Romy Rockx biedt met Queer Gym een veilige sportplek, zonder aannames

Romy Rockx biedt met Queer Gym een veilige sportplek, zonder aannames

Killer body’s, sixpacks of gewoon lekker in je vel zitten: ieder heeft zo eigen redenen om naar de sportschool te gaan. Tegelijk hebben sporters hun ideeën over waarom jij naar de gym gaat, puur op basis van hoe je eruitziet. Romy Rockx had daar last van en besloot daarom maar zelf een gym te openen: in de Queer Gym maakt het niet uit hoe je lichaam eruitziet en met welk doel je komt trainen.  

“In eerste instantie heb ik een theaterachtergrond”, antwoordt Romy Rockx, op de vraag hoe hij op het idee kwam voor de Queer Gym. “Ik werkte in het theater en als theaterdocent, maar dat viel allemaal weg door de coronacrisis. In dezelfde periode zat ik in een transitieproces en stond alles voor me op losse schroeven. Ik was heel erg bezig met mijn lijf, met sporten, maar ik merkte dat ik het ingewikkeld vond om naar een reguliere sportschool te gaan.”   

Gender 

Het valt misschien in eerste instantie niet op, maar vaak zijn sportscholen ‘gegenderd’. De groepslessen worden vaak vooral door vrouwen bezocht, in de speciale ‘booty corners’ zul je niet zo snel een man treffen en in de reguliere krachtafdeling voelt niet iedereen zich comfortabel. “Een reguliere sportschool is heel erg gericht op óf mannen óf vrouwen”, legt Rockx uit. “Als queer of trans persoon kun je je daar ongemakkelijk bij voelen. In mijn geval was het niet zo dat mensen onaardig tegen me waren, maar ik was veel te veel bezig met nadenken over wat mensen zouden kúnnen zeggen en hoe ik daar dan op zou reageren.”  

Zorgeloos sporten was er daardoor niet bij. “Gelukkig kon ik tijdens corona bij mijn schoonbroer trainen: hij had een garage helemaal ingericht als sportschool”, vertelt Rockx. “Ik voelde me daar zoveel vrijer! Dus ging ik online op zoek naar een soortgelijke plek: gewoon een plek om te trainen, waar niets was gericht op je lichaam of gender. In de Verenigde Staten vond ik enkele queer gyms, maar geen één in Europa!”  

Primeur 

Daarmee is de Rotterdamse Queer Gym ook de eerste in Nederland. “Ik heb een tijdelijke locatie waar ik een community kan opbouwen”, legt Rockx uit. “Hier kan ik dingen uitproberen zonder dat er meteen al te grote risico’s aan vast zitten. Ik ben heel erg aan het luisteren naar de community: wat werkt wel en wat niet, waar is behoefte aan, op welke manieren kan ik het aanbod het beste daarop aansluiten? Zo zijn we bezig met bokslessen, yoga, pilates en hardlooptrainingen. En ik was al begonnen met personal training en reguliere fitness.”  

Met succes, want het begint inmiddels te lopen. “Veel mensen weten de Queer Gym te vinden, bijvoorbeeld via Instagram”, vertelt Rockx. “Veel van hen durfden eerst niet naar de sportschool, terwijl ze wel graag wilden. Het is heel fijn en leuk om iets te kunnen faciliteren waar zo’n behoefte aan is.” En dat is eigenlijk niet veel meer dan een veilige sportplek bieden, zonder aannames. “We gaan er bijvoorbeeld niet van uit dat een dikker persoon per se wil afvallen, of dat een trans man per se gespierd wil worden, of wat dan ook. We moeten stoppen met verwachtingen hebben op basis van iemands uiterlijk. In plaats daarvan kun je beter vragen wat diegene wil bereiken, doorvragen en oprecht luisteren. En natuurlijk kan dat wel eens misgaan, glipt er toch wel eens aanname doorheen, maar het gaat om de poging.”   

Wil je sporten in de Queer Gym of er meer over weten? Check www.queergym.nl  

 

Meer weten? 

 

Op donderdag 23 september 2021 organiseert IDEM Rotterdam van 9.30 tot 12.00 uur het online Kennisatelier ‘Out & Proud!?’ over veiliger plekken voor LHBTIQ+-jongeren in Rotterdam. Verschillende organisaties, waaronder Queer Gym, presenteren zich. Praat jij mee? Meld je dan nu aan!  

Koen van Laar: “De openbare ruimte moet voor álle Rotterdammers zijn”

Koen van Laar: “De openbare ruimte moet voor álle Rotterdammers zijn”

De gemeente Rotterdam gaat de komende jaren investeren in zeven grote stadsprojecten. Van een groene stadslong tot een cultureel hart: openbare plekken moeten aantrekkelijker worden voor bewoners om te ontmoeten, bewegen en recreëren. Niet alleen groen is daarbij belangrijk, maar ook inclusiviteit. IDEM Rotterdam is een van de partners die op dat vlak meedenkt. Programmamanager Koen van Laar: “We moeten er natuurlijk voor zorgen dat al die parken en openbare ruimten straks echt voor iedereen zijn.” 

De bouw moet grotendeels nog beginnen, maar de gemeente Rotterdam is aan de tekentafel al druk bezig met de ontwikkeling van de ‘7 stadsprojecten’. “Het zijn zeven grote buitenruimteprojecten die we als gemeente willen oppakken”, legt programmamanager Koen van Laar uit. “De coronacrisis heeft laten zien hoe belangrijk de buitenruimte is. Mensen gingen meer wandelen en hadden vaker buiten ontmoetingen: er kwam meer aandacht en waardering voor de buitenruimte. Daarnaast wil de gemeente investeren om de economie van de stad een boost te geven. Met deze investeringen in de buitenruimte willen we nadrukkelijk bredere doelen behalen dan alleen zorgen voor meer groen en meer bankjes.”  

Van het Alexanderplein tot een groen lint door de stad dat begint bij de Hofbogen, en van brede stadsboulevards bij Blaak tot een cultureel hart bij het Schouwburgplein. Van drijvende parken in het Rijnhavenpark tot vergroten van de biodiversiteit in Feijenoord. “We kunnen natuurlijk niet alles tegelijk doen”, zegt Van Laar, “dus we pakken het gefaseerd aan. Met sommige onderdelen zijn we al een heel eind, zoals het Hofplein en de Coolsingel. Andere projecten duren nog wel een tijdje voordat we starten. Maar het mooie van al deze projecten is dat we er vroeg bij zijn. Er is dus aan de tekentafel nog volop ruimte om input te geven.”  

Inclusieve projecten 

En dat is waar – onder andere – IDEM Rotterdam bij komt kijken. De gemeente heeft verschillende partners en organisaties gevraagd om mee te kijken. IDEM denkt mee over de inclusiviteit van de projecten. “We moeten er natuurlijk voor zorgen dat al die parken en openbare ruimten straks echt voor iedereen zijn”, licht Van Laar toe. “Of je nu slecht ter been bent, of moeilijker toegang hebt tot informatie, of wat dan ook: de openbare ruimte in Rotterdam is voor álle Rotterdammers.”  

Niet alleen het eindresultaat moet toegankelijk worden voor alle Rotterdammers, ook op de weg ernaartoe worden zoveel mogelijk Rotterdammers betrokken. “Het is belangrijk dat we met deze projecten ook werkgelegenheid creëren”, zegt Van Laar. “Denk aan banen met betrekking tot de aanleg en het onderhoud. We proberen samen te werken met bouwbedrijven die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst hebben. En we proberen ervoor te zorgen dat horecaondernemers straks aantrekkelijke plekken krijgen. De verbeteringen moeten ook ten goede komen aan Rotterdamse ondernemers.”  

Ideeën welkom 

Gedurende de verdere ontwikkeling van de projecten zal er genoeg ruimte zijn voor professionals en burgers om input te leveren. “Enkele weken geleden is het stadsakkoord getekend, waarin we hebben afgesproken twee keer per jaar met alle partijen bij elkaar te komen en de voortgang te bespreken. Op die manier vindt er een interessante kruisbestuiving plaats waarbij de betrokkene hun ideeën kunnen spuien.” 

Maar ook anderen zullen de gelegenheid krijgen om input te leveren of feedback te geven. “Op geijkte momenten kunnen professionals hun mening geven over de projecten, bijvoorbeeld op het gebied van inclusiviteit”, legt Van Laar uit. “Welke momenten dat precies zijn is nog te vroeg om te zeggen, omdat we nog aan de tekentafel zitten. We gaan in ieder geval proberen om iedereen de kans te geven input te geven. Houd er alleen rekening mee dat we niet álle wensen kunnen inwilligen. We hebben natuurlijk te maken met een beperkt budget, en soms zijn wensen tegenstrijdig. In die gevallen proberen we wel goed uit te leggen waarom bepaalde dingen niet kunnen.”  

Lees meer over de afzonderlijke projecten op de website van de gemeente Rotterdam: https://www.rotterdam.nl/bestuur-organisatie/stadsprojecten/  

Rabia Orhan: “Als ik andere vrouwen met hoofddoek zie sporten, word ik blij!”

Rabia Orhan: “Als ik andere vrouwen met hoofddoek zie sporten, word ik blij!”

Na maanden lockdown zijn de sportscholen weer open! Veel mensen konden niet wachten om zich weer in het zweet te werken in de gym of om met een groep buiten te trainen. Anderen voelen nog steeds een drempel om te gaan sporten. Niet omdat ze niet willen, maar omdat ze zich niet comfortabel voelen in gangbare sportkleding. Rabia Orhan had daar ook last van, tot ze besloot haar eigen sportoutfit samen te stellen.

Ze loopt marathons, ze geeft hardlooptrainingen en ze draagt een hoofddoek: Rabia Orhan stelde haar eigen outfit samen om buiten te kunnen sporten. “Je ziet niet veel vrouwen met hoofddoek sporten, en hardlopen al bijna helemaal niet”, vertelt Rabia. “Naar mijn idee ervaren veel islamitische vrouwen een drempel om met hoofddoek te sporten. Dus als ik een andere vrouw met hoofddoek buiten zie trainen, dan word ik heel erg blij!”

Rabia, die zelf een Turkse achtergrond heeft, ervoer die drempel zelf jaren geleden ook nog. “Ik ben begonnen met fitness in een sportschool voor vrouwen”, zegt ze, “dus daar was het niet nodig om tijdens het sporten een hoofddoek te dragen. Helaas ging die gym op een gegeven moment dicht. De leden zouden naar een andere sportschool kunnen, maar ik was gehecht aan die plek. Eigenlijk ben ik toen ‘noodgedwongen’ buiten gaan trainen.”

Geschikte sportkleding

In die tijd was er niet veel sportkleding voor islamitische vrouwen verkrijgbaar. “Ik had een hoofddoek van Nike geprobeerd, maar die vond ik te plat op mijn hoofd zitten”, vertelt Rabia. “Ook in de strakke hardloopbroeken voelde ik me niet comfortabel. Ik moest op zoek naar iets wat bij mij past én wat lekker zit tijdens het lopen. Ik heb verschillende outfits geprobeerd, maar uiteindelijk ben ik een hoofddoek van dun katoen gaan dragen en draag ik een luchtige rok over mijn sportlegging.”

En daarmee is ze een opvallende verschijning, in positieve zin. “Ik krijg heel veel complimenten!”, lacht Rabia. “Op een dag, ergens in 2017, kwam ik iemand tegen die vroeg of ik niet met een groep wilde trainen. Ik vroeg haar of er wel meer mensen met migratieachtergrond mee trainen. Er waren tot dan toe alleen witte mensen in de hardloopgroep, maar ik besloot een proefles te nemen. Het was een hele drempel, als enige met hoofddoek, maar ik werd met open armen ontvangen.”

Verbinding

Inmiddels heeft ze vier marathons gelopen (Rotterdam (2x), Istanbul en New York) en geeft ze nu ook zelf hardlooptrainingen. “Mijn coach heeft me gestimuleerd om de hardlooptraineropleiding te volgen en nu geef ik les aan de beginnersgroep”, zegt ze. “In mijn ervaring is dat bij mensen met een Turkse achtergrond soms extra moeilijk. Omdat veel van hen hardlopen niet gewend zijn, komen ze met smoesjes om toch af te haken. Ik vind het jammer dat er zo weinig diversiteit qua afkomst in de hardloopgroep is, daarom probeer ik iedereen te motiveren.”

Diversiteit is belangrijk in de sport, meent Rabia, want juist sport kan mensen verbinden. “Mijn trainer is lesbisch en ik ben moslima, maar ondanks onze verschillen kunnen we heel fijn samen sporten en respecteren we elkaar. Eigenlijk zijn we niet alleen maar aan het sporten, maar tegelijkertijd doorbreken we taboes. Daar zou ik een hardloopboek over willen schrijven: niet alleen maar tips geven over lopen, voeding en kleding, maar ook schrijven over de manier waarop hardlopen kan verbinden.”

Tip om te starten

Naast op zoek gaan naar kleding waar jij je comfortabel in voelt, is ‘gewoon’ de eerste stap maken de belangrijkste tip volgens Rabia. “Wacht niet op iemand anders om de eerste stap te maken, maar begin gewoon”, legt ze uit. “Begin met wandelen, bouw het rustig op. Hardlopen is niet alleen maar hardlopen, maar ook een strijd met jezelf. Je gaat jezelf tegenkomen, maar dat zorgt uiteindelijk ook weer voor zelfvertrouwen. In een periode dat ik op werk veel stress had, heeft hardlopen mij enorm geholpen. Je lichaam maakt dan endorfine aan, waardoor je positief in het leven blijft staan. Het heeft mij gered.”

Wil je trainingen volgen van Rabia? Meld je aan via www.loopschoolkralingen.nl

IDEM onderzoekt cultuursensitiviteit in de geestelijke gezondheidszorg

IDEM onderzoekt cultuursensitiviteit in de geestelijke gezondheidszorg

In een superdiverse stad als Rotterdam is het van belang dat iedere Rotterdammer terecht kan bij de geestelijke gezondheidszorg (ggz) en zich daar gehoord voelt. Om te achterhalen of dat in Rotterdam goed lukt, start IDEM Rotterdam met een onderzoek naar cultuursensitiviteit in de Rotterdamse ggz-praktijk. IDEM-onderzoeker Saskia van Bon beantwoordt de belangrijkste vragen over dit onderzoek.

Wat betekent cultuursensitieve geestelijke gezondheidszorg?

Het gaat om een manier van zorgverlening waarbij rekening wordt gehouden met de mogelijke invloed die bijvoorbeeld geloof, migratieachtergrond en cultuur kunnen hebben op de problematiek van cliënten. Om iedere cliënt passend te kunnen begeleiden is het nodig dat zorgprofessionals de juiste kennis en vaardigheden hebben, dat ze zich bewust zijn van de eigen normen en waarden, en dat ze een open houding naar andere religies en culturen hanteren. Het gaat dan bijvoorbeeld om sensitief communiceren en dat je als zorgprofessional let op je woordkeuze en taalgebruik. Maar ook om het betrekken van sleutelpersonen. En om bewustzijn van het feit dat mensen een andere visie kunnen hebben op verklaringen en oorzaken van ggz-problematiek. Een gebrek aan cultuursensitief werken kan leiden tot miscommunicatie en onbegrip, en dat gaat ten koste van een goede behandelrelatie.

Wat is de aanleiding voor dit onderzoek?

Uit eerder onderzoek weten we dat mensen met een migratieachtergrond minder snel de weg naar hulp en/of zorg vinden, en vaker te maken hebben met taal- en cultuurbarrières. Daarnaast kunnen cultuurverschillen in ziektebeleving, klachtenpresentatie, opvattingen over behandelingen en andere zorgbehoeftes, ertoe leiden dat geschikte hulp niet altijd wordt ontvangen of zorg wordt vermeden. Dat is problematisch, omdat mensen met een migratieachtergrond relatief vaker last hebben van diabetes, beroertes en coronaire hartziekten, maar ook van geestelijke gezondheidsproblemen zoals angststoornissen en depressies.

Waarom is onderzoek naar cultuursensitiviteit in de ggz belangrijk?

Inclusieve geestelijke gezondheidszorg is nog niet vanzelfsprekend. IDEM wil daarom onderzoeken wat werkzame elementen en best practices zijn als het gaat om cultuursensitief werken in de ggz. We zijn benieuwd naar de verhalen van professionals en (ex-)cliënten die ervaring hebben met cultuursensitieve zorg. Met de inzichten van deze voorhoede willen wij (nieuwe) concrete handvatten vormen, die andere ggz-professionals en -organisaties in Rotterdam kunnen helpen meer cultuursensitief te werken.

Kun je deelnemen aan dit onderzoek?

Zeker! Werk je in een Rotterdamse ggz-organisatie die inzet op cultuursensitief werken? Of heb jij als professional binnen de ggz ervaring met deze manier van werken? Bijvoorbeeld omdat je transcultureel of intercultureel therapeut bent of een grote persoonlijke affiniteit hebt met cultuursensitief werken? Dan kun jij helpen door hier anoniem onze vragenlijst in te vullen. Dat kost je ongeveer 5 minuten.

Wil je jouw ervaringen en ideeën liever delen in de vorm van een interview of wil je eerst meer informatie over dit onderzoek, mail of bel dan met projectleider Saskia van Bon via s.vanbon@art1.nl of 06- 50749818. Het is nog goed om te weten dat alle gesprekken anoniem verwerkt worden en dat je voor deelname aan een interview een cadeaubon van 25 euro ontvangt.

Farida: “Om discriminatie tegen te gaan, probeer ik juist mijn achtergrond zichtbaar te maken”

Farida: “Om discriminatie tegen te gaan, probeer ik juist mijn achtergrond zichtbaar te maken”

Moslima’s zijn steeds beter in staat discriminatie op de arbeidsmarkt te herkennen en durven het steeds beter te benoemen. Dat is de conclusie uit kwalitatief onderzoek van IDEM Rotterdam naar ervaren discriminatie van moslima’s op de Rotterdamse arbeidsmarkt. Het toegenomen besef komt mogelijk doordat er steeds meer over discriminatie en racisme wordt gesproken. Ook de 24-jarige zorgverlener Farida* is niet op haar mondje gevallen en spreekt mensen op hun gedrag aan als ze zich herhaaldelijk discriminerend uiten.

Discriminatie op de arbeidsmarkt komt veel voor. Vooral bij werving en selectie is het een lastig onderwerp: hoe weet je zeker dat je de baan niet hebt gekregen vanwege je afkomst en niet omdat je bijvoorbeeld expertise mist? Farida heeft een soortgelijke ervaring. “Ik heb eens gesolliciteerd bij een zorginstelling in Noord-Brabant”, vertelt ze. “Er werd gevraagd of ik wel in Nederland geboren was, hoe lang ik al in Nederland woonde, met hoeveel kinderen we thuis waren. Het gesprek ging eigenlijk meer over mijn persoon en mijn achtergrond, dan over mijn werkervaring.”

Tijdens het gesprek heeft Farida niets gezegd over de aparte vragen die haar gesteld werden. “Het ging om een gewilde functie, dus je probeert er het beste van te maken. Door gewoon te antwoorden en vriendelijk te blijven, probeerde ik het nog te redden.” Uiteindelijk kreeg Farida de baan niet, maar ze is niet in verweer gegaan. “Wat kun je in zo’n geval ook doen? Als je bijvoorbeeld een klachtenbrief zou sturen, dan is het jouw woord tegen dat van hen. Je kan nooit bewijzen dat het om discriminatie gaat.”

Onwetendheid

Gelukkig is Farida nu werkzaam in een Rotterdamse organisatie, waar ze inmiddels in een divers team werkt. Dat was echter niet altijd al. “Toen ik hier kwam werken was ik de tweede moslim van het hele team”, zegt ze. “Ik was de eerste die een hoofddoek droeg en zowel mijn Marokkaanse als Nederlandse identiteit expliciet uitdroeg. Soms kreeg ik wel rare vragen of opmerkingen van collega’s, bijvoorbeeld wanneer ik uitgehuwelijkt zou worden. Als het echt om vooroordelen gaat, ben ik er snel klaar mee. Maar als mensen oprecht iets willen weten over de islam of mijn cultuur, en het op een normale manier aan me vragen, dan sta ik er altijd voor open om het uit te leggen.”

Farida gelooft dan ook dat de meeste gevallen van discriminatie voortkomen uit onwetendheid. Om de kennis en het begrip over haar cultuur te vergroten, probeert Farida haar Marokkaanse achtergrond juist zichtbaar te maken. “Als de ramadan begint, bijvoorbeeld, dan neem ik een traktatie mee naar werk”, licht ze toe. “Dat doe ik niet zozeer om het te vieren, maar om te laten zien dat ik het belangrijk vind. Collega’s gaan dan vanzelf vragen stellen en begrijpen dan ook beter waarom ik iets belangrijk vind.” 

Jezelf blijven

Jezelf blijven is de belangrijkste tip van Farida aan andere moslima’s op de werkvloer. “Natuurlijk, je moet je aanpassen aan de situatie waarin je terechtkomt”, zegt ze. “Maar nooit zoveel dat je jezelf kwijtraakt! Ik zeg altijd: je moet je gedeeltelijk aanpassen. En je witte of autochtone collega’s moeten zich ook gedeeltelijk aanpassen. Maar laat vooral zien wie je bent, zodat mensen je beter begrijpen en vooroordelen verdwijnen. Als iedereen zich gedeeltelijk aanpast en elkaar respecteert, kun je hartstikke goed samenwerken.” 

Meer weten?

Het onderzoek ‘Ervaren discriminatie van moslima’s op de Rotterdamse arbeidsmarkt’ van IDEM Rotterdam is nu te downloaden.

*Uit privacyoverwegingen is de naam van Farida gefingeerd. De foto is ter illustratie.

Jolanda Heykoop: ‘Ook met huisdieren moet je recht hebben op opvang’

Jolanda Heykoop: ‘Ook met huisdieren moet je recht hebben op opvang’

Door een samenloop van allerlei vervelende omstandigheden, raakte Jolanda Heykoop in 2018 haar huurwoning kwijt. Ze klopte bij verschillende instanties aan, maar kon geen concrete hulp krijgen. De reden: haar huisdieren. Ze weigerde haar dieren af te staan en woont sindsdien op een louche camping. Om te voorkomen dat anderen in haar situatie belanden, wil ze een opvang starten waar huisdieren welkom zijn. ‘In zo’n situatie is je huisdier het laatste wat je hebt, dat mag je mensen niet afnemen.’  

Hulpverleners die de situatie niet begrijpen, buren die valse verklaringen afleggen en ziekte: het zijn enkele van de vervelende omstandigheden die er samen toe hebben geleid dat Jolanda Heykoop in 2018 haar woning uit moest. Ze klopte aan bij Centraal Onthaal, de instantie waar je heen kan als je dak- of thuisloos raakt, maar ze konden haar niet helpen. Bij de daklozenopvang kwam ze ook niet binnen met haar huisdieren. ‘Ondertussen waren mijn kinderen bij mijn ex gaan wonen, met hem heb ik gelukkig een goede band’, vertelt Jolanda. ‘Maar mijn huisdieren, het laatste wat ik nog over had van mijn oude leven, die weigerde ik op te geven.’  

Camping 

Ze belandde in een caravan op een louche camping. Het was de laatste plek waar ze naartoe kon, zonder dat ze haar huisdieren hoefde weg te doen. ‘Maar dat was geen geschikte plek voor mijn dochter, die hartstikke goed bezig was op school’, vertelt Jolanda. ‘Mijn kinderen vertrokken naar mijn ex, totdat ik een geschikte woning zou hebben. Inmiddels woon ik in een antikraakwoning in Roosendaal, maar ik wil mijn dochter niet van haar school in Rotterdam halen. Daar gaat het juist heel goed.’  

Jolanda wil naar Rotterdam, naar een woning waar ze kan blijven, in de buurt van haar kinderen. ‘Ik wil alleen geen hulp meer’, zegt ze, ‘want ik ben kapotgezwegen door allerlei hulpverleners. Gelukkig is er nu wel iemand van het Leger des Heils, die ik vertrouw, en die me helpt een woning te vinden. Maar in Rotterdam is het eigenlijk niet te doen.’  

Dierbaar bezit 

Het schrijnende geval van Jolanda staat niet op zichzelf. Ieder jaar weigeren daklozen opvang, omdat ze hun laatste dierbare bezit – hun huisdier – dan moeten afstaan. ‘Alleen maar door een huisdier, vallen we tussen wal en schip’, zegt Jolanda. ‘Het is het laatste wat je nog hebt, maar toch krijg je te horen dat er niks voor je gedaan kan worden. Behalve als je je dier wegdoet. We worden daardoor snel weggezet als ‘zorgweigeraars’, maar dat zijn we helemaal niet. We willen juist heel graag hulp, maar wel met ons huisdier. Hulpverleners moeten er echt alerter op worden dat een huisdier vreselijk belangrijk voor iemand is.’  

Speciale opvang 

Om in de toekomst te voorkomen dat anderen in dezelfde situatie belanden, zou Jolanda dolgraag een eigen opvang willen oprichten. Eentje waar huisdieren wel welkom zijn. ‘Ik heb al een heel businessplan klaarliggen’, vertelt ze. ‘In deze opvang mogen dak- en thuislozen komen, samen met hun huisdieren. Ik regel alle praktische zaken en ben het aanspreekpunt voor de hulpverlening en bewoners. Ondertussen zorgen alle bewoners samen voor de dieren en voor de dagelijkse huishoudelijke zaken. De bewoners krijgen twee jaar de tijd om hun zaak weer op orde te krijgen en kunnen daarna weer de maatschappij in.’  

Het is de bedoeling dat bewoners daarna zelfredzaam zijn. ‘Dakloos zijn is een dure hobby, omdat je ongetwijfeld schulden gaat opbouwen’, legt Jolanda uit. ‘Ik heb al contact met twee schuldhulpverleners, die ook graag willen meewerken aan de opvang. Zij kunnen de bewoners helpen begeleiden om financieel zelfredzaam te worden.’  

Jolanda heeft dan ook een verdienmodel gekoppeld aan het plan, zodat de opvang zichzelf kan bedruipen. ‘Ik hoef er zelf niks aan te verdienen’, zegt ze. ‘Ik wil alleen maar een plekje in het pand om te wonen en de boel te bestieren.’ De opvang kan namelijk ook dienen als dierenpension voor dierenbezitters die op vakantie gaan. ‘De bewoners zullen in die tijd hartstikke goed voor je dier zorgen. Ook wil ik er een koffiecorner opzetten, waar bewoners en wijkbewoners met elkaar in contact komen.’    

Hulp gezocht 

Jolanda Heykoop is op zoek naar hulp om haar plannen te realiseren. Een locatie is een van de belangrijkste zaken die geregeld moeten worden. Zie je het plan van Jolanda zitten en wil je met haar sparren? Stuur haar dan een mail via jolandaheykoop3770@gmail.com