5 vragen over…. IDAHOT

5 vragen over…. IDAHOT

Het is IDAHOT! Op allerlei gebouwen wordt op 17 mei de regenboogvlag gehesen. Maar wat is dit eigenlijk voor dag? Waarom is deze dag in het leven geroepen? En voor wie? We vroegen het aan Karlijn van der Boon, preventiemedewerker bij antidiscriminatiebureau RADAR. “Lhbti’ers worden nog altijd dagelijks geconfronteerd met de realiteit van discriminatie.”

1. Wat is IDAHOT?

IDAHOT staat voor de International Day Against Homophobia, Transphobia and Biphobia. Oftewel – in het Nederlands – de Internationale Dag tegen homofobie, transfobie en bifobie. Wereldwijd wordt op 17 mei aandacht gevraagd voor homohaat en de sociale onwenselijkheid daarvan. De dag werd in 2003 in het leven geroepen door de Canadese organisatie Fondation Emergence, maar inmiddels doen zo’n 130 landen mee.

Er is specifiek gekozen voor 17 mei, omdat de Wereldgezondheidsorganisatie op deze dag in 1990 besloot om homoseksualiteit te schrappen uit de lijst met psychische aandoeningen. Tot die tijd stond het namelijk nog altijd in de International Classification of Diseases, een officiële lijst met aandoeningen die wereldwijd gehanteerd wordt.

2. Waarom is IDAHOT belangrijk?

Het feit is dat er nog steeds veel homo- en transfobie in de wereld bestaat. Nog veel mensen krijgen met de keiharde werkelijkheid van discriminatie te maken om hun seksuele gerichtheid of genderidentiteit. Ze krijgen moeilijker een baan, worden uitgesloten of gepest. Als gevolg daarvan kampen ze vaker met depressies of zelfs zelfmoordgedachten dan niet-lhbti’ers. Soms zit homo- of transfobie ook in lhbti’ers zelf: als je continu van de mensen om je heen het idee krijgt dat de samenleving jou niet oké vindt, dan ga je het zelf ook niet oké vinden.

In tegenstelling tot evenementen als de Rotterdam Pride, waar seksuele diversiteit vooral gevierd wordt, gaat het tijdens IDAHOT met name om bewustwording. Een dag als deze maakt seksuele en genderdiversiteit zichtbaar, wat bijdraagt aan de sociale acceptatie.

3. Hoe is het gesteld met de veiligheidsbeleving van lhbti’ers?

Hoewel het steeds beter gaat met de sociale acceptatie van seksuele en genderdiversiteit, zie je dat niet per se terug in het veiligheidsgevoel van veel lhbti’ers. Als mensen gevraagd wordt of ze vinden dat iedereen zichzelf moet kunnen zijn, antwoorden ze vaak met ja. Toch gedragen mensen zich daar niet altijd naar. Wanneer iemand eruitziet als een jongen, maar zich niet genderconform gedraagt of kleedt, dan loopt deze persoon een groot risico op negatieve reacties. Die lopen uiteen van uitschelden tot bespugen of van nagekeken worden tot mishandeld worden.

Momenteel doet IDEM Rotterdam onderzoek naar de veiligheidsbeleving van lhbti’ers in Rotterdam. Het doel van dit onderzoek is om nadere richting te geven aan beleid, maatregelen en activiteiten ter bevordering van de veiligheid van deze doelgroep. De onderzoekers zijn nog op zoek naar lhbti’ers uit Rotterdam die hierover geïnterviewd willen worden. Uiteraard is deelname anoniem. Als je mee wil doen of meer informatie wil, kun je contact opnemen met Rob Witte via r.witte@art1.nl .  

4. Hoe herken je een onveilig klimaat voor lhbti’ers als professional?

Wanneer homo als scheldwoord gebruikt wordt en homoseksualiteit een taboe is, dan zorgt dat ervoor dat je niet gemakkelijk uit de kast komt. Tijdens mijn werk heb ik gemerkt dat er best wel veel scholen zijn waar docenten zeggen dat het bij hen niet speelt, vanwege het feit dat niemand uit de kast is. De vraag is natuurlijk of er daadwerkelijk geen lhbti’ers zijn, of dat ze er niet open over durven te zijn. Immers, als je je niet veilig voelt praat je niet over je seksuele gerichtheid.

In andere gevallen is duidelijk sprake van een onveilig klimaat voor lhbti’ers. Er zijn scholen of zorginstellingen waar leerlingen of bewoners heel heftig reageren, bijvoorbeeld omdat ze homofobie van huis uit hebben meegekregen. Wat je vaak ziet, is dat ‘tegenstanders’ het hardst roepen.

5. Wat kun je doen als professional om het klimaat binnen jouw organisatie veiliger te maken?

Er zijn twee groepen die je aandacht nodig hebben. De eerste groep betreft de lhbti’ers, van wie je misschien niet weet wie het zijn, maar die zich mogelijk onveilig voelen. De tweede groep bestaat uit de onruststokers of degenen die zorgen voor de discriminerende sfeer.

Voor de lhbti’ers kun je een veilige omgeving creëren door seksuele en genderdiversiteit bespreekbaar te maken. Daarbij is het van belang om het onderwerp specifiek te benoemen; in het algemeen zeggen dat ‘alles bespreekbaar is’ blijkt niet te werken. Laat weten dat de instelling expliciet aandacht heeft voor lhbti’ers, bijvoorbeeld door posters op te hangen, het onderwerp af en toe aan te kaarten en te wijzen op de mogelijkheid tot een vertrouwelijk gesprek.

Met betrekking tot de ‘onruststokers’ is het van belang om te laten weten hoe jij als professional over het onderwerp denkt. Als je het een lastig onderwerp vindt, is het mogelijk om niet inhoudelijk op het onderwerp in te gaan, maar je kan altijd aangeven dat je het woord ‘homo’ niet als scheldwoord wil horen. Houd er rekening mee dat ‘schreeuwers’ vaak in de minderheid zijn; door ook anderen aan het woord te laten ontstaat er vaak een positievere sociale norm.

Uiteindelijk kun je altijd inzetten op ‘agree to disagree’. Mensen hoeven het niet met elkaar eens te zijn, maar ze moeten elkaar wel met respect behandelen.

Meer weten over IDAHOT?

Kom naar het interessante dagprogramma in de bibliotheek Rotterdam, met inspirerende keynotesprekers, interactieve kennislabs en een workshop over lhbti-veiligheid in het onderwijs door Karlijn van der Boon.

Hoogleraar Lucas Meijs over de vrijwilliger in de toekomst

Hoogleraar Lucas Meijs over de vrijwilliger in de toekomst

Bij sommige organisaties lopen vrijwilligers de deuren plat, andere moeten ze er aan de haren bij trekken. Als het voor bepaalde organisaties nu al lastig is om voldoende vrijwilligers te vinden, hoe moet dat dan in de toekomst? We vroegen het aan Lucas Meijs, hoogleraar Strategic Philantropy and Volunteering aan de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

“Al twintig jaar schommelt het percentage vrijwilligers in Nederland tussen de 40 en 50 procent”, zegt Meijs. “Dat komt nu neer op zo’n zeven miljoen vrijwilligers. Het is wel zo dat de tijd die aan vrijwilligerswerk besteed wordt gemiddeld per persoon terugloopt. Daardoor lijkt het voor sommigen dat Nederlanders weinig aan vrijwilligerswerk doen, maar dat is dus allerminst het geval. Er zijn nu eenmaal organisaties waar mensen graag werken en plekken waar mensen minder graag werken.”

Vrijwilligerswerk of niet?

Ook de definitie van vrijwilligerswerk die iemand hanteert, heeft invloed op dit beeld. “Het probleem is dat we vaak praten over vrijwilligers alsof het werknemers zijn”, legt Meijs uit. “Maar bij vrijwilligerswerk gaat het niet om functies, het gaat om de beloningsstructuur (0 euro). In principe valt alles wat je buiten je eigen huishouden voor anderen of de samenleving doet zonder ervoor betaald te krijgen, onder vrijwilligerswerk. Stel dat je met vijf buren met een migratieachtergrond samenkomt om dozen in te pakken met spullen voor arme mensen in het thuisland, dan is dat vrijwilligerswerk. Anderen, met een smallere invulling, zullen echter hameren op een formele organisatie die erachter moet zitten.”

Een ander aspect dat invloed heeft op de definitie van vrijwilligerswerk is tijd. “Als ik vijf minuten spendeer om een politieke petitie door te sturen, dan zie ik dat als vrijwilligerswerk. Het is namelijk een politieke actie waar ik niet voor betaald krijg”, zegt Meijs. “Anderen zouden het pas als echt vrijwilligerswerk zien als iemand urenlang de straat op gaat om anderen die petitie te laten ondertekenen.”

Structureel tekort

Los van de persoonlijke interpretatie van wat vrijwilligerswerk is, doet Nederland het wereldwijd gezien goed als het om aantallen gaat. Toch zijn er steevast twee groepen waar je een tekort aan vrijwilligers ziet: in bestuursfuncties en in de zorg. Los daarvan zijn er organisaties die áltijd meer vrijwilligers kunnen gebruiken. Zo zijn er ongeveer dertigduizend vrijwilligers die namens De Zonnebloem mensen thuis opzoeken, maar daar kunnen er altijd meer bij. Dat is niet omdat ze zo weinig vrijwilligers hebben, maar omdat er zoveel eenzame mensen zijn.”

Daarbij is de behoefte niet altijd concreet. “Bijna alle organisaties antwoorden volmondig ‘ja’ op de vraag of ze meer vrijwilligers kunnen gebruiken, maar specifieke vacatures zijn er vaak niet”, zegt Meijs. “Daarnaast kun je proberen meer vanuit de behoefte van de vrijwilliger te denken in plaats van de organisatie. Als je iemand zoekt voor een dinsdag, maar de vrijwilliger kan alleen op woensdag, kun je dat dan verschuiven? Vraag je ook af of je misschien werk aanbiedt dat veel mensen simpelweg niet leuk vinden om te doen? Of is het misschien werk dat maar een beperkt aantal mensen kan?”

Schieten met hagel

“Veel organisaties schieten met hagel als ze zoeken naar vrijwilligers, terwijl ze een gerichte zoekactie zouden moeten opzetten”, legt Meijs uit. “Denk bijvoorbeeld na over de plek waar je flyers ophangt. Stel dat je iemand zoekt om een praatgroep voor transgender personen te begeleiden, hang dan geen flyers op bij een conservatieve leesclub. Of wanneer je als tafeltje-dekje chauffeurs nodig hebt, ga er dan niet automatisch van uit dat iedereen een rijbewijs heeft.”

Veranderingen door technologie

Door technologische ontwikkelingen is vrijwilligerswerk veranderd, maar het biedt ook nieuwe mogelijkheden. “Het grootste voordeel is dat vrijwilligerswerk minder plaats- en tijdgebonden te maken is”, zegt Meijs. “Campagnevoeren voor een politieke partij kan op Twitter terwijl je op de trein staat te wachten. Of kletsen met eenzame ouderen kan via de chat als je zelf thuis op de bank zit. Of geld inzamelen voor een goed doel, bijvoorbeeld via een sponsorloop, kan via een online crowdfundingsactie in plaats van langs de deuren te gaan. Het is kortom veel gemakkelijker geworden om vrijwilligerswerk te doen.” 

Inclusief vrijwilligerswerk

Technologische ontwikkelingen maken bepaalde vormen van vrijwilligerswerk ook juist toegankelijker. “Samen met Australische collega’s hebben we onderzoek gedaan naar een museum in Australië”, vertelt Meijs. “Het museum wilde graag de gehele collectie virtueel beschikbaar stellen. Daarvoor hebben ze de werken gefotografeerd, maar ook de beschrijvingen. Ze hebben online een netwerk van vrijwilligers opgetrommeld om die teksten te laten uittypen. Iemand die op de trein stond te wachten, had dan een deel van beschrijvingen overgetikt. Weer anderen werden gevraagd om de teksten te controleren. Op die manier konden ook mensen die bijvoorbeeld in een rolstoel zitten, vanuit huis vrijwilligerswerk doen en tegelijkertijd de collectie bezichtigen.”

Vormen die verdwijnen

Er komen nieuwe vormen van vrijwilligerswerk bij, maar er vallen ook vormen af. “Organisaties die klagen over het aantal vrijwilligers, zijn vaak organisaties die om zullen vallen in de nabije toekomst”, zegt Meijs. “Denk bijvoorbeeld aan schaakverenigingen, die omvallen omdat we online schaken tegen mensen over de hele wereld. Of als je graag wandelt kun je lid worden van een wandelsportvereniging, contributie betalen en je aan de regels van de vereniging houden. Maar je kan ook via social media vijftig mensen uitnodigen en zelf een wandeltocht houden.”

Astrid Oosenbrug: zorgprofessional en patiënt samen verantwoordelijk voor passende zorg

Astrid Oosenbrug: zorgprofessional en patiënt samen verantwoordelijk voor passende zorg

Een kwart van de mensen in Nederland krijgt niet altijd de zorg of ondersteuning die zij nodig heeft. Dit komt door schaamte, angst of vanwege een gebrek aan vertrouwen in de zorgverlening. Met de campagne ‘Komt een mens bij de dokter’ wil de Alliantie Gezondheidszorg op Maat, een initiatief van WOMEN Inc, COC Nederland en Rutgers, het belang van inclusieve zorg benadrukken. “Iedereen heeft recht op passende zorg.”

Astrid Oosenbrug

Eén op de tien mensen heeft niet het gevoel dat ze openlijk met hun huisarts over alle onderwerpen kunnen praten, blijkt uit het onderzoek dat de Alliantie heeft laten uitvoeren. Vrouwen geven dit zelfs twee keer zo vaak aan als mannen. Lhbti’ers geven bovendien drie keer zo vaak aan discriminatie en vooroordelen te ervaren als hetero cis-genders.

“Blijkbaar zijn er nog veel zorgprofessionals die vanuit hun eigen norm denken”, zegt Astrid Oosenbrug, voorzitter van COC Nederland. “Al spelen ook vooroordelen en onwetendheid een grote rol. Onlangs sprak ik een meisje dat, nadat ze haar huisarts vertelde dat ze twee moeders heeft, de vraag kreeg of zij ook lesbisch is. Kennelijk dacht deze arts dat seksuele gerichtheid genetisch bepaald is.”

Vooroordelen

Onwetendheid van de zorgverlener is niet het enige waardoor de communicatie tussen zorgverlener en patiënt soms spaak loopt. “Vanuit onze achterban merken we dat lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuele mensen, transgender personen of mensen met een intersekseconditie het ongemakkelijk vinden om problemen te bespreken met een zorgprofessional”, zegt Oosenbrug. “Dit kan vanuit schaamte zijn of uit angst voor vooroordelen op basis van eerdere negatieve ervaringen. Een homoseksuele man die een arts bijvoorbeeld om hiv-remmers vraagt, is niet per definitie die promiscue man die talloze bedpartners heeft.”

Kennis is belangrijk

Hoewel artsen zich niet moeten laten leiden door vooroordelen over een bepaalde seksuele gerichtheid, is het wel degelijk van belang op de hoogte te zijn van iemands seksuele gerichtheid, seksleven of gezinsleven. “Zo weten we bijvoorbeeld dat depressie en zelfmoordgedachten aanzienlijk vaker voorkomen bij transgender personen dan bij niet-transgender personen”, zegt Oosenbrug. “Of blijken vrouwen die alleen seks hebben met andere vrouwen meer risico te lopen op kanker in de eierstokken of baarmoeder(hals). En biseksuele mensen hebben weer vaker last van psychische problemen dan hetero- of homoseksuelen. Een zorgprofessional die van deze cijfers en verschillen op de hoogte is, kan gerichter doorvragen bij lhbti-patiënten.”

Open vragen

Om op een vertrouwenswaardige manier aan deze informatie te komen, is het van belang dat zorgprofessionals een open houding hebben en open vragen stellen. “Patiënten zijn over het algemeen heel blij als zorgverleners bij een eerste ontmoeting heel open zijn in hun vraagstelling”, legt Oosenbrug uit. “Daarnaast moet een arts ook niet schromen om de juiste vragen te stellen, ook als ze mogelijk gevoelig liggen. Stel dat een transgender persoon met bijvoorbeeld een ogenschijnlijk onschuldige hulpvraag komt, dan zou dat indirect iets met de transitie te maken kunnen hebben. De zorgverlener moet dan wel die vraag durven stellen.”

Gedeelde verantwoordelijkheid

Tegelijkertijd benadrukt de campagne de eigen verantwoordelijkheid van de patiënt. Het is ook aan de patiënt zelf om open en eerlijk te antwoorden op bepaalde vragen of al vanuit jezelf informatie te geven. “En wees je ervan bewust dat je zelf ook vooroordelen hebt”, zegt Oosenbrug. “Ga er bijvoorbeeld als lhbti’er niet standaard van uit dat een nieuwe huisarts je niet begrijpt. Wie weet is deze nieuwe huisarts zelf aangesloten bij Roze in Wit, zelf lhbti’er of sensitief op het thema.”

Kijk naar de mens

Toch is het voor veel mensen lastig om in goed vertrouwen met de huisarts of een andere zorgprofessional te spreken, zeker als iemand eerder negatieve ervaringen heeft gehad. Oosenbrug: “Het gevaar is dat deze mensen zorg gaan vermijden en uiteindelijk nog veel slechter af zijn. Dat moeten we te allen tijde voorkomen. Mijn advies is, als je je eigen huisarts niet prettig vindt, om rond te vragen in je omgeving wie een fijne huisarts heeft. Probeer er zo achter te komen welke zorgprofessionals sensitief zijn, op bijvoorbeeld het lhbti-thema, en kijk of je daar terecht kan. Iedereen heeft immers recht op passende zorg.”

Lourens Brinkman: “Volgens mij heeft iedereen wel onzichtbare beperkingen”

Lourens Brinkman: “Volgens mij heeft iedereen wel onzichtbare beperkingen”

Hotspot hutspot is geen gewoon restaurant. Hier kun je voor 9 euro een driegangenmenu eten, dat is bereid door buurtbewoners. Donderdag 11 april is het bovendien de locatie voor het IDEM Kennisatelier ‘Onzichtbare beperkingen – integratie in de breedte’. IDEM sprak met Lourens Brinkman van de hotspot hutspot-locatie in Krootwijk.

Voor iedereen

Goed en gezond eten voor iedereen is het motto van hotspot hutspot. “In ons sociaal restaurant maken we mooie driegangenmenu’s voor 9 euro”, legt Lourens Brinkman uit. “We hebben verschillende vestigingen in wijken waar veel armoede is, zodat de drempel laag is om te komen. Op die manier versterken we de economische en maatschappelijke deelname van kwetsbare groepen.”

Meehelpen in de buurtmoestuinen om groenten, fruit en kruiden te verbouwen, koken van restaurantwaardige driegangendiners en deze serveren op de avonden dat het restaurant geopend is. “We werken met vrijwilligers, kinderen en studenten”, zegt Brinkman. “Echt iedereen vanaf tien jaar is welkom.” Deelnemers krijgen professionele begeleiding om van ‘scratch’ een gezond en betaalbaar diner te koken. Elke week is er een nieuw menu, waarbij zoveel mogelijk gewerkt wordt met duurzaam geteelde, seizoensgebonden ingrediënten uit de regio.

In goed vertrouwen

“Niet alleen mensen uit de wijk zijn welkom, maar iedereen”, zegt Brinkman. “En mensen die wat meer te besteden hebben kunnen een uitgesteld diner doneren. Iemand anders die het minder breed heeft, kan dan een keertje gratis komen eten.” Er is geen uitgebreide selectie om te bepalen wie dan recht zou hebben op die gratis maaltijd. “Dat gaat echt in goed vertrouwen, wat heel goed werkt”, zegt Brinkman. “Meestal geven we iemand uit ons netwerk cadeaubonnen, die ze vervolgens uitdeelt aan mensen die ze nodig hebben. Maar ook als iemand binnenwandelt en zegt het niet te kunnen betalen, dan vertrouwen we daarop.”

Onzichtbare beperkingen

Het thema van het Kennisatelier van 11 april is onzichtbare beperkingen, zoals doofheid, autisme of bepaalde spierziekten. Mensen met een onzichtbare beperking zien er niet opvallend anders uit dan anderen, maar hebben wel een beperking die hun mogelijkheden beïnvloedt.

“Volgens mij heeft iedereen onzichtbare beperkingen”, zegt Brinkman. “Iedereen heeft zijn bagage en een verleden dat een stempel kan drukken op je mogelijkheden. Dat kan eenzaamheid zijn, armoede, een onzichtbare arbeidsbeperking, noem maar op. Bij hotspot hutspot willen we íedereen een stap verder helpen. Dit kan bijvoorbeeld iemand zijn met een onzichtbare arbeidsbeperking, die we op weg helpen naar een betaalde baan. Maar het kan ook een muzikant of dichter zijn, die nog geen podium heeft. Wij bieden hen graag een podium, in ons restaurant of op onze socialmediakanalen, zoals Facebook.”

Bevlogen begeleiders

De jongeren en volwassenen die komen meehelpen bij hotspot hutspot krijgen begeleiding door bevlogen vrijwilligers, die op hun beurt worden begeleid door een medewerker. “Per locatie hebben we één betaalde kracht, die stuk voor stuk leermeester zijn”, zegt Brinkman. “Zo heb ik zelf twintig jaar in het onderwijs gezeten. “De medewerkers worden geselecteerd op hun kwaliteiten. We overleggen veel met elkaar, springen bij waar nodig en nemen goede vondsten van elkaar over.”

Vrijwilligers worden vooral geselecteerd op hun enthousiasme en motivatie. “In ons intakegesprek vragen we altijd wat je later wil worden, of je nou student bent die iets wil bijdragen of een oudere die haar of zijn pensioen te saai vindt. Het gaat er niet om wat je gedaan hebt, maar waar je naartoe wil.”

Die ontspannen en informele aanpak werkt heel goed. “Er komen hier zoveel verschillende mensen”, zegt Brinkman. “Soms zijn wij het rolmodel voor hen en soms zijn zij het rolmodel voor ons.” Het is de goede sfeer die hotspot hutspot maakt. “Als kinderen van hun ouders moeten komen helpen, dan stuur ik ze weer weg”, zegt Brinkman. “Iedereen moet er zin in hebben en gemotiveerd zijn om mee te doen. Zodra het op werk begint te lijken, dan stoppen we ermee.”

Meer weten over hotspot hutspot of een tafeltjes reserveren? Kijk op www.hotspothutspot.nl

Een kopje thee met… Archell Thompson, storyteller

Een kopje thee met… Archell Thompson, storyteller

Je voorstelling heet HuisLelijk geweld…

Ik heb een intieme voorstelling gemaakt over huiselijk geweld en kindermishandeling. Als kind werd ik zelf mishandeld door mijn vader, maar ik loop hier niet mee te koop. Ik neem het wel altijd mee in mijn creatieve proces. Door mijn eigen verhaal te vertellen, in een veilige setting, kan ik andere mensen helpen er ook over te praten. Praten helpt. We moeten stoppen met krampachtig doen over kindermishandeling en het beestje bij de naam noemen.

Hoe lukt het jou om hier zo open over te zijn op het podium?

Ik laat mijn hoofd in de kleedkamer. Ik ben niet bezig met gedachten als ‘zit mijn kleding wel goed?’ Vaak staat ons hoofd in de weg, je beperkt jezelf door gedachten.

De voorstelling staat niet in de programmaboekjes van de theaters. Waarom niet?

Het is een heel bewuste keuze om kleine, intieme voorstellingen te maken. Huiselijk geweld is geen onderwerp voor commerciële producties in grote zalen. Er zit humor in mijn voorstelling, wat luchtigheid, maar het is niet van ‘kom maar even lachen’. Ik wil een veilige setting creëren, omdat het thema heftige emoties oproept. Vaak willen mensen praten in reactie op mijn verhaal. We zorgen dan ook voor goede nazorg, voor bezoekers die daar behoefte aan hebben.

Wat doe je naast deze voorstelling?

Van alles! Ik ben bezig met talloze projecten, die er allemaal op gericht zijn om taboes bespreekbaar te maken. Zo wordt mijn methode ‘Catwalk Challenge’ ingezet door gemeenten en scholen.

HuisLelijk geweld is te zien op 17 april 2019 in Theater Zuidplein. Houd voor andere speeldata en updates www.archell.nl in de gaten.

Mpho Tutu van Furth: “Racisme is niet alleen slecht, maar dehumaniserend en dodelijk”

Mpho Tutu van Furth: “Racisme is niet alleen slecht, maar dehumaniserend en dodelijk”

Het is de Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie. Niemand minder dan mevrouw Mpho Tutu van Furth spreekt vanavond op de conferentie in het Maaspodium in Rotterdam. IDEM Rotterdam vroeg haar alvast naar haar gedachte achter #Itoo, de blinde vlek van Nederlanders en het meest inspirerende moment met haar vader.

In een interview met Trouw riepen u en uw vrouw op tot #Itoo. Wat bedoelde u daar precies mee?

#Metoo liet zien dat vrouwen een enorm sterke kracht kunnen vormen als ze samenkomen en voor zichzelf opkomen. Mijn vrouw en ik hebben #Itoo in het leven geroepen om vrouwen op te roepen andere vrouwen te steunen op professioneel vlak. Vrouwelijke professionals zouden ‘ik ook’ moeten zeggen tegen jongere, minder ervaren vrouwen: ook ik zal mentor zijn voor vrouwen in mijn vakgebied.

Waarom hebben jonge vrouwen eerder een mentor nodig dan jonge mannen?

In professionele kringen hebben mannen over het algemeen gemakkelijker toegang tot informele mogelijkheden om zich op te werken. Bovendien beginnen ze hun carrière al met de aanname dat ze recht hebben op leiderschapsfuncties. Vrouwen moeten zichzelf veel meer bewijzen. Een mentor kan vrouwen juist wijzen op manieren om hogerop te komen; manieren die voor jonge ambitieuze vrouwen niet zo toegankelijk zijn.

Hoe zit dat met andere minderheden, zoals mensen van kleur, lhbti’ers of mensen met een beperking? Heeft iedere groep zijn eigen mentoren en hashtags nodig?

We hebben niet allemaal aparte hashtags nodig, maar we kunnen allemaal baat hebben bij de vaardigheden, kennis en ervaring van een competente mentor. Het idee is niet om mensen continu onder te verdelen in groepen, maar om mensen te helpen nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden te ontdekken.

U bent bereisd. Welke landen hebben het meeste werk aan de winkel met betrekking tot #Itoo en ongelijkheid in het algemeen?

Ik kan niet met zekerheid zeggen welke landen het meest te lijden hebben onder ingewortelde ongelijkheid. Het is verleidelijk om de ‘usual suspects’ te noemen, maar het punt is dat geen enkel land kan claimen dat ze ongelijkheidsissues helemaal hebben opgelost. Er is voor iedereen werk aan de winkel.

Nederlanders zagen zichzelf lange tijd als zeer tolerant. Nederland kent een rijke geschiedenis van opvang van vluchtelingen en was een land waar mensen kunnen zijn wie ze willen zijn. Door een polariserende samenleving lijkt dat steeds minder te worden. U woont sinds enige tijd in Nederland. Denkt u dat deze tolerantie een blinde vlek is geworden?

Op basis van mijn ervaringen zou ik tolerantie niet als de grootste blinde vlek omschrijven in Nederland. Zodra we in de valkuil zijn gestapt om onszelf schouderklopjes te geven en onszelf ‘beter te vinden dan andere landen’, dan hebben we niet genoeg aandacht voor onze eigen mogelijkheden om te groeien en te verbeteren.

Wat is uw belangrijkste boodschap aan Nederlanders in het kader van 21 maart, de Internationale Dag Tegen Racisme en Discriminatie?

Mijn boodschap aan Nederland – en aan de rest van de wereld – is dat we aan de slag moeten. Racisme en discriminatie zijn niet alleen slecht, ze zijn dehumaniserend en dodelijk. De wereld verandert. Nog vaak genoeg zien we dat mensen worden vermoord of aan hun lot worden overgelaten, vanwege wie ze zijn, van wie ze houden of waar ze vandaan komen. Geen van die eigenschappen zegt iets over de capaciteiten van een persoon. We hebben geen idee welke rijkdom aan kunst, wetenschap, architectuur of technologische ontwikkeling verloren gegaan zijn, doordat vluchtelingen op zee zijn omgekomen nadat hun boot kapseisde. We weten niet welke medische doorbraken verstopt blijven in de hoofden van mensen wie de toegang tot educatie is ontzegd, simpelweg door de plek waar ze geboren zijn. We weten niet welke wonderbaarlijke oplossingen voor het klimaatprobleem zijn doodgeschoten vanwege huidskleur, zijn geslagen of gepest vanwege genderidentiteit of tot zwijgen zijn gebracht vanwege partnerkeuze. Het is niet alleen verlies voor hen of hun families, maar voor de hele wereld.

Sinds u getrouwd bent met uw vrouw heeft u uw beroep als Anglicaanse priester niet meer kunnen uitoefenen. Wat mist u het meest aan het werk?

Ik mis preken, onderwijzen en pastorale zorg.

Uw vader was een inspiratiebron voor veel mensen wereldwijd. Wat was voor u het meest inspirerende moment met uw vader?

Ik denk dat sommige van mijn meest inspirerende momenten met mijn vader achteraf pas duidelijk geworden zijn. Ik heb jarenlang met hem doorgebracht, met hem in een huis gewoond en gereisd. Hij is regelmatig in zijn gewoonten, hij bidt iedere dag en hij is overdreven aardig en genereus. Het is pas door reflectie dat ik me realiseer dat zijn automatisch ogende aardigheid, is ontstaan door jarenlang oefenen. Zijn bedachtzaamheid is ontstaan door jarenlang oefenen. Zijn integriteit, dat is wat me het meest heeft geïnspireerd.