Quiet Rotterdam: armoedeverzachting is ons belangrijkste doel

Quiet Rotterdam: armoedeverzachting is ons belangrijkste doel

Met een grote glimlach en een lichte buiging neemt een mevrouw de dozen in ontvangst: een bordspel voor de kinderen en een kruimeldief voor zichzelf. In de decembermaand worden de cadeaus die Quiet Rotterdam aan haar ‘members’ doorgeeft misschien nog wel meer gewaardeerd dan anders. Kinderen uit gezinnen met een minimaal inkomen krijgen tóch nog een kerstcadeautje of hun ouders kunnen voor de feestdagen een keer gratis naar de kapper. Maar Quiet speelt niet alleen in december voor Sinterklaas of Kerstman: de stichting zet zich het hele jaar in om Rotterdammers met een minimaal inkomen te matchen met ondernemers die hen gratis producten of diensten aanbieden.

Armoedeverzachting

“Op 17 oktober, Wereldarmoededag, zijn we gelanceerd in Rotterdam”, zegt Goof van den Heuvel, projectleider van Quiet Rotterdam. Sinds begin dit jaar is hij bezig om het landelijke concept, dat in 2013 is ontstaan in Tilburg, naar de Maasstad te halen. “Tientallen mensen zijn inmiddels ‘member’ geworden van de Quiet Community. Zij krijgen eenmaal per maand, of eenmaal per twee maanden, iets aangeboden van lokale ondernemers via ons online platform. Dat kan variëren van een nieuwe stofzuiger tot een gratis knipbeurt bij de kapper. Armoedeverzachting is ons belangrijkste doel.”

Toch gaat het Quiet Rotterdam niet alleen om verrassingen uitdelen. “Het tweede doel is om mensen in armoede uit hun isolement te halen”, legt Van den Heuvel uit. “Vaak zie je mensen die kampen met financiële problemen zich terugtrekken, het veroorzaakt immers veel schaamte en stress. Dit kan leiden tot eenzaamheid en zelfs tot psychische en fysieke klachten. Die negatieve spiraal willen we doorbreken door de mensen uit onze community uit te nodigen, voor een kop koffie of een workshop, om zo te kijken welke talenten er verscholen liggen. Het mooiste zou zijn als members uiteindelijk zelf bijdragen, bijvoorbeeld als vrijwilliger voor de stichting.”

Snijvlakken

Armoede staat nooit op zichzelf. Het is een probleem dat vaak snijvlakken heeft met de thema’s integratie, discriminatie en (lhbti-)emancipatie. Zo lopen Rotterdamse vrouwen bijvoorbeeld meer risico op armoede dan mannen. “In Rotterdam zijn er honderdduizend mensen die kampen met ernstige financiële problemen”, licht Van den Heuvel toe. “Dertigduizend Rotterdammers hebben problematische schulden, met een gemiddelde hoogte van 45.000 euro. Dat zijn schulden waar ze op eigen houtje waarschijnlijk nooit uitkomen.” Vooral voor gezinnen met kinderen is armoede schrijnend. “Een op de vier kinderen in Rotterdam groeit op in armoede”, zegt Van den Heuvel. “Sponsors geven vaak aan dat ze vooral de kinderen willen verrassen. Zo werken we samen met een zwembad, dat gratis verjaardagsfeestjes voor hen organiseert.”

Quiet Rotterdam werkt samen met de Voedselbank of schuldhulpverlening om mensen in armoede te benaderen. Van den Heuvel: “Het is niet zo dat iedereen zich zomaar kan inschrijven bij Quiet. We willen natuurlijk dat de goederen en diensten terechtkomen bij de mensen die het echt nodig hebben. Daarom proberen we mensen via de Voedselbank of schuldhulpverlening te benaderen.”

Satire

De landelijke Stichting Quiet begon in 2013, als satirische tegenhanger van de Quote 500. Alle rijken die in het magazine prijkten, kregen een editie van de Quiet 500 in de bus. In het begeleidend schrijven werd verzocht om te helpen armoede in Nederland te bestrijden. Niet zozeer door donaties, maar door ideeën. Van de 500 geadresseerden reageerden ‘maar liefst’ twee miljonairs op de oproep. Vijf jaar later is Stichting Quiet een feit, waar inmiddels in zeven steden community’s van zijn opgericht. Rotterdam is de nieuwste aanwinst onder de community’s.

“Het meest trots ben ik erop dat we Quiet Rotterdam van de grond hebben gekregen”, glundert Van den Heuvel. “Het was soms lastig om Rotterdamse ondernemers te enthousiasmeren om sponsor te worden, want het idee is toch dat mensen maar moeten werken voor hun geld. Maar als het ijs is gebroken en je uitlegt dat dat niet voor iedereen even gemakkelijk is, dan dragen ze met alle liefde bij.”

Hoe meer hoe beter

Hoewel Quiet Rotterdam nu al diverse sponsors heeft, kunnen er altijd meer bij. “Hoe meer, hoe beter: zo simpel is het”, legt Van den Heuvel uit. “We hopen dat het aantal members groeit, maar daarvoor moet ook het aantal sponsors groeien. Ik hoop dat meer horecaondernemers zich aanmelden, zodat we arme gezinnen uitjes kunnen aanbieden. Daarbij denk ik vooral aan kindvriendelijke restaurants, zoals pannenkoeken- of hamburgerrestaurants, zodat deze kinderen bijvoorbeeld ook een keer hun verjaardag kunnen vieren.”

Sponsors kunnen echter ook op een andere manier bijdragen. “Sponsoren hoeft niet altijd in materiële vorm”, legt Van den Heuvel uit. “Er zijn bijvoorbeeld sponsors die stageplekken willen aanbieden aan studerende kinderen van Quiet-members.” Voor studenten met een migratieachtergrond is het vaak lastiger om een stageplek te vinden, waardoor ook hun kansen op de arbeidsmarkt afnemen. Dit werkt armoede in de hand.

Van member naar sponsor  

Members die uit hun kwetsbare positie klimmen en zelf sponsor worden, dat is het ideaalbeeld van Quiet Rotterdam. “Het is voor members niet verplicht om een tegenprestatie te leveren”, zegt Van den Heuvel. “Het idee achter Quiet is dat mensen zich gaan thuisvoelen binnen de community en op een gegeven moment verleid worden zelf bij te dragen. Iets doen omdat je het leuk vindt, in plaats van omdat het moet van de gemeente, werkt volgens ons veel beter.”

De eerste stappen zijn al gezet: een van de members is zelf sponsor geworden. “Een van onze members is erg handig op de computer”, vertelt Van den Heuvel trots. “Hij wilde heel graag iets terug doen, dus hebben we samen bedacht dat hij een uur per week computerles kan geven aan de kinderen van Quiet-members.”

 

Wil je sponsor worden van Quiet Rotterdam of er vrijwilligerswerk doen? Neem dan contact op met Goof van den Heuvel via goof@quiet.nl

 

Iris van der Graaf: “De beweging gaat sneller dan instanties kunnen volgen”

Iris van der Graaf: “De beweging gaat sneller dan instanties kunnen volgen”

Fotomodellen, rolmodellen op het werk of in het dagelijks leven: transgender personen worden steeds meer zichtbaar in onze samenleving. Toch blijft er veel onbegrip en is gebrek aan kennis een groot probleem, vooral onder professionals. Iris van der Graaf, ondernemer en organisator van Transcafé Rotterdam, hoopt door haar kennis en ervaring te delen de professionals van de toekomst sensitiever te maken voor genderdiversiteit en genderexpressie. Dit doet zij onder andere door te spreken op het symposium ‘All about transgenders’ op 27 november. “Als we beginnen om elkaar te zien als mens, dan hebben we al heel veel gewonnen.”

Waarom is het juist voor professionals zo belangrijk om meer kennis te hebben over transgender personen en de problemen waar zij tegenaan lopen?

Er is een kennishiaat onder professionals, waardoor zij niet de juiste hulp of zorg bieden aan transgender personen. Dat hiaat is ontstaan doordat op de meeste opleidingen waar deze professionals vandaan komen – denk aan HR-managers, sociaal werkers, huisartsen, psychologen, noem maar op – amper aandacht wordt besteed aan genderdiversiteit en genderexpressie. Het is van belang om niet één keer een uurtje tijdens maatschappijleer te wijden aan dit thema, maar om het structureel onderdeel te maken van het curriculum. Op die manier verdwijnt het kennishiaat dat nu bestaat onder professionals.

Kun je een voorbeeld geven van een situatie waarin dat problematisch is?

Neem bijvoorbeeld laboranten die bloedonderzoek doen. Als zij bloedwaarden van een transgender persoon gaan vergelijken met waarden in een tabel die alleen onderscheid maakt tussen man en vrouw, dan wordt mogelijk niet de juiste conclusie getrokken. Of denk aan een transvrouw die een oproep krijgt voor een uitstrijkje, maar nog geen operatie heeft gehad. De systemen van organisaties, bedrijven en instituten zijn nog ingericht op de situatie van tien jaar of langer geleden, terwijl het aantal transpersonen exponentieel gegroeid is de laatste jaren. Die beweging gaat sneller dan instanties kunnen volgen.

Is dat aantal echt gestegen of durven mensen er eerder voor uit te komen?

Ik denk niet dat het aantal transpersonen gestegen is, maar er zijn er wel meer zichtbaar. De omgeving is veiliger geworden en er zijn steeds meer rolmodellen zichtbaar. Mensen die het jarenlang stilgehouden hebben, hebben nu de kracht in zichzelf hervonden om openlijk zichzelf te zijn. Dat komt mede doordat steeds duidelijker wordt dat je als transpersoon prima een eervolle baan kan vervullen en dat je een fijne relatie kan hebben. Doordat steeds meer transpersonen in beeld komen, stijgt het zelfvertrouwen van transpersonen en neemt angst van anderen af.

Toch zijn we er nog niet. Uit een nieuw rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt dat transgender personen het nog steeds zwaar hebben. Hun ervaren leefsituatie steekt op alle terreinen negatief af in vergelijking met die van cisgender personen.

Er is nog een lange weg te gaan. Dinsdag heb ik in Rotterdam gesproken bij de herdenking van de 369 dodelijke slachtoffers van transfobie, op de Transgender Day of Remembrance. Ook dit jaar hebben honderden mensen hun leven beëindigd als gevolg van transfobie, het zijn schrikbarende aantallen. En dat gebeurt niet alleen in verre landen, maar ook hier in Nederland. Bijvoorbeeld een transgender persoon die op date ging, waarna de ander zich zo bedrogen voelde dat die het recht meende te hebben de transpersoon iets aan te doen. Maar niemand gaat toch zijn/haar/hen diepste geheimen vertellen op een eerste date? Of ouders die vinden dat hun kind de eer van de familie heeft aangetast en daarvoor moet boeten, dat gebeurt in zowel religieuze als niet-religieuze gezinnen. Transfobie komt echt in alle lagen van de samenleving voor.

Hoe kunnen professionals meer oog krijgen voor deze problematiek?

Gendersensitiviteit is het belangrijkste. Ik kwam bijvoorbeeld zelf een keer bij een specialist die transseksualiteit een perversie noemde. In het verleden werd er op die manier over gesproken, maar als hulpverlener zou je hier tegenwoordig sensitiviteit voor moeten hebben. Stel dat je wat minder stevig in je schoenen staat en je wordt op die manier bejegend, dan is de kans reëel dat je alle vertrouwen verliest in de geestelijke gezondheidszorg of hulpverlening in het algemeen.

Dan kun je uiteindelijk nergens meer terecht…

Er ontstaat vaak een sneeuwbaleffect. Als je door je omgeving al uitgekotst bent, als je huisarts je niet begrijpt en je psycholoog je constant bij je oude naam blijft noemen, dan is het heel moeilijk om opnieuw aan de bel te trekken. Daarom is vooral in de crisisopvang meer kennis over transgender personen van levensbelang. Transpersonen die acute hulp nodig hebben – denk aan slachtoffers van huiselijk geweld, mishandeling in de wijk of die ernstig in de knoop zitten met zichzelf in relatie tot het leven – hebben door die achtergrond veelal te maken met multidisciplinaire problematiek. Als ze in de noodhulp daar geen oog voor hebben, krijg je te maken met symptoombestrijding. In de basis is het probleem dat iedereen zichzelf moet kunnen zijn. Als kinderen gewoon zichzelf kunnen zijn en in een veilig thuis opgroeien, dan worden al een hoop problemen voorkomen.

Kan ook de samenleving hier meer sensitiviteit voor ontwikkelen?

Wat je anno 2018 ziet is dat steeds meer transgender personen op een normale manier in beeld worden gebracht. Ze worden in televisieprogramma’s bijvoorbeeld gevraagd als deskundige en toevallig is diegene een transpersoon. Voorheen werden transpersonen alleen als deskundige gevraagd als het over genderdiversiteit ging. Bedrijven kunnen van alles doen om de werkvloer transgendervriendelijk te maken, op de website van Transgender Netwerk Nederland is een gids met tips te vinden. Daarnaast zijn er fotomodellen. Het helpt dat mensen zien dat transpersonen ook heel mooi zijn! Steeds meer mensen hebben wel van het woord ‘transgender’ gehoord en steeds meer mensen komen transpersonen tegen op het werk of in de winkel. Hoe vaker je het ziet, hoe minder gek het wordt.

Toch blijkt het voor veel mensen lastig. Je hoort vaak dat ze ‘al die letters’ zo ingewikkeld vinden.

Het zijn er maar een stuk of zeven, leer ze gewoon uit je hoofd. Als je naar de groenteboer gaat, kun je ook een appel of een banaan bestellen in plaats van zo’n groen, rond ding of zo’n lang geel stuk fruit. Die letters zijn juist handig om dingen te benoemen en helder te maken. Juist voor professionals is het van belang ze te kennen, zodat simpelweg duidelijk gemaakt kan worden waar we het over hebben.

Open staan voor elkaar en in gesprek gaan, dus?

Idealiter wel, maar hoeveel mensen gaan überhaupt nog in gesprek met elkaar? Mensen gaan van A naar B, hebben haast en groeten de buschauffeur niet eens meer. Ik hoop dat we over kunnen gaan naar een samenleving waarin we elkaar zien als mens. Jij bent mens, jij hebt ouders, ik ben mens, ik heb ouders, en samen moeten we er iets moois van zien te maken. Dat geldt voor transgender personen, voor mensen met een migratieachtergrond, voor mensen die blind zijn, en noem alle andere knelpunten maar op waarbij mensen verschillen van de ‘norm’. Als we met elkaar omgaan als mens, dan hebben we al veel gewonnen.

Het Transcafé bestaat inmiddels vijf jaar. Dus daar gaat het in ieder geval wel heel goed?

Ja, we hebben een heel leuk team! Inmiddels worden we zeer gewaardeerd en zijn we in heel Nederland bekend. Het is zelfs zo dat hulpverleners van de VUmc, bijvoorbeeld, mensen doorverwijzen naar het Transcafé. Ieder weekend dat we open zijn – de eerste en derde zondag van de maand – zijn er wel een tot drie nieuwe bezoekers. Mooi is ook dat andere bezoekers op een gegeven moment wegblijven, dan hebben ze hun zelfvertrouwen hervonden en zijn ze druk met hun sociale leven. Er is een verschuiving, maar bezoekers zijn wel trouw.

 

Ben je professional of actieve burger en wil je meer weten over transpersonen en hoe je je sensitiviteit op dit vlak kan verbeteren? Kom dan naar het symposium ‘All about transgenders’! Het symposium vindt plaats op 27 november, van 13.30 tot 17.30 uur, bij Hogeschool Inholland Rotterdam. Deelname is gratis, maar meld je wel even aan via deze link.

 

 

Sophia Kinderziekenhuis viert Sinterklaas voor alle kinderen met roetveeg- en kleurenpieten

Sophia Kinderziekenhuis viert Sinterklaas voor alle kinderen met roetveeg- en kleurenpieten

De problematiek rondom het pietendebat heeft afgelopen weekend een dieptepunt bereikt. Anti-zwartepietdemonstranten werden racistisch bejegend, bekogeld met eieren en vuurwerk en belaagd en mishandeld. De roep om het Sinterklaasfeest aan te passen wordt steeds breder gedragen. IDEM Rotterdam ging op zoek naar een positief geluid en kwam terecht bij het Sophia Kinderziekenhuis, waar Sinterklaas gevierd wordt met pieten in alle kleuren van de regenboog. Om breed uit te dragen dat het ErasmusMC-Sophia Sinterklaas viert met álle kinderen, maakten eventmanager Annelies Blom en coördinator van het studententeam Christiaan Vermaas een heuse Sinterklaasrap met roetveeg- en kleurenpieten.

‘Ze komen eraan’, ofwel de Sophia Sinterklaas Rap. Hoe is dit idee ontstaan?

Christiaan: Het idee voor de rap is eigenlijk vorig jaar ontstaan. Ik werkte hier als vrijwilliger en Annelies vroeg of ik roetveegpiet wilde spelen. Terwijl we over de afdelingen liepen om de kinderen pepernoten te brengen, begon ik een beetje te rappen en te dansen. Iedereen vond het vreselijk leuk, dus Annelies spoorde me aan om een Sinterklaasrap te schrijven.

Annelies: Het was inderdaad een heel spontaan idee. Toen de rap af was, besloten we er ook maar meteen een videoclip bij te maken. Zelfs Jan de Jong, de baas van Feyenoord, was enthousiast, dus we mochten ook in het stadion filmen. Ook de raad van bestuur van het Erasmus MC zit in de clip, want we wilden als gehele organisatie een positieve boodschap uitdragen.

In de clip zijn kleurenpieten te zien, maar ook nog een zwarte piet. Deze is echter niet tot in de oren en de nek zwart gemaakt, maar heeft een zwarte cirkel op het gezicht. Hebben jullie hier bewust voor gekozen?

Annelies: We zijn een kinderziekenhuis in Rotterdam, dus hier komen kinderen met allerlei verschillende achtergronden. Als Sophia proberen we altijd de verbinding te zoeken met de stad. Daarom hebben we de traditionele zwarte piet in het Sophia jaren geleden al in de ban gedaan. Er kwamen bruine pieten, maar we zijn steeds meer gaan meebewegen. Nu zijn er roetveegpieten en pieten in diverse kleuren. We laten het aan de pieten zelf over waar ze zich het meest prettig bij voelen.

Christiaan: Het belangrijkste is om niet de nadruk te leggen op één kleur. Als er pieten zijn in alle kleuren, kan er ook prima een donkere piet tussen zitten. Op die manier vermijd je stereotypering en laat je juist alle ruimte voor creativiteit. De kleur van de pieten is niet bepalend voor het feest, het is echt niet zo dat we hier het feest nu anders vieren omdat er kleurenpieten rondlopen. Het argument tegen roetveegpieten is vaak dat pieten nog herkend kunnen worden. Maar met een kleurenpiet heb je dat niet. Als je het gezicht schminkt in een van de kleuren van het pak, sluit het mooi op elkaar aan en zien kinderen echt niet wie erachter schuilt. We merkten het al bij de opnames van de clip: kinderen geloofden direct dat het echte pieten waren, die alvast de boel kwamen verkennen voor de intocht. Het grappige was dat de Feyenoord-piet nog het populairst was, alle kinderen wilden met hem op de foto!

Was het intern nog een lastige discussie?

Annelies: Helemaal niet! Iedereen stond er direct achter. In een kinderziekenhuis in multicultureel Rotterdam willen we een kinderfeest organiseren voor álle kinderen. Toevallig hebben we hier ook hele nauwe banden met Sinterklaas en die zei ook dat hij geen onderscheid wil maken.

Christiaan: Als kinderziekenhuis wil je niet in die discussie belanden. We willen vooral kinderen die in het ziekenhuis liggen een leuk feest bezorgen. Als mensen eenmaal inzien dat kinderen kleurenpieten ook hartstikke leuk vinden, dan denk ik dat niemand daar meer bezwaar tegen zal hebben.

“Ouders en leraren moeten ook geloven in mogelijkheden van meisjes in ICT”

“Ouders en leraren moeten ook geloven in mogelijkheden van meisjes in ICT”

Het Europese project Digital Girls wordt vrijdag 16 november afgesloten met de conferentie ‘Digital Girls: A start of a digital career journey’. Professionals die werkzaam zijn in het onderwijs, welzijnswerk, bedrijfsleven en jeugdveld en zich focussen op emancipatie zijn van harte uitgenodigd om te komen meepraten. “We willen van professionals horen hoe we meiden nóg beter kunnen enthousiasmeren voor de digitale sector.”

De conferentie is het slot van Digital Girls, een Europees project om het vertrouwen van meisjes in hun digitale skills te vergroten. Nederland, Bulgarije, Tsjechië, Griekenland en Ierland hebben zich de afgelopen twee jaar ingezet om meiden te doordringen van hun kansen en mogelijkheden in de ICT- en onlinesector. Door zowel meiden te enthousiasmeren voor de digitale branche als bedrijven te emanciperen, moeten de arbeidskansen van vrouwen in de digitale sector toenemen.

“Tijdens de conferentie worden de resultaten en ervaringen van de afgelopen twee jaar gedeeld”, zegt Sergio Belfor van Stichting Dona Daria, de organisatie die zich namens Nederland heeft ingezet voor Digital Girls. “Maar we willen ook in gesprek gaan met professionals, om signalen op te vangen over manieren waarop we meiden nóg beter kunnen enthousiasmeren voor werk in de digitale sector. Het project is namelijk ten einde, maar daarmee is het probleem nog niet opgelost. Het is van groot belang om door te pakken. De inzet van de conferentie is dat aanwezige partijen elkaar versterken in hun ambitie.”

Netwerk om meisje heen

Niet alleen meiden zelf moeten enthousiaster worden over de digitale sector, ook het netwerk om het meisje heen. “Stel dat een meisje dol is op programmeren, maar thuis te horen krijgt dat die beroepskeuze niks voor haar is, dan slaan we de plank mis”, geeft hij als voorbeeld. “We moeten niet alleen vooroordelen wegnemen, maar ouders en leraren ook doordringen van de mogelijkheden die er in de digitale sector zijn. Ze moeten weten dat er volop kansen zijn en dat de banen voor het oprapen liggen. Als ouders en docenten al niet de mogelijkheden van de digitale sector zien, hoe kan een meisje er zelf dan ooit zicht op krijgen?”

Vrouwelijke rolmodellen

Om die kansen en mogelijkheden voor meiden beter in beeld te brengen, zijn er diverse rolmodellen die zich inzetten voor de boodschap van Digital Girls. “De afgelopen twee jaar hebben we filmpjes gemaakt van vrouwelijke rolmodellen, om meiden te laten zien welke opties er zijn”, licht Belfor toe. “Maar ook geven zij tips om meiden te leren hoe ze met reacties van mannen kunnen omgaan, zolang de digitale sector nog een mannenwereld is.” Tegelijkertijd heeft het project ingezet op het wegnemen van vooroordelen bij bedrijven. “We hebben open dagen georganiseerd bij bedrijven, waardoor ook bij werkgevers de ogen worden geopend. Het is niet alleen zaak om meiden binnen te halen in de digitale sector, maar vooral om ze er te houden.”

Europees project

Van de Europese landen die deelnemen aan Digital Girls, is vooral Bulgarije op de goede weg, meent Belfor. “Bij Bulgarije denk je misschien niet direct aan een grote digitale sector, omdat het een minder rijk land is”, legt hij uit. “Maar doordat er veel werkloosheid is, zien meiden eerder kansen en grijpen ze deze ook eerder aan. In de ICT is er namelijk wel eerder werk te vinden. Omdat in Nederland minder werkloosheid is, voelen vrouwen wellicht minder de noodzaak om zich op digitale sectoren te focussen.” Waar Nederland wel in vooroploopt zijn de opleidingsfaciliteiten. “Nederlandse opleidingen hebben geweldige apparatuur en opleidingstechnieken. Het niveau is bijzonder hoog. In Rotterdam is onlangs zelfs de IT-campus geopend. Nu is het de uitdaging om daar meer meiden naartoe te krijgen!”

Lees hier meer over de conferentie Digital Girls: A start of a digital career journey.

 

 

 

Onderzoeker Mariska Jung neemt afscheid van IDEM

Onderzoeker Mariska Jung neemt afscheid van IDEM

Ze was erbij vanaf het allereerste begin, ze heeft talloze netwerkpartners gesproken en deed onderzoek naar integratie, discriminatie, vrouw/man- en lhbti-emancipatie in Rotterdam. Toch is het voor Mariska Jung tijd voor de volgende stap in haar onderzoekscarrière. Ze neemt eind oktober afscheid van IDEM Rotterdam om te starten met haar promotieonderzoek.

Mariska, wat ga je doen?

Ik ga promoveren aan de faculteit Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. Mijn onderzoek gaat over multiculturalisme, secularisme en de politisering van ethische debatten. Ik analyseer de manier waarop ideeën over de plek van religie in de samenleving, over ‘ras’ en over de nationale identiteit worden vormgegeven en welke gevolgen dat heeft.

Dat klinkt ingewikkeld…

Het komt erop neer dat ik ga inzoomen op discussies over onverdoofd ritueel slachten in Europa. Hoe wordt er over deze praktijk gepraat? Wie is er aan het woord? En hoe reageren de joodse en islamitische gemeenschappen op het beeld dat van hun praktijk wordt geschetst? Op wetenschappelijk gebied is hier nog weinig aandacht voor, terwijl het een actueel thema is. In verschillende Europese landen is het al verboden en in Nederland heeft de Partij voor de Dieren een nieuw wetsvoorstel ingediend om het te verbieden.

Sluit dat aan bij het onderzoekswerk dat je voor IDEM Rotterdam hebt gedaan?

De afgelopen drie jaar heb ik me beziggehouden met de manier waarop de vier thema’s van IDEM (integratie, discriminatie, vrouw/man-emancipatie en lhbti-emancipatie) met elkaar samenhangen en hoe dat in Rotterdam tot uiting komt. In de projecten waaraan ik heb gewerkt komen spanningen langs etnische lijnen tussen bewoners steeds terug, voornamelijk tussen moslims en niet-moslims. Dit heeft voor iedereen nadelige gevolgen. Islamofobie bijvoorbeeld, is een vorm van discriminatie en hangt tegelijkertijd nauw samen met integratie én vrouwenemancipatie. Als je het dus hebt over intimidatie en onveiligheid van vrouwen op straat, moet je het óók hebben over de ervaringen van moslimvrouwen. Je kan de thema’s van IDEM Rotterdam niet los van elkaar zien. Ook in mijn promotieonderzoek zal ik een intersectioneel perspectief toepassen.

Heb je altijd al willen promoveren?

Het is iets wat altijd door mijn hoofd is gegaan. Wel heb ik getwijfeld, want de academische wereld kan hard zijn. Vooral als beginnend onderzoeker heb je een kwetsbare positie in een zeer competitieve wereld. Toch grijp ik deze kans nu met beide handen aan.

Sinds de oprichting van IDEM, zo’n drie jaar geleden, ben je bij de organisatie betrokken. Wat was je hoogtepunt?

Het mooiste was om te zien hoe de papieren realiteit van de aanbesteding werkelijkheid werd. Ik stond aan de wieg van IDEM Rotterdam. Samen met collega’s heb ik het expertisecentrum vormgegeven. We wisten grofweg wat de taken zijn van het expertisecentrum, maar hoe we die thema’s zouden uitdiepen, welke onderzoeken we zouden opzetten en hoe de bijeenkomsten eruit zouden zien was nog niet vastgelegd. Het was ontzettend leuk en leerzaam om daar invulling aan te geven.

Wil je nog iets meegeven aan de mensen met wie je hebt samengewerkt?

Ik wil natuurlijk iedereen bedanken voor de samenwerking. Ik heb veel geleerd over het werkveld en de kaders waarbinnen organisaties in het maatschappelijk middenveld zich kunnen bewegen. Ik heb dan ook bewondering voor mensen die ondanks de beperkingen die deze kaders met zich mee kunnen brengen met veel gedrevenheid aan het werk zijn.

Welk onderwerp moet volgens jou op de maatschappelijke agenda blijven?

Het loopt weer tegen het einde van het jaar en de discussie over Zwarte Piet laait op. Een belangrijke periode voor mensen om bij te dragen aan een racismevrij Rotterdam.

Wat ga je missen aan Rotterdam?

Rotterdam geeft me een bepaald gevoel dat ik heel prettig vind. Het heeft te maken met de sfeer in Rotterdam, die grotendeels wordt veroorzaakt door diversiteit en pretentieloosheid. Dat gevoel ga ik erg missen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stichting Ocan ondersteunt organisaties bij indienen projectvoorstel voor de ‘Decade’

Stichting Ocan ondersteunt organisaties bij indienen projectvoorstel voor de ‘Decade’

De jaren 2015 tot en met 2024 zijn door de Verenigde Naties uitgeroepen tot International Decade for People of African Descent, oftewel ‘de Decade’. Deze tien jaar staan in het teken van erkenning, rechtvaardiging en ontwikkeling voor mensen van Afrikaanse afkomst. Organisaties of actieve burgers die een activiteit willen organiseren in het kader van de Decade, kunnen professionele ondersteuning krijgen van Stichting Ocan bij het indienen van hun projectvoorstel.

Ministerie zoekt kwalitatieve projectvoorstellen

“In Nederland is het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verantwoordelijk voor de invulling van de Decade”, vertelt Cynthia Ortega-Martijn, projectmanager bij Stichting Ocan. “Toen het ministerie in 2016 de eerste tender uitschreef in het kader van de Decade, bleek dat veel organisaties en actieve burgers uit de doelgroep allerlei goede ideeën hadden, maar dat het schortte aan de kwaliteit van de plannen. Dat vond het ministerie heel jammer. Daarom is een aanbesteding uitgeschreven voor een ondersteuningsfunctie, die Stichting Ocan gegund heeft gekregen.”

“Onze ambitie ligt hoog”

Praktisch gezien komt het erop neer dat actieve burgers uit de doelgroep – Nederlanders met roots uit Sub-Sahara-Afrika, Suriname, de Antillen en overige Caraïbische eilanden – of organisaties die met deze doelgroep werken, ondersteuning kunnen aanvragen. De specialisten van Ocan helpen de aanvrager met de formulering van het projectvoorstel, het nadenken over de financiering of – als het plan in een vergevorderd stadium is – de puntjes op de i te zetten. “Onze ambitie ligt hoog”, zegt Ortega-Martijn. “We willen zoveel mogelijk mensen helpen. Toch zijn we afhankelijk van een bepaald budget, waardoor we maximaal tweehonderd adviesaanvragen kunnen behandelen.”

Together we will stand

De ondersteuningsfunctie ‘Together we will stand’ is erop gericht om tools, tips en trucs aan te dragen. “Het kan gaan om mensen met een leuk projectidee, die niet zo goed weten hoe ze het op papier moeten krijgen”, licht Ortega-Martijn toe. “Maar ook om een organisatie die het plan al uitgebreid geformuleerd heeft, maar niet bekend is in de wereld van fondsen. Of denk aan een particulier die alleen in aanmerking kan komen voor financiering als die een stichting opricht.”

Kortom, Ocan zoomt in op de specifieke ondersteuningsbehoefte en past daar het advies op aan. “Het kan gebeuren dat een organisatie uitgebreid begeleid wordt”, zegt Ortega-Martijn. “Maar het is ook mogelijk dat iemand wordt verzocht eerst nog aan de slag te gaan met het plan als dat onvoldoende doordacht is. We proberen hen natuurlijk wel te stimuleren en met tips verder op weg te helpen.”

Op maat gemaakt advies van Stichting Ocan

Actieve burgers of organisaties die in het kader van de Decade een activiteit willen organiseren en daar ondersteuning bij kunnen gebruiken, kunnen een Quickscan invullen op de website van Ocan. Op basis daarvan wordt de adviesaanvraag nader bekeken en ingevuld. Het is ook mogelijk om eerst een van de regionale informatiebijeenkomsten bij te wonen.