Even voorstellen: Nienke de Wit – onderzoeker bij IDEM

Even voorstellen: Nienke de Wit – onderzoeker bij IDEM

Nienke de Wit is de nieuwe onderzoeker bij IDEM. Zij zal zich de komende tijd bezighouden met onderzoeken op verschillende thema’s, evaluatie van de activiteiten die IDEM de afgelopen jaren heeft ontplooid en helpen met de organisatie van nieuwe (online) Kennisateliers en bijeenkomsten.

Aan welke onderzoeken ga je de komende tijd meewerken?

Op dit moment ben ik bezig met een onderzoek naar ervaren antisemitisme onder Joodse mensen in Rotterdam, een onderzoek naar ervaringen met islamofobie onder moslima’s en een onderzoek naar het betrekken van statushouders in inburgeringsbeleid van de gemeente Vlaardingen. Heel interessant én relevant.

Waarom ben je bij IDEM komen werken?

Ik vind het sowieso fantastisch om onderzoek te doen, vooral kwalitatief onderzoek. Onderzoeken draaien vaak om cijfers, maar ik vind het belangrijk om ook de verhalen achter die cijfers te laten zien. En natuurlijk omdat er nog veel meer aandacht nodig is voor de thema’s van IDEM. Ik wil mij daar graag voor inzetten!

Waar komt die interesse vandaan?

Tijdens mijn studie Culturele Antropologie raakte ik geïnteresseerd in de processen die achter ongelijkheid schuilen. Er zijn zoveel aspecten die kunnen zorgen voor ongelijkheid in de samenleving, zoals gender, opleidingsniveau, huidskleur. Tijdens mijn master Multiculturalisme bekeek ik wat er gebeurt in een samenleving waar totaal verschillende culturen, normen en waarden bij elkaar komen. Hoe ga je daar als beleidsmaker op inspelen?

Ben je op diezelfde vragen ingegaan tijdens je werk na je studie?

Voordat ik bij IDEM kwam, heb ik bij verschillende onderzoeksbureaus gewerkt. Ik deed vaak onderzoek naar kwetsbare groepen, maar ik merkte dat belangrijke aspecten die ongelijkheid veroorzaken niet altijd werden meegenomen. Gender werd bijvoorbeeld vaak als bijzaak gezien. Ik was dan vaak degene die deze ‘bijzaken’ aandroeg als relevant. Gelukkig is dat hier bij IDEM anders: hier worden deze aspecten wel als cruciaal gezien bij onderzoek naar ongelijkheid.

Waarom is dit voor jou zo belangrijk?

Op een gegeven moment realiseerde ik me dat veel mensen vooral vanuit zichzelf denken, ook onderzoekers. Veel mensen zien hun werkelijkheid als dé werkelijkheid. Natuurlijk hoef je het niet altijd met anderen eens te zijn, maar je hoeft ook niet te willen dat iedereen denkt en doet zoals jij. Bewustwording van wat je privileges zijn en welke niet, dat is hierbij essentieel.

Hoe ga je dit uitdragen in je werk?

Vooral door veel mensen te interviewen. Het is belangrijk dat beleid niet slechts van bovenaf ingevuld wordt, maar gebaseerd is op ervaringen en verhalen van mensen op wie dat beleid betrekking zal hebben. Alleen dan kan het effectief zijn. Meerdere perspectieven laten zien is ook belangrijk voor degenen die het beleid moeten uitvoeren en voor degenen die het ontvangen, de doelgroep. Daarbij probeer ik er altijd voor te zorgen dat ik ook uit mijn eigen onderzoeksbubbel kom en inzicht krijg in de leefwereld van andere mensen.

Heb je nog een tip voor de professionals van Rotterdam om inclusiever te werken?

Spreek uit welke gedachten door je hoofd gaan als je met iemand praat. Als ik iemand interview voor een onderzoek, dan vertel ik diegene wat ik denk als ik twijfel of ik het goed heb begrepen. Op die manier kunnen we erover in gesprek gaan en kom ik erachter of de gedachte klopt of niet. Als je dat niet doet, trek je mogelijk conclusies die niet terecht zijn. Toen ik bijvoorbeeld onderzoek deed onder sekswerkers, dacht ik voorafgaand aan de interviews dat veel van hentegen hun zin op de tippelzone stonden. Toen ik die gedachte begon uit te spreken, kwam ik erachter dat een groot gedeelte zelf had gekozen om daar te werken. Zo kon ik voorkomen dat mijn eigen vooroordelen sturend waren voor de gesprekken en onbedoeld in mijn conclusies terecht zouden komen.

Welk onderwerp kan wat jou betreft beter op de kaart in Rotterdam?

Straatintimidatie. Zowel naar vrouwen in het algemeen als specifiek lhbti+’ers, dat zie je elke dag in het straatbeeld. Naroepen, uitschelden, noem maar op. Wat mij betreft mag dat echt hoger op de agenda en harder aangepakt worden. Iedereen moet zich veilig kunnen voelen op straat.

Jezelf op Zuid gebruikt Instagram in de strijd voor gelijkwaardigheid

Jezelf op Zuid gebruikt Instagram in de strijd voor gelijkwaardigheid

Het nieuws blijft bol staan van de ontwikkelingen over het coronavirus, maar dat betekent niet dat de IDEM-thema’s minder belangrijk zijn geworden. We blijven aandacht besteden aan inclusie, discriminatie, vrouw/man-emancipatie en lhbti+-emancipatie. Zelfs met anderhalve meter afstand kun je je sterk maken voor gelijkwaardigheid, vooral als je dat online doet! IDEM Rotterdam sprak met Lana, van Jezelf op Zuid, dat zich op Instagram inzet voor gelijkwaardigheid voor lhb’ers.

Jezelf op Zuid wil – de naam zegt het al – dat iedereen zichzelf kan zijn op Zuid. Met het initiatief willen Eline, Dyon, Lana, Daniel en Elise meer kenbaarheid geven aan seksuele diversiteit in Rotterdam-Zuid. “Er zijn nu eenmaal mensen die op mensen van hetzelfde geslacht vallen”, vertelt Lana. “Ze zijn er en ze mogen er zijn. Door deze groep beter te laten zien, hopen we bij te dragen aan acceptatie gelijkwaardigheid.”

Schoolproject

Jezelf op Zuid is begonnen als schoolproject. “We kregen de opdracht om te kijken wat er speelt in Rotterdam-Zuid”, legt de 22-jarige Lana uit, die Leisure & Events Management studeert aan de WDKA in Rotterdam. “Het viel ons op dat er in Rotterdam-Zuid nauwelijks uitingen van homoseksualiteit te zien zijn. We zijn gaan onderzoeken of het er echt niet speelt.”

Stigma

“We vroegen ons af of het komt doordat Zuid zo multicultureel is”, zegt Lana. “We hebben met verschillende mensen gesproken die niet per se tegen homoseksualiteit zijn, maar voor wie het wel afwijkt van de norm. Door meer zichtbaarheid te geven aan verschillende vormen van liefde, hopen we meer acceptatie te bewerkstelligen.”

De meeste reacties op het initiatief zijn positief. Toch liepen Lana en de rest ook aan tegen het stigma dat mensen op Zuid homofoob zouden zijn. “Sommige mensen zeiden wel dat ze het spannend vonden, dat we dit openlijk op zuid gingen doen. Maar vanuit de doelgroep horen we vooral dat ze blij zijn dat er aandacht voor komt. Dat is nu eenmaal nodig om acceptatie te verbeteren, waar je ook bent.”

Toekomstbestendig

Lana en de andere initiatiefnemers willen graag doorgaan met Jezelf op Zuid, ook als het project voor school is afgerond. “We vinden het allemaal belangrijk genoeg om hiermee door te gaan”, zegt Lana. “Daarom zou het geweldig zijn als we een partner kunnen vinden om ons initiatief toekomstbestendig te maken.”

Wil jij met de initiatiefnemers sparren over een mogelijke samenwerking? Neem dan contact op met Lana via jezelfopzuid@gmail.com

Luisteren in tijden van corona: houd aandacht voor elkaar

Luisteren in tijden van corona: houd aandacht voor elkaar

Afstand houden, hamsteren en non-stop het nieuws volgen: de coronacrisis zorgt voor een heleboel stress. Maar ook elkaar helpen, bezinning en onthaasten zijn termen die steeds vaker voorbijkomen in deze rare tijden. Luisteren is ook een van de manieren bij uitstek om een ander in deze moeilijke tijd bij te staan. IDEM Rotterdam sprak met Ben de la Mar, de initiatiefnemer van Luistergoud. Deze organisatie streefde altijd al naar een maatschappij met ruimte voor trage vragen, presentie en zingeving om bij te dragen aan het welzijn van mensen. Een missie waar we vooral nu wel oren naar hebben.

Wat doet Luistergoud?

Luistergoud is een goededoelenorganisatie die zich inzet om de verbinding in de stad te versterken. Wij doen dat op verschillende manieren. Ten eerste organiseren we ieder najaar de Aandachtslezing in Arminius. Afgelopen jaar sprak psychiater Dirk de Wachter, die zich erg veel bezighoudt met omzien naar elkaar. Hij hoopt dat mensen niet gelijk afstappen naar een externe hulpverlener, maar ook meer steun zoeken bij elkaar. Daarnaast geven we op locatie lezingen over zelfcompassie binnen vrijwilligerswerk. Deze lezing wordt gegeven door drs. Renate Willems, die onderzoek doet naar het belang van zelfcompassie bij vrijwilligers. Een van haar onderzoeksvragen is of een grotere mate van zelfcompassie tot meer compassie naar cliënten leidt. Tot slot financieren we trainingen, bijvoorbeeld voor vrijwilligers in de zorg. Hierbij staat vooral het belang van luisteren voorop.

Waarom is luisteren belangrijk?

Er is veel discussie, iedereen heeft wel een mening. Vooral in onzekere tijden als nu. Maar hoor je wel wat de ander echt zegt? Als je beter naar anderen luistert, luister je ook beter naar jezelf. Het leven wordt kleurrijker, we kunnen prettiger met elkaar omgaan als we beter leren luisteren. Er is dan ook meer ruimte voor verschillen. Wij geloven dat we de wereld een stukje mooier kunnen maken als we mensen leren om beter naar elkaar te luisteren. Het vermogen om te luisteren kun je ontwikkelen in jezelf. Dat vermogen proberen we mee te geven aan zoveel mogelijk Rotterdammers.

Hoe kunnen professionals dat vermogen bij zichzelf verder ontwikkelen?

Soms is de veronderstelling dat je dingen eerder oplost als je snel gaat. Onze samenleving is namelijk heel erg ingesteld op regelen. Maar als je vertraagt, zie je de dingen soms scherper. Dan zie je waar het eigenlijk om gaat. Uiteindelijk ben je dan zelfs sneller bij de gewenste oplossing dan wanneer je vluchtig maar van alles probeert.

Tegelijkertijd moet je jezelf ook niet te veel laten meeslepen door de verhalen van anderen, lijkt me?

Als professional krijg je allerlei verhalen van anderen te horen, ook tragische. Dat raakt je, dat doet iets met je. Als dat niet het geval is, word je een automaat waar de ander niks aan heeft. Als iets je te veel raakt, is het ook niet goed. Je moet aandacht blijven geven aan jezelf, zodat je ook weer aandacht kan geven aan de ander. Het is heel simpel: het moet nu eenmaal met jou goed blijven gaan, wil je wat voor een ander kunnen betekenen.

Hoe is Luistergoud ontstaan?

Luistergoud is voortgekomen uit de telefonische hulpdienst Sensoor. Eind 2018 is deze opgegaan in de landelijke Luisterlijn. Van het geld dat nog beschikbaar was hebben we een fonds opgericht waarmee we iets zinvols willen doen voor de Rotterdamse samenleving. In stijl van de traditie van Sensoor is Luistergoud opgericht: luisteren naar elkaar, verbinding, aandacht voor de medemens, compassie voor mensen die in een lastige positie zitten.

We worden overstelpt met nieuws, fake news, meningen, cijfers, voorspellingen: is luisteren niet gevaarlijk in tijden van corona?

Kunnen luisteren betekent niet dat je alles klakkeloos moet geloven. Maar het blijft belangrijk om het vermogen om te luisteren te ontwikkelen. Zodat je kunt luisteren naar een ander, dat betekent echt horen wat diegene meemaakt en beleeft. Als we dat kunnen geven we ruimte aan de ander. Dat doet mensen goed en maakt onze wereld een beetje mooier. Dat is wat we met Luistergoud de samenleving gratis aanbieden. 

Wie een luisterend oor nodig heeft, verwijs ik graag naar de landelijke Luisterlijn (vroeger Sensoor). Daar wordt dag en nacht een luisterend oor geboden, zeker in deze tijden een groot goed.

Hoe dragen jullie verder bij aan deze verbinding?

Ieder jaar reiken wij de Aandachtsaward uit aan een Rotterdamse organisatie die zich inzet voor verbinding in de stad. Luistergoud wil deze organisatie met de Award een steuntje in de rug geven. Er is een eerste prijs te winnen van maar liefst vijfduizend euro, een tweede van drieduizend euro en een derde prijs van duizend euro. Vorig jaar won Tulpen uit Rotterdam, die met Rotterdammers bloemstukjes maakt en uitdeelt aan mensen die er goed een kunnen gebruiken.

Meer informatie is te vinden op www.luistergoud.nl

Het verhaal van je leven: “Ik had geen idee dat ik nog zoveel te vertellen had!”

Het verhaal van je leven: “Ik had geen idee dat ik nog zoveel te vertellen had!”

Er liggen allerlei prachtige en ontroerende verhalen verscholen in de herinnering van migrantenouderen: over hun jeugd in hun geboorteland, over de eerste moeilijke jaren in Nederland en hoe ze hier uiteindelijk hun plek hebben gevonden. Daarom startte Pluspunt, expertisecentrum voor senioren en participatie, het project ‘Het verhaal van je leven’. Vrijwilligers gaan uitgebreid in gesprek met een migrantenoudere en tekenen haar of zijn verhaal op. IDEM Rotterdam sprak met de in Turkije geboren Elif Ates en vrijwilliger Betty Notenboom, die Elifs geschiedenis in boekvorm goot. 

Elif Ates werd op 2 januari 1949 in Oost-Anatolië (Turkije) geboren. Althans, dat staat in haar paspoort. Want door sneeuw konden geboorteaangiftes nog wel eens op zich laten wachten, dus misschien was ze er al eerder. Haar jeugd in een klein dorpje in het oosten van Turkije was de gelukkigste periode uit haar leven. “In tegenstelling tot mijn oudere zus, stuurde mijn vader mij wel naar school”, vertelt Elif. “Dat was heel bijzonder in die tijd. Ik wilde heel graag leren, ik wilde verpleegster worden. Door te leren voelde ik me vrij.”

Maar verpleegster werd ze niet. Op haar vijftiende vond haar vader een man voor haar. Door zijn werk in Nederland, zou die man goed voor haar kunnen zorgen, zo dacht Elifs vader. Toen Elif zeventien werd, vertrok ze naar Nederland. Die eerste jaren waren vreselijk zwaar. Ze was getrouwd met een man die een stuk ouder was en die ze amper kende. Ze kwam in een onbekend land, waar ze de taal niet sprak. Ze kwam in een pension, vol gastarbeiders met wie ze amper kon communiceren. Elif had nooit echt goed Turks geleerd, in haar dorp spraken ze Zaza. “Na zes weken werd ik op straat gezet door de huisbaas, terwijl mijn man nog op werk was”, vertelt ze. “Ik had geen idee wat de huisbaas tegen me zei, hij pakte gewoon mijn koffers en zette me op straat. Urenlang zat ik op de stoep te huilen.” 

Geen spijt

Ondanks de herinnering aan de pijn, vertelt Elif het verhaal met een glimlach op haar gezicht. Ze vindt het fijn dat haar kinderen en kleinkinderen over haar jonge jaren kunnen lezen. Via via had Elif, die erg actief is in de buurt, van ‘Het verhaal van je leven’ gehoord. In eerste instantie zag ze er niets in om haar verhaal aan een vreemde te vertellen. “Maar later besefte ik me dat het toch wel heel leuk zou zijn voor mijn kinderen en kleinkinderen. Mijn kleinkinderen van vijftien en dertien hebben het inmiddels gelezen, die waren helemaal enthousiast!” Ondanks de eerste twijfel, heeft Elif het verhaal inmiddels zelf ook twee keer gelezen. “Ik heb er geen spijt van gekregen!” 

Betty tekende het verhaal van Elif op, nadat ze een aantal keer bij haar op de koffie was gegaan. “Elif moest even over de streep getrokken worden”, vertelt Betty, “maar toen ze eenmaal vertrouwd was met mij en het idee, begon ze heel gemakkelijk te vertellen.” Elif vult aan: “Ik heb ook zoveel te vertellen, ik wist eerst gewoon niet waar ik moest beginnen.”

Tweede natuur 

Voor Betty is het optekenen van verhalen een tweede natuur. “Schrijven is als ademen voor mij, het gaat vanzelf. Ik ben in 2011 hiermee begonnen en heb inmiddels 26 levensboeken geschreven”, vertelt ze. “Ik was journalist, maar door een burn-out kon ik niet meer fulltime werken. Op een gegeven moment ben ik via een oude buurman in de levensverhalen gerold. Ik ontdekte daarna Pluspunt, waar ik als vrijwilliger aan de slag ging. Ik vond het heel leuk om alle verhalen te horen van zoveel verschillende mensen.”

Het verhaal van Elif trok direct haar interesse. “Ik ben heel erg geïnteresseerd in talen en culturen”, vertelt Betty. “Dus als Elif iets vertelt over Zaza, haar moedertaal, dan ga ik daar meteen meer over opzoeken. Zo leerde ik ook ontzettend veel over de cultuur uit Elifs dorp en haar geloof, een soort milde variant van het sjiisme.” Elif vult haar aan: “Het is een stroming binnen de islam, maar ons geloof werd in Turkije erg onderdrukt. Terwijl ik vind: als je maar respect hebt voor een ander, dan maakt het niet uit welk geloof je hebt.” 

Wederzijds respect

En dat wederzijdse respect is ook bij het optekenen van de levensverhalen essentieel. “Ik was heel blij met Betty als schrijver”, zegt Elif. “Er was een goede klik. Als die er niet was, had ik haar gewoon weggestuurd.” Betty vult haar lachend aan: “Soms moet je informatie echt uit iemand trekken, maar dat was bij Elif niet het geval. Vaak denken mensen dat ze niks te vertellen hebben, maar als ze eenmaal beginnen zeggen ze ‘oh, ik wist niet dat ik dat allemaal nog wist’.” 

Voor beginnende schrijvers heeft Pluspunt een handleiding met tips om de levensverhalen op te tekenen. Maar als professioneel schrijfster heeft Betty ook nog wat adviezen. “Luisteren is het allerbelangrijkste”, zegt ze. “Het hoeft niet in een keer goed te zijn. Bij mij gaat het ook altijd heel rommelig, maar later zet ik alles weer op een rijtje!” 

Betty vindt het fijn dat zoveel verschillende mensen een kans krijgen om hun levensverhaal te vertellen. “Er zijn ook genoeg commerciële organisaties waar je je levensverhaal kan laten optekenen”, zegt Betty. “Alleen ben je dan algauw vijfduizend euro kwijt, terwijl elk verhaal het waard is om verteld te worden.” 

Heb jij schrijfambities?

Heb jij schrijfambities? Lijkt het je leuk om het levensverhaal van een migrantenoudere op te tekenen? Meld je dan aan voor ‘Het verhaal van je leven’. Pluspunt biedt begeleiding en training voor vrijwillige schrijvers. Meer informatie vragen of direct aanmelden – ook voor ouderen wiens levensverhaal een boek verdienen – kan via w.hilverda@pluspuntrotterdam.nl.  

Dinja Horsting: “Veel professionals die eenzaamheid bij jongeren signaleren, weten niet wat ze moeten doen”

Dinja Horsting: “Veel professionals die eenzaamheid bij jongeren signaleren, weten niet wat ze moeten doen”

Bijna de helft van de jongeren tussen de 12 en 25 jaar ervaart weleens eenzaamheid. De ene af en toe, de ander vaak. Jongeren die chronisch gevoelens van eenzaamheid ervaren, belanden in een neerwaartse spiraal: ze trekken zich terug, ontwikkelen negatieve gedachten over zichzelf en over de wereld, trekken zich nog verder terug… Om deze negatieve spiraal te doorbreken, bedacht de 25-jarige Dinja Horsting voor haar afstudeerproject een speciale tafelvoetbaltafel voor (eenzame) jongeren. Inmiddels rolt ze het project voor wmo radar uit over Rotterdam.

“Het is ontzettend snel gegaan sinds ik het idee kreeg voor de tafelvoetbaltafel”, vertelt Dinja Horsting, die nog maar een jaar geleden afstudeerde aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht aan de opleiding Kunst en Economie. “Mijn studie is er onder andere op gericht om de creatieve industrie in te zetten voor maatschappelijke doeleinden”, legt ze uit. “Voor mijn afstuderen mocht ik zelf een onderwerp kiezen. Omdat ik bij mijn opa en oma zag dat ze soms eenzaam waren – ook al waren ze nog samen en hadden ze een kind en kleinkinderen – wilde ik iets met eenzaamheid doen. Ik ging me verdiepen in de theorie en kwam er toen achter dat jongeren ook kampen met gevoelens van eenzaamheid. Daar had ik nooit bij stilgestaan, dus het sprak me heel erg aan om daar wat mee te doen.”

Coalitie Erbij

Dinja ging verder op onderzoek uit naar eenzaamheid onder jongeren en kwam op die manier in contact met Coalitie Erbij in Rotterdam. “Tijdens een stage ben ik daar aangesloten bij de Lerende Praktijk over jongeren en eenzaamheid”, zegt ze. “Hier ging ik met professionals in gesprek om een mogelijke oplossing te verzinnen. Natuurlijk kon ik het probleem niet in mijn eentje oplossen, dus ik besloot er een afstudeerproject van te maken. Dit bestond uit de speciale voetbaltafel en een campagne om het onder de aandacht te brengen: Een tegen Eenzaam.”

De voetbaltafel is geen gewone. Bij deze tafel speel je met één speler tegen twee of drie anderen. Op het veld en bij de puntentelling staan weetjes en tips over eenzaamheid. “Het idee was dat jongeren zouden denken ‘hey, tafelvoetbal’ en dan tijdens het spel het onderwerp eenzaamheid aankaarten”, legt Dinja uit. “Maar we zijn ook bezig om werkvormen bij de voetbaltafel te bedenken, om meer gestructureerd het gesprek te faciliteren over eenzaamheid bij jongeren.”

Aan het werk: Lerende Praktijk

Direct na haar afstudeerproject kreeg Dinja een baan aangeboden bij wmo radar om haar idee in de praktijk te brengen. “Inmiddels staat de voetbaltafel op het Albeda College, maar deze gaat als reizende campagne langs verschillende scholen”, vertelt Dinja. “Bovendien is de tafel nooit af: ik blijf schaven aan het concept. Dus feedback is altijd welkom!”

Naast het uitrollen van haar voetbaltafel, werkt ze bij Coalitie Erbij Rotterdam aan de Lerende Praktijk over jongeren en eenzaamheid. “Dit zijn bijeenkomsten waar professionals, ervaringsdeskundigen of studenten samenkomen in een werkgroep”, legt ze uit. “We bespreken het thema, wat we ermee willen doen in Rotterdam, hoe we kunnen samenwerken. Er is nog plek in de werkgroep, dus wie interesse heeft om mee te praten is welkom!”

Join us

Voor eenzame jongeren zelf heeft Dinja, samen met een collega van wmo radar, het project Join us naar Rotterdam gehaald. “Veel professionals die eenzaamheid signaleren bij een jongere, weten niet wat ze vervolgens kunnen doen”, legt ze uit. “Join us is een interventie waarnaar ze eenzame jongeren kunnen doorverwijzen. Hier wordt gekeken naar het probleem achter het probleem. Een jongere kan bijvoorbeeld eenzaam raken omdat hij een heel negatief zelfbeeld heeft. De jongeren gaan onder begeleiding van jongerenwerkers van wmo radar aan de slag in WORM. In groepsverband organiseren ze activiteiten. Op die manier wordt niet alleen het symptoom, eenzaamheid, bestreden, maar ook de oorzaak.”

Goed luisteren naar jongeren is dan ook het belangrijkste advies voor professionals, meent Dinja. “Neem de tijd, zorg dat je echt aandacht voor jongeren hebt. Een goed gesprek is het allerbelangrijkste begin.” 

Meer weten?

Wil jij meer weten over eenzaamheid bij jongeren en het bijzondere tafelvoetbalproject van Dinja? Kom dan naar het IDEM-kennisatelier ‘Je verjaardag vier je het liefst met elkaar’ op donderdag 26 maart. Meer informatie en de aanmeldknop vind je in onze agenda.

Lisa McCray brengt intersectionaliteit in het HipHopHuis in de praktijk

Lisa McCray brengt intersectionaliteit in het HipHopHuis in de praktijk

Intersectionaliteit: ineens hoor je deze term overal. Niet alleen lees je erover, ook op steeds meer werkvloeren hoor je de term. Bij het HipHopHuis wordt intersectionaliteit een tweede natuur, omdat de doelgroep zo divers is. Productiecoördinator Lisa McCray brengt het concept in haar dagelijkse werk in de praktijk. “Om diversiteit een eerlijke kans te geven, moet je inclusief zijn. Dat kan alleen door intersectioneel te denken en te handelen. We zijn op de goede weg, maar leren iedere dag bij.”

Als dochter van een Nederlandse moeder en Afro-Amerikaanse vader was Lisa McCray al haar hele leven bezig met intersectionaliteit, al had ze dat nooit echt door. Zo merkte ze in haar jeugd dat haar dagelijkse beleving, als vrouw van kleur, erg kan verschillen van die van haar moeder. Eveneens een vrouw, maar een witte vrouw. Daarentegen deelt ze haar huidskleur met haar vader, maar omdat hij man is maakt dat zijn dagelijkse beleving weer heel anders dan die van haar. Pas tijdens haar studie Culturele en Maatschappelijke Vorming aan de Hogeschool Rotterdam hoorde ze voor het eerst van de term intersectionaliteit en realiseerde ze zich dat die op verschillende aspecten van haar leven van toepassing is. “Voor mij omvat intersectionaliteit alle onderwerpen en thema’s die buiten de norm vallen”, vertelt ze, “met alle intersecties die daarin bestaan.”

Andere kant van de geschiedenis

Al op de basisschool hield Lisa zich bezig met onderwerpen die buiten de norm vallen, zoals haar huidskleur. “Als persoon van kleur heb je van jongs af aan al door dat er onderscheid gemaakt wordt tussen verschillende groepen mensen. Je begrijpt alleen nog niet waarom dat zo is.” Ook op school werd Lisa niet veel wijzer over dit ‘waarom’. Het was haar vader die Lisa meer leerde over de geschiedenis van hun voorouders. “Op school kregen we wel les over de ‘gouden eeuw’, maar die periode werd alleen vanuit Nederlands perspectief belicht”, vertelt ze. Lisa vroeg zich af waarom ze nooit mensen zoals zij terugzag in de schoolboeken. Daarom maakte ze een werkstuk over de VOC en de WIC, waarin ook de verhalen van haar vader terugkwamen.  

Toen Lisa naar de middelbare school ging, dacht ze daar meer te leren over die andere kant van de geschiedenis. “Ik koos voor het profiel Cultuur & Maatschappij, in de veronderstelling dat ik nu toch ook wel onderwezen zou worden over mijn geschiedenis. Maar we kregen alleen maar les van witte mannen, waardoor ik nog steeds alles zelf moest opzoeken. Pas tijdens mijn studie veranderde dat. Ik deed een minor aan de Willem de Kooning Academie en daar kreeg ik les van een vrouw van kleur. Zij heeft me geïntroduceerd in de theorie achter representatie van ras en gender in de media. Dat vond ik zo interessant dat ik besloot op dat onderwerp af te studeren.”

Meerdere perspectieven

Lisa bleek niet de enige die behoefte had aan meerdere perspectieven in het onderwijs. Er bestonden nu eenmaal meer ‘hokjes’ dan wit, man en cisgender. “Enkele studiegenoten wilden ook heel graag iets doen met intersectionaliteit”, vertelt ze. “Want hoe kun je nou een goede cultureel-maatschappelijk vormer worden als je alleen maar de westerse cultuur meekrijgt? En als je alleen maar les krijgt van witte, cisgender mannen? Er zijn veel meer hokjes, met ook nog allemaal overlap. Daarom besloten we een collectief te vormen: we waren met mensen van allerlei afkomsten, mensen met diverse seksuele voorkeur, verschillende genders. We begonnen met ‘performative lectures’, een soort interactieve theatrale bijeenkomst waarin we vertelden wat vier jaar studeren aan de Hogeschool Rotterdam met ons had gedaan. Bezoekers zaten letterlijk in hokjes, maar we zorgden wel voor een veilige setting. Het laatste uur van de bijeenkomst konden bezoekers uit de hokjes komen, om met elkaar in gesprek te gaan over wat ze gehoord hadden.”

Het bleek erg zwaar om de veelal mannelijke, witte docenten te confronteren met ervaringen van studenten die niet binnen die norm vielen. “We hadden onderschat hoe mentaal uitputtend het is om keer op keer je verhaal te vertellen aan de mensen die eigenlijk ‘het probleem’ zijn”, licht Lisa toe. “Velen voelden zich aangevallen, omdat zij die witte cisgender man zijn waar we over spraken. Ze hadden zeker wel begrip voor ons verhaal, maar dat is niet genoeg. Uiteindelijk moet de verandering vanuit hen komen. Het is immers de verantwoordelijkheid van de schoolleiding en de leraren om nieuw beleid te maken dat inclusiever is.”

Verandering kost enorm veel tijd. Dat was de belangrijkste les die Lisa geleerd heeft van de ‘performative lectures’ tijdens haar studie. Aan het begin van die verandering is het van belang dat je eerst bij jezelf nagaat in welke hokjes je denkt te vallen. “Vraag je af of die hokjes bij een norm horen of niet. Denk na over hoe vaak jij jezelf terugziet op tv, in magazines of in je organisatie. Welke hokjes kan je afvinken en welke hokjes missen er nog in jouw omgeving? Op die manier word je je bewust van je positie en of die geprivilegieerd is of niet. Bewustwording van je eigen positie is de eerste belangrijke stap om het gesprek over intersectionaliteit aan te gaan.”

Inclusief bij het HipHopHuis

Bij het HipHopHuis zijn ze zich bewust van die eigen positie, al wil dat niet zeggen dat alles op het gebied van inclusie perfect gaat. “Zo kan bijvoorbeeld onze rolstoeltoegankelijkheid een stuk beter”, legt Lisa uit. “Maar we zijn op de goede weg en leren iedere dag wat bij.” Als Productiecoördinator probeert ze zoveel mogelijk een intersectionele benadering te hanteren. “Onze corebusiness is dans”, zegt Lisa. “We zijn een dansschool, maar tegelijkertijd een maatschappelijk instituut. Zo hebben we ook een educatief programma en gaan we langs op scholen om ‘hiphop values’ over te brengen. In tegenstelling tot het stereotype – veel blingbling en schaars geklede vrouwen – gaat hiphop over sociale rechtvaardigheid en respect. Ook hebben we hier veel boeken verzameld over de zwarte geschiedenis, dus iedereen die interesse heeft in het onderwerp is welkom om erover te lezen. Daarnaast hebben we iedere vrijdagavond een talk over allerlei thema’s, van ‘white saviorism’ tot seksualiteit. Het is heel laagdrempelig, dus iedereen kan aanschuiven om mee te praten.”

Ook als het om praktische dingen gaat, verliest Lisa intersectionaliteit nooit uit het oog. “Als bijvoorbeeld een programmamaker ons vraagt om dansers, probeer ik een zo divers mogelijke groep samen te stellen”, legt Lisa uit. “We willen dat zoveel mogelijk mensen gerepresenteerd worden. Of als ik catering moet regelen, kies ik niet voor de standaard.”

Alleen divers zijn is echter niet genoeg, benadrukt Lisa. “Om diversiteit een eerlijke kans te geven, moet je inclusief zijn. Dat kan alleen door intersectioneel te denken en te handelen.”


Meer weten over intersectionaliteit?

Wil jij ook meer weten over intersectionaliteit? Kom dan naar het IDEM-kennisatelier ‘Intersectionali…wat?’ op 18 februari 2020 in het HipHopHuis Rotterdam. Tijdens de bijeenkomst staan onder meer de volgende vragen centraal: Waar komt intersectionaliteit vandaan? Wat is een intersectionele benadering? Hoe hangt intersectionaliteit samen met inclusiviteit? 

Meer informatie of aanmelden? Lees hier meer over het kennisatelier.