Lourens Brinkman: “Volgens mij heeft iedereen wel onzichtbare beperkingen”

Lourens Brinkman: “Volgens mij heeft iedereen wel onzichtbare beperkingen”

Hotspot hutspot is geen gewoon restaurant. Hier kun je voor 9 euro een driegangenmenu eten, dat is bereid door buurtbewoners. Donderdag 11 april is het bovendien de locatie voor het IDEM Kennisatelier ‘Onzichtbare beperkingen – integratie in de breedte’. IDEM sprak met Lourens Brinkman van de hotspot hutspot-locatie in Krootwijk.

Voor iedereen

Goed en gezond eten voor iedereen is het motto van hotspot hutspot. “In ons sociaal restaurant maken we mooie driegangenmenu’s voor 9 euro”, legt Lourens Brinkman uit. “We hebben verschillende vestigingen in wijken waar veel armoede is, zodat de drempel laag is om te komen. Op die manier versterken we de economische en maatschappelijke deelname van kwetsbare groepen.”

Meehelpen in de buurtmoestuinen om groenten, fruit en kruiden te verbouwen, koken van restaurantwaardige driegangendiners en deze serveren op de avonden dat het restaurant geopend is. “We werken met vrijwilligers, kinderen en studenten”, zegt Brinkman. “Echt iedereen vanaf tien jaar is welkom.” Deelnemers krijgen professionele begeleiding om van ‘scratch’ een gezond en betaalbaar diner te koken. Elke week is er een nieuw menu, waarbij zoveel mogelijk gewerkt wordt met duurzaam geteelde, seizoensgebonden ingrediënten uit de regio.

In goed vertrouwen

“Niet alleen mensen uit de wijk zijn welkom, maar iedereen”, zegt Brinkman. “En mensen die wat meer te besteden hebben kunnen een uitgesteld diner doneren. Iemand anders die het minder breed heeft, kan dan een keertje gratis komen eten.” Er is geen uitgebreide selectie om te bepalen wie dan recht zou hebben op die gratis maaltijd. “Dat gaat echt in goed vertrouwen, wat heel goed werkt”, zegt Brinkman. “Meestal geven we iemand uit ons netwerk cadeaubonnen, die ze vervolgens uitdeelt aan mensen die ze nodig hebben. Maar ook als iemand binnenwandelt en zegt het niet te kunnen betalen, dan vertrouwen we daarop.”

Onzichtbare beperkingen

Het thema van het Kennisatelier van 11 april is onzichtbare beperkingen, zoals doofheid, autisme of bepaalde spierziekten. Mensen met een onzichtbare beperking zien er niet opvallend anders uit dan anderen, maar hebben wel een beperking die hun mogelijkheden beïnvloedt.

“Volgens mij heeft iedereen onzichtbare beperkingen”, zegt Brinkman. “Iedereen heeft zijn bagage en een verleden dat een stempel kan drukken op je mogelijkheden. Dat kan eenzaamheid zijn, armoede, een onzichtbare arbeidsbeperking, noem maar op. Bij hotspot hutspot willen we íedereen een stap verder helpen. Dit kan bijvoorbeeld iemand zijn met een onzichtbare arbeidsbeperking, die we op weg helpen naar een betaalde baan. Maar het kan ook een muzikant of dichter zijn, die nog geen podium heeft. Wij bieden hen graag een podium, in ons restaurant of op onze socialmediakanalen, zoals Facebook.”

Bevlogen begeleiders

De jongeren en volwassenen die komen meehelpen bij hotspot hutspot krijgen begeleiding door bevlogen vrijwilligers, die op hun beurt worden begeleid door een medewerker. “Per locatie hebben we één betaalde kracht, die stuk voor stuk leermeester zijn”, zegt Brinkman. “Zo heb ik zelf twintig jaar in het onderwijs gezeten. “De medewerkers worden geselecteerd op hun kwaliteiten. We overleggen veel met elkaar, springen bij waar nodig en nemen goede vondsten van elkaar over.”

Vrijwilligers worden vooral geselecteerd op hun enthousiasme en motivatie. “In ons intakegesprek vragen we altijd wat je later wil worden, of je nou student bent die iets wil bijdragen of een oudere die haar of zijn pensioen te saai vindt. Het gaat er niet om wat je gedaan hebt, maar waar je naartoe wil.”

Die ontspannen en informele aanpak werkt heel goed. “Er komen hier zoveel verschillende mensen”, zegt Brinkman. “Soms zijn wij het rolmodel voor hen en soms zijn zij het rolmodel voor ons.” Het is de goede sfeer die hotspot hutspot maakt. “Als kinderen van hun ouders moeten komen helpen, dan stuur ik ze weer weg”, zegt Brinkman. “Iedereen moet er zin in hebben en gemotiveerd zijn om mee te doen. Zodra het op werk begint te lijken, dan stoppen we ermee.”

Meer weten over hotspot hutspot of een tafeltjes reserveren? Kijk op www.hotspothutspot.nl

Een kopje thee met… Archell Thompson, storyteller

Een kopje thee met… Archell Thompson, storyteller

Je voorstelling heet HuisLelijk geweld…

Ik heb een intieme voorstelling gemaakt over huiselijk geweld en kindermishandeling. Als kind werd ik zelf mishandeld door mijn vader, maar ik loop hier niet mee te koop. Ik neem het wel altijd mee in mijn creatieve proces. Door mijn eigen verhaal te vertellen, in een veilige setting, kan ik andere mensen helpen er ook over te praten. Praten helpt. We moeten stoppen met krampachtig doen over kindermishandeling en het beestje bij de naam noemen.

Hoe lukt het jou om hier zo open over te zijn op het podium?

Ik laat mijn hoofd in de kleedkamer. Ik ben niet bezig met gedachten als ‘zit mijn kleding wel goed?’ Vaak staat ons hoofd in de weg, je beperkt jezelf door gedachten.

De voorstelling staat niet in de programmaboekjes van de theaters. Waarom niet?

Het is een heel bewuste keuze om kleine, intieme voorstellingen te maken. Huiselijk geweld is geen onderwerp voor commerciële producties in grote zalen. Er zit humor in mijn voorstelling, wat luchtigheid, maar het is niet van ‘kom maar even lachen’. Ik wil een veilige setting creëren, omdat het thema heftige emoties oproept. Vaak willen mensen praten in reactie op mijn verhaal. We zorgen dan ook voor goede nazorg, voor bezoekers die daar behoefte aan hebben.

Wat doe je naast deze voorstelling?

Van alles! Ik ben bezig met talloze projecten, die er allemaal op gericht zijn om taboes bespreekbaar te maken. Zo wordt mijn methode ‘Catwalk Challenge’ ingezet door gemeenten en scholen.

HuisLelijk geweld is te zien op 17 april 2019 in Theater Zuidplein. Houd voor andere speeldata en updates www.archell.nl in de gaten.

De Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie

De Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie

Het Maaspodium in Delfshaven stroomde op 21 maart vol met zo’n honderd mensen die afkwamen op de conferentie in het kader van de Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie. Niemand minder dan Mpho Tutu van Furth gaf een lezing over het thema racisme. “Misschien moeten we allemaal erkennen dat we racisten zijn.”

Net als voorgaande jaren organiseerden antidiscriminatiebureau RADAR en expertisecentrum IDEM Rotterdam de conferentie in het kader van 21 maart, de Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie. Bezoekers verzamelden zich in de foyer van het Maaspodium, waar ze konden genieten van een heerlijke maaltijd die was bereid door de dames van Stichting Wereldvrouwen. Tijd om een afterdinnerdip te ontwikkelen was er niet, want kort daarna ging de zaal open, heette dagvoorzitter Minchenu Maduro iedereen van harte welkom en warmden zanger Jared Hiwat en gitarist Chiësa het publiek op met hun ontluikende vertolking van Marvin Gayes ‘What’s going on?’. Een knipoog naar de uitslag van de Provinciale Staten-verkiezingen van een dag eerder kon niet onopgemerkt blijven.

Geen woorden maar daden

Wethouder Bert Wijbenga - foto: wilke martens
Wethouder Bert Wijbenga | Foto: Wilke Martens

De daadwerkelijke politieke beschouwing op het thema kwam van Bert Wijbenga, locoburgemeester en wethouder Handhaving, buitenruimte, integratie en samenleven. Het bestrijden van racisme gaat hem aan het hart, want speciaal voor de conferentie wist hij te ‘spijbelen’ van een belangrijke raadsvergadering. “Een van mijn uitdagingen van de laatste tijd, was om in de gemeenteraad een meerderheid te krijgen voor mijn plan ‘Relax. Dit is Rotterdam”, vertelde hij in het Engels. “In deze aanpak wil ik op een positieve manier naar superdiversiteit kijken, zonder ruzie te maken over verschillen en deze problematiseren. De focus ligt op het genieten van het leven in een superdiverse stad als Rotterdam.”

Het plan van de wethouder was zojuist aangenomen door een meerderheid van de gemeenteraad en hij stond dan ook te popelen om het in de praktijk te brengen. “Nice story, mister vice mayor, but now we want to see ‘geen daden maar woorden’”, concludeerde hij zelf aan het einde van zijn toespraak. Hij haastte zich dan ook snel terug naar het stadhuis.   

Erken racisme

Mpho Tutu van Furth | Foto: Wilke Martens

Minchenu gaf vervolgens het podium aan de keynotespeaker van de avond: Mpho Tutu van Furth. Ze begon haar speech met een anekdote over haar vader, aartsbisschop Desmond Tutu, die op een binnenlandse vlucht van Nigerian Airlines zag dat het vliegtuig werd bestuurd door een volledig zwarte bemanning. Hij was trots, het was iets totaal nieuws en enerverends. “Het was de totale verwerping van de Apartheidsmythe dat zwarte mensen inferieur zijn”, vertelde ze. “Toen ze boven de bergen vlogen, kregen ze last van heftige turbulentie. Het vliegtuig ging omhoog, schoot omlaag. De eerste paniekgedachte van mijn vader was: ‘Oh, hemel, we gaan dood, er is geen witte man in de cockpit.’ De meeste mensen zouden zeggen dat aartsbisschop Tutu geen racist is, maar hij weet dat het anders is.”

Mpho’s vader is zich er wel degelijk van bewust dat hij beïnvloed is door de apartheid, zelfs als zwarte man. Ook hij kon niet ontkomen aan de stereotypen en vooroordelen die de rassenscheiding met zich heeft meegebracht. “Misschien moeten we allemaal erkennen dat we racisten zijn”, bepleit ze. “Ieder van ons heeft iets van die ervaring, ergens in onze levens. Als we onze gedachtestroom genoeg vertragen, kunnen we het herkennen. Bijvoorbeeld als we de straat oversteken om een groep jonge mannen te ontwijken, die vanwege hun afkomst of hun aantal beangstigend zijn.” Maar het kan ook andersom: Mpho vertelt over haar verbazing toen een tienjarige witte jongen de deur voor haar openhield. Ze had het gebaar überhaupt niet verwacht, maar al helemaal niet van hem.

Derdewereldland als het gaat om humaniteit

Malique Mohamud, Jerry Afriyie, Mpho Tutu van Furth en dagvoorzitter Minchenu Maduro | Foto: Wilke Martens
Malique Mohamud, Jerry Afriyie, Mpho Tutu van Furth en dagvoorzitter Minchenu Maduro | Foto: Wilke Martens

Na haar lezing schoof Mpho aan bij activisten Malique Mohamud en Jerry Afriyie voor het panelgesprek. Minchenu legde hen het vuur aan de schenen met vragen over racisme en discriminatie, maar liet ook het publiek meepraten en vragen stellen. Het panelgesprek mondde uit in een pittige discussie over verandering. “Als we echt verandering willen, dan moeten we bij onszelf gaan kijken ‘wie ben ik’”, zei Jerry van Nederland Wordt Beter (en vooral bekend van Kick Out Zwarte Piet). “We zijn een eerstewereldland als het gaat om materialisme, maar een derdewereldland als het gaat om humaniteit.”

Mariana Hirschfeld | Foto: Wilke Martens
Mariana Hirschfeld | Foto: Wilke Martens

De bevlogen conversatie werd voortgezet tijdens de tafelgesprekken. In kleinere groepen werd het thema racisme verder uitgediept aan de hand van specifieke thema’s. In de foyer gingen de aanwezigen met elkaar in gesprek over onder meer discriminatie op de arbeidsmarkt, etnisch profileren en de gevolgen van gentrificatie. Het programma werd op poëtische wijze afgesloten door spoken-wordartiest Mariana Hirschfeld, waarna de gesprekken over racisme en discriminatie tijdens de borrel gewoonweg werden voortgezet.

Op de hoogte blijven?

Op de hoogte blijven van alle events en bijeenkomsten van IDEM Rotterdam? Meld je aan bij ons netwerk en schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Mpho Tutu van Furth: “Racisme is niet alleen slecht, maar dehumaniserend en dodelijk”

Mpho Tutu van Furth: “Racisme is niet alleen slecht, maar dehumaniserend en dodelijk”

Het is de Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie. Niemand minder dan mevrouw Mpho Tutu van Furth spreekt vanavond op de conferentie in het Maaspodium in Rotterdam. IDEM Rotterdam vroeg haar alvast naar haar gedachte achter #Itoo, de blinde vlek van Nederlanders en het meest inspirerende moment met haar vader.

In een interview met Trouw riepen u en uw vrouw op tot #Itoo. Wat bedoelde u daar precies mee?

#Metoo liet zien dat vrouwen een enorm sterke kracht kunnen vormen als ze samenkomen en voor zichzelf opkomen. Mijn vrouw en ik hebben #Itoo in het leven geroepen om vrouwen op te roepen andere vrouwen te steunen op professioneel vlak. Vrouwelijke professionals zouden ‘ik ook’ moeten zeggen tegen jongere, minder ervaren vrouwen: ook ik zal mentor zijn voor vrouwen in mijn vakgebied.

Waarom hebben jonge vrouwen eerder een mentor nodig dan jonge mannen?

In professionele kringen hebben mannen over het algemeen gemakkelijker toegang tot informele mogelijkheden om zich op te werken. Bovendien beginnen ze hun carrière al met de aanname dat ze recht hebben op leiderschapsfuncties. Vrouwen moeten zichzelf veel meer bewijzen. Een mentor kan vrouwen juist wijzen op manieren om hogerop te komen; manieren die voor jonge ambitieuze vrouwen niet zo toegankelijk zijn.

Hoe zit dat met andere minderheden, zoals mensen van kleur, lhbti’ers of mensen met een beperking? Heeft iedere groep zijn eigen mentoren en hashtags nodig?

We hebben niet allemaal aparte hashtags nodig, maar we kunnen allemaal baat hebben bij de vaardigheden, kennis en ervaring van een competente mentor. Het idee is niet om mensen continu onder te verdelen in groepen, maar om mensen te helpen nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden te ontdekken.

U bent bereisd. Welke landen hebben het meeste werk aan de winkel met betrekking tot #Itoo en ongelijkheid in het algemeen?

Ik kan niet met zekerheid zeggen welke landen het meest te lijden hebben onder ingewortelde ongelijkheid. Het is verleidelijk om de ‘usual suspects’ te noemen, maar het punt is dat geen enkel land kan claimen dat ze ongelijkheidsissues helemaal hebben opgelost. Er is voor iedereen werk aan de winkel.

Nederlanders zagen zichzelf lange tijd als zeer tolerant. Nederland kent een rijke geschiedenis van opvang van vluchtelingen en was een land waar mensen kunnen zijn wie ze willen zijn. Door een polariserende samenleving lijkt dat steeds minder te worden. U woont sinds enige tijd in Nederland. Denkt u dat deze tolerantie een blinde vlek is geworden?

Op basis van mijn ervaringen zou ik tolerantie niet als de grootste blinde vlek omschrijven in Nederland. Zodra we in de valkuil zijn gestapt om onszelf schouderklopjes te geven en onszelf ‘beter te vinden dan andere landen’, dan hebben we niet genoeg aandacht voor onze eigen mogelijkheden om te groeien en te verbeteren.

Wat is uw belangrijkste boodschap aan Nederlanders in het kader van 21 maart, de Internationale Dag Tegen Racisme en Discriminatie?

Mijn boodschap aan Nederland – en aan de rest van de wereld – is dat we aan de slag moeten. Racisme en discriminatie zijn niet alleen slecht, ze zijn dehumaniserend en dodelijk. De wereld verandert. Nog vaak genoeg zien we dat mensen worden vermoord of aan hun lot worden overgelaten, vanwege wie ze zijn, van wie ze houden of waar ze vandaan komen. Geen van die eigenschappen zegt iets over de capaciteiten van een persoon. We hebben geen idee welke rijkdom aan kunst, wetenschap, architectuur of technologische ontwikkeling verloren gegaan zijn, doordat vluchtelingen op zee zijn omgekomen nadat hun boot kapseisde. We weten niet welke medische doorbraken verstopt blijven in de hoofden van mensen wie de toegang tot educatie is ontzegd, simpelweg door de plek waar ze geboren zijn. We weten niet welke wonderbaarlijke oplossingen voor het klimaatprobleem zijn doodgeschoten vanwege huidskleur, zijn geslagen of gepest vanwege genderidentiteit of tot zwijgen zijn gebracht vanwege partnerkeuze. Het is niet alleen verlies voor hen of hun families, maar voor de hele wereld.

Sinds u getrouwd bent met uw vrouw heeft u uw beroep als Anglicaanse priester niet meer kunnen uitoefenen. Wat mist u het meest aan het werk?

Ik mis preken, onderwijzen en pastorale zorg.

Uw vader was een inspiratiebron voor veel mensen wereldwijd. Wat was voor u het meest inspirerende moment met uw vader?

Ik denk dat sommige van mijn meest inspirerende momenten met mijn vader achteraf pas duidelijk geworden zijn. Ik heb jarenlang met hem doorgebracht, met hem in een huis gewoond en gereisd. Hij is regelmatig in zijn gewoonten, hij bidt iedere dag en hij is overdreven aardig en genereus. Het is pas door reflectie dat ik me realiseer dat zijn automatisch ogende aardigheid, is ontstaan door jarenlang oefenen. Zijn bedachtzaamheid is ontstaan door jarenlang oefenen. Zijn integriteit, dat is wat me het meest heeft geïnspireerd.

Suzanne Bouma: “Gendersensitieve aanpak is noodzakelijk bij geweld tegen vrouwen”

Suzanne Bouma: “Gendersensitieve aanpak is noodzakelijk bij geweld tegen vrouwen”

Morgen vieren we Internationale Vrouwendag. Op deze dag staan we stil bij de rechten die vrouwen verworven hebben, maar ook bij de stappen die nog nodig zijn om gelijkheid tussen man en vrouw te waarborgen. “Bijna de helft van de vrouwen in Nederland heeft in haar leven te maken gehad met seksueel of fysiek geweld”, zegt Suzanne Bouma, hoofd Onderzoek bij Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis. “Geweld tegen vrouwen hangt samen met de verschillen in maatschappelijke positie van vrouwen en mannen, de daarmee samenhangende stereotypering en hardnekkige sociale en culturele legitimeringen van geweld. Een gendersensitieve aanpak is noodzakelijk om geweld tegen vrouwen te voorkomen en bestrijden.”

Een eeuw kiesrecht

Sinds 1911 wordt Internationale Vrouwendag gevierd, waarbij wereldwijd aandacht wordt gevraagd voor gelijke rechten en de positie van de vrouw. “In 1912 werd in Nederland voor het eerst Vrouwendag gevierd, toen werd vooral ingezet op algemeen kiesrecht voor vrouwen. Dit jaar is het honderd jaar geleden dat het actieve kiesrecht werd ingevoerd in Nederland. Bij Atria besteden we daar het hele jaar door aandacht aan. Zo organiseren we bijvoorbeeld speciale Kiesrecht-tours, zodat mensen bijzondere archiefstukken uit die tijd kunnen bekijken.” 

Een belangrijke mijlpaal, actief kiesrecht, maar natuurlijk lang niet het enige wat onze grootmoeders, tantes en moeders bereikt hebben. “Er is gelijke toegang tot onderwijs, we worden niet meer ontslagen als we trouwen, we kunnen zonder handtekening van onze man een stofzuiger kopen of bankrekening openen, de zorgtaken zijn niet meer per definitie de verantwoordelijkheid van de vrouw”, zegt Bouma. “Het is goed om op Internationale Vrouwendag stil te staan bij deze verworvenheden.”

Emancipatieranglijst

Ondanks dat we onszelf in Nederland veelal heel geëmancipeerd vinden, staat Nederland op de 27e plek in de wereldwijde emancipatieranglijst. “We doen een heleboel dingen goed, maar vooral Scandinavische landen scoren beter op emancipatie dan wij”, zegt Bouma. “Waarom dan toch vaak gedacht wordt dat gelijkheid bereikt is, dat is me een raadsel. Het betekent dat we moeten blijven benadrukken dat er nog een wereld te winnen valt. Zo is slechts de helft van de vrouwen in Nederland financieel onafhankelijk. Het verschil wordt kleiner, maar nog altijd is er een loonkloof: vrouwen krijgen minder betaald dan mannen voor hetzelfde werk. En in de top van het bedrijfsleven zijn vrouwen ondervertegenwoordigd.”

Gendergerelateerd gevaar

De ongelijkheid tussen mannen en vrouwen leidt niet alleen tot financiële verschillen of verschillen in mogelijkheden, maar leidt voor een op de twee vrouwen tot gevaar. “Bijna de helft van alle vrouwen heeft in haar leven wel eens te maken gehad met seksueel of fysiek geweld”, zegt Bouma. “De cijfers blijven we herhalen. Want doordat ze zo groot zijn, en het ook te dichtbij komt, lijkt het voor mensen soms ook nietszeggend te worden. Pas als je dit op je laat inwerken, ontstaat er een beeld. Jijzelf of de vrouw die naast je zit heeft seksueel of fysiek geweld meegemaakt, of zal dit meemaken.”

De manier waarop we naar geweld kijken heeft historisch gezien wel een belangrijke ontwikkeling doorgemaakt. Bouma: “Voor de jaren zeventig werd huiselijk geweld of partnergeweld vooral gezien als privéprobleem: wat achter iemands voordeur gebeurt, daar bemoei je je gewoon niet mee. Ook de politie niet. In de decennia erna werd het meer gezien als een maatschappelijk probleem, werd het opgepakt door de politie en werden er blijf-van-mijn-lijfhuizen geopend. Pas sinds de jaren negentig wordt het gezien als maatschappelijk en juridisch probleem. Zo is verkrachting binnen het huwelijk pas in 1991 erkend als misdrijf en strafbaar gesteld.”

Internationale ontwikkelingen

Vanaf het begin van deze eeuw zien we dat geweld tegen vrouwen ook wordt erkend als mensenrechtenschending. Een belangrijke ontwikkeling, meent Bouma. “Hierdoor wordt het steeds meer gezien als multidisciplinair probleem, dat integraal moet worden aangepakt. Daarbij is er internationale aandacht voor het probleem. Zo heeft Nederland de zogenoemde Istanbul Verklaring ondertekend, waarmee de regering beloofd heeft effectief en vanuit een genderperspectief in te zetten op de aanpak van geweld tegen vrouwen. Dit jaar wordt getoetst of de overheid zich aan die belofte houdt.”

Op maatschappelijk vlak heeft de #metoo-beweging veel losgemaakt. “Deze sociale beweging heeft het voor veel vrouwen gemakkelijker gemaakt om over fysiek en seksueel geweld te praten”, legt Bouma uit. “#MeToo geeft het seksueel geweld tegen vrouwen een gezicht en laat ondertussen zien hoe omvangrijk het probleem is.”

Welk geweld telt?

Maar die hand op die bil, is dat nou echt seksueel geweld? Moet een vrouw niet onder de blauwe plekken zitten, voordat we van partnergeweld kunnen spreken? Het blijft een lastig thema en #metoo-verhalen leidden in Nederland vaak tot vragen: zijn de beschuldigingen wel waar? En is het gedrag wel seksueel overschrijdend genoeg? “Wat verstaat iemand onder geweld, dat is een belangrijke vraag”, legt Bouma uit. “Stel dat je buurvrouw van haar man niet de deur uit mag, is dat een vorm van emotionele mishandeling. Maar als jouw definitie van mishandeling alleen fysiek geweld behelst, dan zul je niet zo snel een melding maken.”

Begin vorig jaar publiceerde Atria het onderzoek ‘Welk geweld telt’, waarin voor het eerst onderzocht werd hoe Nederlanders, jong en oud, tegen (ex-)partnergeweld aankijken. “Hieruit bleek dat Nederlanders partnergeweld vooral met lichamelijk geweld associëren. En hoewel 90 procent het erover eens dat geweld binnen een relatie onaanvaardbaar is, blijkt dat wanneer concrete situaties voorgelegd worden, de grenzen verschuiven. Uiteindelijk vindt 29% het gebruik van geweld tegen de partner onder bepaalde omstandigheden acceptabel. Dit geldt in bijna alle situaties vaker voor mannen dan voor vrouwen”, zegt Bouma. “Tegelijkertijd is de huidige sociale norm een probleem. Opmerkingen als ‘dan had ze dat korte rokje maar niet moeten aantrekken’ of, door vrouwen zelf ‘ik kan ook best een bitch zijn’, houden in stand dat we geweld goed willen praten.”

Gendersensitieve aanpak

Fysiek of seksueel geweld tegen vrouwen is vaak een laatste uiting van iets wat (jaren)lang is opgebouwd en waaraan van machtsongelijkheden en verschillen in waardering van mannen en vrouwen aan ten grondslag liggen (wat prachtig verbeeld is in dit filmpje). “Een gendersensitieve aanpak is noodzakelijk”, zegt Bouma. “Hoe complex die relatie ook is, het is nodig om je te realiseren dat geweld en gender met elkaar te maken hebben. Als hulpverlener of agent kun je letten op signalen: is er bijvoorbeeld sprake van een ongelijke machtsverhouding binnen een relatie, vindt hij dat zij zijn bezit is, controleert hij alles wat zij doet? Ook wanneer het gaat om preventie van geweld. Deze uitingen van macht en controle hebben grote kans te leiden tot geweld. Om die reden dienen deze signalen serieus genomen te worden.”

Bouma noemt de werkwijze van de gemeente Rotterdam als goed voorbeeld. “Ik wil mijn waardering uiten voor de gemeente Rotterdam en alle organisaties, zoals IDEM Rotterdam, Dona Daria, RADAR/Art.1, en de wijze waarop zij de verschrikkelijke gebeurtenissen die de afgelopen maanden plaatsvonden in Rotterdam oppakken door aandacht te besteden aan Gender en Veiligheid.”  

Sociale norm veranderen

Al met al hoopt Bouma dat het lukt om onder de jongere generatie de sociale norm te veranderen en te voorkomen dat iemands sekse, identiteit of persoonlijkheid aanleiding vormt voor geweld. Om bij te dragen aan die verandering, heeft Atria samen met Rutgers de Alliantie Act4respect opgericht. Act4Respect zet zich samen met jongeren en professionals in voor gelijkwaardige relaties onder jongeren & jongvolwassenen waarin geen ruimte is voor fysiek, seksueel of cybergeweld. De alliantie heeft een socialenormcampagne en activiteiten voor en met professionals ontwikkeld, die gedeeld worden op de website Act4Respect.nl. “De website is een handige tool voor professionals”, licht Bouma toe. “Alle interventies die wij veelbelovend vinden staan erop. Daarnaast geven we trainingen. Ik merk vaak dat professionals geweld eerst door de ‘genderbril’ moeten bekijken, en dat dan het kwartje valt. Het is dan moeilijk die bril weer af te zetten. Als je eenmaal door hebt dat gender en geweld met elkaar in verband staan, hoe complex die relatie ook is, kun je als professional veel gerichter te werk gaan.”

Act4Respect streeft naar een nieuwe sociale norm waarin iemand sekse of genderidentiteit nooit aanleiding of legitimering kunnen zijn voor geweld. “Hoeveel generaties nodig zijn voordat echt gelijkwaardigheid bereikt is en geweld uitblijft?”, herhaalt Bouma de vraag. “Ik hoop maar één!”