Houssein Bouziane: “Ik probeer altijd door de ogen van anderen te kijken”

Houssein Bouziane: “Ik probeer altijd door de ogen van anderen te kijken”

Voor tentoonstellingsmaker Houssein Bouziane was het niet meer dan vanzelfsprekend dat de inwoners van Middelland zelf zouden bijdragen aan de totstandkoming van Middland Foto. Het initiatief dat hij samen met Samir Yaqoobi nam, is dan ook uitgegroeid tot een breed maatschappelijk project.

Bouzianes binding met Middelland komt niet uit de lucht vallen: hij is geboren en getogen in de Rotterdamse wijk. “Ik heb de wijk op z’n slechtst gezien”, zegt hij. “Dat beeld is altijd op mijn netvlies blijven staan.” Hij doelt op het straatbeeld van de jaren tachtig en negentig: half gesloopte gebouwen waar niks nieuws voor in de plaats kwam; kinderen die spelen tussen heroïnespuiten; arbeidsmigranten die aan hun lot werden overgelaten. “Ik ging wel eens bij een vriendje in Ommoord spelen, dat was echt een andere wereld.” Ondanks de ‘ellende’ waarin hij opgroeide, ziet Bouziane heel veel positieve kanten van Middelland. “Door alle verschillende culturen die hier door elkaar wonen, is de dynamiek enorm. Dat is nu nog steeds, en dat is prachtig om te zien.”

Van kunst naar welzijn

Tien jaar lang stond Bouziane aan het roer van multidisciplinaire projectruimte Dek22 (“Daar was altijd zoveel beweging, een hele interessante plek.”). In dat werk stond het maatschappelijk belang al hoog op de agenda, maar het kreeg concreter vorm toen hij zo’n vijf jaar geleden Samir Yaqoobi tegenkwam bij een werkgroep die jongeren met een Marokkaanse achtergrond ondersteunde, wanneer zij tussen wal en schip vielen. “Ik kende Samir nog van het schoolplein”, vertelt Bouziane, “maar inmiddels was hij al twintig jaar jongerenwerker. Hij kent de straat als geen ander. Geleidelijk kregen we het idee om het verhaal van de wijk te vertellen: hij vanuit zijn maatschappelijke achtergrond en ik vanuit mijn artistieke achtergrond. Want als er ergens wat over te vertellen valt, is het Middelland wel.”

De twee bundelden hun krachten en startten het project vanuit de wijk zelf. “In de brainstorm kwamen we eigenlijk gelijk uit op de migratieperiode van de jaren zestig als startpunt, omdat het onze eigen ouders waren die destijds in Middelland kwamen te wonen”, legt hij uit. “Vervolgens maakten we een flyer, hingen we overal posters op en plaatsten we berichten in kranten om mensen op te roepen foto’s in te sturen, van de jaren zestig tot nu. Er kwamen zoveel positieve reacties, zelfs van mensen die inmiddels heel ergens anders wonen kwamen foto’s binnen. Langzaamaan gingen ook professionele fotografen meedoen, belangrijke namen als Otto Snoek en Hansje de Reuver, waardoor ook anderen weer aanhaakten. Echt iedereen heeft meegedaan, dat is de grote kracht van dit project.”

Mooi voor iedereen

Uit dat enorme archief van de wijk moest Bouziane een selectie zien te maken. Dat was een hele klus, maar door zijn jarenlange ervaring met tentoonstellingen wist hij waar hij op moest letten. “Altijd probeer ik door de ogen van anderen te kijken: hoe kan ik het zo maken dat het voor iedereen mooi is?” Een voorwaarde hiervoor, was het buiten beschouwing laten van politiek. “We wilden het project goed vertalen naar de wijk zelf, daarom zit er geen politiek in”, legt Bouziane uit. “Van de ene kant zou het dan al snel over gentrificatie gaan, omdat er nu eenmaal grote veranderingen zijn geweest in de wijk. Daar wordt al genoeg over gediscussieerd, vinden wij. Van de andere kant wilden we het project zo toegankelijk mogelijk maken, dus daar past geen politieke kleur bij.”

Van welk pluimage je ook bent, Bouziane vindt het waardevol als allerlei Rotterdammers de fototentoonstelling komen zien, ook van buiten de wijk. “Het project vertelt een stukje geschiedenis van Rotterdam. Dat een wijk zo lang verpauperd is geweest, is bijna onmenselijk. De gemeente probeerde van alles, maar door gebrek aan goed beleid en geld kon het verder achteruitgaan. En toch heeft deze wijk zichzelf overleefd. Je zou een boek kunnen schrijven over Middelland.”

Verduurzaming van het project

Door het succes van Middland Foto is Bouziane druk bezig met verduurzaming van het project. “We zijn al bezig om het concept uit te rollen naar Spangen”, legt hij uit. “Daar zag je vroeger ook veel dichtgetimmerde gebouwen, drugspanden of vervallen woningen, maar door onder meer de populariteit van kluswoningen vind je er nu ook twee groepen ‘tegenover elkaar’. Met zo’n fotoproject kunnen we die nieuwe mensen iets leren over de wijk waar ze zijn beland en de mensen die er al decennia wonen.” Zijn ambitie reikt ook al verder dan Rotterdam, zelfs verder dan Nederland. “Marseille of Bordeaux lijken me ook geschikte steden om dit project uit te voeren”, kijkt Bouziane vooruit. “Er is soortgelijke problematiek daar. Het lijkt me interessant om nog een aantal keer met dit idee aan de slag te gaan, maar dan op andere plekken.”

Toch is Bouziane ook met Rotterdam nog lang niet klaar. “Om mijn missie verder uit te breiden, ben ik bezig met een nieuw project om kunst en maatschappelijke belangen bij elkaar te brengen. Ik vind het belangrijk dat jongeren met kunst en muziek in aanraking komen. Vaak is dit weggelegd voor een kleine groep: ouders moeten wel geld hebben voor muziekles of andere culturele hobby’s. Met Voordoor wil ik werkplaatsen creëren voor jongeren, waar ze bijvoorbeeld kunnen leren om T-shirts te zeefdrukken of muziek te maken. De naam slaat op ‘voor en door jongeren’, maar ook op de deur (door in het Engels, WM.) die altijd open staat. Sommige jongeren hebben net een zetje nodig. Wij willen daarbij helpen door hen van alles te leren en hen te koppelen aan bedrijven waar ze ervaring kunnen opdoen.”

Samenwerken is de sleutel

Samenwerken is de sleutel bij zo’n beetje alles wat Bouziane doet. Hij heeft inmiddels zoveel samengewerkt met Rotterdamse organisaties, dat hij wel enkele tips heeft voor andere professionals. De belangrijkste: als je zegt dat je iets met z’n allen wil doen, zorg dan ook dat je het met z’n allen doet. “Vaak zie je projecten waarbij zo breed mogelijk mensen worden betrokken, maar uiteindelijk blijkt het niet toegankelijk. Bijvoorbeeld door het taaltje dat wordt gesproken. Wijkbewoners blijven weg; een klein clubje – vaak van buiten – blijft over. Het resultaat is dat er iets wordt gedaan voor mensen die net in de wijk wonen, maar niet voor alle wijkbewoners.”

Bouziane adviseert organisaties dan ook om goed naar elkaar te kijken en de verbinding te zoeken. “Er worden allerlei goede initiatieven genomen, maar onthoud dat je niet altijd zelf het wiel hoeft uit te vinden. Ga na of er al iemand in de wijk is die veel knowhow heeft op het vlak van jouw project en bekijk wat jullie samen kunnen doen. De organisatie, van bovenaf, en de mensen in de wijk, van onderaf, kunnen elkaar enorm versterken.”

Zelf kijken?

Een van de foto’s uit de expositie Middland Foto.

Middland Foto is een project van Houssein Bouziane, Samir Yaaqobi, Joke van Bilsen, Ingrid Bijkerk en Rob van der Veen. De expositie is nog tot en met 27 oktober te zien in De Hoed (1e Middellandstraat 103). Ook in de wijk zelf zijn sporen van de fototentoonstelling te zien. Van supermarkten tot cafés: op bijzondere plekken word je fotografisch geconfronteerd met het verleden. Check de website voor meer informatie en precieze openingstijden.

THE KOKRA FAMILY pleit met kunstproject voor inclusie

THE KOKRA FAMILY pleit met kunstproject voor inclusie

Alsof ze zijn opgehangen door de ANWB of Rijkswaterstaat: de vier bordjes die in alle windrichtingen van de milieuzone van Rotterdam hangen roepen pas fronsende wenkbrauwen op als je de tekst leest: Gossip Free Zone. De niet van echt te onderscheiden ‘verkeersborden’ zijn een initiatief van line kramer en marjolijn kok, beide kunstenaars die regelmatig samenwerken onder de naam THE KOKRA FAMILY.

Wat is het verhaal achter de Gossip Free Zone?

marjolijn: We werden benaderd door Bas Hendrikx, de curator van Garage Rotterdam, om iets te maken over de stad. De nadruk zou liggen op het queerperspectief. We wisten meteen dat we iets wilden doen met de milieuzone, omdat we ons daaraan ergerden. Vrienden van ons moesten hun oude auto verkopen, omdat deze niet meer was toegestaan in de milieuzone, maar tegelijkertijd meerden er wel om de haverklap enorme cruiseschepen aan. Die zijn natuurlijk ook niet echt milieuvriendelijk. Dat zette ons aan het denken over de gezondheid van de stad: de waarden van CO2-uitstoot zijn te meten, maar hoe zorg je voor mentale gezondheid? Dat is immers net zo belangrijk als fysieke gezondheid.

Als iedereen zich op haar plek voelt in de stad, dan draagt dat bij aan mentale gezondheid. Roddelen zorgt echter voor uitsluiting, onder anderen van lhbti’ers. Zo kwamen we op het idee om van de milieuzone een Gossip Free Zone te maken, om mensen bewust te maken van de negatieve impact die roddelen kan hebben. We hebben liever dat mensen met elkaar praten dan over elkaar.

Hebben jullie al gehoord dat er naar aanleiding van de borden bijzondere gesprekken zijn geweest?

line: We hebben heel veel positieve reacties gekregen, maar of er echt gesprekken zijn geweest weten we niet. De meeste mensen die de borden zien, weten natuurlijk niet dat het een kunstproject van ons is. Wat voor ons het belangrijkste was, om via een omweg bewustwording te creëren. Dit wilden we juist niet doen door in verboden te praten. Je ziet wel eens van die wijkregels op huizen hangen, maar wij wilden het niet betuttelend brengen. We wilden laten zien dat je er zelf voor kan kiezen om niet te roddelen. ‘Free’ suggereert een soort vrijblijvendheid.

Klopt het dat het een guerrilla-kunstproject is?

marjolijn: Dat klopt, dus het is maar de vraag hoe lang de bordjes blijven hangen. Toen we het plan hadden bedacht, was het te kort dag om officieel toestemming aan te vragen voor een kunstproject in de buitenruimte. De bordjes waren namelijk gekoppeld aan een tentoonstelling in Garage Rotterdam. Een medewerker had ervaring met guerillakunst, dus die heeft ons geholpen. We hebben er natuurlijk voor gezorgd dat de bordjes goed bevestigd zijn en geen gevaar vormen voor bewoners of verkeer. De tentoonstelling is inmiddels afgelopen, maar de bordjes hangen er nog steeds!

line: Ondertussen doen we ons best om de borden te behouden voor de stad. Daarom ben ik druk bezig met een aanvraag voor het project, maar helaas krijg ik steeds maar geen reactie van de officiële instanties.

Hoe kan jullie kunst bijdragen aan meer gelijkheid in Rotterdam?

line: Door werk te maken dat niet heel dwingend is, maar je beetje bij beetje aan het denken zet. Ik denk dat kleine speldenprikjes net zoveel effect hebben als grote parades of regenboogfestivals.

marjolijn: Daarbij kun je met kunst in de buitenruimte ook mensen bereiken die niet zo snel naar een kunstinstelling zouden gaan. Dat is het mooie eraan. En de boodschap moet er inderdaad niet te dik bovenop liggen, want dan voelen mensen zich te gestuurd.

Maar denken jullie dat mensen de boodschap dan wel oppikken, er staat immers geen verdere uitleg bij het bord?

line: Ik geloof in het trickle-downprincipe. Dat lijkt mij de beste manier om mensen te leren over inclusiviteit. Ik geloof in kleine stapjes: kennis die je zo verspreid is eerlijker en het effect is duurzamer.

marjolijn: Ons doel is vooral om mensen aan het denken te zetten, bijvoorbeeld al met onze naam als kunstenaarscollectief: THE KOKRA FAMILY. Als getrouwde vrouwen zonder kinderen, worden we meestal niet als familie gezien. Wij willen graag nadenken over het concept ‘familie’: wie hoort daar wel en niet bij? Hoe kunnen we het concept familie uitbreiden? Zou je bijvoorbeeld een volwassen vluchteling kunnen adopteren, zodat deze familie wordt en legaal in Nederland kan verblijven?

line:  We noemen onszelf ook bewust ‘queer’ en niet lesbisch, want dat is nog steeds normatief. We gaan liever tegen alle normen en binair denken in. Door dat aan de kaak te stellen, hopen we dat mensen hierover met ons in gesprek gaan. Als je het niet eens bent met ons samenzijn, spreek ons daar dan persoonlijk op aan.

Daar zit je toch ook niet altijd op te wachten?

marjolijn: Toch hebben we dat liever dan dat mensen met vooroordelen blijven rondlopen. Dit soort microactivisme levert namelijk wel veel op. We proberen te laten zien dat ons samenzijn ook goed is, dat het niet eng of gevaarlijk is, waardoor we hopen dat ze ons als gewoon gaan zien.

line: Kijk, het moet natuurlijk wel leuk blijven. Als mensen agressief worden of echt niet willen, dan gaan we ook niet preken.

Zijn al jullie kunstprojecten gericht op sociale thema’s?

line: Als we samenwerken, hebben onze projecten altijd een sociale insteek. Daarnaast is het altijd een performatief werk, waarbij het publiek of de toeschouwer een rol vervult. Dit proberen we wel altijd met een vleugje humor te doen, omdat dat belangrijk is om je boodschap over te brengen zonder dwingend te zijn.

Hebben jullie vanuit jullie kunstenaarsachtergrond tips voor professionals, om bij te dragen aan een inclusieve samenleving?

line: ‘Selfcare’ is heel belangrijk, hou van jezelf. Denk ook over andere vormen van ‘wij’. En neem vooral heel veel tijd. Letterlijk, want het gaat om een proces.

marjolijn: Probeer mensen op een andere manier te stimuleren, speels. Leg de boodschap er niet te dik bovenop.

Wilma Bruinen van MEE Rotterdam: Geen voorlichting zonder ervaringsdeskundige

Wilma Bruinen van MEE Rotterdam: Geen voorlichting zonder ervaringsdeskundige

Een brandalarm hoor je niet als je doof bent, waardoor je misschien lekker binnen blijft. De hoeveelheid voeding die je je baby moet geven is niet altijd even logisch als je licht verstandelijk beperkt bent. En mensen met autisme gaan bij een brandalarm niet automatisch naar buiten. Er zijn allerlei beperkingen, zowel zichtbaar als onzichtbaar, waardoor gevaarlijke situaties nóg gevaarlijker kunnen worden. Om hulpverleners daar meer inzicht in te geven, verzorgt MEE Rotterdam trainingen, workshops en voorlichtingen. “Dat doen we nooit zonder ervaringsdeskundige zelf.”

MEE Rotterdam zorgt er niet alleen voor dat mensen met een beperking meer grip krijgen op hun leven, maar ook dat zij beter begrepen worden door mensen zonder beperking. “Door onze trainingen, workshops en voorlichtingen krijgen hulpverleners meer inzicht in de problemen waar mensen met een beperking tegenaanlopen”, zegt Wilma Bruinen, coördinator groepsvoorlichting van MEE Rotterdam. “We nemen altijd een ervaringsdeskundige mee. Als iemand zelf haar of zijn verhaal vertelt, maakt dat veel meer indruk. Pas als je iemand goed begrijpt, kun je als hulpverlener alerter en sensitiever worden.”

Onzichtbare beperkingen

Voor hulpverleners zijn vooral onzichtbare beperkingen een complicerende factor. Denk aan een auditieve beperking, een chronische ziekte als MS, een licht verstandelijke beperking, niet-aangeboren hersenletsel, autisme, et cetera. Voor welzijnswerkers en hulpverleners kan het lastig zijn om de juiste hulp aan te bieden, als niet precies duidelijk is welke problemen er spelen. “Het is daarom van belang om altijd alert te zijn op de mogelijkheid dat iemand een beperking heeft, ook als je die op het eerste oog niet kan zien”, legt Wilma uit. “Door op een respectvolle manier door te vragen kun je achterhalen of iemand met een beperking kampt en daardoor mogelijk specialistische hulp nodig heeft.”

De belangrijkste regel hierbij, is mensen altijd met respect behandelen. “Als je een nieuwe cliënt hebt en het gevoel krijgt dat je belangrijke informatie mist, vraag dan niet direct of diegene een beperking heeft. Dat kan onnodig kwetsen”, legt Wilma uit. “Zo vraag ik bijvoorbeeld terloops naar iemands werkloopbaan en schoolloopbaan. Als iemand antwoordt dat zij of hij Accent gevolgd heeft, dan weet je dat het praktijkonderwijs betreft. Ook zou je kunnen vragen welke baantjes iemand de afgelopen tijd heeft gehad. Stel dat iemand in een jaar tien verschillende baantjes heeft gehad, dan weet je dat die persoon het niet lang kan volhouden op een werkplek. Vervolgens kun je doorvragen of diegene niet zo goed met collega’s overweg kon, of misschien moeite had om op tijd te komen. Door voorzichtig door te vragen, kun je erachter komen of iemand kampt met een licht verstandelijke beperking, een psychische beperking of iets anders.” 

Licht verstandelijke beperking

Welzijnswerkers zouden extra alert moeten zijn op de groep mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB). “In Rotterdam is er een grote groep LVB’ers die niet gezien wordt”, zegt Wilma. “Mensen uit deze groep zijn vaak street wise en verbaal heel handig. Dat houdt in dat ze gemakkelijk meepraten over verschillende onderwerpen, bijvoorbeeld omdat ze termen gebruiken die ze van andere welzijnswerkers hebben gehoord. Hierdoor krijg je al snel de indruk krijgt dat ze jou begrijpen. Daarbij is het ook logisch dat iemand doet alsof zij of hij je begrijpt, omdat de schaamte om hulp te vragen vaak groot is.”  

Wilma vertelt over een vrouw met een licht verstandelijke beperking, die tijdens een voorlichting van MEE als ervaringsdeskundige haar verhaal deelt. “Voor deze mevrouw is het heel lastig om haar dag in te delen. Als je net een baby hebt gekregen, is een vast dagritme van groot belang voor de gezondheid van je kindje. De baby moet op gezette tijden eten, ze moet voldoende slapen en op tijd verschoond worden. Voor iemand met een verstandelijke beperking kan dat een hele opgave zijn, waardoor het kindje mogelijk gezondheidsrisico’s loopt. Het is dus van groot belang dat bijvoorbeeld huisartsen alert zijn op signalen.”

Aannames en onwetendheid

Een ander belangrijk aspect is je bewust zijn van mogelijke vooroordelen en aannames. “Een van onze ervaringsdeskundigen heeft een auditieve beperking”, vertelt Wilma. “Bij voorlichtingen over doofheid vertelt ze over haar kinderen, die allebei kunnen horen. Dat zorgt vaak voor gefronste wenkbrauwen bij de toehoorders, maar in haar geval is er helemaal geen sprake van een erfelijke component. Ze is doof geworden als gevolg van een ziekte.”

Ook een mogelijkheid is dat de persoon in kwestie zelf niet op de hoogte is van haar of zijn onzichtbare beperking. “Stel dat iemand een autismespectrumstoornis heeft, dan is de kans groot dat die persoon daar zelf niet van op de hoogte is. Dat spectrum is zo breed en er zijn zoveel variaties, wat het enorm lastig maakt om daar inschattingen van te maken”, legt Wilma uit. “Bij autisme denken de meeste mensen direct aan overprikkeling, terwijl ik ook verschillende mensen met autisme ken die juist onderprikkeld zijn. Zij ondervinden minder last van lawaai, waardoor ze een alarm wel opmerken maar niet tot actie kunnen overgaan. Dat zijn dingen waar je als welzijnswerker niet direct bij stilstaat.”

Andere aanpak

Zoveel verschillende mensen, zoveel verschillende aanpakken, blijkt wel uit de workshops van MEE Rotterdam. “We geven vaak workshops aan de brandweer, politie of vervoersorganisaties”, zegt Wilma. “Dan gaan agenten bijvoorbeeld zelf rondlopen met een simulatiebril en stok, om een visuele beperking te simuleren. Of ze gaan een stukje in een rolstoel rijden, zodat ze echt ervaren hoe het is om een beperking te hebben.”

De workshops zijn daarbij heel praktisch ingestoken. “Een elektrische rolstoel, bijvoorbeeld, is hartstikke zwaar en die rol je niet zomaar weg in een noodsituatie”, legt Wilma uit. “Als de persoon in deze rolstoel zelf niet meer kan rijden in een noodsituatie, moet je toch die rolstoel zien weg te krijgen. Er zit een functie op om de rolstoel te ‘unlocken’, maar die moet je maar net kennen. Het is dus ontzettend handig om deze trucjes te leren.”

Ook een voorlichting of workshop?

Wil je ook een voorlichting of workshop over leven met een (onzichtbare) beperking voor jouw organisatie? Via MEE Rotterdam Rijnmond kun je een aanvraag indienen.

Sociaal ondernemer Lorenzo Elstak: “Kwetsbaarheid kan een kracht zijn”

Sociaal ondernemer Lorenzo Elstak: “Kwetsbaarheid kan een kracht zijn”

Openbare sporttoestellen die eruitzien als een maritiem kunstwerk: dat is Kaap Workout. Binnenkort wordt de sportroute op Katendrecht officieel geopend: je kan balanceren op Het Evenwichtskoord op het Kaapstrandje, je optrekken aan De Hijskraan op de kade bij de SS Rotterdam en spierballen kweken bij Het Stuurwiel op de kop van de Kabelhof. Deze sportieve en kunstzinnige ontmoetingsplek is maar één van de vele projecten van sociaal ondernemer Lorenzo Elstak. “Ik zie overal kansen.” 

Je doet honderdduizend dingen, maar het begon allemaal met dans?

Als kind was ik altijd al aan het dansen, in mijn vrije tijd oefende ik alle moves van Michael Jackson. Ik ben dan ook professioneel gaan dansen. Mensen worden echt blij van dansen, ze vergeten hun dagelijkse sleur. Op een gegeven moment realiseerde ik me dat dansen magie is. 

Magie?

Ik danste met een groep vaak op bedrijfsfeesten, waar we altijd ontvangen werden als ‘die hiphopjongens’. De aanwezigen wilden meestal niks van ons weten. Je zag ze nog net niet hun tas steviger vastklemmen. Maar dan, als je op het podium staat, dan entertain je. Door jezelf uit te drukken door middel van dans, stel je jezelf kwetsbaar op. Mensen waarderen dat; het is kunst. De reacties gingen van ‘liever niet’, naar ‘wow, wie zijn jullie?’. Toen zag ik in dat dans ingezet kan worden als middel om te verbinden.

Hoe ben je van dans in het jongerenwerk gerold?

Ik heb bestuurskunde gestudeerd, met een minor jongerenbeleid. Toen ik afgestudeerd was, wist ik niet zo goed wat ik moest doen. Ik had het er met mijn moeder over, die naast haar vaste werk altijd veel vrijwilligerswerk heeft gedaan. Zij zag me wel iets met jongerenwerk gaan doen, omdat ik altijd al maatschappelijk betrokken was – ik kreeg vrijwilligerswerk met de paplepel ingegoten – en jongeren graag wat wilde bijleren. Zodoende heb ik vijf jaar lang op Zuid gewerkt, waar ik veel met jongeren heb gewerkt van allerlei verschillende achtergronden. Ik heb hier veel geleerd en een groot netwerk opgebouwd, maar na vijf jaar moest ik noodgedwongen mijn eigen stichting opzetten.

Hoezo noodgedwongen?

De organisatie waar ik werkte zette vooral in op het aspect veiligheid, op terugdringen van problemen, maar ik stond meer voor een aanpak vanuit maatschappelijke ontwikkeling. Ik wilde activiteiten opzetten om te zorgen voor talentontwikkeling. Mijn positieve benadering ging niet samen met die van de organisatie. Maar het had ook te maken met de tijd: de aanslagen op Charlie Hebdo waren net geweest. Ik sprak met jongeren die schreef aangekeken werden in de wijk, ze vonden het niet meer fijn in hun eigen wijk. Toevallig was de burgemeester in de buurt voor wijkgesprekken. Ik heb de jongeren geïnspireerd om hun stem te laten horen: een van hen ging het gesprek aan met Aboutaleb. De jongeren moeten weten dat hun stem krachtig is. Dat heeft me geïnspireerd om IKBENWIJ op te richten.

Wat is het idee achter IKBENWIJ?

Ik heb een programma ontwikkeld met dans, spoken word en theater. We zetten kunst en cultuur in als middel om mensen bij elkaar te brengen en in dialoog te gaan. We willen een wij-samenleving creëren, maar dat begint met ‘ik’. Door aandacht te geven aan het individu, leggen we verbinding en creëren we een wij-samenleving.

Hoe staat het er nu voor?

We zijn nu vier jaar verder en inmiddels hebben we een teambuildingsprogramma, een workshopprogramma en een scholenprogramma. Dat laatste vind ik toch wel het mooiste. We komen dan in een klas, bijvoorbeeld tijdens maatschappijleer, en beginnen met dans. Dat breekt het ijs. Dan vragen we iedereen naar welke muziek ze luisteren, bijvoorbeeld. Iedereen komt aan de beurt, de leerlingen krijgen begrip voor elkaar. Ze worden niet uitgelachen, dus er ontstaat een sfeer van veiligheid. Er ontstaat openheid en er wordt van alles gedeeld. Als iemand haar of zijn verhaal vertelt en in tranen uitbarst, dan gaan we daar integer mee om. Zo leren we de leerlingen in elkaars schoenen staan.

Is het niet lastig om jongeren zich kwetsbaar te laten opstellen?

Dat is het mooie eraan, dat gaat bijna vanzelf. De mensen die bij elkaar zitten begrijpen elkaar, doordat een veilige sfeer gecreëerd wordt. We betrekken de docenten erbij, want die moet nog met de klas verder als wij na zes workshops weer weg zijn. Soms zijn ze de tools gaandeweg verloren, soms hebben ze nog niet de kans gehad om die te ontwikkelen. We geven hen die tools en handvatten om ermee door te gaan.

Wat is de belangrijkste les die je leerlingen meegeeft?

Geef anderen de ruimte om zichzelf te zijn. Nadat ik heb opgetreden, vertel ik dat ik als jonge gozer altijd al bezig was met dans. Dat ik in groep 7 urenlang de moves van Michael Jackson stond te oefenen. Ik had een buitenboordbeugel, maar toch lachte niemand me uit. Ik heb altijd de ruimte gekregen om mezelf te zijn. Geef je klasgenoten ook die ruimte, ook al vind je ze misschien een beetje raar. Maar wie weet, staat die klasgenoot over vijftien jaar op een podium en ben jij degene die voor haar applaudisseert.

Ga je wel eens terug naar klassen, om te kijken hoe het gaat?

Laatst zijn we nog teruggegaan naar groep 7. Daar zat een docent die een valse start gemaakt had. De leerlingen waren een juf beloofd, maar kregen een meester. Hij kwam net zelf uit de schoolbanken, dus hij stond gelijk 2-0 achter. We zagen dat ze niet goed communiceerden. Zo sprak de docent bijvoorbeeld over de leerlingen waar ze bij waren, in plaats van met hen. We zijn er zes weken geweest en hebben heel wat losgemaakt. Een half jaar later belde de docent ons op: de leerlingen vroegen steeds naar ons en hij wilde laten zien hoe goed het ging. Natuurlijk zijn er nog steeds uitdagingen, maar het bewustzijn om deze aan te pakken is er.

Wat heb je zelf geleerd van al die workshops?

Dat kwetsbaarheid een kracht kan zijn in plaats van een zwakte. Door ons kwetsbaar op te stellen, en niet belerend een klas in te stappen, creëren we veiligheid. We hebben allerlei handvatten en tools, maar soms moet je het net even anders doen. We werken met mensen, dus moet je het voelen, je moet maatwerk leveren. En soms ga je op je bek, dan moet je toegeven. Die kwetsbaarheid als kracht, dat leer ik elke keer opnieuw.

Geldt dat ook voor je andere projecten? IKBENWIJ is immers niet het enige waarmee je bezig bent.

Mijn projecten staan allemaal op een of andere manier met elkaar in verbinding. Mijn entertainmentbedrijf Pure Amusement is ontstaan toen ik als jongerenwerker en danser werkte. Ik was altijd aan het netwerken en druk met opdrachten binnenhalen. Ik wilde andere creatievelingen ook meer werk bezorgen en zo ontstond het idee om hen meer te leren over ondernemen. Ik zag het vaak fout gaan dat deze mensen heel creatief zijn, maar dat ze een stukje ondernemerschap – boekhouding, acquisitie, dat soort dingen – misten. Die adviesfunctie ben ik gaan professionaliseren en dat is uitgemond in onderwijs: ik geef nu lessen ondernemerschap op het Albeda Danscollege.

Tegelijkertijd vind ik het belangrijk om dansles toegankelijk te maken in alle wijken. Het is zonde als ouders het niet kunnen betalen of niet de tijd of mogelijkheid hebben om naar het Hiphophuis te gaan bijvoorbeeld. Daarom heb ik een project opgezet, waarbij dansles in de wijk wordt gegeven. Heel laagdrempelig, zodat iedereen in aanraking kan komen met dans.

Zou je je kunnen richten op een van je activiteiten, of is die combinatie juist wat jou jou maakt?

Kijk, ik zie gewoon altijd kansen en verbindingen. Mijn projecten zijn eigenlijk niet los van elkaar te zien en ze geven allemaal veel voldoening. Het gaat altijd om de pijlers kunst en cultuur, sport, ondernemerschap en zorg en welzijn. Ik pas al die elementen iedere keer opnieuw toe, steeds in een ander jasje.

Oftewel, je houdt maar niet op?

Nee, ik heb net weer een nieuwe stichting opgericht: Platform Katendrecht, dat ook gericht is op verbinding. De doelgroep is alle Kapenezen, maar vooral jongeren. Het is mooi dat hier op Katendrecht veel ontwikkeld is en dat er sterke schouders zijn bijgekomen, maar daar moet iedereen van kunnen profiteren. Met Platform Katendrecht willen we kookcursussen organiseren, lessen ondernemerschap geven, een vraagbaak zijn voor jongeren. We hebben een nieuwe ruimte aan de Tolhuislaan 111, waar iedereen van Katendrecht kan binnenlopen, maar waar ook geprogrammeerd wordt. We zijn wel nog op zoek naar mensen om mee samen te werken en partners die ons willen ondersteunen. Dat kan zowel financieel als in netwerk en expertise.

Een voorbeeld van onze activiteiten was een brunch die we hebben georganiseerd voor jongeren op ss Rotterdam. Stel dat je hier al je hele leven woont en er komt ineens zo’n groot schip in je wijk, maar je hebt niet het gevoel dat het ook voor jou is… Dan kan ik me voorstellen dat die jongeren daar niet blij mee zijn. Daarom hebben we dertig jongeren uitgenodigd voor een brunch op het schip, waarbij ze een rondleiding kregen van de directeur en iets leerden over de geschiedenis van het schip. Na afloop kwamen enkele jongeren zelf vragen of ze er konden komen werken. Kijk, dat zijn kleine dingen die je kan doen om verbindingen tussen ondernemers en bewoners te verbeteren.

Meer weten, samenwerken met Lorenzo of een van zijn projecten ondersteunen? Kijk op www.lorenzoelstak.nl

Genderstereotypen? Zoë Papaikonomou geeft tips om ze weg te wassen

Genderstereotypen? Zoë Papaikonomou geeft tips om ze weg te wassen

Een fles duurzaam wasmiddel om blinde vlekken weg te wassen. Dat is de prijs die onderzoeksjournalist en podcastmaker Zoë Papaikonomou samen met Radio 2 DJ One’sy Muller in Bonte Was Podcast uitdeelt aan mediamakers die te veel stereotypen gebruiken. Ze is ook medeauteur van het mediakritische boek ‘Heb je een boze moslim voor mij?’ Volgende week staat ze Rotterdamse professionals te woord in het IDEM Kennisatelier ‘Maar je zei toch jongens?’, over gender en stereotypen. We vroegen haar om alvast een tipje van de sluier te lichten.

Wat voor stereotypen?

Genderstereotypen, dus. Reclames, foto’s of verhalen waarin mannen traditionele ‘mannendingen’ doen en vrouwen traditionele ‘vrouwendingen’. Door continu deze stereotypen tegen te komen, wordt emancipatie een stuk lastiger. Zoë geeft een voorbeeld: “In de beeldbank van WOMEN Inc. zit een voorbeeld van een tv-programma, waarin zes wetenschappers aan het woord komen. De mannen zijn op hun kantoor geïnterviewd,  de enige vrouwelijke wetenschapper zit in haar keuken . Los van het feit dat vrouwen überhaupt weinig in beeld komen als deskundige, worden ze vaak nog in relatie tot een thuissituatie of moederschap geportretteerd. Dat geeft een beperkt beeld.”

‘Er zijn nu eenmaal minder vrouwelijke deskundigen’, ‘Ze willen meestal niet meewerken’, zijn veelgehoorde verweren van journalisten, programmamakers of communicatieprofessionals. Dat kan wel zo zijn, meent Zoë, maar het is vooral een teken dat journalisten beter hun best moeten doen. “Journalisten vallen snel terug op hun netwerk, dat vaak beperkt is. Het is gemakkelijker om te kiezen voor sprekers die je al kent, waarvan je weet dat ze gemakkelijk praten. Toch ontslaat je dat niet van de plicht om verder te zoeken, want er is genoeg deskundigheid onder vrouwen.”

Oké, maar hoe zit het dan precies met die stereotypen?

Aan de stereotiepe representatie van vrouwen liggen verschillende mechanismen ten grondslag. Extreme tegenstellingen is er daar een van. “Neem het nieuws over de Technische Universiteit in Eindhoven, die voor openstaande vacatures voorlopig alleen vrouwen wil aannemen”, legt Zoë uit. “In de berichtgeving worden over het algemeen een voor- en tegenstander van dit idee aan het woord gelaten, die het dan moeten gaan uitvechten. Hierdoor blijft de discussie oppervlakkig. Het zou veel diepgaander zijn om twee voorstanders te laten debatteren over een correcte uitvoering van dit plan.”

Terminologie is een tweede mechanisme, dat hardnekkig stereotypen in stand houdt. “Onlangs kwam ik de kop ‘Vrouw wordt directeur Havenbedrijf’ tegen”, vertelt Zoë. “Deze vrouw heeft ook een naam, waarom zou die niet in de kop kunnen? Door continu de nadruk te leggen op gender (wat alleen bij vrouwen gebeurt), wordt het nooit ‘normaal’ dat een vrouw directeur is.”

Het eerdergenoemde voorbeeld, waarbij mannelijke wetenschappers op kantoor en de vrouwelijke wetenschappers in de keuken worden geïnterviewd, is een voorbeeld van ‘othering’. Ook dit mechanisme ziet Zoë keer op keer terug in allerlei communicatie-uitingen.

Hoe moet het dan wel?

Oké, maar veel vrouwen combineren nu eenmaal het moederschap met een baan? En wat is er mis met een vrouw die zich met alle liefde fulltime stort op haar gezin en huishouden? Moeten communicatieprofessionals die dan verbannen naar de archiefkast? Natuurlijk niet, stelt Zoë gerust, maar het wordt een probleem wanneer vrouwen álleen in die hoedanigheid in beeld gebracht worden, of altijd ermee geassocieerd worden, en mannen nooit op die manier in beeld gebracht worden, terwijl ook zij werk en een gezinsleven combineren. “Zorg ervoor dat je heel kritisch bent op jezelf”, licht Zoë toe. “Welke onderwerpen kies je uit voor de nieuwsbrief van je organisatie? En welke woorden kies je (denk aan de kop over de nieuwe directeur van het Havenbedrijf)? Vergeet ook vooral niet om goed na te denken over het beeldmateriaal dat je kiest: staan er altijd zowel mannen als vrouwen op? En staan ze in genderstereotype omgevingen?”

Ook op strategisch niveau is het goed om als organisatie na te denken over de taal en beelden die je gebruikt. Gebruik je de vrouwelijke of mannelijke functietitel in een vacature? Benoem je specifiek dat je zoekt naar vrouwen én mannen én mensen die buiten dit spectrum vallen? “Het is goed om hier echt over na te denken”, zegt Zoë. “Gebruik je altijd directeur, of kies je toch liever voor directrice en directeur? Ik heb niet het antwoord voor je, maar het is van belang is om een keuze te maken en deze consequent toe te passen.”

Makkelijker gezegd dan gedaan

Alles goed en wel, maar de meeste communicatieprofessionals hebben hun handen al vol aan de taken die ze op hun bordje krijgen. “Vooral bij kleine organisaties zie je dat communicatieprofessionals veel taken op zich krijgen”, erkent Zoë. “Het is dan ook begrijpelijk dat het als extra werk aanvoelt. Het kost in het begin nu eenmaal meer tijd om bij iedere nieuwsbrief en iedere socialmediapost weloverwogen inclusief te werk te gaan. Veel werkgevers  realiseren zich dat niet. Daarom is het van belang hierover in gesprek te gaan met je collega’s en leidinggevende. Bespreek wat je als organisatie wil uitdragen en hoeveel tijd je denkt nodig te hebben om dat te realiseren.”

Meer weten?

Wil je meer weten over het herkennen en voorkomen van genderstereotypen in de manier waarop je communiceert? Bezoek dan het IDEM Kennisatelier ‘Maar je zei toch jongens’ op donderdag 4 juli 2019 in Rotterdam. Meer informatie of aanmelden? Stuur een e-mail naar m.modderman@radar.nl

North Sea Round Town: jazz voor een inclusieve samenleving

North Sea Round Town: jazz voor een inclusieve samenleving

Luisteren met je handen, spoken word van de straat en Rotterdammers met een lichamelijke beperking die een concert geven: North Sea Round Town draait niet alleen om jazz, maar vooral om inclusie! In aanloop naar het North Sea Jazz Festival kun je van 27 juni tot en met 14 juli overal in Rotterdam tegen jazzmuzikanten aanlopen. North Sea Round Town brengt jazz naar de meest bijzondere plekken, in de meest bijzondere vormen en met de meest bijzondere partners. Michelle Wilderom, directeur van North Sea Round Town, vertelt over samenwerkingen in de stad.

Hoe is North Sea Round Town ontstaan?

Toen het North Sea Jazz Festival in 2006 naar Rotterdam kwam, wilde de gemeente een cadeau geven aan de stad. Als drie dagen lang topmusici in Rotterdam spelen, dan moet de stad daarvan kunnen meegenieten, was de gedachte. Daarom werd voorafgaand aan North Sea Jazz een fringe festival georganiseerd. In eerste instantie was het een groot, gratis programma op straat, waarbij Rotterdammers onverwacht tegen jazz aanlopen en kunnen kennismaken met de stad. In de loop der jaren is het uitgegroeid tot een groot evenement – waarbij muziek wordt gespeeld op straat, in de metro, op het centraal station – en zijn ook de jazzpodia en -programmeurs van de stad erbij betrokken.

Waarom zijn jullie de crossover met zorg en welzijn gestart?

Vanuit de gedachte dat het een cadeau voor de stad is, zochten we naar manieren om de muziek toegankelijk te maken voor alle Rotterdammers. We zijn daarom in 2016 begonnen met buurtconcerten, aanvankelijk in verzorgingshuizen. Dat werd breed uitgemeten in de media, maar daardoor kregen mensen het idee dat North Sea Round Town een festival voor ouderen is. Daarom zijn we gaan focussen op sociaalmaatschappelijke verrijking in de breedste zin van het woord en meer gaan nadenken over manieren om vorm te geven aan diversiteit en inclusie. Zo is het Klankconcert, dat ooit als pilot begon in samenwerking met het Oogziekenhuis, uitgegroeid tot een groot concert in de Laurenskerk. Mensen luisteren geblinddoekt naar het concert. Als je je ogen afdekt en het op dezelfde manier ervaart als blinde of slechtziende mensen, dan kun je als gelijkgestemde het concert ervaren.

Wat is de meest bijzondere samenwerking van het festival?

Deze editie werken we samen met vijf onafhankelijke, jonge programmeurs, alle vijf Nederlanders met een andere culturele achtergrond. Zij kennen de stad als geen ander en hun expertise op het gebied van jazzmuziek, in de breedste zin van het woord, is erg waardevol. Raluca Baicu (Nederlands-Roemeens) heeft een nachtprogramma samengesteld op de 31e verdieping van De Rotterdam. Tussen twaalf uur ’s avonds en acht uur ’s ochtends is er avantgardistische topjazz, waarbij het geluid meegaat op de verschillende fasen van licht gedurende de dag- en nachtcyclus. Ik ben er heel trots op dat we deze vijf professionals een podium kunnen bieden voor hun programma en waar mogelijk samen kunnen dromen om mooie projecten te realiseren.

Verder vieren we dit jaar dat het honderd jaar geleden is dat het eerste – geregistreerde – jazzconcert heeft plaatsgevonden in Rotterdam. We pakken daarom extra feestelijk uit, onder meer met een historische jazzroute. Als een sliert door de stad gaan grote Rotterdamse jazznamen, als Benjamin Herman, samen met Codarts-studenten langs vergeten jazzplekken van vroeger om er te spelen: een samenwerking met Codarts en Jazz International Rotterdam.

Het mooie aan deze bijzondere samenwerkingen, is dat niet alleen de toehoorders van jazz kunnen genieten, maar ook dat het muzikanten kan inspireren en iets kan leren. De confrontatie in de stad, of dat nou op een plein, een station of in een verzorgingshuis is, vraagt een hele andere benadering. Van zo’n nieuwe ervaring kun je ontzettend veel leren.

Een van de doelen van IDEM Rotterdam is organisaties in de stad met elkaar verbinden. Dat lijkt jullie door de muziek heel goed af te gaan.

Als het gaat om verbindingen leggen in de stad, heb ik als directeur van een muziekfestival een groot kapitaal in handen, ook crosssectoraal. Muziek is namelijk een hele fijne en vrolijke manier om interactie en samenspel tot stand te brengen. Jazz is van oorsprong ontstaan als social music, het is bedoeld om mensen te laten samenkomen. Dat sociale en maatschappelijke aspect zit heel erg in de samenwerkingen die wij aangaan. Je hoeft eigenlijk niks te zeggen, want de muziek spreekt al voor je. Het gaat om de noten die je speelt.

We zorgen ervoor dat we op plekken spelen waar bijzondere doelgroepen zijn, die heel blij zijn als we binnenkomen en met hen samenwerken. Denk aan de verzorgingshuizen of sociaal restaurant Hotspot Hutspot. Als directeur van een groot festival voelt het als mijn verantwoordelijkheid om het platform in te zetten voor dit soort ontmoetingen. Natuurlijk moet er een flink potje jazz gespeeld worden, maar daarnaast wil ik de mogelijkheid aangrijpen om een inclusieve samenleving op de agenda te zetten.

Hoogtepunten

Enkele hoogtepunten tijdens North Sea Round Town:

• My Breath My Music: nadat vijf Rotterdamse muzikanten met een lichamelijke beperking een masterclass van Candy Dulfer hebben gevolgd, geven ze met hun op maat gemaakte instrumenten een spetterend optreden in Lokaal Cultuur Centrum ’t Klooster, in samenspel met vijf topbands.

Donderdag 27 juni, 16.00 – 19.30 uur – feestelijke aftrap van de Buurtconcerten met aanschuifdiner – ’t Klooster, Afrikaanderplein
Vrijdag 12 juli, 19.30 uur, Hotspot Hutspot Lombardijen

Luisteren met je handen: dove, slechthorende en horende kinderen kunnen zich in deze muzikale workshop uitleven door met ingrediënten uit de moestuin een muziekcompositie te maken.

Zaterdag 29 juni & 13 juli; 13.30 tot 15.00 uur & 15.00-16.00 uur – Villa Zebra – op aanvraag mogelijk voor groepen en scholen.

• SPRAZZ: spokenwordartiesten vertellen over de buurt waar ze wonen en de mensen die de stad vormen. Oftewel, spoken word en jazz van de straat!

Vrijdag 5 juli – Mono

Kennisatelier – Special Edition

IDEM Rotterdam organiseert op 27 juni een Special Edition Kennisatelier – Inzoomen op bijzondere samenwerkingen, samen met Cultuur Concreet en North Sea Round Town. Meer informatie over de Special Edition van het Kennisatelier vind je hier.