeid in een Nederland waar amper mensen van kleur woonden, ook zorgt hun dementie ervoor dat gedragsnormen vervagen. Ze weten niet meer zo goed wat aanvaardbaar is en wat niet. Deze ouderen zijn ziek en als zij racistische dingen zeggen, kunnen ze daar niet echt iets aan doen. Dat heeft ze geleerd tijdens haar opleiding tot verzorgende, vier jaar geleden.

Alles voor de kinderen

Hoe erg de dagelijkse discriminatie[2] haar ook raakt, Yuna probeert zo goed mogelijk haar werk te doen. Eigenlijk vindt ze het werk heel erg leuk. Ze is er nog goed in ook, al was werken in de ouderenzorg nooit haar meisjesdroom. De andere acht bewoners van de Nederlandse woongroep lopen met haar weg. Bij hen is het altijd gezellig als ze aan het werk is. Ze drinken samen koffie en kletsen honderduit, zingen liedjes, spelen soms een spelletje. Er wordt zelfs wel eens gedanst. Toen mevrouw Janssen onverhoopt naar het ziekenhuis moest, liet Yuna haar kinderen bij de buren achter om aan haar ziekbed te zitten. Mevrouw Janssen voelde als familie voor haar, als een oma. Vreselijk miste ze familiebanden. Haar eigen familie woont in Zambia. En de familie van haar man? Nee, die moest niks van haar hebben. Sinds zij en haar man getrouwd zijn, horen ze bijna nooit meer wat van de familie. Alleen haar schoonouders nemen wel eens contact op, maar vooral voor de kinderen. Hun kleinkinderen, ja, daar waren haar schoonouders dol op. Maar op haar? Nee, haar zouden ze het liefst in een vliegtuig terug naar Afrika zetten. Als ze de kinderen – en hun paspoorten natuurlijk – maar hier liet.

Vaak denkt Yuna aan haar kinderen. Dat helpt haar om de werkdag door te komen. Het helpt om de beledigingen van de dementerende bewoners te incasseren. Voor hen kan ze dit doorstaan. Ze moet wel. Ze heeft haar salaris nodig om hen te voeden en te kleden, om hun schoolgeld te betalen. En hopelijk, als ze goed genoeg spaart, om in de nabije toekomst groter te gaan wonen. Samen met haar man, twee kinderen, en een derde kindje.

Hoe het begon

Zambia, zeven jaar eerder. Yuna werkt hard aan haar carrière als zangeres. Ze heeft al talloze optredens gedaan en ze is zelfs al twee keer door Nederland op tournee geweest met een muzikaal theatergezelschap. Maar haar ambitie is groter. Ze wil niet langer alleen maar opdraven in het buitenland als mensen een zoveelste vertolking van ‘Pata Pata’ willen horen. Ze wil haar eigen keuzes maken. Ze wil haar eigen nummers maken. Haar eigen stem laten horen.

Daarom is ze hier. Op een internationale muziekworkshop, waar zangers en muzikanten samenkomen. Hier ontmoet ze Johan. De Nederlandse muzikant valt als een blok voor haar. Ze worden verliefd en Yuna komt op een tijdelijk visum naar Nederland. Niet veel later raakt ze zwanger van hem. Voor Johan is er geen twijfel: hij houdt van haar, hij wil met haar een gezin stichten en vraagt haar ten huwelijk. Yuna zegt ja.

Als Yuna’s toeristenvisum afloopt, keert ze terug naar Zambia. Terwijl Johan alles regelt voor het huwelijk, begint Yuna aan lessen Nederlands. Ze keert terug op een tijdelijk visum om in Nederland te kunnen bevallen. Hun zoontje wordt geboren, ze trouwen en ze keren nog één keer terug naar Zambia om ook daar hun bruiloft te vieren. Wanneer Yuna slaagt voor haar inburgeringsexamen, komt ze opnieuw naar Rotterdam. Voorgoed, dit keer.

Yuna heeft er zin in. Ze geniet van haar man en zoon en probeert ondertussen ook in Nederland haar zangcarrière van de grond te krijgen. Tegelijkertijd realiseert ze zich dat zingen geen stabiel inkomen oplevert, terwijl ze graag financiële zekerheid wil om haar kinderen een goede toekomst te kunnen bieden. Daarom begint ze aan de opleiding tot verzorgende niveau 1. Het studeren gaat goed, dus leert ze nog twee jaar door voor verzorgende niveau 2. Yuna loopt stage op verschillende plekken, maar geen was er zo leuk als verzorgingshuis De Appel. Yuna werkt op een multiculturele groep, waar iedereen zich thuis voelt. Met veel plezier gaat ze iedere dag aan het werk in het grote verzorgingshuis. Als ze na afronding van haar studie te horen krijgt dat ze bij De Appel kan blijven werken, kan ze haar geluk niet op. Het gaat om een andere locatie, maar die is dichterbij haar huis. Geweldig, zo kan ze na werk sneller bij haar kinderen zijn. En de woongroepen zijn nog kleinschalig ook, kan dat niet alleen maar beter zijn dan dat massale verzorgingshuis?

Tot slaaf gemaakt

“Hey zwartje, ga eens koffie voor ons zetten!” De zoon van mevrouw Wildschut is de woonkamer nog niet binnen, of hij brult al naar Yuna. Achter hem aan komen zijn vrouw, zus, schoonzoon en twee grote honden binnen. Het is acht uur ’s ochtends. Zodra de deuren van het zorgcentrum opengaan, staat de familie voor de deur. Hoewel bezoek alleen is toegestaan in de kantine, beneden bij de receptie, lopen ze steevast door naar boven. Geen medewerker die er iets van zegt. Yuna is bezig ontbijt klaar te maken voor mevrouw Wildschut. Als ze het bord voor mevrouw neerzet, pakt haar zoon het af en gooit het eten in de prullenbak. Hij pakt een schaaltje, spuit het vol met slagroom uit een spuitbus en geeft dat aan zijn moeder. “Maak eten dat zij wil eten”, blaft hij Yuna toe.

Ze ontbeert de energie om de familie weg te sturen. Yuna heeft al zo vaak geprobeerd deze mensen te wijzen op hun asociale gedrag, ze kan het niet langer opbrengen. Meerdere keren per week bezorgen ze haar kopzorgen, net als de familie van meneer De Vries. Niet alleen overtreden ze de huisregels van het zorgcentrum, ook schelden ze haar steeds uit met racistische benamingen. Zwarte piet, het n-woord, slaaf: ze krijgt het allemaal over zich heen. In het begin probeerde ze voor zichzelf op te komen. Vriendelijk, zoals ze tijdens haar studie had geleerd. “Meneer, zou u me alstublieft bij mijn eigen voornaam kunnen aanspreken?”, vroeg ze rustig als er weer eens ‘zwarte piet’ naar haar geroepen werd. “Dat doe ik toch”, kreeg ze dan terug.

Meerdere keren probeerde ze de familie te doordringen van de pijn die hun opmerkingen en gedrag veroorzaakten. Niet alleen bij haar, maar ook bij haar islamitische collega’s van andere afdelingen. Ook zij kregen het zwaar te verduren als de familie door het pand liep. Niets hielp. Niemand hielp.

Aanvankelijk probeerde Yuna de verwensingen te negeren, zoals haar teamleider haar altijd adviseerde. Ze weet het nog goed, al op haar eerste werkdag kreeg ze het advies. Priya, de teamleider, gaf een rondleiding door het complex, waar op zes woongroepen mensen van vijf verschillende culturele afkomsten leven. Elke cultuur heeft een aparte woongroep: een Marokkaanse, een Turkse, een Hindoestaanse, een Afro-Caribische en twee Nederlandse groepen. Op iedere afdeling werkt personeel met dezelfde culturele achtergrond als de bewoners. Althans, dat is de bedoeling. Yuna, hoewel van Zambiaanse komaf, werd op de Nederlandse groep aan het werk gezet. “Dit is Yuna, jullie nieuwe vaste verzorgende”, kondigde de teamleider opgewekt aan. De autochtone bewoners heetten haar welkom. Behalve mevrouw Wildschut, zij haalde haar neus op: “Wat komt zij doen op een Nederlandse groep?” De teamleider negeerde de opmerking. Yuna zocht er niet veel achter. De teamleider had de discriminerende opmerking vast niet gehoord. Zoiets zou ze anders nooit over haar kant laten gaan, ze was immers zelf van Hindoestaanse afkomst…

Maar de teamleider had de opmerking wel degelijk gehoord. Na de rondleiding nam ze Yuna apart: “Kijk, dit is nou Nederland. Als zwarte ben je gewoon niet gelijk. Ze kijken op je neer en zien je als hun zorgslaafje. Als je er wat van zegt, dan ben je agressief en gaan ze klagen bij de directie. Je kan het dus maar beter negeren allemaal. Probeer het van je af te laten glijden.” Yuna had geknikt, voordat de boodschap goed tot haar was doorgedrongen. Tijdens haar stage had ze zoveel positieve ervaringen opgedaan, dat ze alleen maar zin had om aan het werk te gaan. En de teamleider is zelf van kleur. Zij zegt nergens iets van, dus zo erg kan het toch nooit zijn? En de moslimmeisjes, die lopen toch ook allemaal met een lach op hun gezicht?

Stond erbij en keek ernaar

“Je moet iets doen, dit gedrag kan je echt niet langer accepteren.” De agent kijkt Yuna bezorgd aan. “Je organisatie doet niks. Je teamleider, je collega’s: iedereen staat maar stil en kijkt ernaar. Je moet echt iets doen nu.” Yuna staat nog te trillen op haar benen. De situatie liep deze zondag zo erg uit de hand, dat de familieleden van mevrouw Wildschut zelfs met de politie op de vuist waren gegaan. Enkele van hen zaten weer op de woongroep, waar ze niet mochten zitten. De teamleider van een andere groep, een Caribische vrouw, sprak hen hierop aan. De familie weigerde te gaan. Ze scholden de vrouw uit en gedroegen zich intimiderend. Er waren maar weinig collega’s aanwezig om te helpen, dus schakelde Yuna de politie in toen het fysiek dreigde te worden. De wijkagent was inmiddels kind aan huis bij het zorgcentrum, het was de zoveelste melding over de familie. Maar vanwege onenigheid onder medewerkers (‘Kon je de familie van een bewoner überhaupt wegsturen?’), deed de politie niks.

De volgende dag maakt Yuna een afspraak bij het politiebureau om aangifte te doen van discriminatie. Ze is op. Al zo vaak heeft ze de familieleden verzocht om een klein beetje rekening met haar te houden. Ze had als een hond in de hoek van de woonkamer zitten wachten tot de familie weg was. Zoveel racistische, denigrerende opmerkingen had ze geslikt. Het gescheld had ze steeds weer proberen te negeren. Allerlei vormen van intimidatie had ze te verduren gekregen. Keer op keer had ze bij Priya aan de bel getrokken over de onhoudbare situatie. Iedere keer had zij geantwoord dat ze het moest negeren, dat ze ermee moest leren omgaan, dit is Nederland, accepteer het maar gewoon. Maar ze kon niet meer. Hoe kan je dit accepteren? Hoe kan je dit normaal vinden? Al drie keer had Yuna met een ontslagbrief voor Priya’s neus gestaan, maar steeds vroeg de teamleider haar alsjeblieft te blijven. Er was al een groot personeelstekort. En de andere acht bewoners dan, die kon ze toch niet zomaar in de steek laten?

Yuna blijft, maar besluit wel de aangifte door te zetten. Als haar teamleider haar niet kan helpen, dan maar het rechtssysteem. Dus vertrekt Yuna met haar man naar het politiebureau in Rotterdam om aangifte te doen van discriminatie, tegen mevrouw Wildschut en haar familie, tegen meneer De Vries en zijn familie, tegen Priya en tegen de organisatie. Ze zullen er werk van maken, belooft de agent.

Vertrouwenspersoon

“Wat er met jou gebeurt is schandalig.” Eindelijk lijkt iemand Yuna te begrijpen. Het is een opluchting om met de vertrouwenspersoon in gesprek te gaan. Na talloze keren te zijn afgewimpeld door haar teamleider Priya, lijkt het er eindelijk op dat Yuna hulp krijgt. Niet alleen kan ze terecht bij de vertrouwenspersoon, ook heeft het management om haar te beschermen overgeplaatst naar de andere Nederlandse groep. Het voelt een beetje dubbel: zouden niet de discriminerende families overgeplaatst moeten worden in plaats van zij? En waarom wordt pas actie ondernomen als er een aangifte ligt?

Toch gaat Yuna vol hernieuwde energie weer naar De Appel. Ze kijkt uit naar het tweede gesprek met de vertrouwenspersoon. Maar zodra ze op werk aankomt, krijgt Yuna een brief in handen gedrukt. Het is een officiële waarschuwing van het management: als ze nog een keer de fout ingaat, wordt ze op staande voet ontslagen. Yuna begrijpt er niets van. Wat heeft ze verkeerd gedaan?

De twijfel slaat weer toe. Al maanden liep Yuna met het gevoel rond er alleen voor te staan. Niemand zou haar helpen. Yuna werd neerslachtig.[3] Haar leven viel haar steeds zwaarder. Vaak kwam ze huilend thuis van werk. Ze dacht zelfs dat de dood een oplossing zou kunnen zijn. Ze kon maar beter verdwijnen, dan was alles tenminste voorbij. Maar ze kon niet verdwijnen zonder dat haar kinderen, als ze wat ouder waren, zouden begrijpen waarom ze hen had achtergelaten. Haar kinderen moesten weten wat ze had doorstaan. Zij  moesten weten in welke wereld Yuna niet langer kon leven, de wereld van dagelijkse racistische haat, gescheld en getreiter. Daarom zette ze op een dag haar telefoon op het aanrecht. Met de camera aan.

De waarschuwing moet iets met de vertrouwenspersoon te maken hebben, concludeert Yuna. Dat kan niet anders. In het eerste gesprek had ze verteld dat ze video-opnamen had gemaakt. Terwijl Yuna ervan uitging dat ze alles in alle eerlijkheid kon vertellen, bleek Priya de volgende dag al op de hoogte te zijn van de opname. Ook dat Yuna aangifte had gedaan, was de teamleider ter ore gekomen. Priya legt uit dat de coach Waardigheid & Trots haar heeft ingelicht. Ze sommeert Yuna de beelden te verwijderen en eist dat de aangifte ingetrokken wordt. Met mediation kunnen ze het onderling wel oplossen. Yuna is verbijsterd. Tegen haar was toch verteld dat ze een gesprek met een vertrouwenspersoon zou krijgen? Hoe kan alles nu op tafel liggen? En eigenlijk wil ze de aangifte helemaal niet intrekken; discriminatie is toch verboden in Nederland? Dan heeft ze toch een sterke zaak? Maar ook denkt ze aan haar kinderen. Ze wil haar baan niet verliezen, dus geeft Yuna toe. Ze voelt zich als een slaaf, zo mak als de slaven die ze in films heeft gezien. Zonder morren geeft ze haar telefoon aan haar teamleider. Priya belt de politie en trekt de aangifte in.

De lange mannen

“Ze zijn je aan het achtervolgen, de lange mannen. Pas goed op jezelf.” Priya lijkt niet de enige die op de hoogte is geraakt van de filmopnamen en de aangifte. De familieleden van mevrouw Wildschut achtervolgen Yuna als ze na een dienst naar huis gaat. De moslimmeisjes hebben het gezien. “Waarschuw je man”, vertellen ze Yuna. “Zeg hem dat hij je komt ophalen. Als je na een avonddienst alleen naar huis gaat, dan zullen de lange mannen je in elkaar slaan. Je zou niet de eerste zijn.” Dus komt Johan haar iedere avond ophalen. Samen met de kinderen, die nog te jong zijn om alleen thuis te blijven.

De overplaatsing naar de andere afdeling was een oplossing van niks. Niet alleen voelde het voor Yuna alsof het probleem bij haar werd gelegd, maar daarbovenop werd de intimidatie door de familieleden alleen maar erger. Als ze bij vader of moeder op bezoek waren geweest, liepen ze zo naar Yuna toe via de balkons die de twee afdelingen met elkaar verbinden. “Hey zwartje, wat denk je te bereiken met die aangifte? Je gaat alles verliezen, meisje. Tegen de tijd dat we met jou klaar zijn, gaan we naar de andere buitenlanders die ons land overnemen. Jullie gaan je ons herinneren voor de rest van je leven.”

Ze staken hun tong naar haar uit. Ze spuugden voor haar op de grond. Ze riepen haar na dat ze lelijk en vies was. Ze bedreigden haar. Yuna voelde zich klein. Ze kwamen steeds met velen tegelijk op bezoek. Haar collega’s durfden er ook niets tegen te doen. De teamleider deed nog steeds niets aan de onhoudbare situatie. Het enige waar Priya mee bezig leek te zijn, was haar eigen baan veiligstellen. Nadat Yuna naar de politie was gestapt maakte Priya verslagjes van gesprekken die ze met Yuna gehad zou hebben. Meestal was Yuna het niet met de verslagen eens, ze gaven een te rooskleurig beeld. Zo zou Priya al van alles gedaan hebben om de situatie te verbeteren. Eens of niet, Yuna moest de verslagen wel ondertekenen, anders mocht ze niet aan het werk die dag. Dan zou ze minder salaris krijgen en de volgende maand te krap zitten.

Gebroken

Yuna heeft er genoeg van. Ze moet weg bij De Appel, anders wordt het haar dood. Na drie maanden op de nieuwe afdeling neemt ze alsnog ontslag. Deze keer echt. Op advies van de politie neemt ze contact op met antidiscriminatiebureau RADAR om haar te helpen. Na verschillende gesprekken tussen de klachtbehandelaar, Yuna en de organisatie komt er een interne zitting bij de Klachtencommissie Ongewenst Gedrag van De Appel, anderhalf jaar nadat ze voor het eerst een melding van discriminatie maakte bij Priya. De commissie verklaart Yuna’s klachten gegrond, maar de teamleider bleek er al niet meer te werken. De organisatie heeft fouten gemaakt, ze beloven beterschap. Ook de aangifte wordt heropend, maar al snel wordt deze door de officier van justitie ‘op de plank gelegd’ omdat meneer De Vries en mevrouw Wildschut inmiddels overleden zijn. Tegen de familieleden of de zorginstelling kan het openbaar ministerie nu niets meer beginnen, zo luidt de uitleg.

En Yuna? Voor haar veranderde dit niets. Zij zit nog steeds thuis, zonder baan. Nog steeds gebroken. Yuna voelt zich geen mens meer. In een paniekaanval had ze zelfs haar lange haar afgeknipt. Als ze haar dreads maar zou afknippen, dan zou ze alle problemen wegknippen. Haar man had haar gevonden. Urenlang had ze op de vloer gelegen, met haar dreads in een waaier om haar heen. Depressief en getraumatiseerd. Niemand vroeg of ze haar baan terug wilde. Niemand sprak over financiële compensatie voor de geleden schade. Niemand vroeg hoe het nu met haar ging.

Lang zal het duren voordat Yuna opnieuw vertrouwen krijgt in de Nederlandse samenleving. Diep in haar hart weet ze dat niet iedereen ‘zo’ is, maar herstel heeft tijd nodig. Wat haar het meeste heeft geraakt is dat zoveel mensen bleven toekijken. Hoe iedereen bewegingloos bleef kijken terwijl zij vernederd werd. Ze begrijpt het wel, ergens. Iedereen is bang om zelf slachtoffer te worden. Of hun baan te verliezen. Maar zelf zou ze nooit kunnen zwijgen als ze getuige is van onrecht. Haar moeder heeft haar geleerd om voor zichzelf op te komen. En dat zal ze altijd blijven doen, waar ter wereld ze ook is.

Heb je hulp nodig na het lezen van dit verhaal?

Yuna heeft haar verhaal bewust gedeeld. Ze hoopt anderen die zich gediscrimineerd voelen de moed te geven om zich ook uit te spreken. Want als iedereen maar blijft toekijken, uit angst, of onbegrip, of welke reden dan ook, dan verandert er niets. Dan blijven mensen als de familie Wildschut en familie De Vries vrij baan houden. Dan blijven racistische opmerkingen ‘normaal’. En een wereld waarin racisme normaal gevonden wordt, die wereld wil ze niet. Niet voor zichzelf, niet voor anderen en zeker niet voor alle kinderen.

Heb je na het lezen van dit verhaal behoefte om met iemand te praten? Wil je een melding maken van racisme of ondersteuning krijgen bij een aangifte of officiële klacht? Neem dan contact op met antidiscriminatiebureau RADAR.

Uit privacyoverwegingen zijn de namen in dit artikel gefingeerd.


[1] Waarom is het ongepast om het n-woord te gebruiken? Schrijver Ta-Nehisi Coates legt het in dit artikel uit.

[2] Meer lezen over alledaags racisme? Lees dit artikel over de herwaardering van het werk van Philomena Essed.

[3] Neerslachtigheid is een bekend gevolg van arbeidsdiscriminatie. Zie ook het artikel Arbeids(markt)discriminatie en Psychosociale arbeidsbelasting.

Het verhaal van je leven: “Ik had geen idee dat ik nog zoveel te vertellen had!”

Het verhaal van je leven: “Ik had geen idee dat ik nog zoveel te vertellen had!”

Er liggen allerlei prachtige en ontroerende verhalen verscholen in de herinnering van migrantenouderen: over hun jeugd in hun geboorteland, over de eerste moeilijke jaren in Nederland en hoe ze hier uiteindelijk hun plek hebben gevonden. Daarom startte Pluspunt, expertisecentrum voor senioren en participatie, het project ‘Het verhaal van je leven’. Vrijwilligers gaan uitgebreid in gesprek met een migrantenoudere en tekenen haar of zijn verhaal op. IDEM Rotterdam sprak met de in Turkije geboren Elif Ates en vrijwilliger Betty Notenboom, die Elifs geschiedenis in boekvorm goot. 

Elif Ates werd op 2 januari 1949 in Oost-Anatolië (Turkije) geboren. Althans, dat staat in haar paspoort. Want door sneeuw konden geboorteaangiftes nog wel eens op zich laten wachten, dus misschien was ze er al eerder. Haar jeugd in een klein dorpje in het oosten van Turkije was de gelukkigste periode uit haar leven. “In tegenstelling tot mijn oudere zus, stuurde mijn vader mij wel naar school”, vertelt Elif. “Dat was heel bijzonder in die tijd. Ik wilde heel graag leren, ik wilde verpleegster worden. Door te leren voelde ik me vrij.”

Maar verpleegster werd ze niet. Op haar vijftiende vond haar vader een man voor haar. Door zijn werk in Nederland, zou die man goed voor haar kunnen zorgen, zo dacht Elifs vader. Toen Elif zeventien werd, vertrok ze naar Nederland. Die eerste jaren waren vreselijk zwaar. Ze was getrouwd met een man die een stuk ouder was en die ze amper kende. Ze kwam in een onbekend land, waar ze de taal niet sprak. Ze kwam in een pension, vol gastarbeiders met wie ze amper kon communiceren. Elif had nooit echt goed Turks geleerd, in haar dorp spraken ze Zaza. “Na zes weken werd ik op straat gezet door de huisbaas, terwijl mijn man nog op werk was”, vertelt ze. “Ik had geen idee wat de huisbaas tegen me zei, hij pakte gewoon mijn koffers en zette me op straat. Urenlang zat ik op de stoep te huilen.” 

Geen spijt

Ondanks de herinnering aan de pijn, vertelt Elif het verhaal met een glimlach op haar gezicht. Ze vindt het fijn dat haar kinderen en kleinkinderen over haar jonge jaren kunnen lezen. Via via had Elif, die erg actief is in de buurt, van ‘Het verhaal van je leven’ gehoord. In eerste instantie zag ze er niets in om haar verhaal aan een vreemde te vertellen. “Maar later besefte ik me dat het toch wel heel leuk zou zijn voor mijn kinderen en kleinkinderen. Mijn kleinkinderen van vijftien en dertien hebben het inmiddels gelezen, die waren helemaal enthousiast!” Ondanks de eerste twijfel, heeft Elif het verhaal inmiddels zelf ook twee keer gelezen. “Ik heb er geen spijt van gekregen!” 

Betty tekende het verhaal van Elif op, nadat ze een aantal keer bij haar op de koffie was gegaan. “Elif moest even over de streep getrokken worden”, vertelt Betty, “maar toen ze eenmaal vertrouwd was met mij en het idee, begon ze heel gemakkelijk te vertellen.” Elif vult aan: “Ik heb ook zoveel te vertellen, ik wist eerst gewoon niet waar ik moest beginnen.”

Tweede natuur 

Voor Betty is het optekenen van verhalen een tweede natuur. “Schrijven is als ademen voor mij, het gaat vanzelf. Ik ben in 2011 hiermee begonnen en heb inmiddels 26 levensboeken geschreven”, vertelt ze. “Ik was journalist, maar door een burn-out kon ik niet meer fulltime werken. Op een gegeven moment ben ik via een oude buurman in de levensverhalen gerold. Ik ontdekte daarna Pluspunt, waar ik als vrijwilliger aan de slag ging. Ik vond het heel leuk om alle verhalen te horen van zoveel verschillende mensen.”

Het verhaal van Elif trok direct haar interesse. “Ik ben heel erg geïnteresseerd in talen en culturen”, vertelt Betty. “Dus als Elif iets vertelt over Zaza, haar moedertaal, dan ga ik daar meteen meer over opzoeken. Zo leerde ik ook ontzettend veel over de cultuur uit Elifs dorp en haar geloof, een soort milde variant van het sjiisme.” Elif vult haar aan: “Het is een stroming binnen de islam, maar ons geloof werd in Turkije erg onderdrukt. Terwijl ik vind: als je maar respect hebt voor een ander, dan maakt het niet uit welk geloof je hebt.” 

Wederzijds respect

En dat wederzijdse respect is ook bij het optekenen van de levensverhalen essentieel. “Ik was heel blij met Betty als schrijver”, zegt Elif. “Er was een goede klik. Als die er niet was, had ik haar gewoon weggestuurd.” Betty vult haar lachend aan: “Soms moet je informatie echt uit iemand trekken, maar dat was bij Elif niet het geval. Vaak denken mensen dat ze niks te vertellen hebben, maar als ze eenmaal beginnen zeggen ze ‘oh, ik wist niet dat ik dat allemaal nog wist’.” 

Voor beginnende schrijvers heeft Pluspunt een handleiding met tips om de levensverhalen op te tekenen. Maar als professioneel schrijfster heeft Betty ook nog wat adviezen. “Luisteren is het allerbelangrijkste”, zegt ze. “Het hoeft niet in een keer goed te zijn. Bij mij gaat het ook altijd heel rommelig, maar later zet ik alles weer op een rijtje!” 

Betty vindt het fijn dat zoveel verschillende mensen een kans krijgen om hun levensverhaal te vertellen. “Er zijn ook genoeg commerciële organisaties waar je je levensverhaal kan laten optekenen”, zegt Betty. “Alleen ben je dan algauw vijfduizend euro kwijt, terwijl elk verhaal het waard is om verteld te worden.” 

Heb jij schrijfambities?

Heb jij schrijfambities? Lijkt het je leuk om het levensverhaal van een migrantenoudere op te tekenen? Meld je dan aan voor ‘Het verhaal van je leven’. Pluspunt biedt begeleiding en training voor vrijwillige schrijvers. Meer informatie vragen of direct aanmelden – ook voor ouderen wiens levensverhaal een boek verdienen – kan via w.hilverda@pluspuntrotterdam.nl.  

Dinja Horsting: “Veel professionals die eenzaamheid bij jongeren signaleren, weten niet wat ze moeten doen”

Dinja Horsting: “Veel professionals die eenzaamheid bij jongeren signaleren, weten niet wat ze moeten doen”

Bijna de helft van de jongeren tussen de 12 en 25 jaar ervaart weleens eenzaamheid. De ene af en toe, de ander vaak. Jongeren die chronisch gevoelens van eenzaamheid ervaren, belanden in een neerwaartse spiraal: ze trekken zich terug, ontwikkelen negatieve gedachten over zichzelf en over de wereld, trekken zich nog verder terug… Om deze negatieve spiraal te doorbreken, bedacht de 25-jarige Dinja Horsting voor haar afstudeerproject een speciale tafelvoetbaltafel voor (eenzame) jongeren. Inmiddels rolt ze het project voor wmo radar uit over Rotterdam.

“Het is ontzettend snel gegaan sinds ik het idee kreeg voor de tafelvoetbaltafel”, vertelt Dinja Horsting, die nog maar een jaar geleden afstudeerde aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht aan de opleiding Kunst en Economie. “Mijn studie is er onder andere op gericht om de creatieve industrie in te zetten voor maatschappelijke doeleinden”, legt ze uit. “Voor mijn afstuderen mocht ik zelf een onderwerp kiezen. Omdat ik bij mijn opa en oma zag dat ze soms eenzaam waren – ook al waren ze nog samen en hadden ze een kind en kleinkinderen – wilde ik iets met eenzaamheid doen. Ik ging me verdiepen in de theorie en kwam er toen achter dat jongeren ook kampen met gevoelens van eenzaamheid. Daar had ik nooit bij stilgestaan, dus het sprak me heel erg aan om daar wat mee te doen.”

Coalitie Erbij

Dinja ging verder op onderzoek uit naar eenzaamheid onder jongeren en kwam op die manier in contact met Coalitie Erbij in Rotterdam. “Tijdens een stage ben ik daar aangesloten bij de Lerende Praktijk over jongeren en eenzaamheid”, zegt ze. “Hier ging ik met professionals in gesprek om een mogelijke oplossing te verzinnen. Natuurlijk kon ik het probleem niet in mijn eentje oplossen, dus ik besloot er een afstudeerproject van te maken. Dit bestond uit de speciale voetbaltafel en een campagne om het onder de aandacht te brengen: Een tegen Eenzaam.”

De voetbaltafel is geen gewone. Bij deze tafel speel je met één speler tegen twee of drie anderen. Op het veld en bij de puntentelling staan weetjes en tips over eenzaamheid. “Het idee was dat jongeren zouden denken ‘hey, tafelvoetbal’ en dan tijdens het spel het onderwerp eenzaamheid aankaarten”, legt Dinja uit. “Maar we zijn ook bezig om werkvormen bij de voetbaltafel te bedenken, om meer gestructureerd het gesprek te faciliteren over eenzaamheid bij jongeren.”

Aan het werk: Lerende Praktijk

Direct na haar afstudeerproject kreeg Dinja een baan aangeboden bij wmo radar om haar idee in de praktijk te brengen. “Inmiddels staat de voetbaltafel op het Albeda College, maar deze gaat als reizende campagne langs verschillende scholen”, vertelt Dinja. “Bovendien is de tafel nooit af: ik blijf schaven aan het concept. Dus feedback is altijd welkom!”

Naast het uitrollen van haar voetbaltafel, werkt ze bij Coalitie Erbij Rotterdam aan de Lerende Praktijk over jongeren en eenzaamheid. “Dit zijn bijeenkomsten waar professionals, ervaringsdeskundigen of studenten samenkomen in een werkgroep”, legt ze uit. “We bespreken het thema, wat we ermee willen doen in Rotterdam, hoe we kunnen samenwerken. Er is nog plek in de werkgroep, dus wie interesse heeft om mee te praten is welkom!”

Join us

Voor eenzame jongeren zelf heeft Dinja, samen met een collega van wmo radar, het project Join us naar Rotterdam gehaald. “Veel professionals die eenzaamheid signaleren bij een jongere, weten niet wat ze vervolgens kunnen doen”, legt ze uit. “Join us is een interventie waarnaar ze eenzame jongeren kunnen doorverwijzen. Hier wordt gekeken naar het probleem achter het probleem. Een jongere kan bijvoorbeeld eenzaam raken omdat hij een heel negatief zelfbeeld heeft. De jongeren gaan onder begeleiding van jongerenwerkers van wmo radar aan de slag in WORM. In groepsverband organiseren ze activiteiten. Op die manier wordt niet alleen het symptoom, eenzaamheid, bestreden, maar ook de oorzaak.”

Goed luisteren naar jongeren is dan ook het belangrijkste advies voor professionals, meent Dinja. “Neem de tijd, zorg dat je echt aandacht voor jongeren hebt. Een goed gesprek is het allerbelangrijkste begin.” 

Meer weten?

Wil jij meer weten over eenzaamheid bij jongeren en het bijzondere tafelvoetbalproject van Dinja? Kom dan naar het IDEM-kennisatelier ‘Je verjaardag vier je het liefst met elkaar’ op donderdag 26 maart. Meer informatie en de aanmeldknop vind je in onze agenda.

5 vragen over…  Racisme tegen Aziatische Nederlanders na uitbraak coronavirus

5 vragen over… Racisme tegen Aziatische Nederlanders na uitbraak coronavirus

Sociale en traditionele media staan er bol van: niet alleen heeft de uitbraak van het coronavirus in China ook in Nederland angst ingeboezemd, tevens lijkt het een nieuwe golf van racisme te veroorzaken. Hoe direct is de link tussen het coronavirus en racisme tegen Aziatische Nederlanders? En wat doet het met mensen die worden uitgescholden of buitengesloten vanwege een virus waar ze niks mee te maken hebben? IDEM Rotterdam stelde vijf vragen over racisme en het coronavirus aan Hui-Hui Pan, van het Pan Asian Collective.

1. Wat is de relatie tussen het coronavirus en racisme?

Behalve dat de plaats waar het virus is uitgebroken in China ligt, is er geen enkele relatie tussen het coronavirus en China of Chinese mensen. Toch is er wel een directe link tussen het virus en racisme tegen Aziatische mensen: ze worden letterlijk uitgescholden voor ‘coronavirus’ of ze worden ontweken of uitgesloten in bijvoorbeeld het openbaar vervoer omdat ze ‘besmettelijk’ zouden zijn. Dat is natuurlijk de grootste onzin. Veel Nederlanders met een Chinese achtergrond zijn nog nooit in China geweest, laat staan in Wuhan.

Mijn nichtje is uitgescholden op straat, bij de zoons van een vriendin werd op voetbal steeds ‘coronavirus’ geroepen: ik hoor talloze verhalen. Als volwassene kun je misschien nog wel antwoord geven, maar kinderen zouden hier echt niet mee belast moeten worden. Omdat ik zelf jonge kinderen heb, doen deze verhalen mij heel erg veel pijn. Je wil niet dat ze scheldpartijen en uitsluiting moeten meemaken, alleen maar omdat in een land, dat niet eens hun land is, een virus is uitgebroken.

2. Welke groepen Nederlanders krijgen te maken met deze vorm van racisme?

Niet alleen Chinese Nederlanders krijgen ermee te maken, maar eigenlijk iedereen die er Aziatisch uitziet. Het laat zien dat veel mensen geen idee hebben van Azië: iedereen die uiterlijke kenmerken heeft van een Aziaat is ‘Chinees’. Zo is tegen de 6-jarige dochter van vrienden van me op school gezegd dat ze een virus uit China is, terwijl haar ouders Japans en Koreaans zijn. Alle Aziatische mensen worden op een hoop gegooid. Dat laat ook zien hoe weinig geografisch besef er is van hoe de wereld, en Azië in het bijzonder, eruitziet. Veel Nederlanders met Chinese achtergrond hebben hun roots in de regio’s Zhejiang, Kanton of Hongkong. Dat ligt maar liefst 900 kilometer van Wuhan, waar het virus is uitgebroken. Dat is net zover als de afstand tussen Amsterdam en Zuid-Frankrijk. Oftewel, de meeste Nederlanders met een Chinese achtergrond of hun voorouders, hebben geen enkele link met de getroffen regio.

Daarnaast wordt het risico vaak uit de context gehaald. Als je bedenkt dat er in China 1,4 miljard mensen wonen, dan valt het aantal besmettingen relatief nog mee. Daarbij zijn de maatregelen die in China zijn genomen om verspreiding van het virus tegen te gaan, zoals het hermetisch afsluiten van een stad met 11 miljoen mensen, veel extremer dan we hier zouden doen. Berichten op sociale media doen het echter lijken alsof we in een apocalyptische situatie zitten, zoals in de film Outbreak. Dat boezemt natuurlijk veel angst in, maar die angst mag nooit een reden zijn om racisme tegen Aziatische Nederlanders goed te praten.

3. Is racisme tegen Aziatische Nederlanders nieuw?

Racisme tegen Aziatische Nederlanders is er al zo lang als er migratie is vanuit Azië naar Nederland. Aan het begin van de twintigste eeuw kwamen er meer Chinese migranten naar Nederland om als stoker te werken op grote passagiersschepen, vanwege een grote staking van zeelieden in 1911. Na de economische depressie bleven ze hangen en werd het racisme tegen deze groep erger. Er waren zelfs mensen die alle Chinezen in concentratiekampen wilden stoppen en er werden zelfs Chinese mensen gedeporteerd, omdat ze nu ‘waardeloos’ werden bevonden voor de arbeidsmarkt.

Veel van de beeldvorming over Chinese Nederlanders stamt uit die tijd, maar ook later werden stereotypen herhaald en herhaald. Zo hadden Van Kooten & De Bie in de jaren zestig veel sketches over Chinese mensen, of worden in een programma waarin Frans Bauer naar China afreist ook alleen maar grapjes gemaakt. Sterker nog, van al die afleveringen vond er maar één echt in China plaats. Het is dus niet zo raar dat er nog steeds veel negatieve stereotypen hardnekkig aanwezig zijn in de samenleving.

Het verschil met nu is dat door de uitbraak van het coronavirus angst een grotere rol is gaan spelen. Racisme blijkt dan een uitlaatklep van die angst, mensen denken dat ze beter uit de buurt kunnen blijven van Aziatische mensen.

4. Waarom spreken steeds meer Aziatische Nederlanders zich uit tegen racisme?

Al decennia spreken Aziatische Nederlanders zich uit tegen het racisme waar ze mee te maken krijgen. Als je zoekt kun je oude artikelen vinden waarin dat al gebeurt. Alleen gaat het sinds de komst van sociale media veel sneller en veel massaler. Nu kan iedereen zich gemakkelijker uitspreken tegen racisme. En mensen worden mondiger, dus het protest neemt toe.

5. Wat kunnen we als samenleving doen om racisme tegen Aziatische Nederlanders te stoppen? 

Meer kennis en bewustwording creëren is belangrijk, bijvoorbeeld over de geschiedenis van migratie vanuit China naar Nederland. Verder is het belangrijk dat de weerspiegeling van Aziatische Nederlanders in de media meer in verhouding is. Als het over diversiteit gaat, wordt vaak gedacht aan Nederlanders van Marokkaanse, Turkse of Antilliaanse komaf. Bijna nooit zie je iemand met een Aziatische achtergrond.

Met het Pan Asian Collective wil ik bijdragen aan betere representatie en zichtbaarheid van Aziatische Nederlanders. Als Chinese vrouwen niet ‘standaard’ als prostituee worden gerepresenteerd in films, of Aziatische mannen als onaantrekkelijke computernerd, dan komen mensen er steeds meer achter dat Aziaten onderling net zo divers zijn als iedere andere bevolkingsgroep. Om dat te bereiken organiseren we verschillende bijeenkomsten over dit thema, die zijn terug te vinden op onze Facebook-pagina. Zo is er op 12 februari 2020 een bijeenkomst in Amsterdam voor Chinese Global Citizens en in de Week tegen Racisme is er op 16 maart de filmvertoning ‘Hollywood Chinese’ met aftertalk, ook in Amsterdam.

Meld discriminatie!

Word je zelf racistische nageroepen of buitengesloten sinds het nieuws over het coronavirus? Meld discriminatie via de app Meld Discriminatie Nu! of op www.radar.nl.