IDEM Rotterdam: van integratie naar inclusie

IDEM Rotterdam: van integratie naar inclusie

De ‘I’ van IDEM staat niet langer voor integratie, maar voor inclusie. Daarmee verschuift onze focus naar inclusie, discriminatie, vrouw/man-emancipatie en LHBTIQ+-emancipatie. Met deze verschuiving wil IDEM Rotterdam uiting geven aan de moeilijkheden die kleven aan de term ‘integratie’, maar vooral aan het belang van inclusie. IDEM wil immers met haar onderzoeken, netwerk en kennisdeling bijdragen aan een stad, waar iedere Rotterdammer zichzelf kan zijn. Saskia van Bon, teamleider van IDEM, legt uit waarom voor deze switch gekozen is.

Wat is inclusie in een zin?  

Inclusie gaat over het ideaal van en het streven naar een samenleving waarin iedereen erbij hoort, zichzelf kan zijn en kan participeren, waarin iedereen gelijkwaardig is en zich gerespecteerd en gehoord voelt.  

Waarom stopt IDEM met integratie als thema?  

Een van de problemen met het begrip integratie is dat mensen er verschillende betekenissen aan geven. In 2019 heeft IDEM verschillende perspectieven op integratie in beeld gebracht. Daaruit kwam naar voren dat integratie door sommige Rotterdamse professionals wordt gezien als een proces waarbij mensen met een migratie-achtergrond de eenzijdige verantwoordelijkheid hebben om een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving en om hun plek te vinden. Andere professionals benadrukken dat het bij integratie juist gaat om een gezamenlijke inspanning, waarbij zowel een minderheidsgroep als de dominante groep een verantwoordelijkheid heeft. Die verschillende invullingen van het begrip integratie zie je ook terug in het maatschappelijk debat.   

De term integratie roept bovendien nogal eens negatieve associaties op. Het woord wordt vaak gebruikt in de context van maatschappelijke kwesties die als probleem worden neergezet. En bijna altijd wordt het geassocieerd met mensen met een migratie-achtergrond. Volgens professionals in Rotterdam die wij hebben gesproken maakt die eenzijdige invulling van integratie het alleen maar moeilijker om met verschillen samen te leven in Rotterdam.  

Waarom is inclusie een betere term? 

De term inclusie heeft een ander vertrekpunt dan integratie, namelijk dat de maatschappij in allerlei opzichten divers is. In een stad als Rotterdam wonen mensen met verschillende sociaaleconomische posities, verschillende levenswijzen, religies en levensovertuigingen. Er zijn mannen en vrouwen en mensen die zich niet als man of vrouw identificeren. Mensen verschillen verder qua afkomst, huidskleur, leeftijd, mentale of fysieke staat en noem maar op. Inclusie betekent dat alle inwoners, ongeacht die verschillen, zichzelf kunnen zijn, gelijkwaardig behandeld worden en kunnen meedoen in de stad. 

Inclusie als begrip sluit veel beter dan integratie aan bij de uitdagingen waar een ‘superdiverse’ stad als Rotterdam voor staat, als het gaat om het samenleven in de stad. En daarmee is het ook een beter thema voor IDEM. IDEM werkt namelijk vanuit de motivatie dat iedereen op een eigen en gelijkwaardige manier Rotterdammer moet kunnen zijn. Niet voor niets is de ondertitel van IDEM ‘kenniscentrum voor een inclusieve stad’.  

Wat betekent inclusie voor organisaties? En hoe kunnen professionals hier praktisch mee omgaan? 

Inclusie speelt overal. Maar afhankelijk van de context brengt het verschillende uitdagingen en aandachtspunten met zich mee. Een inclusieve werkgever zorgt onder andere dat werknemers met een fysieke beperking een toegankelijke werkplek hebben, dat sollicitatieprocedures zo zijn ingericht dat vooroordelen of persoonlijke voorkeuren van selecteurs niet van invloed zijn op wie wordt aangenomen. Binnen het onderwijs gaat inclusie onder meer over het mogelijk maken dat kinderen met een beperking naar een reguliere school kunnen die onderwijs op maat biedt, maar ook over het creëren van een veilig klimaat voor alle jongeren ongeacht hun seksuele of genderidentiteit. In de zorg gaat het onder andere over de specifieke behoeften van ouderen met verschillende culturele en/of religieuze achtergronden, en over het beschermen van zorgverleners van kleur tegen racisme door de mensen die zij verzorgen. Inclusie speelt ook in (overheids)beleid. Zo kunnen gemeenten op creatieve wijze allerlei groepen actief betrekken bij de vorming van beleid, om inspraak vanuit een breder deel van de samenleving te realiseren. Ook kan een gemeente ambtenaren laten trainen op cultuursensitiviteit, om dienstverlening aan álle burgers te verbeteren. Daarnaast krijgt inclusie vorm in taal. Zo lees je wel eens dat er wordt gesproken over ‘mensen met een ándere huidskleur’, waarbij een witte huidskleur dus als norm wordt gehanteerd. Dat is een voorbeeld van niet-inclusieve taal. Het gebruiken van ‘beste reizigers’ in plaats van ‘dames en heren’, als aanhef in omroepberichten van de NS, is een voorbeeld van genderinclusief taalgebruik. Niet iedereen voelt zich nou eenmaal aangesproken als ‘dame’ of ‘heer’. 

Inclusief worden als organisatie moet je zien als een doorlopend leerproces, waarbij niet alles in een keer goed zal gaan. De praktijk is weerbarstig, de samenleving verandert voortdurend en je hebt natuurlijk met mensen te maken. Werken aan inclusie vraagt om geduld, inzet van iedereen en doorzettingsvermogen. Het is iets wat nooit af is. Foutjes, ongemak, misverstanden en botsingen horen erbij. Maar daarvan kun je dan weer leren en met elkaar kijken hoe het beter en anders moet. 

Voor individuele professionals zijn de aandachtspunten voor het inclusief werken voor een deel afhankelijk van de sector waarin ze werkzaam zijn, de doelgroepen die zij bedienen en de aard van hun werk. Inclusief werken is iets wat je als professional in de praktijk kunt brengen, door je bewust te zijn van je vooroordelen, je blinde vlekken, je taalgebruik, van de manier waarop je werkt en daar zorgvuldig en aandachtig in te handelen. Het gaat er ook om dat je collega’s durft aan te spreken op niet-inclusieve omgangsvormen en dat je zelf open staat voor dergelijke feedback. Je kunt je als professional ook actief inzetten om de organisatie waarvoor je werkt meer inclusief te maken.  

Meer weten?

Wil je meer te weten komen over inclusie en hoe je daar als professional je voor kan inzetten? Kom dan naar het IDEM Kennisatelier op 29 september 2020.

IJsjes met een boodschap in Crooswijk

IJsjes met een boodschap in Crooswijk

Volgende week kun je zomaar een roze kar met kleurige parasols tegenkomen in Crooswijk, waaruit nog ijsjes komen ook. Maar zo’n ijsje krijg je niet zomaar. Het zijn ijsjes met een boodschap en nodigen kinderen uit om op een laagdrempelige manier in gesprek te gaan over migratie en vluchtelingenproblematiek. Kunstenaarscollectief We Sell Reality bedacht het project. “Volwassenen denken vaak in onmogelijkheden, kinderen kijken met een frisse blik.”

Kunstenaars, asielzoekers en kunststudenten trokken vanmiddag door Crooswijk met een kleurrijk versierde ijsjeskar. Spelende en passerende kinderen kregen een ijsje – in de vorm van een poppetje – als ze de vraag wilden beantwoorden die erop stond. De vragen gingen allemaal over migratie. “De kinderen gaven allerlei verschillende antwoorden”, vertelt Rieneke de Vries van het collectief.  “Hele wijze antwoorden ook, zoals grenzen zijn alleen de grenzen in je hart. Of dat mensen alleen de grens niet over mogen als ze wapens of drugs bij zich hebben.”

Nieuw asielbeleid

Met de frisse en open houding van de kinderen verzamelt het collectief nieuwe inzichten. Deze worden gebundeld en gevisualiseerd in twee kunstworkshops. “Met de resultaten daarvan hopen we met een goede, alternatieve denkwijze over migratie te komen”, legt Rieneke uit. “Volwassenen denken immers vaak alleen in onmogelijkheden of cirkels. We hopen een frisse blik te werpen op migratievraagstukken en uiteindelijk bij te dragen aan een nieuw asielbeleid.”

Afgelopen winter voerde het collectief een soortgelijk experiment uit. “De kar was zwart en we hadden er gele vlaggen opgezet”, vertelt Rieneke. “We deelden soep uit aan mensen en stelden hen destijds ook vragen over de vluchtelingenproblematiek. Maar de meeste mensen stonden er niet echt voor open of ze waren te druk met winkelen. Hopelijk gaat dat dit keer beter.”

De kunstenaars gaan woensdag, donderdag en vrijdag weer de wijk  in om met behulp van ijsjes nieuwe inzichten te verzamelen.

All you can art

Het uitdeelproject maakt deel uit van het van oorsprong Curaçaose All you can art, een zomerproject waarbij iedere Rotterdammer mee kan doen om kunst te maken. Een select groepje volgt de Summerschool van All you can art, waarbij ze onder begeleiding van kunstenaars als David Bade hun eigen weg in de kunstwereld ontdekken. “All you can art gaat om contact maken met mensen in de wijk”, zegt een van de studenten. “En dit is een hele goede manier om dat te doen.” Een ander vult aan: “Het is mooi dat kinderen op deze manier aan het denken gezet worden.”

Meer weten?

Wil je meer weten over het Curaçaose project? Lees dan dit artikel van Trouw. Wil je zelf kijken of meedoen? Ga dan voor 30 augustus naar de Kunsthal of neem een kijkje bij het Kunstcentrum aan de Crooswijkseweg 82.

Huis in de lucht brengt Delfshavenaren op YouTube bij elkaar

Huis in de lucht brengt Delfshavenaren op YouTube bij elkaar

Mensen in Delfshaven kunnen wereldberoemd worden – in Delfshaven – met het nieuwe project ‘Huis in de lucht’ – buurtscherm Delfshaven. Het online televisiekanaal wordt stapsgewijs ontwikkeld door en voor bewoners. “Door corona is de afstand tussen buurtbewoners veel groter geworden”, zegt Carolina Castro, van Stichting Veerkrachtige Gemeenschap, de initiatiefnemer. “We hopen met het buurtscherm isolatie van mensen te beperken.”

‘Huis in de lucht’ is een initiatief voor een online tv-programma, speciaal voor en door de buurtbewoners van Delfshaven. De uitzendingen zijn te volgen op het YouTube-kanaal ‘Huis in de lucht’. “De bedoeling is dat bewoners van de straat hun gezicht kunnen laten zien, op allerlei verschillende manieren”, legt Carolina Castro uit. “Zo hebben we onlangs een livestream gemaakt waarin twee gasten worden uitgenodigd om in gesprek te gaan. Het is een informele conversatie, maar wel over een belangrijk onderwerp. Zo praten we deze keer over inclusie, omdat wij van mening zijn dat er nog veel te doen is om inclusiviteit te bereiken. Maar wat is de ervaring van mensen in de stad met betrekking tot inclusiviteit?”

Segregatie

Veel mensen zijn actief geworden in de wijk tijdens de coronacrisis, maar bij anderen is de sociale afstand vergroot. “Sommige mensen zijn bang in contact te treden met mensen”, zegt Castro, “dus hopen we hen met dit kanaal te bereiken.”

Maar ook buiten de coronacrisis is verbinding belangrijk in Delfshaven. “We zien eigenlijk dat segregatie hier best een ding is”, vertelt Castro. “We zien dat initiatieven die hier worden uitgevoerd, vooral gericht zijn op een specifieke etnische of culturele achtergrond. Natuurlijk is het fijn voor mensen om veel bij hun eigen groep te blijven, dat is ook te begrijpen, maar we vinden het zonde als dat altijd zo is. Er zijn hier zoveel nationaliteiten, er valt zoveel van elkaar te leren, daar geloven we echt in. Daarom hopen we dat dit kanaal een manier is om mensen bij elkaar te brengen.”

Thema’s en talenten

Iedere week wordt een nieuw thema aangekaart, zodat bewoners van Delfshaven over allerlei onderwerpen hun mening kunnen geven. “We hopen dat mensen hun verhaal komen vertellen, op een openhartige manier”, zegt Castro. “Het programma is voor alle bewoners bedoeld, ongeacht hun achtergrond of opleidingsniveau.”

Daarnaast is Castro druk bezig met het project ‘Nieuwsgierig aapje’, ook op het YouTube-kanaal Huis in de lucht. “Dit is een etalage van talenten in de wijk”, legt ze uit. “Bewoners kunnen hun talenten laten zien, of het nu koken is, dansen, of hun zelfontwikkelde theorie over de ruimte presenteren. De insteek is zo breed mogelijk, zowel qua talenten als de mensen die ze hebben.”

Pilot

Huis in de lucht is nog maar kort bezig en zit in de pilotfase. Toch krijgt Castro al veel enthousiaste reacties en hoopt ze dat ze kunnen doorgaan. “De bedoeling is dat de bewoners uiteindelijk hun eigen programma gaan ontwikkelen, vanuit de behoefte van bewoners zelf”, zegt Castro. “We willen graag op een laagdrempelige manier verspreiden wat er allemaal gebeurt in de wijk, om de verbinding tussen mensen te vergroten. We hopen dat we genoeg fondsen kunnen vinden en samenwerkingspartners, zodat het niet een tijdelijk project hoeft te blijven.”

Om te beginnen zou het mooi zijn als mensen zich abonneren op het YouTube-kanaal, zit Castro. “Maar ook mensen die iets willen laten zien of willen meepraten in een van de livestreams, zijn van harte welkom. We zijn nu bij ieder huis van de wijk bezig om mensen enthousiast te krijgen. In kleine groepjes presenteren we het project, zodat wee echt in contact komen met mensen.”

Mantelfoon: eerste 24/7 mantelzorgsteunpunt van Rotterdam

Mantelfoon: eerste 24/7 mantelzorgsteunpunt van Rotterdam

In Rotterdam wonen zo’n 85.000 mantelzorgers. Ze helpen hun partner, familieleden of andere naasten met noodzakelijke zorg. Om deze duizenden mantelzorgers te ondersteunen, is er sinds 1 mei de Mantelfoon. Op dit nummer kunnen mantelzorgers 24 uur per dag, 365 dagen per jaar, terecht met vragen of om hun verhaal te delen. Rotterdam heeft daarmee het eerste mantelzorgsteunpunt dat dag en nacht bereikbaar is. We spraken met Merel van der Sar, projectleider van de Mantelfoon: “We proberen geen doorgeefluik te zijn, maar te ondersteunen totdat er een oplossing is.”

Wat is Mantelfoon?

De Mantelfoon is een telefonische ondersteuningslijn voor mantelzorgers in Rotterdam. De Mantelfoon is gratis te bereiken via 0800-7773333. Per 1 mei 2020 is Mantelfoon het nieuwe mantelzorgsteunpunt in Rotterdam. De 24/7 telefonische bereikbaarheid die we bieden met de Mantelfoon is een aanvulling op bestaande mantelzorgondersteuning die er al is in de wijk. Mantelzorgers die een praktische vraag hebben, advies nodig hebben of hun verhaal willen delen, kunnen dag en nacht bellen. De medewerkers bij de telefooncentrale zijn getraind zodat ze veel voorkomende vragen snel kunnen beantwoorden. Andere vragen worden door mantelzorgcoaches opgepakt. We verwijzen zo min mogelijk door, maar helpen bij het zoeken naar antwoorden. We proberen geen doorgeefluik te zijn, maar te ondersteunen totdat er een oplossing is. Soms is het onvermijdelijk om door te verwijzen. Wanneer dit nodig is zorgen we voor een warme overdracht met de professional in de wijk, zoals een wijkteam bijvoorbeeld.

Wat gebeurt er bij een ‘moeilijke’ vraag?

Als een mantelzorger belt met een hulpvraag die niet direct te beantwoorden is, wordt zij of hij gekoppeld aan een mantelzorgcoach. Die neemt contact op met de mantelzorger en kan helpen bij van alles en nog wat. Bijvoorbeeld bij de aanvraag voor een mantelzorgparkeervergunning, een aanvraag voor specifieke zorg, of een vervanger regelen als de mantelzorger op vakantie is.

Is Mantelfoon voor iedereen?

Mantelfoon is voor alle Rotterdammers die zorgen voor iemand binnen Rotterdam of daarbuiten. Maar ook voor iemand die buiten Rotterdam woont en zorgt voor iemand in Rotterdam.

Voor professionals hebben we een directe ondersteuningslijn tijdens kantooruren. Zij kunnen bellen naar 010 – 261 41 66 als ze bijvoorbeeld een cliënt ondersteunen die mantelzorger is of een mantelzorgende collega willen helpen.

Hoe is Mantelfoon ontstaan?

Uit onderzoek van de gemeente Rotterdam bleek dat er behoefte was aan een centraal mantelzorgsteunpunt. Een beleidsmedewerker Mantelzorg had per ongeluk haar telefoonnummer in een brief aan mantelzorgers geplaatst en werd platgebeld. Toen werd duidelijk hoe urgent een centraal nummer was. Mantelfoon is een samenwerking tussen De ZorgCentrale en wmo radar, beide onderdeel van Incluzio.

Worden jullie niet platgebeld met vragen over corona?

In deze tijd kun je je juist voorstellen dat mantelzorgers het lastiger hebben, vooral omdat een tijdje beschermingsmiddelen schaars waren. Op een gegeven moment kwamen er beschermingsmiddelen en testen vrij voor mantelzorgers, dus hebben wij mantelzorgers geïnformeerd over hoe ze dit konden aanvragen. We hebben gelukkig een korte lijn met de gemeente en de GGD, dus we zijn goed op de hoogte van de ontwikkelingen.

Welke vragen krijgen jullie het meest?

We zijn nog in de opstartfase, dus het is lastig te zeggen. Maar we merken nu al dat het soort vragen sterk varieert. De afgelopen tijd gingen veel vragen over dagbestedingsactiviteiten die gestopt waren vanwege corona. Mantelzorgers hadden hierdoor nauwelijks meer adempauze en vroegen zich af hoe ze het konden volhouden. Onze mantelzorgcoaches zijn dan bijvoorbeeld op zoek gegaan naar naar respijtzorgmogelijkheden, zoals Mantelaar waarbij studenten kunnen helpen ontzorgen. 

In een later stadium gaan we alle vragen en telefoontjes periodiek analyseren. Op basis daarvan kunnen we de gemeente adviseren. Zijn er bijvoorbeeld specifieke vragen in een bepaald gebied? Zijn vragen over dementie wijkgebonden? Is er ergens structureel behoefte aan mindfulness vanwege stressklachten? Op die manier kunnen we ook een signalerende en adviserende rol spelen.

Wat is jullie tip voor mantelzorgers?

Deel je zorgen met mensen die je vertrouwt. Je hoeft de mantelzorg niet alleen op je te nemen. Als je de last over meerdere schouders verdeelt, wordt deze minder zwaar. Durf die hulp te vragen. En bel Mantelfoon als je ergens mee zit. Wij nemen de tijd voor je en denken met je mee. Veel mantelzorgers kunnen hun verhaal niet goed kwijt bij vrienden of andere familie die niet mantelzorgen, omdat zij het lastiger begrijpen. Bij de Mantelfoon kun je sparren met iemand die jouw wereld begrijpt.

Wat is jullie tip voor professionals die werken met mantelzorgers?

Luister goed en probeer je hulpverlenersreflex uit te schakelen. Als professional zijn we geneigd om oplossingen aan te dragen, maar vaak zitten mantelzorgers niet te wachten op ongevraagd advies. Onderzoek of iemand wel open staat voor hulp. Begin het gesprek door te vragen naar hoe het met iemand gaat. Heb oprechte aandacht voor het verhaal van de mantelzorger, zodat hij/zij zich gezien en gehoord voelt. Gebruik LSD (luisteren, samenvatten, doorvragen) en geef geen oordeel. Maak je je zorgen? Uit dit en maak het bespreekbaar.

Professionals die met dit soort situaties kampen, kunnen altijd bellen naar het directe 010-nummer zodat een van onze mantelzorgcoaches kan meedenken.

Daarnaast zullen we, wanneer corona het toelaat, een aantal keer per jaar bijeenkomsten organiseren voor professionals om ervaringen uit te wisselen en belangrijke thema’s van mantelzorg uit te lichten. Voel je welkom om aan te sluiten!

Even voorstellen: Afiah Vijlbrief, onderzoeker bij IDEM

Even voorstellen: Afiah Vijlbrief, onderzoeker bij IDEM

Afiah Vijlbrief is de nieuwe onderzoeker bij IDEM Rotterdam. Zij gaat zich de komende tijd bezighouden met onderzoeken naar verschillende minderheidsgroepen en onderzoek op diverse thema’s, zoals islamofobie, gender en seksuele diversiteit.

Met welk onderzoek ga je je nieuwe baan bij IDEM Rotterdam aftrappen?

Het eerste onderzoek dat ik voor IDEM Rotterdam ga uitvoeren, is een nieuw onderzoek naar islamofobie. Het onderzoek gaat over de ervaringen van moslima’s met islamofobie op de arbeidsmarkt in Rotterdam. Of ze nu een baan zoeken of al ergens werkzaam zijn: voor dit onderzoek gaan we in gesprek met deze vrouwen om in kaart te brengen wat ze meemaken, waar en welke impact dat heeft.

Waarom gaat het onderzoek alleen over vrouwen?

Het is belangrijk om onderzoek specifiek te richten op vrouwen. Ten eerste zijn de meeste onderzoeken gericht op mannen en wordt het vrouwelijke perspectief te vaak buiten beschouwing gelaten. Ten tweede is het vrouwelijk perspectief bij islamofobie extra van belang, omdat moslima’s symbool staan voor ‘de islam’. Door hun hoofddoek, lichaams- of gezichtsbedekkende kleding is bij deze vrouwen direct zichtbaar dat zij islamitisch zijn. Dat maakt hen extra kwetsbaar voor islamofobie.

En wat zijn daarna de plannen?

Als het goed is ga ik meer soortgelijke onderzoeken doen. Het is voor mij heel belangrijk om de doelgroep zelf de ruimte te geven om over het onderzoeksonderwerp te praten. Bovendien probeer ik dit onderzoek te linken aan andere onderzoeken van IDEM, zoals dat over antisemitisme. De mechanismen die achter de discriminatie of uitsluiting schuilen, zijn namelijk dezelfde. Op welke manier worden deze doelgroepen gediscrimineerd? Wat kunnen we aanpakken? Daarvoor ga ik niet alleen in gesprek met degene die gediscrimineerd worden, maar ook met degene die discrimineert. Op die manier kunnen we overlap tussen de groepen zien, maar ook belangrijke verschillen.

Waarom ben je bij IDEM Rotterdam komen werken?

Het sprak mij heel erg aan dat IDEM een project is van antidiscriminatiebureau RADAR en Art. 1, het kenniscentrum discriminatie Nederland. Op die manier zit ik voor mijn gevoel dichter op het vuur en hoop ik sneller iets in de praktijk te kunnen bijdragen.

Daarnaast vind ik de Rotterdamse context heel erg interessant. Hier wonen zoveel mensen met verschillende achtergronden, gender- en seksuele identiteiten. Bovendien kom ik zelf uit deze omgeving en ben ik er gedeeltelijk opgegroeid. Ik ben een echt stadsmens. De stad boeit me het meest, daar bruist het en daar zit de schuring en de spanning.

Als er geen grenzen waren wat betreft opdrachtgevers of budget, wat zou je willen onderzoeken?

Het zou sowieso een intersectioneel onderzoek worden. Voor een intersectionele aanpak zorg ik nu al. Maar als alles zou kunnen, denk ik op dit moment aan sekswerkers, omdat dat een hele interessante beroepsgroep is, waarvan we weten dat daarin vaak ook veel transgender personen werkzaam zijn. Ook zou ik het interessant vinden om specifiek onderzoek te doen naar transgender jongeren. Ik heb het idee dat trans identiteiten voor de generaties onder mij minder een issue is dan voor oudere generaties.

Heb je een tip voor de Rotterdamse professionals, op basis van je werk en ervaring tot nu toe met betrekking tot de IDEM-thema’s?

Wees je bewust van je eigen positie. Wees je bewust van welke privileges je wel en niet hebt, en hoe dat zich verhoudt tot andere groepen. Probeer de belevingswereld van de ander echt te kennen, door je erin onder te dompelen. Anders wordt het moeilijk om een ander optimaal te begrijpen en te helpen.

Hoe zou je dat volgens jou het beste kunnen doen?

Ga in gesprek met degenen om wie het gaat. Je kan veel leren uit boeken, maar vergeet niet de ander te vragen wat diegene nodig heeft. Laat daarbij je eigen kwetsbaarheid zien en vraag hoe je het zelf beter kan doen.

What’s in a name: “Meer dan Shakespeare ooit had gedacht”

What’s in a name: “Meer dan Shakespeare ooit had gedacht”

Soms zijn mensen blij met de naam die ze bij geboorte kregen. Soms zijn mensen er diepongelukkig mee. Soms bepaalt je naam de kansen die je krijgt. Soms zorgt je naam voor extra tegenslagen in je leven. Soms accepteer je je naam, soms verander je die. Soms neem je twee namen aan. Maar wat je ook met je naam doet, je naam doet wat met jou. Je naam bepaalt je identiteit. IDEM-netwerker Marsha de Koning-Man weet als geen ander hoeveel lief en leed er kleeft aan een naam.

Er is iets aan de hand met je naam. Leg uit!

Klopt, mijn naam wordt structureel verkeerd gebruikt. Toen we trouwden, hebben mijn man en ik ervoor gekozen om elkaars naam te gebruiken: we hebben onze achternamen achter elkaar geplakt en gebruiken die allebei, op dezelfde manier. We zochten een nieuwe familienaam die recht deed aan de gelijkwaardigheid in onze relatie. Dat vonden we in De Koning-Man. Echter, sinds ik deze naam gebruik, word ik bijna altijd aangesproken of aangeschreven met alleen de naam van mijn man: Marsha de Koning. Het lijkt erop alsof mensen er standaard van uitgaan dat ik de naam van mijn man heb overgenomen en dus ‘ouderwets’ ben.

Het is toch normaal om de meisjesnaam weg te laten als je bij het huwelijk de naam van je man hebt aangenomen?

Vroeger misschien, toen was het inderdaad standaard dat de vrouw de naam van haar man aannam en haar meisjesnaam diep wegstopte, ergens in een keukenla tussen de huishouddoekjes… Maar sinds 1994, al ruim 25 jaar dus, kunnen huwelijkspartners kiezen welke achternaam ze willen gebruiken. Je kan een dubbele naam gebruiken, die van jezelf en die van je partner, in allebei de volgordes, of je kan alleen de naam van je partner kiezen. Het is confronterend als mensen bij een dubbele achternaam er meteen van uitgaan dat het om de traditionele variant gaat. Die aanname getuigt niet van emancipatie.

Als het om een emancipatoire daad gaat, en niet om traditioneel gebruik van achternamen bij een huwelijk, waarom staat jouw achternaam dan niet vooraan?

Dat is puur vanwege de uitspraak. Als we het zouden omdraaien klinkt mijn naam als Marsha Mandenkoning…

Wat betekent het voor jou dat je alleen met de naam van je man wordt aangesproken?

Ten eerste herken ik mij niet in de naam van mijn man, het is gewoon niet mijn naam. Mijn meisjesnaam symboliseert een belangrijk onderdeel van mijn identiteit. Als die naam niet meer gebruikt wordt, voelt het alsof ik een deel van mijn identiteit verlies.

Ten tweede hebben wij heel bewust gekozen voor deze nieuwe familienaam: eerst die van hem, met die van mij eraan vastgeplakt. Door mij alleen aan te spreken met de naam van mijn man, komt het over alsof die keuze niet gerespecteerd wordt.

Maar dat doen mensen vast niet bewust. Waarom is het dan toch zo vervelend?

Het is moeilijk uit te leggen waarom het zo kwetsend is, maar misschien herken je hoe het voelt als je voornaam continu verkeerd uitgesproken wordt, of verkeerd geschreven. Misschien herken je het gevoel als je een non-binair of trans persoon bent, en continu met de verkeerde naam of het verkeerde voornaamwoord aangesproken wordt. Je naam is je identiteit.

Begrijp me niet verkeerd, natuurlijk kunnen mensen een foutje maken. Het is ook echt geen punt als mijn naam een keer verkeerd geschreven wordt of als iemand mijn achternaam onvolledig noemt. Bij mij gebeurt dat alleen dagelijks, ook als ik mensen erop aanspreek of nadat ik heb gewezen op het verkeerd overnemen van mijn naam. Als jij een mail verstuurt met eronder ‘Met vriendelijke groet, Wilke’ en je krijgt in je reply ‘Hallo Willeke’, dan sta je toch ook raar te kijken? Het is vaak gewoon uit snelheid of slordigheid dat mensen niet goed naar de afzender kijken, dat vind ik van weinig respect getuigen.

Hoe is dit voor je man? Vindt hij het ook erg als een van de twee namen weggelaten wordt?

Het gekke is dat hem dit nooit overkomt. Zijn volledige achternaam wordt altijd zonder commentaar overgenomen of goed uitgesproken. Er worden bijna nooit vragen over gesteld, maar als hij de kans krijgt om toelichting te geven dan is er alleen maar lof!

Die dubbele maatstaf laat zien dat er nog een lange weg te gaan is op het vlak van gendergelijkheid: als ik een dubbele achternaam hanteer, ben ik ouderwets, maar als mijn man het doet, is hij vreselijk geëmancipeerd. Het komt erop neer dat míjn naamskeuze pas gewaardeerd wordt als blijkt dat het ook de keuze van mijn man is.

What’s in a name? That which we call a rose / By any other name would smell as sweet. Dus Shakespeare had het mis?

Ik denk dat het inderdaad wat genuanceerder ligt. Er zit meer vast aan een naam dan gedacht. Misschien niet voor degene die noemt, maar wel voor de genoemde. Wie weet vindt een roos het ook wel heel vervelend als ze paardenbloem genoemd wordt, hoe lekker ze ook ruikt.