Farida: “Om discriminatie tegen te gaan, probeer ik juist mijn achtergrond zichtbaar te maken”

Farida: “Om discriminatie tegen te gaan, probeer ik juist mijn achtergrond zichtbaar te maken”

Moslima’s zijn steeds beter in staat discriminatie op de arbeidsmarkt te herkennen en durven het steeds beter te benoemen. Dat is de conclusie uit kwalitatief onderzoek van IDEM Rotterdam naar ervaren discriminatie van moslima’s op de Rotterdamse arbeidsmarkt. Het toegenomen besef komt mogelijk doordat er steeds meer over discriminatie en racisme wordt gesproken. Ook de 24-jarige zorgverlener Farida* is niet op haar mondje gevallen en spreekt mensen op hun gedrag aan als ze zich herhaaldelijk discriminerend uiten.

Discriminatie op de arbeidsmarkt komt veel voor. Vooral bij werving en selectie is het een lastig onderwerp: hoe weet je zeker dat je de baan niet hebt gekregen vanwege je afkomst en niet omdat je bijvoorbeeld expertise mist? Farida heeft een soortgelijke ervaring. “Ik heb eens gesolliciteerd bij een zorginstelling in Noord-Brabant”, vertelt ze. “Er werd gevraagd of ik wel in Nederland geboren was, hoe lang ik al in Nederland woonde, met hoeveel kinderen we thuis waren. Het gesprek ging eigenlijk meer over mijn persoon en mijn achtergrond, dan over mijn werkervaring.”

Tijdens het gesprek heeft Farida niets gezegd over de aparte vragen die haar gesteld werden. “Het ging om een gewilde functie, dus je probeert er het beste van te maken. Door gewoon te antwoorden en vriendelijk te blijven, probeerde ik het nog te redden.” Uiteindelijk kreeg Farida de baan niet, maar ze is niet in verweer gegaan. “Wat kun je in zo’n geval ook doen? Als je bijvoorbeeld een klachtenbrief zou sturen, dan is het jouw woord tegen dat van hen. Je kan nooit bewijzen dat het om discriminatie gaat.”

Onwetendheid

Gelukkig is Farida nu werkzaam in een Rotterdamse organisatie, waar ze inmiddels in een divers team werkt. Dat was echter niet altijd al. “Toen ik hier kwam werken was ik de tweede moslim van het hele team”, zegt ze. “Ik was de eerste die een hoofddoek droeg en zowel mijn Marokkaanse als Nederlandse identiteit expliciet uitdroeg. Soms kreeg ik wel rare vragen of opmerkingen van collega’s, bijvoorbeeld wanneer ik uitgehuwelijkt zou worden. Als het echt om vooroordelen gaat, ben ik er snel klaar mee. Maar als mensen oprecht iets willen weten over de islam of mijn cultuur, en het op een normale manier aan me vragen, dan sta ik er altijd voor open om het uit te leggen.”

Farida gelooft dan ook dat de meeste gevallen van discriminatie voortkomen uit onwetendheid. Om de kennis en het begrip over haar cultuur te vergroten, probeert Farida haar Marokkaanse achtergrond juist zichtbaar te maken. “Als de ramadan begint, bijvoorbeeld, dan neem ik een traktatie mee naar werk”, licht ze toe. “Dat doe ik niet zozeer om het te vieren, maar om te laten zien dat ik het belangrijk vind. Collega’s gaan dan vanzelf vragen stellen en begrijpen dan ook beter waarom ik iets belangrijk vind.” 

Jezelf blijven

Jezelf blijven is de belangrijkste tip van Farida aan andere moslima’s op de werkvloer. “Natuurlijk, je moet je aanpassen aan de situatie waarin je terechtkomt”, zegt ze. “Maar nooit zoveel dat je jezelf kwijtraakt! Ik zeg altijd: je moet je gedeeltelijk aanpassen. En je witte of autochtone collega’s moeten zich ook gedeeltelijk aanpassen. Maar laat vooral zien wie je bent, zodat mensen je beter begrijpen en vooroordelen verdwijnen. Als iedereen zich gedeeltelijk aanpast en elkaar respecteert, kun je hartstikke goed samenwerken.” 

Meer weten?

Het onderzoek ‘Ervaren discriminatie van moslima’s op de Rotterdamse arbeidsmarkt’ van IDEM Rotterdam is nu te downloaden.

*Uit privacyoverwegingen is de naam van Farida gefingeerd. De foto is ter illustratie.

Jolanda Heykoop: ‘Ook met huisdieren moet je recht hebben op opvang’

Jolanda Heykoop: ‘Ook met huisdieren moet je recht hebben op opvang’

Door een samenloop van allerlei vervelende omstandigheden, raakte Jolanda Heykoop in 2018 haar huurwoning kwijt. Ze klopte bij verschillende instanties aan, maar kon geen concrete hulp krijgen. De reden: haar huisdieren. Ze weigerde haar dieren af te staan en woont sindsdien op een louche camping. Om te voorkomen dat anderen in haar situatie belanden, wil ze een opvang starten waar huisdieren welkom zijn. ‘In zo’n situatie is je huisdier het laatste wat je hebt, dat mag je mensen niet afnemen.’  

Hulpverleners die de situatie niet begrijpen, buren die valse verklaringen afleggen en ziekte: het zijn enkele van de vervelende omstandigheden die er samen toe hebben geleid dat Jolanda Heykoop in 2018 haar woning uit moest. Ze klopte aan bij Centraal Onthaal, de instantie waar je heen kan als je dak- of thuisloos raakt, maar ze konden haar niet helpen. Bij de daklozenopvang kwam ze ook niet binnen met haar huisdieren. ‘Ondertussen waren mijn kinderen bij mijn ex gaan wonen, met hem heb ik gelukkig een goede band’, vertelt Jolanda. ‘Maar mijn huisdieren, het laatste wat ik nog over had van mijn oude leven, die weigerde ik op te geven.’  

Camping 

Ze belandde in een caravan op een louche camping. Het was de laatste plek waar ze naartoe kon, zonder dat ze haar huisdieren hoefde weg te doen. ‘Maar dat was geen geschikte plek voor mijn dochter, die hartstikke goed bezig was op school’, vertelt Jolanda. ‘Mijn kinderen vertrokken naar mijn ex, totdat ik een geschikte woning zou hebben. Inmiddels woon ik in een antikraakwoning in Roosendaal, maar ik wil mijn dochter niet van haar school in Rotterdam halen. Daar gaat het juist heel goed.’  

Jolanda wil naar Rotterdam, naar een woning waar ze kan blijven, in de buurt van haar kinderen. ‘Ik wil alleen geen hulp meer’, zegt ze, ‘want ik ben kapotgezwegen door allerlei hulpverleners. Gelukkig is er nu wel iemand van het Leger des Heils, die ik vertrouw, en die me helpt een woning te vinden. Maar in Rotterdam is het eigenlijk niet te doen.’  

Dierbaar bezit 

Het schrijnende geval van Jolanda staat niet op zichzelf. Ieder jaar weigeren daklozen opvang, omdat ze hun laatste dierbare bezit – hun huisdier – dan moeten afstaan. ‘Alleen maar door een huisdier, vallen we tussen wal en schip’, zegt Jolanda. ‘Het is het laatste wat je nog hebt, maar toch krijg je te horen dat er niks voor je gedaan kan worden. Behalve als je je dier wegdoet. We worden daardoor snel weggezet als ‘zorgweigeraars’, maar dat zijn we helemaal niet. We willen juist heel graag hulp, maar wel met ons huisdier. Hulpverleners moeten er echt alerter op worden dat een huisdier vreselijk belangrijk voor iemand is.’  

Speciale opvang 

Om in de toekomst te voorkomen dat anderen in dezelfde situatie belanden, zou Jolanda dolgraag een eigen opvang willen oprichten. Eentje waar huisdieren wel welkom zijn. ‘Ik heb al een heel businessplan klaarliggen’, vertelt ze. ‘In deze opvang mogen dak- en thuislozen komen, samen met hun huisdieren. Ik regel alle praktische zaken en ben het aanspreekpunt voor de hulpverlening en bewoners. Ondertussen zorgen alle bewoners samen voor de dieren en voor de dagelijkse huishoudelijke zaken. De bewoners krijgen twee jaar de tijd om hun zaak weer op orde te krijgen en kunnen daarna weer de maatschappij in.’  

Het is de bedoeling dat bewoners daarna zelfredzaam zijn. ‘Dakloos zijn is een dure hobby, omdat je ongetwijfeld schulden gaat opbouwen’, legt Jolanda uit. ‘Ik heb al contact met twee schuldhulpverleners, die ook graag willen meewerken aan de opvang. Zij kunnen de bewoners helpen begeleiden om financieel zelfredzaam te worden.’  

Jolanda heeft dan ook een verdienmodel gekoppeld aan het plan, zodat de opvang zichzelf kan bedruipen. ‘Ik hoef er zelf niks aan te verdienen’, zegt ze. ‘Ik wil alleen maar een plekje in het pand om te wonen en de boel te bestieren.’ De opvang kan namelijk ook dienen als dierenpension voor dierenbezitters die op vakantie gaan. ‘De bewoners zullen in die tijd hartstikke goed voor je dier zorgen. Ook wil ik er een koffiecorner opzetten, waar bewoners en wijkbewoners met elkaar in contact komen.’    

Hulp gezocht 

Jolanda Heykoop is op zoek naar hulp om haar plannen te realiseren. Een locatie is een van de belangrijkste zaken die geregeld moeten worden. Zie je het plan van Jolanda zitten en wil je met haar sparren? Stuur haar dan een mail via jolandaheykoop3770@gmail.com  

Şeydâ Buurman-Kutsal: “Met mij samenwerken betekent dat je geconfronteerd kan worden met je eigen racismes”

Şeydâ Buurman-Kutsal: “Met mij samenwerken betekent dat je geconfronteerd kan worden met je eigen racismes”

Şeydâ Buurman-Kutsal is een van de sprekers tijdens het panelgesprek ‘De agenda voor een inclusieve samenleving’, tijdens de Week tegen Racisme. De supervisor, trainer, consultant en coach zet zich met haar bedrijf in voor meer inclusie binnen organisaties en op werkvloeren. IDEM Rotterdam vroeg haar naar haar motivatie, misverstanden over inclusie en tips voor professionals.

De Internationale Dag tegen Racisme is een belangrijke dag voor Şeydâ. “Ik wil een actieve bijdrage leveren aan het beschermen van mensenrechten”, vertelt ze in een videogesprek. “Een onderdeel daarvan is dat we gelijkwaardig worden behandeld. Het is nog niet gelukt om geen racistisch gedrag tegen te komen. Evenmin is het gelukt om systemisch racisme weg te werken. Zolang racisme bestaat, hebben we deze dag nodig.” 

Omdat Şeydâ gelijkwaardigheid zo belangrijk vindt, zet ze zich ook op professioneel vlak daarvoor in. “Ik heb me gespecialiseerd in het zichtbaar maken van racisme en in het ondersteunen van organisaties bij inclusiever worden”, legt ze uit. “Hoe divers is je omgeving, hoe ga je om met diversiteit? Voor welke uitdagingen kom je te staan? Wat betekent dat voor de medewerkers? Wat betekent dat voor werving-en-selectie? In dat hele spectrum werk ik met mensen die zich met diversiteit bezighouden, maar toch merk je dat er nog veel te leren valt. En dat er soms zelfs weerstand is.”

Aangevallen

Van die weerstand zijn mensen zich vaak niet eens bewust. “Gepriviligieerde mensen voelen zich soms snel aangevallen en zeggen dat ze niet racistisch zijn”, vertelt Şeydâ. “Maar zoiets bestaat niet: wij leven in een racistisch systeem. Ik quote hier graag Ibram Kendi die heeft beschreven dat je Racisme hebt, Nietracisme bestaat niet. Als je er niet actief iets tegen doet draag je bij, dat is ook het geval als je niks doet, of je bent anti-racistisch. Zo kom je allerlei manieren tegen waardoor mensen per ongeluk racisme in stand houden. Het is een dunne lijn, waarop ik moet balanceren om zowel mijn boodschap te kunnen overbrengen als mensen niet af te schrikken met die boodschap.”

Die balans houden, is een lastige, maar bewuste keuze, meent Şeydâ. “Het ligt eraan wat je doel is. Als het je doel is om witte mensen niet te kwetsen, dan kun je beter andere dingen gaan doen. Maar dan verlies je mensen van kleur. Gelukkig zijn er veel mensen die mijn werkwijze wel waarderen, al betekent met mij samenwerken dat je geconfronteerd kan worden met je eigen racismes. Ik werk daar niet omheen.”

Confronterend

Toch staan gelukkig steeds meer organisaties open voor trainingen en begeleiding op het gebied van inclusie en anti-racisme, hoe confronterend dat ook kan zijn. “Ik werk vanuit het change management: wat speelt er onder de oppervlakte, wat zijn verborgen onderwerpen, wat wordt in stand gehouden?”, legt Şeydâ uit. “Na zo’n proces zijn mensen soms in shock over wat ze tot stand hebben gebracht. Ik zal dat niet wegnemen, maar kan daar wel bij begeleiden. Ik weet dat het lastig is. Maar het is nog veel lastiger als je in een gemarginaliseerde positie zit en je weet dat je de situatie niet kan veranderen, dat het ligt aan het systeem waar je onderdeel van bent.”

Het ingewikkelde en confronterende proces naar inclusie is ‘work in progress’. “Het grootste misverstand is dat mensen denken dat de weg naar inclusie ooit ‘af’ is”, aldus Şeydâ. “Een ander misverstand is dat geprivilegieerde mensen iets moeten opgeven als ze inclusief zijn, terwijl het juist een verrijking is. Stel dat je je, bijvoorbeeld als witte man, bewust wordt van je privilege, dan kan je bang zijn je positie kwijt te raken. Er wordt dan naar gekeken als een taart, die over meer mensen verdeeld moet worden. Zo werkt het alleen niet. Het gaat er alleen om dat je dingen anders aanpakt en dat kan juist veel kansen opleveren. Kijk bijvoorbeeld naar de coronacrisis: veel bedrijven vonden thuiswerken maar niks, maar ondertussen zien we dat het prima kan.”

Bondgenootschap

Gelukkig zijn er veel individuele professionals die de kansen van inclusie erkennen en het verschil willen maken binnen hun organisatie. Voor hen heeft Şeydâ een belangrijke tip. “Er zit meer kracht in je organisatie dan je denkt. Ga daarom op zoek naar gelijkgestemden. Leer hoe je een goede bondgenoot kan zijn. In de eerste plaats gaat het helemaal niet om morgen alles anders te doen wat je voorheen deed, maar om je bewust te worden vna je rol en invloed en daar iets mee te doen. Mensen bijbrengen hoe ze goede bondgenoten kunnen zijn. Deze zoektocht naar bondgenootschap zal weerstand opleveren, maar het zorgt er ook voor dat je zichtbaar wordt. Zoek de grijze massa en laat je niet de mond snoeren.”

Meer weten? Neem deel aan de Week tegen Racisme

Şeydâ Buurman-Kutsal is een van de sprekers tijdens het panelgesprek ‘De agenda voor een inclusieve samenleving’ op 18 maart. Op deze pagina vind je meer informatie en kun je je aanmelden.

Tijdens de Week tegen Racisme – van 15 tot en met 21 maart – worden nog veel meer lezingen, workshops en theater georganiseerd door IDEM Rotterdam, RADAR en andere discriminatievoorzieningen. Het hele programma vind je op de overzichtspagina.

Dalit Lymor: “Ik ben al mijn hele leven met feminisme bezig”

Dalit Lymor: “Ik ben al mijn hele leven met feminisme bezig”

Feminist, bicultureel, activist, Joods: Dalit Lymor omarmt ál haar identiteiten. Tijdens het IDEM Kennisatelier ‘Zichtbaar Joods, maar niet altijd’ op 23 februari vertelt zij vanuit haar eigen ervaring over jodendom, diversiteit en feminisme. IDEM interviewde de illustratrice over haar verschillende identiteiten, hoe deze elkaar beïnvloeden en hoe ze haar werk vormen.  

“Toen ik als 12-jarige op school les kreeg over vrouwenrechten en ik erachter kwam dat vrouwen niet altijd al mochten stemmen, begon ik me erover op te winden”, vertelt Lymor tijdens een Teams-videogesprek. “Ik riep: als daarvoor opkomen feminisme is, nou, dan ben ik ook een feminist.” Sinds dat moment bevraagt Dalit allerlei ‘vanzelfsprekendheden’, bijvoorbeeld waarom vrouwen vroeger meestal de achternaam van hun man aannamen of waarom ze minder verdienen dan een man voor hetzelfde werk.  

Na de middelbare school ging Dalit naar het Grafisch Lyceum. Je brood verdienen met je creativiteit, daar zag ze wel wat in. Ze vervolgde haar opleiding aan de Willem de Kooning Academie. “Ik was nog steeds heel uitgesproken en voelde de drang om daar meer mee te doen”, vertelt Dalit. “Op de kunstacademie leerde ik hoe ik dat kon omzetten naar illustraties.” Op die illustraties – die onder meer te vinden zijn op haar Instagram – komt nog wel eens kritiek. “Niet per se op het beeld zelf”, licht Dalit toe, “maar soms wel op de boodschap. Dan ontstaat er een dialoog in de comments. Gelukkig kan ik daar reageren. Als ik beargumenteer wat ik vind en voel, dan zien mensen dat ik niet van een slechte plek kom.”  

Geen hokje ‘Joods’ 

Als biculturele, joodse, feministische vrouw is ze soms lastig te plaatsen voor anderen. Daarover in gesprek gaan is een belangrijke pijler voor Dalit. “In de synagoge word ik gezien als het linkse, progressieve kunstmeisje”, vertelt ze. “Eigenlijk ben ik een minderheid binnen een minderheid. Toch is het fijn om daar te zijn, want buiten de synagoge kom ik eigenlijk geen Joodse mensen tegen.”  

De representatie van Joodse mensen in de Nederlandse samenleving is dan ook ver te zoeken. “Uit angst voor antisemitisme houdt mijn generatie, en die daarvoor, zich vrij stil als het gaat om hun Joodse identiteit. Ze benoemen het niet expliciet, of vermijden het onderwerp, uit angst. Of omdat ze gewoon geen zin hebben om te praten over het conflict tussen Israël en Palestina.”  

Niet iedere Jood is automatisch op de hand van Israël. “Wat niet iedereen door heeft is dat Joods zowel een etniciteit is, als een nationaliteit, als een geloof”, legt Dalit uit. “Niet voor iedere Joodse persoon is dat alledrie aan de orde, wat het lastig maakt. Zelf ben ik Joods, maar ik geloof niet in god, bijvoorbeeld. Ik richt me vooral op de Joodse filosofie.” 

Daarnaast is er een enorme diversiteit binnen het begrip ‘Joods’. “In mijn ervaring zien mensen in Europa Joden vaak als witte mensen”, zegt Dalit. “Maar door de diaspora zijn joodse mensen over de hele wereld verspreid. Je hebt Arabische joden, sefardische Joden, Joden uit Oost-Europa. En na de diaspora, ontstonden er opnieuw vermenging. Joodse mensen hebben alle kleuren van de wereld. Het is echt een misvatting dat Joods-zijn ’één ding’ is.”  

Gezien worden 

Zelf kreeg Dalit ook vaak het advies om haar Joodse identiteit maar vooral voor zichzelf te houden. “Op een gegeven moment besloot ik dat niet meer te doen”, vertelt ze. “Mijn naam roept namelijk heel veel vragen op, omdat het niet heel herkenbaar is. Ik leg dan uit dat ik Joods ben, maar ook Nederlands en Argentijns. Ik ben namelijk in de veronderstelling dat benoemen dat je Joods bent, ervoor zorgt dat we gezien worden en er meer ruimte is.” 

Toch is het niet altijd gemakkelijk om open te zijn over haar identiteit. “Ik merkte dat praten over je Joodse identiteit een bepaald ongemak oproept. Het is vaak niet slecht bedoeld, maar mensen worden er heel ongemakkelijk van”, legt Dalit uit. “Ik denk dat Nederlanders zich enerzijds beschaamd voelen over de holocaust. Ze weten zich vaak geen houding te geven als het daarover gaat. Anderzijds heeft het te maken met stereotypen. Bij een Joodse persoon denken veel mensen aan een man met een keppeltje en een lange baard. Ze zien dan niet een jonge vrouw met rood haar voor zich. Dat resoneert niet.”  

Discriminatie 

Hoewel Dalit gevormd is door al die verschillende identiteiten, is de een niet belangrijker dan de ander. “Als je mij hoort praten, dan hoor je een Nederlandse meid. Maar ik ben voortgekomen uit mijn moeder, die Argentijns is, dus dat zit ook in mij. Dus daarom heb ik ook wel discriminatie meegemaakt.” Desondanks gaat Dalit vrij vlekkeloos door het leven. “Omdat ik zo uitgesproken ben, kom ik wel eens in minder fijne situaties terecht. Toen ik bijvoorbeeld na de inhuldiging van Feyenoord op een terrasje was, hoorde ik dat er ‘K-joden’ werd geroepen. Ik denk niet dat die mensen mij in een oven willen stoppen maar ik ben wel weggegaan. Het gemak waarmee dat soort racisme in de mond wordt genomen verbaast me.”  

Representatie en dialoog zijn volgens Dalit de eerste stappen om dit in de toekomst te voorkomen. “We moeten af van het stereotypen dat joodse mensen alleen bestaan uit mannen met een keppeltje en baard. Daarnaast is kennisbevordering belangrijk: joden zijn meer dan de holocaust. Ga daarover in gesprek, durf te praten en ben niet bang om fouten te maken, hoe ongemakkelijk of pijnlijk het gesprek misschien ook gaat zijn.”  

Zou je graag samenwerken met Dalit Lymor of haar willen inschakelen voor feministische illustraties? Neem dan contact met haar op via www.dalitlymor.com

Meer weten over antisemitisme? 

Kom naar het online Kennisatelier ‘Zichtbaar Joods, maar niet altijd’ op dinsdag 23 februari 2021. Lees hier meer over het Kennisatelier of meld je direct aan

Julius Weise: “Rotterdamse organisaties en nieuwkomers welkom in de Welcome App”

Julius Weise: “Rotterdamse organisaties en nieuwkomers welkom in de Welcome App”

Nieuwe vriendschappen aangaan, een netwerk opbouwen en je weg vinden in de maatschappij. Dat is kortgezegd wat de Welcome App wil vergemakkelijken voor nieuwkomers. Oprichter Julius Weise wil nieuwkomers eigenaarschap geven over hun eigen proces door hen overzicht en toegang te bieden tot, organisaties, activiteiten, netwerken en informatie.” Daarom maakten hij en zijn team een Nederlandse versie van het van oorsprong Zweedse Welcome App. Weise: “Onze app is een platform voor alles rondom dit thema, zodat zoveel mogelijk nieuwkomers zich thuis kunnen voelen in Nederland.” 

De Welcome App is ‘een centraal platform waar vraag en aanbod elkaar vinden, activiteiten worden aangeboden, contacten worden gelegd en kennis wordt gedeeld.’ Oprichter Julius Weise zag dat er zoveel aanbod is voor nieuwkomers, maar dat het lastig te vinden is omdat het veld zo versnipperd is. Daar wilde hij verandering in brengen. “Nieuwkomers voor wie deze activiteiten worden georganiseerd, hebben geen idee wat er allemaal is en hebben geen overzicht”, legt hij uit. “Als organisatie kun je je activiteiten in onze app uploaden, zodat ze voor nieuwkomers gemakkelijk te vinden zijn. Op die manier proberen we nieuwkomers eigenaarschap te geven over hun proces.”  

Up-to-date in eigen taal 

De app biedt alle informatie aan in zeven verschillende talen, om zo toegankelijk mogelijk te zijn voor zoveel mogelijk mensen. “Veel gemeenten proberen sociale kaarten te maken, maar die zijn vaak erg talig”, vertelt Weise. “Het is voor nieuwkomers met een taalbarrière dan ook niet eenvoudig om alles te vinden. Bovendien is informatie in sociale kaarten vaak verouderd, omdat het eens in de zoveel tijd verzameld wordt. Tegen de tijd dat het online staat en gevonden wordt voor nieuwkomers, is het niet meer actueel. Daarom kunnen organisaties hun eigen activiteiten in onze app zelf up-to-date houden.” 

Om dat taalbarrière tegen te gaan, kun je in de Welcome App kiezen uit zeven talen: Nederlands, Zweeds, Noors, Engels, Arabisch, Farsi en Tigriya. “Hoe je technisch door de app loopt, de stukjes die door organisaties zelf zijn geschreven of berichten: alles is in zeven talen te raadplegen of in-app te vertalen door Google Translate”, legt Weise uit. “Op die manier proberen we de taaldrempel te overbruggen.”  

Ontstaan van de app  

Het idee om nieuwkomers en bestaande inwoners met elkaar in contact te brengen, ontstond nadat Weise tijdens een studieperiode in Italië bevriend raakten met migranten uit West-Afrika. “De realiteit voor vluchtelingen in Italië was zwaar, maar toch bleven deze jongens positief”, vertelt Weise. “Dat heeft veel indruk op me gemaakt.” 

Na de studie ging Weise vrijwilligerswerk doen op Lesbos en daarna in een opvangcentrum in Amsterdam. “In die periode begon ik nieuwkomers te koppelen voor contact met vrienden, familie en kennisen”, zegt hij. “Ik hield dat allemaal bij in een Excel. Er zaten nog honderden uitstapjes tussen, maar uiteindelijk zijn we samengegaan met de Zweedse organisatie Welcome App. En dat is uitgegroeid tot de Nederlandse versie van het platform.”  

Rotterdamse organisaties  

Weise en zijn team zijn altijd op zoek naar organisaties die hun activiteiten voor nieuwkomers willen aanbieden via de app. “Met een aantal Rotterdamse organisaties hebben we al goed contact”, zegt hij, “maar we zoeken altijd nieuwe samenwerkingen. Als je werkt bij een organisatie die aanbod heeft voor nieuwkomers, of bepaalde begeleiding of trajecten bij nieuwkomers onder de aandacht wil brengen, dan kun je mailen naar telissa@welcomeapp.nl.”  

De nieuwkomers zelf worden vooral bereikt door presentaties te geven bij azc’s, taalscholen of Vluchtelingenwerk. “We proberen onze app zo inclusief mogelijk te maken voor allerlei verschillende nieuwkomers”, legt Weise uit. “’Nieuwkomers’ is niet een doelgroep, maar er zijn zoveel verschillen: andere landen, verschillende opleidingsniveaus, diverse ervaring met technologie, zoals apps. We proberen de app zo toegankelijk mogelijk te maken en zo snel mogelijk aan te passen als blijkt dat iets beter kan.”   

Gers met Geld: stress-sensitieve aanpak voor mensen met financiële problemen

Gers met Geld: stress-sensitieve aanpak voor mensen met financiële problemen

Aan het begin van een nieuw jaar is het voor veel mensen tijd voor goede voornemens. Op je geld letten is er daar vaak een van. Wie in de schulden komt, moet nóg iets beter opletten. Gers met Geld biedt hier hulp bij. Het Rotterdamse initiatief coacht inwoners om financiële zelfredzaamheid te bevorderen en daardoor hun financiële situatie te verbeteren. IDEM Rotterdam spreekt met Irene Lopes, een van de projectleiders, en trajectcoach Jason de Vogel.

Wat doet Gers met Geld?

Irene Lopes.

Irene: Gers met Geld is in 2019 van start gegaan vanuit een samenwerking van Kwadraad en Buurtwerk. We zijn een van de uitvoerders van het plan ‘Reset Rotterdam’, waarbij we mensen met problematische schulden proberen te helpen. In het kort, we ondersteunen, begeleiden en coachen deze mensen om hun financiële zelfredzaamheid te bevorderen.

Jason: We beginnen met een kennismakingsgesprek om te bekijken of iemand open staat voor een traject bij ons. We bekijken waar die persoon staat en wat diegene wil bereiken. Onze coachende rol bestaat eruit om samen met de cliënt te bekijken waar diegene wil groeien op het gebied van competenties, motivatie en zelfvertrouwen. We bekijken dan wat we kunnen aanbieden, dus we leveren maatwerk. Denk aan workshops, trainingen en oefeningen om het zelfvertrouwen te versterken. Het is belangrijk dat mensen zien dat ze er niet alleen voor staan.

Waarom kloppen veel mensen met schulden zo laat aan?

Jason: Niet iedereen heeft een financiële opvoeding gehad. Een groot deel van de mensen komt in de problemen omdat ze niet zo goed weten hoe ze met geld moeten omgaan. Eigenlijk komen ze uit onmacht in de schuldsanering.

Irene: Er is ook een grote groep die in de schulden komt door life events, zoals ziekte of scheiding. Dan kunnen schulden heel snel opstapelen. De mensen die bij ons komen zitten vaak al in de schuldhulpverlening. Zij worden aangemeld bij ons vanuit de kredietbank. Sinds kort worden ook mensen aangemeld door welzijnsorganisaties. Deze groep heeft financiële vragen, maar de situatie is nog niet problematisch. Bij hen kunnen we hopelijk erger voorkomen.

Ingewikkelde regels maken het vast ook niet makkelijker?

Irene: We zien vaak dat bepaalde regels het lastig maken. Zo begeleidde ik een dame met een nulurencontract die ook bijstand kreeg. Ze krijgt elke maand een brief dat ze moet terugbetalen omdat ze ‘te veel’ gewerkt zou hebben, maar ze kan pas achteraf doorgeven hoeveel ze gewerkt had. Alles werd dan te laat verrekend, waardoor ze iedere keer in de min eindigde. Iemand in zo’n situatie heeft continu stress door die regels, je moet continu opletten of je niet iets verkeerd doet of te veel werkt.

Wat kunnen jullie in dergelijke gevallen doen? Bemiddelen bij de gemeente?

Irene: We bekijken natuurlijk eerst of alles wel klopt. Indien het niet klopt, dan verwijzen we door naar sociale raadslieden. We mogen namelijk zelf geen bezwaar maken, maar we begeleiden hen wel naar hulpverleners die daar wel bij kunnen ondersteunen.

Jason: We proberen iemand te motiveren om zelf de regie te nemen. We coachen hen om de stap te nemen naar dat loket, om hulp te vragen en met resultaat terug te komen. Voor onze deelnemers is dat een hele grote stap, omdat ze door de jaren heen moedeloos zijn geworden, of weerstand hebben opgebouwd ten aanzien van het systeem zoals de belastingdienst.

Als die eerste stap is gezet en mensen zijn weer op de goede weg, hoe zorgen jullie ervoor dat mensen niet terugvallen in schulden?

Jason: Wat wij doen is eigenlijk al nazorg. Mensen zitten in een traject waarbij de acute problematiek is opgepakt. Als iemand wordt aangemeld, gaat het erom dat ze zelf regie nemen. Ze mogen alle vragen stellen die ze willen, hoe ‘dom’ ze ook zijn.

Irene: De mensen die we coachen hebben al jaren geen regie kunnen nemen, omdat ze in een traject zitten. Door coaching, trainingen en workshops proberen we ervoor te zorgen dat mensen het vertrouwen krijgen dat ze de situatie weer in eigen hand kunnen nemen. Als onze begeleiding is afgerond, monitoren we nog enkele maanden hoe het met die personen en hun financiën gaat.

Hebben jullie het drukker door de coronacrisis? Ik kan me voorstellen dat meer mensen in de problemen komen door financiële onzekerheid?

Jason: We hebben niet veel meer aanmeldingen, maar het is wel lastiger om de dienstverlening op peil te houden. We zijn geswitcht van fysieke naar digitale ondersteuning, wat lastig is omdat we zo sterk inzetten op interactie en betrokkenheid. Bovendien heeft niet iedereen voldoende digitale competenties om online hulp te ontvangen.

Irene: Het was een hele omschakeling voor zowel de organisatie als de mensen die we begeleiden. Want hoe organiseren we alles voor mensen die bijvoorbeeld geen computer hebben? We proberen dan bijvoorbeeld opdrachten per post te versturen en deze telefonisch door te nemen, maar voor veel deelnemers is het niet eenvoudig en vergt dit veel inspanning. Dit is dan te veel gevraagd van mensen die al veel stress ervaren.

Er zijn veel vooroordelen over mensen met beperkt budget, bijvoorbeeld dat het hun eigen schuld is. Hoe kun je als professional daar het beste mee omgaan?

Jason: We zien mensen soms in een hokje worden gestopt op basis van hoe hun schulden zijn ontstaan. ‘Jij bent dat type cliënt’, bijvoorbeeld. Het is soms mensonterend. We proberen op een andere manier naar mensen te kijken, zonder stempel te drukken. Wees je bewust van de situatie van de cliënt, hoeveel stress dat oplevert en welke invloed dat heeft op iemands gedrag. In hoeverre is diegene nog in staat om in oplossingen te denken en rationeel naar de problemen te kijken? Wij proberen een stress-sensitieve aanpak te hanteren om hier zo goed mogelijk rekening mee te houden.

Irene: Goed luisteren is altijd belangrijk. Je gaat uit van de informatie op het aanmeldformulier, maar ga vervolgens zo open mogelijk het gesprek aan. Geef de deelnemers de kans om hun eigen verhaal te vertellen. Wat speelt er? Wat doet dat met iemand? Focus niet alleen op het zakelijke deel, maar onderzoek ook wat de stress kan stoppen bij iemand. En maak mensen bewust van wat stress met iemand kan doen en welke effecten die kan hebben. Deze bewustwording kan een eyeopener zijn.

Voor mensen met een beperkt budget is het lastig om mee te doen. Hoe kunnen we zorgen voor een inclusieve samenleving op dit vlak?

Jason de Vogel.

Jason: Ambtenaren of professionals denken nog vaak in hokjes, misschien omdat het werk zo georganiseerd is. We moeten gesprekken voeren om daar van los te komen en te streven naar onvoorwaardelijke acceptatie. De beleving van de cliënt staat centraal. We werken goed samen met de kredietbank Rotterdam. Samen proberen de communicatie naar de burger beter af te stemmen, zodat de burger zich minder ‘een nummer’ voelt.

Irene: Als je mensen met problematische schulden benadert, bedenk dan dat het iedereen had kunnen overkomen. Plaats jezelf niet hoger dan de cliënt. Door je manier van praten en van ondersteuning, kun je laten zien dat je gelijk bent. Natuurlijk heb je aan andere positie en een andere rol, maar als mens ben je gelijk. Dat neemt angst en eventuele weerstand weg bij de cliënt en geeft wat lucht.