Marsha Man: ‘rEBEL LUCY rekent af met schadelijke gendernormen’

Marsha Man: ‘rEBEL LUCY rekent af met schadelijke gendernormen’

Het moest maar eens afgelopen zijn met die genderstereotypen. Waarom zou een meisje niet mogen winnen met handjedrukken? En wat is er mis mee als een jongen nagellak op wil doen? Onze oud-collega Marsha Man bedacht rEBEL LUCY, het kwameisje dat lekker doet waar ze zelf zin in heeft. Met het kinderboek Feestrebel wil ze alle kinderen leren dat ze zichzelf mogen zijn, of dat nou in een tutu is of een leren jack. 

Wie is rEBEL LUCY?

Rebel Lucy is mijn alter ego. Tien jaar geleden bedacht ik rEBEL LUCY als tegenreactie op alle roze prinsessen en lieve zoete meisjes die ik zag in tekenfilms en kinderboeken. Als kind herkende ik mezelf daar al niet in. Ik was heel wild, ik speelde op bouwplaatsen, ik hield van stoeien. Ik werd bestempeld als jongensachtig, maar zo voelde ik me helemaal niet. Ik was gewoon een meisje!

In mijn illustraties ben ik op zoek gegaan naar een manier om dat beeld te doorbreken. Niet omdat ik vind dat er iets mis is met roze prinsessen, maar er is weinig alternatief voor meisjes die zich daar niet prettig bij voelen. In dat proces is rEBEL LUCY ontstaan, een ondeugende en ongeremde doerak!

Wat is de boodschap van rEBEL LUCY aan kinderen van nu?

De oorspronkelijke boodschap was echt aan meisjes gericht: het is oké om een kwameisje te zijn. Inmiddels weet ik dat we allemaal last kunnen hebben van genderstereotypen, ook jongens en mannen kunnen zich daar beperkt door voelen. Daarom is de boodschap van rEBEL LUCY breder geworden: iedereen moet zichzelf kunnen zijn, zonder beperkende en schadelijke gendernormen.

Hoe uit rEBEL LUCY die boodschap?

Het is een grote, belangrijke en serieuze boodschap, maar met rEBEL LUCY probeer ik die op een luchtige en toegankelijke manier te brengen. In het kinderboek Feestrebel, uit de reeks De kwameisjesstreken van rEBEL LUCY, leert ze kinderen dat je je met carnaval of andere verkleedpartijtjes mag verkleden zoals je wil. Ouders, opvoeders of leerkrachten kunnen bijvoorbeeld voorlezen uit Feestrebel en vervolgens met de kinderen het gesprek aangaan. Dat kan heel laagdrempelig, bijvoorbeeld door te vragen of een Spider Man-pak oké is voor een meisje. Het is belangrijker om de overeenkomsten tussen kinderen te benadrukken, dan verschillen tussen genders. Op die manier werken we langzaam naar een toekomst waarin er geen waardeoordeel meer verbonden is aan bepaalde eigenschappen.

De toekomst is genderneutraal?

Nee, genderdivers! Ik gebruik bewust het woord ‘genderneutraal’ niet, omdat het impliceert dat er geen verschillen zijn. Biologische verschillen zijn er wel degelijk en die zijn ook belangrijk. Kijk bijvoorbeeld naar de medische zorg, waar onderzoeken jarenlang vooral op mannen zijn gericht en waardoor vrouwen nu minder goede zorg krijgen. Het gaat er mij om dat bepaalde kenmerken als ‘jongensachtig’ of ‘meisjesachtig’ worden gezien en dat daar een waardeoordeel aan wordt gekoppeld. Dat een winkel bijvoorbeeld baby- en kinderkleding verkoopt, in plaats van meisjes- en jongenskleding, is een eerste stap in de goede richting. Als een jongen in z’n Frozen-jurk naar school wil, zou dat probleemloos moeten kunnen.

Heb je tips voor professionals om genderstereotypen tegen te gaan?

De belangrijkste eerste stap is je bewust zijn van de kwalijke gevolgen die deze stereotypering kan hebben. Ben je bijvoorbeeld leraar en prijs je jongens als ze iets moois met de blokken bouwen en meisjes niet als ze dat doen, dan kun je proberen daar meer evenwicht in aan te brengen. Let ook op de manier waarop je een groep aanspreekt. Gebruik je nog altijd ‘kom op, jongens!’, dan bevestig je dat mannelijkheid de norm is. En als je communiceert, let dan op de balans in je uitingen. Geef je bijvoorbeeld een presentatie over de zorg en staan er alleen maar vrouwen op je afbeeldingen, krap je dan eens achter de oren.

Waar kunnen we rEBEL LUCY volgen?

Als je op de hoogte wil blijven, volg me dan op Instagram via @rebel_lucy. Het boekje Feestrebel, het eerste in de reeks De Kwameisjesstreken van rEBEL LUCY, is te verkrijgen via www.rebellucy.nl/boek of online via je lokale boekhandel.

Jolanda Gerritsen: Focus niet langer alleen op het slachtoffer bij huiselijk geweld

Jolanda Gerritsen: Focus niet langer alleen op het slachtoffer bij huiselijk geweld

“Het houdt niet op, niet vanzelf…”, zo luidt de slogan van de Sire-campagne tegen huiselijk geweld. In de praktijk blijkt huiselijk geweld zelfs mét hulp vanuit wijkteams, Veilig Thuis en gespecialiseerde instellingen moeilijk te bestrijden. Arosa, specialist in hulp en begeleiding bij huiselijk geweld, werkt met vernieuwende interventies die gericht zijn op slachtoffer én dader. IDEM Rotterdam spreekt Jolanda Gerritsen, directeur zorg Arosa, over deze nieuwe aanpak.

Huiselijk geweld of partnergeweld is altijd ingewikkeld, benadrukt Gerritsen als eerste. “Het lastige is dat je van iemand houdt die niet goed voor je is”, legt ze uit. “Er is veel nodig voordat een slachtoffer hulp vraagt. Iemand moet kunnen én durven. Bijna nooit gaat iemand na de eerste keer geweld direct weg. En als iemand uiteindelijk om hulp vraagt, ligt de focus volledig op het slachtoffer. De ervaring leert dat dat geen duurzame oplossing voor het probleem is.”

Arosa zet zich in de regio Rotterdam-Rijnmond in voor alle betrokkenen rondom huiselijk geweld: de pleger, het slachtoffer en eventuele kinderen. “Huiselijk geweld is een breed begrip”, legt Gerritsen uit. “Het gaat niet alleen om fysiek geweld, maar ook om psychisch geweld, seksueel geweld, stalking of eergerelateerd geweld. We helpen vrouwen, mannen en kinderen. Doordat we onderdeel zijn van het Landelijk Netwerk Vrouwenopvang kunnen we een slachtoffer dat hier in de buurt niet langer veilig is, onderbrengen in een opvang in een andere regio. Ook werken we veel samen met andere organisaties in Rotterdam om het samen veilig te maken.”

Ingewikkeld

Partners uit elkaar halen is echter lang niet altijd de oplossing. De situatie is vaak veel complexer dan dat. “Mensen denken vaak heel zwart-wit: er is een goede en een slechte in een relatie of gezin”, zegt Gerritsen. “Maar zo simpel is het meestal niet. Vaak is er een bepaalde dynamiek tussen twee personen die van kwaad tot erger leidt. Een van de partners kan de andere partner op een negatieve manier prikkelen, waardoor die een grens over gaat.”

Het doel van Arosa is om die negatieve dynamiek te doorbreken. “De oplossing hoeft niet altijd te liggen in het verbreken van de relatie”, vertelt Gerritsen. “Soms willen partners heel graag verder met elkaar, maar weten ze alleen niet hoe ze dat negatieve patroon moeten doorbreken. Onze hulpverleners kunnen ze daarbij helpen, zonder dat de partners uit elkaar hoeven te gaan.”

Nieuwe aanpak

En die aanpak is nieuw. Arosa legt niet langer alleen de focus op het slachtoffer, maar op alle betrokkenen bij het huiselijk geweld. “Partner A, partner B, de kinderen: allemaal krijgen ze aparte aandacht”, licht Gerritsen toe. “Ze krijgen intensieve hulp van onze hulpverleners en ook kijkt een psycholoog mee. Als de partner met agressieproblematiek bijvoorbeeld een tijdelijk huisverbod krijgt, en geen plek heeft om te verblijven, zorgen wij voor opvang. Op die manier krijgt de pleger een rustige plek om na te denken, om hulp te krijgen. Als zo iemand over straat zwerft, wordt het vaak alleen maar erger.”

In Rotterdam is net begonnen met deze aanpak, maar tot nu toe zijn er al duidelijke succesvolle voorbeelden. “Mensen zijn blij met de inzichten die ze verworven hebben. De partner met agressieproblematiek heeft inzicht in zijn of haar verantwoordelijkheid, en ook de andere partner begrijpt meer van het eigen gedrag. Vervolgens leren ze hoe ze daarmee kunnen omgaan, zonder dat het escaleert.”

Duurzame hulp

Na de interventie worden de partners niet zomaar aan hun lot overgelaten. “De partners of gezinnen worden na de interventie nog voor langere tijd gevolgd”, zegt Gerritsen. “De precieze duur hangt af van de situatie. En we zijn nog niet lang met deze nieuwe aanpak bezig. Daarom pleiten we voor meer onderzoek: hoe lang duurt het en hoe lang gaat het goed?”

Professionals die werken met huishoudens waar sprake is van geweld, kunnen altijd sparren met mensen van Arosa. “Als je in je werk met een ingewikkelde situatie zit, kun je altijd naar ons bellen om advies te vragen”, zegt Gerritsen. “Maar ook bij Veilig Thuis kun je terecht, of de doelgroepcoördinator van de politie. En in de wijkteams zijn er HG-specialisten. Er zijn steeds meer mensen die verstand hebben van deze problematiek. Veiligheid creëer je nooit alleen, dus zoek altijd de samenwerking op.”

Zit je zelf in een gewelddadige relatie? Dan is het advies om het bespreekbaar te maken met iemand die je vertrouwt. “Dat is belangrijk, ook al is het de moeilijkste stap. Want als je het hebt benoemd, kun je niet meer doen alsof het niet bestaat. Probeer thuis grenzen te stellen. En probeer hulp te vragen. Onthoud dat hulp mogelijk is, ook als je niet je partner wil verlaten. Je hoeft niet aan de andere kant van het land te gaan wonen en je hele leven om te gooien. Ook in de eigen thuissituatie kan er met hulp veel veranderd worden.”

Meer weten?

Wil je meer weten over de aanpak van huiselijk geweld en wat Arosa hierin kan betekenen? Kom dan naar het IDEM Kennisatelier ‘Duurzaam doorbreken van de cirkel’ op donderdagochtend 2 december 2021 in Huis van de Wijk De Banier in Rotterdam. Meer informatie en de aanmeldknop vind je in onze agenda.

Fariël Becker: “De koloniale geschiedenis is geen voetnoot, maar een fundament van de gouden eeuw”

Fariël Becker: “De koloniale geschiedenis is geen voetnoot, maar een fundament van de gouden eeuw”

Foto: Nicky Angelina Visuals

Rotterdam speelde een wezenlijke rol in het slavernijverleden. Dat verleden werkt nog altijd door in het heden. Om meer Rotterdammers bewust te maken van het koloniale en slavernijverleden, is Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst gestart met het educatieprogramma History Matters. IDEM Rotterdam sprak Fariël Becker, co-initiator van het educatieprogramma History Matters: “Vaak zit deze kennis besloten in dikke boeken of wetenschappelijke artikelen, maar wij willen deze belangrijke informatie toegankelijk presenteren aan alle Rotterdammers.”

Wat is History Matters?

History Matters is het nieuwe educatieprogramma van Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst over het koloniale en slavernijverleden van Rotterdam. Het is gemaakt voor en door Rotterdammers, gedurende het schooljaar 2021-2022. Met dit programma gaan we met Rotterdammers in gesprek over het Rotterdamse koloniale en slavernijverleden en de doorwerking die dit heeft op de hedendaagse samenleving.

Het hoofdproject van het educatieprogramma is een maandelijks college in Theater Zuidplein, dat toegankelijk is voor iedereen, waar historici en andere gasten ons bijpraten over dit thema. De colleges worden gemaakt in samenwerking met studenten van het Albeda, Zadkine en de Hogeschool Rotterdam, omdat we het belangrijk vinden om jongeren erbij te betrekken.

De colleges zijn niet alleen live te volgen in het theater, maar ook achteraf terug te zien via Open Rotterdam. De eerste aflevering had als thema ‘Thuis in de postkoloniale stad’. Presentatrice Hasna El Maroudi ging in gesprek met historici Esther Captain en Gert Oostindie en spoken-wordartieste Zaïre Krieger droeg een stuk voor. Aflevering 2 gaat over het begin van het koloniale project en zal plaatsvinden op 26 oktober. De gastsprekers zijn Gerhard de Kok, Karwan Fatah-Black en de stadsdichter van Rotterdam Dean Bowen.

Hoe zijn jullie op het idee gekomen voor History Matters?

De missie van het educatieprogramma is het zichtbaar en bespreekbaar maken van een gedeelde geschiedenis van ons Rotterdammers, die tot nu toe onderbelicht is gebleven. We vinden het belangrijk dat kennis over het koloniale en slavernijverleden toegankelijk is, maar vaak zit deze kennis besloten in wetenschappelijke artikelen of dikke boeken. Daarom hebben we nagedacht over een laagdrempelige manier om deze kennis te delen. Het hoofdproject zijn daarom de colleges, die voor iedereen te bezoeken of te kijken zijn. Tijdens de colleges streven we verbinding tussen Rotterdammers na door middel van een dialoog. Daarnaast hebben we een reader gemaakt, vol met leestips over de koloniale geschiedenis en omgaan met het slavernijverleden. Ook zijn we bezig met een lespakket voor onderwijsprofessionals, zodat docenten straks materiaal hebben om met dit onderwerp in de klas aan de slag te gaan. En natuurlijk hopen we dat het ook in de stad en door alle Rotterdammers breed wordt gedragen. Zodat we daarop kunnen voortborduren. We zijn daarnaast voor andere deelprojecten samenwerkingen aangegaan met diverse partners in de stad die dit onderwerp ook een warm hart toedragen. Een daarvan is Lantaren Venster waar iedere maand een film te zien is dat gerelateerd is aan dit onderwerp.

Waarom is het belangrijk dat Rotterdammers op de hoogte zijn van de koloniale geschiedenis van de stad?

Geschiedenis doet ertoe. De koloniale en slavernijgeschiedenis is geen voetnoot van de gouden eeuw. Het is een fundamenteel onderdeel van de gouden eeuw. Alleen is dat onderdeel veel te lang in te lage mate aan bod gekomen in de geschiedenisboeken.

Wat in het verleden is gebeurd, heeft een uitwerking op het heden. Denk aan maatschappelijke problemen, zoals racisme, die letterlijk tot die tijd terug te voeren zijn. Als we maatschappelijke vraagstukken beter willen begrijpen, zullen we ook dit gedeelte van de geschiedenis moeten bespreken. Dit kan een ongemakkelijke ervaring zijn voor mensen, maar is absoluut noodzakelijk voor een diverse en inclusieve stad die zijn verantwoordelijkheid wil pakken.

Wat betekent het koloniale verleden voor jonge Rotterdammers?

Ik wil niet voor hen spreken, maar ik zie dat de jongeren die deelnemen aan History Matters actief op zoek zijn naar hun verleden. Ze stellen kritische vragen en zijn niet bang om hun onbehagen te tonen over het feit dat dit onderwerp onderbelicht is gebleven. Tijdens de opnames voor de afleveringen, stellen ze scherpe vragen aan onze gasten. Hoe heeft deze dehumanisering van mensen ooit kunnen gebeuren?

Juist omdat deze studenten goed gebruikmaken van hun recht van meningsuiting, is het belangrijk dat ze meedenken aan de inhoudelijke vormgeving van het programma. Gelukkig krijgen we ook echt veel aanmeldingen van studenten die willen meedenken.

Wat heeft jullie het meest verrast tot nu toe?

Al bij het eerste college was de opkomst heel goed. Dat bevestigde ons vermoeden dat het een onderwerp is waar veel mensen meer over willen weten. Er is veel informatie beschikbaar, maar wij proberen die op een goede en toegankelijke manier te presenteren.

Wat mij persoonlijk heeft verrast, is de conclusie van het onderzoek naar het slavernijverleden van Rotterdam. Uit de drie boeken die hierover zijn geschreven, blijkt dat slavernij verankerd is met Rotterdam. Dat vermoeden was er al, maar nu zie je in die onderzoeken dat er namen en rugnummers zijn genoemd. Dat maakt het veel concreter en visueler voor mensen. Het zijn geen anonieme vermoedens meer, maar concrete feiten. Dat geeft een opdracht aan de stad om hier wat mee te doen.

Wat zou dat kunnen zijn?

Wij zouden het bijvoorbeeld interessant vinden om met enkele van die bedrijven in gesprek te gaan. Er zijn Rotterdamse bedrijven die nog steeds bestaan, en die hun fundament op het slavernijverleden hebben gebouwd. We willen hen niet aan de schandpaal nagelen, maar open het gesprek aangaan. We zouden graag praten over hoe ze hierin staan en hoe ze met die kennis omgaan.

Wat kunnen we als samenleving doen om alerter te worden op het belang van de koloniale geschiedenis?

Natuurlijk alle programma’s en activiteiten bijwonen van History Matters. We willen met dit programma echt duidelijk maken dat geschiedenis doorwerkt in het heden. Pas als we ons bewust zijn van het belang van kennis over die geschiedenis, kunnen we de volgende stappen gaan zetten. Eerst moet erkend worden dat deze vreselijke geschiedenis heeft plaatsgevonden, in plaats van te herhalen ‘dat het zo lang geleden is’. Dat is het begin van inzicht in het effect dat kolonialisme heeft gehad op bepaalde bevolkingsgroepen en welke doorwerking het heeft in ons heden. Als we er niets aan doen, kan er geen verwerking plaatsvinden en blijft het een negatieve invloed hebben op de toekomst.

Heb je nog een tip voor professionals?

Wees je bewust van het belang van de koloniale en slavernijgeschiedenis voor je doelgroep, bijvoorbeeld cliënten of leerlingen. Docenten kunnen onze website in de gaten houden, want binnenkort komt ons lespakket over dit thema beschikbaar. Als er in jouw organisatie nog niemand bezig is met dit thema, zoek dan aansluiting bij andere organisaties die dat wel zijn. Kijk hoe je het samen kan oppakken. En als je niet weet waar je moet beginnen, kom dan naar een van onze colleges!

Wil je meepraten?

Op dinsdag 26 oktober wordt de tweede aflevering van History Matters opgenomen in Theater Zuidplein. Een kaartje, inclusief drankje, voor de live talkshow kost 5 euro. Meer informatie over History Matters en terug te kijken afleveringen vind je op de website van Open Rotterdam of van Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst. Wil je meepraten? Neem dan contact op met de organisatie via de socialemediakanalen van History010.

Op dinsdag 23 november zal de film El Abrazo de la Serpiente worden getoond in Lantaren Venster. Een kaartje voor de film kost 10,50 euro en kan je verkrijgen via de website van Lantaren Venster.

Merit van Breukelen: ‘Het wordt steeds moeilijker als je niet digitaal vaardig bent’

Merit van Breukelen: ‘Het wordt steeds moeilijker als je niet digitaal vaardig bent’

Bankzaken, contact met de overheid, videobellen met je kinderen: digitale vaardigheden zijn noodzakelijk. Het Netwerk Digitale Inclusie 55+ Rotterdam wil 55-plussers in Rotterdam ondersteunen om volwaardig mee te kunnen doen. Of dat nu is door middel van cursussen geven, of begeleiding van persoonlijke digicoaches. IDEM Rotterdam sprak met Merit van Breukelen, projectleider digitale inclusie.  

Wie zitten er achter het Netwerk Digitale Inclusie 55+ Rotterdam? 

Het Netwerk Digitale Inclusie bestaat uit meer dan 35 organisaties in Rotterdam, die gezamenlijk de ambitie hebben om 55-plussers te ondersteunen bij digitale uitdagingen. Het gaat om een brede samenstelling van organisaties, zoals de bibliotheek, verschillende welzijnsorganisaties, de Ouderenbond, onderwijsinstellingen zoals Albeda en commerciële organisaties, als de Rabobank.  

Het doel van het netwerk is dat er meer samenwerking ontstaat tussen die organisaties op dit thema. We delen kennis, zorgen dat we van elkaar weten wat er gebeurt en welke initiatieven er zijn. Dat doen we op zowel stedelijk als gebiedsniveau. De aanpak per gebied is belangrijk, omdat er demografische verschillen zijn per gebied. Verder werken we aan pilots, zoals meertalige digicoaches. Mensen die in hun eigen taal ondersteund worden, voelen zich daar vertrouwder bij. Andere pilots gaan over online bankieren, in samenwerking met de bank. Of met scholen, waarbij studenten ouderen helpen met beeldbellen. Als die pilots geslaagd zijn, zorgen we ervoor dat we ze borgen in het netwerk.  

Hoe gaat het Netwerk Digitale Inclusie 55+ Rotterdam te werk? 

Als mensen digitaal mee willen doen, moeten zij een aantal stappen doorlopen. De eerste stap is dat mensen gemotiveerd moeten zijn om te starten. We hebben een aantal trajecten, waarbij we mensen op een laagdrempelige manier in aanraking laten komen met digitale mogelijkheden. We sluiten aan bij bestaand aanbod, zoals workshops bloemschikken en breien, en leggen dan uit dat mensen thuis op YouTube allerlei instructiefilmpjes kunnen bekijken. Op die manier proberen we interesse te wekken. Mensen hebben toch eerder weerstand als het vanuit een gevoel van ‘moeten’ begint, zoals bij internetbankieren bijvoorbeeld. We willen laten zien dat internet ook leuk kan zijn!  

De tweede stap is het wegnemen van drempels. Dat kunnen financiële drempels zijn, bijvoorbeeld niet genoeg geld om een laptop te kopen, of een drempel als angst of schaamte. We proberen na te gaan hoe we die drempels zoveel mogelijk kunnen wegnemen. 

De derde stap is het daadwerkelijk aanleren van digitale vaardigheden. Denk aan workshops, een-op-eenbegeleiding, kortdurende trainingen of echte cursussen. Het kan om de basis gaan, ‘hoe ga ik om met een computer’ of ‘hoe ga ik op internet’, maar het kan ook gaan over de digitale overheid, hoe bereik je je patiëntenportaal. De organisaties die meedoen bieden een heel breed palet aan mogelijkheden.  

De laatste stap is dat mensen vertrouwd raken met hun aangeleerde vaardigheid. Het blijft spannend en mensen snappen vaak niet meteen hoe het precies werkt. Door bijvoorbeeld een hulplijn blijven we mensen ondersteunen.    

Is het echt alleen voor 55-plussers, of kunnen anderen ook aansluiten? 

Het Netwerk is onderdeel van het programma ‘Samen ouder en wijzer’. Dit is een programma vanuit de gemeente Rotterdam en is gericht op de doelgroep 55+. Het is heel belangrijk dat ook zij mee kunnen doen in de samenleving, daarom richten wij ons alleen op die groep. De partners afzonderlijk hebben vaak wel aanbod voor bredere doelgroepen. 

Waar hebben 55-plussers het meeste baat bij? 

Digitale vaardigheden is een heel breed begrip. Als we sec kijken, hebben zij het meeste baat bij verplichte zaken, zoals contact met de overheid of patiëntinformatie ophalen. Dit soort zaken wordt steeds moeilijker als je niet digitaal vaardig bent. Veel ouderen vertrouwen daarom op hulp uit de omgeving, wat weer gevoeligheden rondom privacy met zich meebrengt. Er moet daarom eigenlijk altijd een alternatief zijn. 

Wat is het grootste misverstand als het gaat om digitalisering en 55-plussers? 

Een aanname die je vaak hoort is dat ouderen niets digitaal willen. Dat is vaak te kort door de bocht. Mensen hebben te maken met drempels, of slechte ervaringen. Dan denken ze al snel ‘laat maar’. Soms hebben ouderen zelf ook een verkeerd beeld over wat er wel en niet onder valt: ik sprak laatst een mevrouw die ‘niets digitaal wilde’, maar ondertussen had ze wel Whatsapp en deed ze iets met online bankieren. Daarom is het belangrijk om door te vragen, omdat mensen niet altijd duidelijk kunnen aangeven welke hulp ze precies nodig hebben. Er moet bekeken worden wat nodig is op basis van hun persoonlijke motivatie.  

Wat kun je als professional doen als je bijvoorbeeld oudere cliënten hebt die tegen digitale problemen aanlopen? 

Ten eerste kun je op https://rotterdam.hetinformatiepunt.nl/ al het aanbod van organisaties op dit thema vinden. Hier kun je zien wat er allemaal is en naar wie je kan doorverwijzen. Daarnaast starten we in de centrale bibliotheek een digitaal informatiepunt. Later komt dit ook op meer locaties. Hier kunnen mensen terecht met hun eerste vraag, waarna tijdens een gesprek blijkt welke ondersteuning nodig is.  

Wat kun je als organisatie doen om digitaal inclusiever te worden? 

Er wordt gelukkig steeds meer aandacht besteed aan digitale vaardigheden op de werkvloer. Vooral de groep werkenden van 55 tot 67 komt uitdagingen tegen in hun werk. Vaak kunnen zij hun taken prima uitvoeren, maar als er iets verandert wordt het lastig. Vaak voelen deze mensen schaamte, ze vinden het lastig om toe te geven dat ze hulp nodig hebben. Een mooi voorbeeld voor een oplossing is te vinden in het Franciscus Gasthuis. Zij zetten digicoaches in om medewerkers te ondersteunen als zij ergens moeite mee hebben. Het is dus belangrijk om niet alleen te faciliteren, maar ook specifiek te kijken welke ondersteuning jouw mensen nodig hebben om digitaal mee te kunnen.  

Meer weten?

IDEM Rotterdam organiseert binnenkort een Kennisatelier over digitale inclusie. Meld je aan voor ons netwerk en je ontvangt automatisch uitnodigingen voor onze bijeenkomsten (check ook je spam/inbox overig).

Gosia Bojar van Buurtwerk zoekt samenwerking voor dementievriendelijke wijk

Gosia Bojar van Buurtwerk zoekt samenwerking voor dementievriendelijke wijk

Op Wereld Alzheimer Dag 2021, op dinsdag 21 september 2021, werd extra aandacht gevraagd voor dementie. Ook in Rotterdam staat het onderwerp hoog op de agenda: hoe zorgen we ervoor dat de samenleving inclusief blijft voor dementerende ouderen of mensen met de ziekte van Alzheimer? Gosia Bojar van Buurtwerk zet zich al jaren in voor ouderen in Prins-Alexander en wil zich in 2022 alleen maar meer op inclusie van ouderen richten.   

 

De nieuwe televisieserie Maud & Babs, over mantelzorg voor een dementerende moeder, de dagboeken van Hendrik Groen, over zijn leven in een verzorgingshuis of Restaurant Misverstand, het programma over jonge mensen met dementie: er is al volop aandacht voor dementie en de ziekte van Alzheimer, maar voor Gosia Bojar van Buurtwerk kan het nooit genoeg zijn. 

“Landelijk wordt er al veel aandacht gegeven aan dementie en de ziekte van Alzheimer”, vertelt Gosia, “maar toch zie je dat de aandacht zonder specifieke campagnes op een gegeven moment wegebt.” Dementie of Alzheimer hebben een enorme impact op iemands leven. Zelfstandig boodschappen doen, bijvoorbeeld, kan een uitdaging worden. “Daarom moeten we hierop blijven inzetten, zodat de samenleving alerter wordt op dementerende ouderen”, zegt Gosia. “Zodat ze zelfstandig kunnen blijven en we hen niet op straat in de kou laten staan, als ze bijvoorbeeld niet meer weten waar ze zijn.”

 

Samenwerking gezocht

 

Buurtwerk zet zich van oudsher vooral in voor jongeren en kinderen, maar inmiddels richt de welzijnsorganisatie zich op alle doelgroepen. Zo organiseert Buurtwerk in Prins-Alexander veel activiteiten voor senioren. “We krijgen steeds meer ouderen in Nederland, dus ook in Rotterdam”, vertelt Gosia. “Het is daarom belangrijk om te onderzoeken wat we als samenleving nog meer moeten doen. In 2022 wil Buurtwerk nog meer inzetten op senior- en dementievriendelijke wijken. We staan dan ook open voor allerhande samenwerkingen op dit thema. Neem gerust contact met ons op als je een goed idee hebt of al bezig bent op dit thema!”

 

Naast de activiteiten voor ouderen zelf, wil Buurtwerk zich richten op bewustwording in de wijk. Vooral bij ondernemers en andere organisaties. “We willen ervoor zorgen dat er begrip wordt gecreëerd voor dit onderwerp en data mensen echt naar elkaar gaan omkijken”, legt Gosia uit. “Landelijk zijn er al veel initiatieven om mensen bewust te maken van wat het inhoudt als iemand Alzheimer krijgt. Maar ook op lokaal niveau willen we dat doen, zodat het ook in de wijk gaat leven.”

 

Dementievriendelijke organisaties

 

Niet alleen zorg- en welzijnsorganisaties zelf, maar ook andere organisaties en bedrijven kunnen zich richten op dementievriendelijkheid. “We willen heel graag opfriscursussen geven aan supermarktpersoneel, om hen te leren omgaan met dementerende ouderen of verwarde personen”, vertelt Gosia. “Het is van belang dat personeel regelmatig getraind wordt door bevriende zorgorganisaties, zodat iedereen alert blijft en weet waar in de wijk je moet zijn voor hulp.”

 

Zo richt Gosia zich de komende tijd op apothekers en huisartsenpraktijken. Gosia: “Daar hangen altijd schermen waarop informatieve filmpjes vertoond worden, dus ik hoop dat daar ook vaker iets over Alzheimer of dementie getoond kan worden. Het zou helemaal mooi zijn als we filmpjes in onze eigen wijk kunnen opnemen, zodat mensen het ook echt herkennen.”

 

Blijf alert

 

Het is voor iedere Rotterdammer belangrijk om alert te zijn op dementie, omdat iemand verdwaald kan zijn en hulp nodig heeft. “Blijf rustig en probeer te helpen”, geeft Gosia als tip. “Bedenk dat het je oma is die daar zo hulpeloos op straat staat, dan zou je ook willen dat ze geholpen wordt. Probeer te kijken hoe je op de meest simpele manier een probleem kan oplossen. Vraag waar iemand woont, of diegene een telefoonnummer heeft van een van de kinderen of de huisarts. Probeer de persoon naar huis of een andere veilige plek te krijgen.”

 

Maar ook professionals moeten alert zijn op dementie of de ziekte van Alzheimer. “Vraag door als iemand om advies vraagt over dementie”, legt Gosia uit. “Vraag of er al een diagnose is. Dat is namelijk bepalend voor de aanvraag van verdere zorg in Nederland.”

 

Meer weten?

Wil je meer weten over dementievriendelijk worden als bedrijf of organisatie? Check alle informatie onder ‘wat jij kunt doen’ op www.dementievriendelijk.nl

 

Meer informatie over Buurtwerk vind je op https://www.buurtwerk.nl/

Romy Rockx biedt met Queer Gym een veilige sportplek, zonder aannames

Romy Rockx biedt met Queer Gym een veilige sportplek, zonder aannames

Killer body’s, sixpacks of gewoon lekker in je vel zitten: ieder heeft zo eigen redenen om naar de sportschool te gaan. Tegelijk hebben sporters hun ideeën over waarom jij naar de gym gaat, puur op basis van hoe je eruitziet. Romy Rockx had daar last van en besloot daarom maar zelf een gym te openen: in de Queer Gym maakt het niet uit hoe je lichaam eruitziet en met welk doel je komt trainen.  

“In eerste instantie heb ik een theaterachtergrond”, antwoordt Romy Rockx, op de vraag hoe hij op het idee kwam voor de Queer Gym. “Ik werkte in het theater en als theaterdocent, maar dat viel allemaal weg door de coronacrisis. In dezelfde periode zat ik in een transitieproces en stond alles voor me op losse schroeven. Ik was heel erg bezig met mijn lijf, met sporten, maar ik merkte dat ik het ingewikkeld vond om naar een reguliere sportschool te gaan.”   

Gender 

Het valt misschien in eerste instantie niet op, maar vaak zijn sportscholen ‘gegenderd’. De groepslessen worden vaak vooral door vrouwen bezocht, in de speciale ‘booty corners’ zul je niet zo snel een man treffen en in de reguliere krachtafdeling voelt niet iedereen zich comfortabel. “Een reguliere sportschool is heel erg gericht op óf mannen óf vrouwen”, legt Rockx uit. “Als queer of trans persoon kun je je daar ongemakkelijk bij voelen. In mijn geval was het niet zo dat mensen onaardig tegen me waren, maar ik was veel te veel bezig met nadenken over wat mensen zouden kúnnen zeggen en hoe ik daar dan op zou reageren.”  

Zorgeloos sporten was er daardoor niet bij. “Gelukkig kon ik tijdens corona bij mijn schoonbroer trainen: hij had een garage helemaal ingericht als sportschool”, vertelt Rockx. “Ik voelde me daar zoveel vrijer! Dus ging ik online op zoek naar een soortgelijke plek: gewoon een plek om te trainen, waar niets was gericht op je lichaam of gender. In de Verenigde Staten vond ik enkele queer gyms, maar geen één in Europa!”  

Primeur 

Daarmee is de Rotterdamse Queer Gym ook de eerste in Nederland. “Ik heb een tijdelijke locatie waar ik een community kan opbouwen”, legt Rockx uit. “Hier kan ik dingen uitproberen zonder dat er meteen al te grote risico’s aan vast zitten. Ik ben heel erg aan het luisteren naar de community: wat werkt wel en wat niet, waar is behoefte aan, op welke manieren kan ik het aanbod het beste daarop aansluiten? Zo zijn we bezig met bokslessen, yoga, pilates en hardlooptrainingen. En ik was al begonnen met personal training en reguliere fitness.”  

Met succes, want het begint inmiddels te lopen. “Veel mensen weten de Queer Gym te vinden, bijvoorbeeld via Instagram”, vertelt Rockx. “Veel van hen durfden eerst niet naar de sportschool, terwijl ze wel graag wilden. Het is heel fijn en leuk om iets te kunnen faciliteren waar zo’n behoefte aan is.” En dat is eigenlijk niet veel meer dan een veilige sportplek bieden, zonder aannames. “We gaan er bijvoorbeeld niet van uit dat een dikker persoon per se wil afvallen, of dat een trans man per se gespierd wil worden, of wat dan ook. We moeten stoppen met verwachtingen hebben op basis van iemands uiterlijk. In plaats daarvan kun je beter vragen wat diegene wil bereiken, doorvragen en oprecht luisteren. En natuurlijk kan dat wel eens misgaan, glipt er toch wel eens aanname doorheen, maar het gaat om de poging.”   

Wil je sporten in de Queer Gym of er meer over weten? Check www.queergym.nl  

 

Meer weten? 

 

Op donderdag 23 september 2021 organiseert IDEM Rotterdam van 9.30 tot 12.00 uur het online Kennisatelier ‘Out & Proud!?’ over veiliger plekken voor LHBTIQ+-jongeren in Rotterdam. Verschillende organisaties, waaronder Queer Gym, presenteren zich. Praat jij mee? Meld je dan nu aan!