Karin Oppelland: ‘Ik hoop dat vertrouwen weer de basis wordt voor Rotterdam’

Karin Oppelland: ‘Ik hoop dat vertrouwen weer de basis wordt voor Rotterdam’

IDEM-netwerker Karin Oppelland neemt deze maand afscheid van de organisatie. Na zich zes jaar te hebben ingezet voor IDEM Rotterdam, gaat ze genieten van haar welverdiend pensioen. We vroegen haar of ze achter de geraniums gaat zitten, wat ze geleerd heeft van al het genetwerk in de stad en wat ze hoopt voor de toekomst van Rotterdam.

Wat is het belangrijkste dat je hebt geleerd van alle gesprekken die je voor IDEM Rotterdam hebt gevoerd?

Practice what you preach. Dat is het allerbelangrijkste, vooral in een stad als Rotterdam. Als je dat niet doet, word je onmiddellijk afgestraft. De stad is klein genoeg om te zorgen dat iedereen elkaar kent.

Heb je een tip voor de Rotterdamse professional, op basis van deze les?

Ik vind het belangrijk om je professionele en persoonlijke functioneren uit elkaar te houden. Het zijn aparte rollen die moet je ook als zodanig erkennen. Dat wil niet zeggen dat je niet persoonlijk kunt zijn. Maar zorg er wel voor dat professionaliteit de overhand houdt, anders kun je geen professionele relaties opbouwen.

Bij IDEM Rotterdam proberen we kennis over te dragen over inclusie, discriminatie, man/vrouw-emancipatie en LHBTIQ+-emancipatie. Wat heb je zelf geleerd de afgelopen jaren op deze thema’s?

Vooral dat het een continu leerproces is. Het mooiste aan mijn werk vond ik dat gevoelens en ideeën die ik al had, nu een wetenschappelijke onderbouwing kregen. Ik heb geleerd hoe je met bepaalde zaken kan omgaan, bijvoorbeeld als omstander van straatintimidatie. Laatst nog heb ik een paar jongens aangesproken die hele nare opmerkingen maakten naar een meisje.

Ook intersectionaliteit vind ik een mooi begrip. Ik ben heel erg tegen verkokering, omdat het heel erg beperkend is. Intersectionaliteit is voor mij een herontdekking van het oude holistische systeem: alles heeft met elkaar te maken en we zijn maar een klein onderdeel van het geheel.

Verder heb ik veel geleerd over micro-agressie en welke copingmechanismen mensen daarvoor ontwikkelen. Verder heb ik veel kennis opgedaan over LHBTIQ+ personen. Eigenlijk was ieder kennisatelier een leerschool voor me, omdat ik vaak onderwerpen koos waar ik nog niks van wist. Uit signalen maakte ik op dat het relevant was, en door een kennisatelier te organiseren kon ik er ook zelf meer kennis over vergaren.

Wat wil je meegeven aan het netwerk van IDEM?

Deze week was ik bij een lezing van Kees Klomp en wat ik daar heel mooi aan vond was dat verhalen de basis zijn van een systeem. Daarbovenop zitten allerlei symptomen. Als ze negatief zijn, proberen we die te bestrijden. Door steeds dezelfde verhalen te vertellen, houd je het systeem in stand en veranderen de symptomen dus ook niet. We moeten stoppen met symptoombestrijding, want dat heeft uiteindelijk geen nut. We moeten nieuwe verhalen gaan vertellen, zodat het systeem veranderd en uiteindelijk ook de symptomen.

Het doet mij denken aan de Ted Talk van Chimamanda Ngozi Adichi: The danger of a single story.

De verhalen worden nog veel te veel verteld door dezelfde, witte mensen. Zo krijgen we alleen herhaling van verhalen. Ik hoop dat er meer ruimte komt voor meer diverse verhalen, omdat de huidige verhalen alleen maar het huidige systeem ondersteunen. Ik wens mensen tijd en ruimte toe om goed over dingen na te denken en zo tot nieuwe ideeën te komen. En dat mensen die ruimte ook durven te pakken. Als je dat niet doet, blijft je beslissingskader heel klein en blijf je vasthouden aan die oude verhalen.

Je gaat met pensioen, maar iedereen die jou kent weet dat je niet zal stilzitten…

Nee, ik ga in ieder geval niet achter de geraniums zitten! Ik wil weer met fotografie bezig zijn, de dialoog kan ik ook niet loslaten. In januari ga ik skien. Veel dingen die ik leuk vind, schieten er nu een beetje bij in. Ik ben actief in de vrouwenhoek, de migratiehoek en ik zit ook nog in de Brede Raad. En ik ben de beoogde voorzitter van het Rotterdams Milieu Centrum. Ik heb me daar altijd al voor ingezet, maar nu kan ik in een andere rol me inzetten voor die onderwerpen die ik ook

Wat hoop je voor de toekomst van IDEM Rotterdam?

Ik hoop dat IDEM een luis in de pels kan blijven, om nieuwe relevante thema’s op te zoeken en te blijven aankaarten. Er is al veel meer bewustzijn gekomen over inclusie, discriminatie en man/vrouw- en LHBTIQ+ emancipatie, maar het kan altijd beter en er kan meer gedeeld worden over hoe je er in de praktijk mee aan de slag kan. En dat het niet meer gaat over man/vrouw- en LHBTIQ+ emancipatie, maar over emancipatie van mensen!

En wat hoop je voor Rotterdam, als stad?

Dat vertrouwen de basis wordt, en niet wantrouwen. Het gaat vaak over de participatiewet en dat die mislukt is. Je kan niet van burgers verwachten dat ze participeren als de overheid, lokaal en nationaal, hen niet het vertrouwen geeft dat ze het kunnen.

Leroy Vaarnold: ‘Probeer je zo neutraal mogelijk op te stellen’

Leroy Vaarnold: ‘Probeer je zo neutraal mogelijk op te stellen’

Op Wereld Aidsdag, op 1 december, wordt wereldwijd aandacht gevraagd voor hiv en aids en de bestrijding ervan. In Nederland zijn er naar schatting 24.000 mensen met hiv. Over hiv en aids leven nog altijd heel veel vooroordelen. IDEM Rotterdam vraagt Leroy Vaarnold, van het team hiv-hulpverlening bij Expertisecentrum Seksualiteit, Sekswerk en Mensenhandel van Stichting Humanitas, naar de feiten over hiv en hoe we inclusief kunnen zijn voor deze groep.

Wat doet het team hiv-hulpverlening?

We bieden ondersteuning aan mensen die hiv-positief zijn. Aan mensen die om wat voor reden dan ook hiv opgelopen hebben en daar dagelijks mee leven. We bieden praktische hulp en ondersteuning, maar vooral psychosociale hulpverlening. Denk dan aan een-op-een-gesprekken over het accepteren van de situatie en leren leven met hiv. Soms hebben we ook gesprekken in groepen, maar dat gaat lastiger dan je zou willen. Er heerst nog heel veel schaamte, omdat er zo’n stigma is.

Waar komt dat stigma vandaan, denk je?

Allereerst komt het door onwetendheid. Mensen hebben weinig feitelijke kennis over hiv. Veel mensen denken er überhaupt niet over na, vooral voor heteroseksuele mensen is het nooit heel dichtbij gekomen. Mensen hebben vaak nog het idee dat je hiv alleen krijgt als je erg losbandig bent en met veel partners seks hebt. Maar we zien ook cliënten die ermee geboren zijn, of het hebben gekregen van iemand die zij zagen als enige en betrouwbare partner.

Hoe kan die kennis vergroot worden?

Voorheen werden campagnes eigenlijk vooral gericht op mensen die hiv-positief zijn, maar bij hen ligt het gebrek aan kennis meestal niet. We proberen ons daarom te richten op een bredere groep, juist op mensen die niet hiv-positief zijn. Het komt misschien niet vaak voor, maar je loopt nog altijd risico op hiv. Of op andere soa’s. Het is daarom belangrijk dat er meer bewustzijn komt en meer getest wordt.

Is er ook een verschil in perceptie, naar jouw idee, tussen LBHTIQ+ – personen en hetero’s?

Door het medicijn PREP te slikken kun je voorkomen dat je geïnfecteerd raakt met hiv. Dat gebeurt wel in de gay community. Ook word je minder ziek als je hiv-positief bent, omdat er goede medicijnen zijn. Je kan dus nog steeds voor een groot deel je leven leiden zoals je wil. Daardoor is de angst voor hiv wel afgenomen, terwijl je natuurlijk ook nog altijd andere soa’s kan oplopen.

Onder heteroseksuele mensen is die angst er over het algemeen nooit heel sterk geweest, omdat het beeld bestaat dat het bij hetero’s niet voorkomt. Maar juist door dat beeld loopt het aantal hiv-besmettingen onder heteroseksuelen juist op. Mensen laten zich minder testen en hebben geen idee dat ze geïnfecteerd zijn, waardoor het risico bestaat dat ze anderen ook weer infecteren.

Wat moet er volgens jou gebeuren?

Er moet meer actuele seksuele voorlichting gegeven worden aan jongeren, en ook op een andere manier. Tot nu toe is seksuele voorlichting vooral gericht op preventie: zorg maar dat je geen soa krijgt. Er wordt niet gezegd: op het moment dat je seksueel actief wordt, heb je kans om iets op te lopen. Het huidige taalgebruik zorgt voor een schuldgevoel: je hebt niet goed voor jezelf gezorgd, want je hebt een soa opgelopen. Praat meer over soa’s als iets wat je kan overkomen, dat je het ook per ongeluk kan krijgen. Dan neemt hopelijk de schaamte om seksuele gezondheid te bespreken met collega’s af en wordt de drempel naar hulpverlening lager.

Maar ook anderen moeten meer kennis krijgen, bijvoorbeeld professionals. In verzorgingshuizen worden ouderen die hiv-positief zijn soms toch nog anders behandeld. Hulpverleners hebben nog steeds het idee dat je hiv kan krijgen van dagelijks contact, alsof het corona is. Het is echt niet nodig om twee handschoenen te dragen en bestek apart te houden.

Heb je nog een tip voor professionals?

Lees je in. Niet alleen over hiv, maar over seksuele gezondheid in het algemeen. Er zijn interessante magazines over dit onderwerp, zoals Hello gorgeous en I am plus. Houd ook de organisaties in de gaten die zich richten op dit thema, zodat je op de hoogte blijft van de ontwikkelingen.

En werk je met mensen, wees je dan bewust van de manier waarop je met hen omgaat. Probeer je zo neutraal mogelijk op te stellen.

Meer weten?

Op 1 december organiseren we het Kennisatelier ‘Voorbij het stigma’, over inclusie van mensen met hiv. Tijdens dit Kennisatelier gaan we met elkaar in gesprek over het tegengaan van de vooroordelen over hiv en discriminatie van mensen met hiv. Lees hier meer en meld je direct aan!

Eloah Udenhout: ‘Als je kan lachen om je situatie, dan kan je een oplossing vinden’

Eloah Udenhout: ‘Als je kan lachen om je situatie, dan kan je een oplossing vinden’

Comedian en televisiemaker Eloah Udenhout zet comedy in om vrouwen van alle leeftijden weerbaar te maken. Op de IDEM-bijeenkomst op 25 november 2022, de Internationale Dag tegen Geweld tegen Vrouwen, laat ze zien hoe dat werkt. ‘Vrouwen moeten zichzelf niet té serieus nemen’, zegt ze, ‘want anders stapelen problemen zich alleen maar op.’

Eloah Udenhout is televisiemaker, comedian, zangeres en model, maar in haar overige tijd helpt ze vrouwen weerbaarder te worden. Humor is daarbij een belangrijk hulpmiddel. ‘Vrouwen moeten zichzelf serieus nemen, maar niet té’, vertelt ze. ‘Want daardoor zouden problemen zich kunnen opstapelen. Daarom geef ik een training ‘lachen om jezelf’, waarin ik mijn ervaring als stand-upcomedian gebruik om vrouwen te laten lachen om hun situatie.’

Humor als hoofdmoot

Humor zou volgens Udenhout de hoofdmoot van het leven moeten zijn. ‘Klagen of zeuren verandert namelijk niets aan je situatie’, legt ze uit. ‘Zeuren is geen verandering, het lost niets op, maar zorgt er wel voor dat problemen opeenstapelen. Tijdens een training schrijven de aanwezige vrouwen al hun problemen op een muur. We gaan kijken hoe lang we om die problemen kunnen lachen. Als je op dat moment nog kan lachen, dán kan je een oplossing vinden.’

Daarbij is reflectie van belang. ‘Hurt people hurt people’, zegt ze, mensen met pijn doen anderen pijn. ‘Mensen gaan op verschillende manieren om met de situaties waar ze uit komen. Het belangrijkste is om gedragingen te leren herkennen, dan kun je eruit komen. Het begint altijd bij een wil.’

Praten over seksualiteit

Ook zet Udenhout zich in voor preventie door met vrouwen in gesprek te gaan over seksualiteit. ‘Ik geef bijvoorbeeld seksuele voorlichting aan een groep dames van boven de zestig’, vertelt ze. ‘Sommige van die vrouwen hebben nog de ‘kamerplicht’ meegemaakt: als de man thuiskwam moest je als vrouw alvast klaar gaan liggen in de slaapkamer. Dat is zowel mentaal als fysiek erg toxisch geweest. Dan moet je echt opnieuw leren om keuzes te durven maken, om grenzen te durven aangeven en je bewust te worden van je eigen lichaam en het genieten daarvan.’

Daarnaast geeft ze ook voorlichting aan meiden van 11 jaar oud. ‘Met hen heb ik gesprekken over zelfbewustzijn, keuzes maken en nee zeggen’, zegt Udenhout. ‘De ouders van die meiden geven aan dat ze veel openhartiger gesprekken hebben met hun dochters. Het is heel belangrijk om een beeld te hebben van waar je dochter in haar hoofd mee bezig is en wat ze beleeft.’

Voor jongens in hun tienerjaren is het nog onveiliger, meent Udenhout. ‘Jongens praten niet, na hun vijftiende stoppen ze met praten. En dan begint de pijn. Jongens en mannen worden niet geleerd hoe ze zorg moeten dragen voor een vrouw. En we remmen meisjes niet meer af om hun plek te kennen. Daarmee bedoel ik dat er een plek en een tijd is voor alles. Wees je bewust van welke battles je aangrijpt en welke niet. Het draait erom dat we jongeren weerbaar maken in hun hoofd, intelligenter laten nadenken over wat wel en niet kan.’

Tip voor professionals

Als tip heeft Udenhout daarom een belangrijke tip voor professionals die met gendergerelateerd geweld bezig zijn. ‘Koppel geen maatschappelijk werker van 20 aan een cliënt van 50’, zegt ze. ‘Dat heeft van de ene kant te maken met respect. Maar ook hebben oudere professionals met meer ervaring, zowel professioneel als in het leven, hebben veel meer kennis die ze kunnen overdragen.’

Wil je zelf ervaren hoe Eloah Udenhout met humor het probleem van geweld tegen vrouwen tackelt? Kom dan naar onze bijeenkomst op 25 november 2022! Of wil je weten welke mooie dingen zij nog meer doet met haar bedrijf Via-Eloah? Neem dan een kijkje op haar Instagram-pagina.

Lea Jabbarian: ‘Interculturele communicatie kun je leren én blijven ontwikkelen’

Lea Jabbarian: ‘Interculturele communicatie kun je leren én blijven ontwikkelen’

Voor onderzoeker, GZ-psycholoog en wetenschappelijk docent Lea Jabbarian is cultuursensitief werken vanzelfsprekend. Tijdens het Kennisatelier ‘Van stereotypen tot miscommunicatie’ gaat zij in op cultuursensitief werken in de geestelijke gezondheidszorg. Volgens haar is interculturele communicatie een essentiële vaardigheid om te leren tijdens zorgopleidingen.

Lea Jabbarian, GZ-psycholoog bij MiSi Neuropsy, raakte zo’n vier jaar geleden betrokken bij een project in het Erasmus MC om zorgopleidingen diverser en inclusiever te maken. ‘De vraag was hoe we toekomstige artsen kunnen voorbereiden op de wereld waarin we leven’, vertelt Jabbarian. ‘Onze wereld is nu eenmaal divers. Dus hoe zorgen we ervoor dat het onderwijs diversiteits- en inclusieproof is?’

Om te beginnen namen Jabbarian en haar collega’s casuïstiek door. ‘Een van de eerste punten die opvielen was dat de arts veelal man was en de patiënt vrouw’, zegt ze. ‘Dat is natuurlijk niet representatief en niet inclusief. Zo zijn we al het materiaal langsgegaan. Daarna hebben we trainingen ontwikkeld voor wetenschappelijke docenten van de opleiding Geneeskunde. Het is van belang dat de docent zich bewust is van hoe diegene zich gedraagt binnen een bepaalde context en, bijvoorbeeld, welke bias een rol kunnen spelen in interacties.’

Geestelijke gezondheidszorg

Later verschoof haar focus naar trainingen op het gebied van interculturele vaardigheden binnen de geestelijke gezondheidszorg. ‘Eigenlijk hoort interculturele communicatie bij de basisvaardigheden van een psycholoog’, zegt Jabbarian. ‘Net als basisgespreksvaardigheden hoort het bij ons pakket. Het is een vaardigheid die geoefend kan worden en waarin je kan groeien.’

Psychologie is per definitie mensgericht, legt Jabbarian uit. ‘In ons vak streven we ernaar om de persoon voor ons als individu te zien. Cultuursensitief werken is dan ook niet iets aparts of bijzonders, maar iets wat erbij hoort. Het gaat dan niet alleen om etniciteit, maar ook om geslacht, sociaaleconomische status, opleidingsniveau en alle andere factoren die samen iemands identiteit vormen.’

Overeenkomsten of verschil in waarneming

Door haar eigen ervaring als psycholoog heeft Jabbarian geleerd dat veel mensen dezelfde normen en waarden delen, maar dat die soms anders geuit worden. ‘Uit een onderzoek naar levenseinde en de communicatie door artsen in die fase, bleek dat mensen met een migratieachtergrond behoefte hadden aan een arts die luistert, die empathisch is en hen als individu ziet. Het lijkt mij dat Nederlanders zonder migratieachtergrond hetzelfde willen. De kern van hoe we behandeld willen worden is vaak hetzelfde, maar soms wordt dat verschillend waargenomen.’

Vragen stellen

“Gewoon” vragen stellen aan patiënten of cliënten, is daarom het belangrijkste advies van Jabbarian aan andere professionals. ‘Ik vraag mijn patiënten bijvoorbeeld of ze familie en vrienden bij de behandeling willen betrekken’, legt ze uit. ‘Niet vanwege de achtergrond van een persoon, maar omdat ik diegene nog niet ken. Het is echt niet ingewikkeld, maar soms zijn professionals bang voor het onbekende of werken ze op de automatische piloot.’

Tijdgebrek

De druk op de ggz is enorm, tijdgebrek is dan ook een veelgehoord argument om een werkwijze niet aan te passen. ‘Goede communicatie is niet per se tijdrovender’, zegt Jabbarian. ‘Integendeel, als je de verkeerde behandeling kiest vanwege gebrekkige communicatie ben je veel meer tijd kwijt. Mijn tip is om in het begin een kwartier extra de tijd te nemen om iemand te leren kennen, niet alleen iemands klachten, maar iemands leefwereld. Zet je interculturele communicatieskills vervolgens niet alleen aan het begin in, maar verweef ze door het hele contact met de patiënt.’

Nieuwsgierig blijven

Nieuwsgierig blijven, is Jabbarians algemene tip voor een inclusievere samenleving. ‘Ik wil benadrukken dat er heel veel goed gaat in dit land’, zegt ze. ‘Zoveel dingen zijn fantastisch geregeld en veel dingen zijn mogelijk. Als je nieuwsgierig blijft, nadenkt over wat beter kan en je daarvoor inzet, dan is er in de samenleving veel bereidheid om dingen te veranderen.’

Meer weten?

Wil je meer weten over cultuursensitief werken in de geestelijke gezondheidszorg? Kom dan naar ons Kennisatelier ‘Van stereotypen tot miscommunicatie’. Niet alleen deelt Lea Jabbarian haar verhaal, maar ook wordt het IDEM onderzoek ‘Zorg op maat’ gepresenteerd. Lees meer over dit Kennisatelier en meld je direct aan!

Hicham el Abbas: ‘We missen het perspectief van biculturele LHBTIQA+-personen’

Hicham el Abbas: ‘We missen het perspectief van biculturele LHBTIQA+-personen’

De 29-jarige Hicham el Abbas is sinds een klein jaar beleidsadviseur op het thema Diversiteit & Inclusie bij de gemeente Rotterdam. Bij het team Inclusief Samenleven houdt hij zich met antidiscriminatie, emancipatie en veiligheid. Zijn ervaring met de aanpak van ondermijnende criminaliteit levert een frisse blik op. ‘Ik ben van de harde kant naar de zachte kant gegaan, maar bij onderwerpen als veiligheid moet je er hard in zitten.’

Hicham leek een vreemde eend in de bijt: van de aanpak van ondermijnende criminaliteit naar beleidsadvisering op het gebied van antidiscriminatie. Het was zijn intrinsieke motivatie die hem deze carrièreswitch deed maken. ‘Als geboren en getogen Rotterdammer had ik altijd al de wens om bij te dragen aan een mooie en fijne stad’, vertelt hij. ‘Een stad waar iedereen elkaar zou respecteren en accepteren.’

Resultaatgericht

Hoe tegenstrijdig witwassende criminelen en LHBTIQ+-personen ook lijken te zijn, Hicham heeft relevante kennis en ervaring in te brengen. ‘De veiligheidsbeleving van Rotterdammers is een raakvlak’, legt hij uit. ‘Maar ook sociale acceptatie. Ik bekijk zaken vanuit een ander perspectief, In dit team zitten we vooral op de preventieve kant van het probleem en met mijn ervaring in het repressieve breng ik een ander geluid mee’.

Een resultaatgerichte aanpak is daar een voorbeeld van. ‘In mijn vorige functie was alles gericht op resultaten: zaken oplossen, legt hij uit. ‘Die mindset heb ik meegenomen, ook al is discriminatie veel breder. Dit kun je niet van de ene op de andere dag oplossen. Maar ik denk wel in gerichte interventies, wat een mooie aanvulling is voor het team. Ik probeer zaken concreet te maken en gericht naar oplossingen te zoeken. Zo heeft iedere collega een eigen stukje expertise, ervaring of bagage.’

Wijkgericht werken

Hicham richt zich momenteel vooral op biculturele LHBTIQA+-personen in Rotterdam. ‘Er bleek nog geen specifieke ondersteuning te zijn voor deze personen, vertelt hij. ‘Het is een groep die onzichtbaar is. Ik probeer hen zichtbaarder te maken. We denken vaak dat het met acceptatie van LHBTIQA+ heel goed gaat, omdat we in Nederland in principe uit de kast kunnen komen. Maar voor een grote groep is dat niet veilig of perse nodig. Dat perspectief missen we vaak nog.’

Hicham zet zich in om de sensitiviteit voor biculturele LHBTIQ+-personen te vergroten. ‘We denken te vaak in groepen, niet in subgroepen of intersectionaliteit’, legt hij uit. ‘Dan heeft een beleidsmaker een groep voor ogen, en wat er moet gebeuren en – hup – door naar de uitvoering. Maar er wordt te weinig stilgestaan bij de intersecties en diversiteit binnen de groep. Voor een biculturele lesbische vrouw kan het bijvoorbeeld fijner zijn om bij familie in de kast te zitten en bij vrienden erbuiten. Door oog te hebben voor die nuances kan het al makkelijker zijn voor iemand om mee te doen in de samenleving.’

Hicham duikt daarom de stad in. Over welke mensen gaat het dan? Wat hebben zij nodig? Wie zijn deze Rotterdammers?. ‘Ik wil echt de wijken in, om informatie op te halen bij Rotterdammers zelf’, zegt hij. ‘Wat speelt er per wijk, maar vooral wat is er nodig? Pas als we die behoeftes beter in beeld hebben, kunnen we gericht beleid maken.’

Koploper

Hicham is blij met de aandacht voor inclusie bij de gemeente Rotterdam. ‘Onlangs ben ik voor werk naar de Rainbow Cities Network  conferentie in Berlijn geweest’, vertelt hij. ‘Daar waren delegaties van verschillende Europese steden bij elkaar om te praten over beleid omtrent LHBTIQA+- personen. Door aanpakken, visies en best practices met elkaar te bespreken, kun je tot beter en gerichter beleid komen. Ik had verwacht er veel nieuws te horen, maar eigenlijk concludeerde ik dat Rotterdam een van de  koplopers is als het gaat om inclusief en intersectioneel beleid. Zo is er intern bij de gemeente zelf veel diversiteit vergeleken met andere steden in Europa en dat scheelt al een hoop.’

Toch gaat nog niet alles goed in Rotterdam. ‘Je hoort veel bedrijven en organisaties praten over inclusie, maar ik merk dat nog niet iedereen begrijpt hoe je daar precies uitvoering aan geeft’, licht Hicham toe. ‘Als je een persoon van kleur aanneemt, ben je niet meteen inclusief. Als je ‘inclusie’ googelt en een paar artikelen leest, ook dan ben je er nog niet.’

Externe professional

Hicham raadt organisaties die met inclusie aan de slag willen aan om een professional in de arm te nemen. ‘Wees niet bang om een extern iemand hiervoor aan te trekken’, zegt hij. ‘Een kritische blik op jouw organisatie kan heel confronterend zijn, maar iemand die je hier goed in kan begeleiden brengt je alleen maar verder. Diversiteit en Inclusie zou goed zijn voor een gezond werkklimaat: gelukkige werknemers, hogere productiviteit en een lager ziekteverzuim.’

‘Mijn hoop voor de toekomst? Dat Rotterdam een veilige stad wordt voor LHBTIQA+- personen. En als het gaat om de emancipatie van biculturele LHBTIQA+ personen hoop ik dat zij de juiste ondersteuning krijgen, en een plekje hebben in de Rotterdamse samenleving, zegt hij. ‘Uiteindelijk willen we toe naar professionals die de juiste expertise voor deze groep heeft. In Nederland zijn er weinig organisaties die ervaring hebben met biculturele LHBTIQA+ personen. De Amsterdamse organisatie Maruf is een van de weinige. Ik hoop in Rotterdam sleutelpersonen te mobiliseren die hetzelfde in Rotterdam kunnen opzetten.’

Rui Jun Luong: ‘Online ontmoette ik mensen die hetzelfde meemaakten als ik’

Rui Jun Luong: ‘Online ontmoette ik mensen die hetzelfde meemaakten als ik’

Rui Jun Luong maakte een levensgroot Wie is het-spel met alleen maar mensen met een Aziatische achtergrond. Daarmee wil de kunstenaar en grafisch vormgever laten zien hoe groot de diversiteit onder deze mensen is. Het racisme waar ze zelf al van jongs af aan mee te maken kreeg, triggerde haar activisme.   

Het begon al op de basisschool in Heerenveen, vertelt Rui Jun Luong als ik haar vraag hoe racisme tegen Oost-Aziatische Nederlanders haar raakt. ‘Continu kreeg ik opmerkingen’, zegt ze. ‘Ik had op jonge leeftijd al door dat het racisme was, dat het kwam doordat ik er anders uitzag dan andere leerlingen. Het ging over mijn uiterlijk, of over de lunch die ik meenam naar school. Ik begon me te schamen voor mezelf. Ik wilde een ‘normale’ broodtrommel en pakje drinken mee naar school.’  

Docenten deden niks 

Rui Jun was een van de weinige leerlingen met migratieachtergrond. ‘Ik ben in Vlaardingen geboren, en mijn ouders hebben een Chinese achtergrond. De familie van mijn moeder was een restaurant begonnen in Heerenveen. Mijn moeder werkte daar ook, dus we waren wel bekend in de buurt. Toch maakten leerlingen racistische opmerkingen. Docenten zagen het gebeuren, maar ze deden niks.’ 

Op de middelbare school gebeurde het opnieuw. Toen Rui Jun op een dag een jongen die haar continu belaagde terugkraste, zei een docent ‘eigen schuld’ tegen hem. ‘Toen was het voor mij duidelijk dat de docenten heus wel wisten wat er aan de hand was’, legt ze uit. ‘Maar toch grepen ze niet in als ik gediscrimineerd werd.’  

Ook op het mbo was het weer hetzelfde verhaal. ‘Ik had met heel veel microagressies te maken’, vertelt Rui Jun, ‘al kende ik toen die term nog niet. Tijdens mijn stage was er een andere stagiair uit Twente, die continu rare opmerkingen over me maakte en daar heel hard om ging lachen. Ik heb al mijn moed bij elkaar geraapt en ben naar de stagebegeleider gegaan, de eigenaar van het reclamebureau waar ik stageliep. Hij ging in gesprek met die jongen, maar die ging gewoon door! Wat kan je dan nog doen?’  

Ervaringen delen 

Rui Jun begon haar ervaringen te delen op Facebook. ‘Ik kreeg daar heel veel reacties op en merkte toen hoeveel andere mensen er ook last van hebben’, zegt ze. ‘Door mijn posts heb ik veel mensen online ontmoet, mensen met eenzelfde soort achtergrond als ik. Of mensen die soortgelijk racisme hebben meegemaakt. Ik ging me steeds meer uitspreken over het onderwerp. Een reactie op de Rumag-video met Rene Watzema, waarin hij een willekeurige Aziatische vrouw racistisch belaagt, ging viral. Mijn hele social media ontplofte!’ 

Doordat Rui Jun online zo actief werd, kreeg ze steeds meer berichten van mensen die hun eigen verhaal deelden. Ze besloot een speciale Facebook-groep te maken, zodat mensen met elkaar konden praten en niet alleen met haar. Inmiddels is die groep, Asian Raisins, uitgegroeid tot een volwaardige stichting. ‘Ik hoop dat de stichting nog groter wordt en dat steeds meer mensen zich bewust worden van discriminatie van mensen met een Aziatische achtergrond’, vertelt ze. ‘Ons eerste concrete doel is om ervoor te zorgen dat mensen stoppen met Hanky Panky Shanghai zingen. We zijn lespakketten aan het maken voor scholen, zodat leraren zich ervan bewust worden hoe schadelijk dit is.’  

Rui Jun heeft nog een allerlaatste, allerbelangrijkste tip. ‘Ken je me niet en gaat het niet over werk? Laat me dan gewoon met rust.’   

Meer weten? 

Op donderdag 22 september organiseert IDEM Rotterdam een Kennisatelier over discriminatie van mensen met een Oost-Aziatische achtergrond. Hier laat Rui Jun haar levensgrote Wie is het-spel zien. Kom je ook?