Voorbij de eigen bril: een verkennend onderzoek naar inclusie binnen de Rotterdamse opvoedondersteuning

Voorbij de eigen bril: een verkennend onderzoek naar inclusie binnen de Rotterdamse opvoedondersteuning

It takes a village to raise a child. De bekende uitdrukking zegt genoeg: een kind opvoeden is niet gemakkelijk en al helemaal niet in onze individualistische samenleving. Sommige ouders stellen hun vragen aan familie of vrienden. Anderen speuren het internet af voor tips of vragen hulp op school.

In Rotterdam zijn er allerlei organisaties waar ouders terecht kunnen voor vragen over en ondersteuning bij opvoeding. De vraag is of alle ouders die hulp nodig hebben, daar ook gebruik van maken. Want hoe bereik je ouders die de Nederlandse taal beperkt beheersen? Hoe zorg je voor cultuursensitieve ondersteuning? En hoe ga je om met de enige vader in de groep? Kortom, is de opvoedondersteuning in Rotterdam inclusief genoeg om alle Rotterdamse ouders te bereiken?

IDEM Rotterdam deed onderzoek naar opvoedondersteuning in Rotterdam: wat is nodig om de opvoedondersteuning inclusiever te maken? Voor het onderzoek ‘Voorbij de eigen bril’ zijn opvoedondersteuners in Rotterdam bevraagd door middel van een digitale vragenlijst en interviews. Ook zijn er twee focusgroepen gehouden met biculturele ouders die gebruikmaken van opvoedondersteuning.

Hoewel een aanzienlijk deel van de ouders die gebruikmaakt van opvoedondersteuning een biculturele achtergrond heeft, laat de diversiteit van opvoedondersteuners te wensen over volgens professionals. Zij zijn veelal vrouw en hebben geen biculturele achtergrond. Dit maakt het soms lastig om ouders te bereiken, en de eigen bril af te zetten, ook al proberen ze een open houding aan te nemen en maatwerk te leveren.

Groot verantwoordelijkheidsgevoel en een dikke huid

Groot verantwoordelijkheidsgevoel en een dikke huid

Medewerkers in de Rotterdamse ouderenzorg worden regelmatig gediscrimineerd vanwege hun migratieachtergrond, gender of seksuele oriëntatie. Het komt zowel in de thuiszorg als in zorginstellingen voor. Discriminatie door cliënten stelt de zorgverlener voor een dilemma: zorg ik goed voor de cliënt of zorg ik goed voor mezelf? Zorgverleners willen goede zorg verlenen aan de ouderen en voelen zich verantwoordelijk, waardoor ze hun eigen welzijn vaak naar de achtergrond schuiven. 

Dat is een van de belangrijkste conclusies uit kwalitatief onderzoek van IDEM Rotterdam naar discriminatie door cliënten in de Rotterdamse ouderenzorg. Voor dit onderzoek zijn interviews gehouden met twaalf zorgverleners, tien leidinggevenden, vier medewerkersvertrouwenspersonen, een arbocoördinator en een kwaliteitsmedewerker. Daarnaast zijn de resultaten van een online vragenlijst voor zorgverleners in de analyse meegenomen. 

Openlijk Joods, maar niet altijd

Openlijk Joods, maar niet altijd

Een deel van de Joodse Rotterdammers gaat niet zichtbaar Joods over straat om antisemitische reacties te voorkomen. Wie toch een keppeltje of davidsster draagt, voelt een risico om uitgescholden of bespuugd te worden. Dat blijkt uit een kwalitatief onderzoek van IDEM Rotterdam naar de ervaringen en veiligheidsbeleving van Joodse Rotterdammers.

IDEM Rotterdam vroeg Joodse Rotterdammers naar hun ervaringen met antisemitisme en welke invloed dat heeft op hun veiligheidsbeleving. Tussen juli 2020 en mei 2021 interviewden IDEM-onderzoekers Nienke de Wit en Bauke Fiere dertien sleutelfiguren die een uitgebreid netwerk hebben onder Joodse Rotterdammers.

Antisemitisme

Uit het onderzoek blijkt dat alle respondenten ooit zijn lastiggevallen vanwege hun Joodse identiteit of anderen kennen die antisemitisme hebben ervaren als zij zichtbaar Joods over straat gingen. Het gaat hierbij meestal om ongepaste opmerkingen, maar ook verbaal geweld of bespugingen komen voor. Ook worden de spreekkoren bij voetbalwedstrijden als kwetsend en antisemitisch ervaren. Om mogelijke confrontaties te vermijden, gaat volgens de respondenten een deel van de Joodse Rotterdammers niet zichtbaar Joods over straat. Zij dragen bijvoorbeeld geen keppeltje, of dragen er een pet overheen.

Complotten

Een vorm van antisemitisme waar Joodse Rotterdammers zich grote zorgen over maken omdat het een nieuwe impuls kreeg door de coronacrisis, is de online verspreiding van complottheorieën waarbij Joodse mensen de schuld krijgen van bepaalde wereldproblemen. “Door het feit dat corona de kop heeft opgestoken, komen dat soort gedachtes nu nog meer in de schijnwerpers te staan en dat vind ik een hele enge ontwikkeling”, aldus een van de respondenten.

Meldingsbereidheid

Onder Joodse Rotterdammers is de bereidheid om discriminatie te melden laag. Een groot deel van hen heeft weinig vertrouwen in de opvolging en de aanpak vanuit de gemeente of politie. Een deel van de respondenten meent dat antisemitisme genormaliseerd is en vindt dat er meer aandacht voor het thema moet komen, bijvoorbeeld op scholen.

Ervaren discriminatie onder moslima’s op de Rotterdamse arbeidsmarkt

Ervaren discriminatie onder moslima’s op de Rotterdamse arbeidsmarkt

Moslima’s zijn steeds beter in staat discriminatie op de arbeidsmarkt te herkennen en durven het steeds beter te benoemen. Dat blijkt uit kwalitatief onderzoek van IDEM Rotterdam naar ervaren discriminatie onder twintig moslima’s op de Rotterdamse arbeidsmarkt. Het toegenomen besef komt vermoedelijk doordat er steeds meer over discriminatie en racisme gesproken wordt en doordat antiracismebewegingen steeds duidelijker zichtbaar zijn.

Kwalitatief onderzoek

Voor het kwalitatieve onderzoek zijn twintig islamitische vrouwen geïnterviewd die werkzaam zijn op de Rotterdamse arbeidsmarkt. Een deel van hen draagt een hoofddoek, een ander deel niet. De vrouwen hebben diverse afkomsten en werken in verschillende branches. De gesprekken zijn geanalyseerd op meerdere onderwerpen: werkomgeving, ervaringen op de werkvloer, discriminatie-ervaringen en copingstrategieën.

Divers team en dialoog

Het toegenomen bewustzijn over discriminatie, bijvoorbeeld micro-agressies op basis van stereotypen en vooroordelen, leidt vooral bij jongere vrouwen tot een verzettende copingstrategie. In plaats van de opmerkingen of andere micro-agressies te vermijden of negeren, gaan zij de dialoog aan.

Een divers team is een van de manieren om discriminatie op de werkvloer terug te dringen. De geïnterviewde moslima’s vertelden dat hoe diverser hun team, hoe meer gevoel van herkenning zij ervaren en hoe sterker zij het gevoel hebben zichzelf te kunnen zijn. Bondgenootschap van (witte) niet-islamitische collega’s is een andere manier om discriminatie tegen moslima’s op de werkvloer terug te dringen.

Rotterdamse kwesties: de kwetsbare kant van de stad

Rotterdamse kwesties: de kwetsbare kant van de stad

Tegen welke taboes lopen jongerenwerkers aan? Hoe heftig is seksuele intimidatie in de Rotterdamse clubs? En is er in een hyperdiverse stad als Rotterdam sprake van racisme in de zorg? Voor de serie ‘Rotterdamse kwesties: de kwetsbare kant van de stad’ dook IDEM in de gevoelige onderwerpen die tekenend (lijken te) zijn voor Rotterdam.

In 2019 en 2020 gingen de netwerkers, onderzoekers en redacteur van IDEM op zoek naar deze gevoelige onderwerpen. Welke onderwerpen, die raakten aan de thema’s inclusie, discriminatie, man/vrouw-emancipatie en LHBTIQ+-emancipatie, werden het meest gevoeld in de Rotterdamse samenleving? De Gebiedsbeelden, waarvoor in 2016 en 2017 onderzoek is verricht naar deze thema’s in de veertien stadsgebieden van Rotterdam, vormden de leidraad voor de keuze. Tijdens gesprekken met netwerkpartners bleek bij welke van de eerder in kaart gebrachte onderwerpen de meeste urgentie werd gevoeld.

Hoewel bepaalde onderwerpen meer in het ene stadsgebied leefden dan in het andere, bleken de kwesties vooral stadsbreed aan de orde te zijn. Of het nu gaat om de vertrouwensband tussen jongerenwerkers en jongeren, de invloed van verenigingen, of vaderbetrokkenheid: de artikelen leverden inzichten op die interessant kunnen zijn voor professionals in heel Rotterdam.

Daarom besloten we deze artikelen te bundelen, om de opgedane kennis en de beschreven ervaringen te delen met de rest de stad. De reflecties van de vele professionals, actieve vrijwilligers, deskundigen en ervaringsdeskundigen die we hebben gesproken, vormen een belangrijke informatiebron voor andere Rotterdammers. Vanzelfsprekendheden worden onder de loep genomen, er worden ideeën aangedragen om op een andere manier naar bepaalde kwesties te kijken en er zijn creatieve manieren gevonden om inclusiever te werken. We hopen dat deze bundel professionals inspireert om de thema’s inclusie, discriminatie, man/vrouw-emancipatie en LHBTIQ+-emancipatie meer ruimte te geven in het dagelijks werk. Laten we ook de kwetsbare kanten van de stad omarmen. Laten we ervoor zorgen dat iedere Rotterdammer de ruimte vindt en krijgt om zichzelf te zijn. Want wie vragen durft te stellen over vanzelfsprekendheden, ziet vanzelf hoeveel er nog te winnen is.

De reeks is nu gebundeld en hieronder te downloaden!

Liever de artikelen los van elkaar lezen? Klik op de titels in de inhoudsopgave hieronder.

Geen 18, geen druppel? Alcoholgebruik onder jongeren in Pernis als sociale norm

Geen 18, geen druppel? Alcoholgebruik onder jongeren in Pernis als sociale norm

Een biertje na de training, een mixdrankje voor het schoolfeest of een roseetje met vrienden: een drankje als je minderjarig bent, lijkt in Pernis niet zo’n probleem. Hoewel in 2014 de leeftijdsgrens voor het nuttigen van alle alcoholische dranken werd verhoogd van 16 naar 18 jaar, lijken veel inwoners van Pernis hier niet zo strikt mee om te gaan. ‘Een drankje hoort erbij’, is een veelgehoord argument van ouders. Maar hoe verander je die – voor de volksgezondheid en veiligheid ongewenste – sociale norm, als ouders het probleem niet zo zien? IDEM-redacteur Wilke Martens toog naar Pernis om te bekijken hoe het gesteld is met alcoholgebruik onder jongeren.

Wie voor het eerst door Pernis wandelt, zou niet vermoeden dat sommige van de straten met regelmaat bezaaid waren met ‘kabouterpost’ en lege drankflessen. Integendeel, de dorpskern van Pernis doet pittoresk aan, met haar achttiende-eeuwse boerderijen, groene gordel, woningen die verschanst liggen achter dijken en de kinderkopjes die de stegen een historische uitstraling geven. Maar de dorpskern mag nog zo idyllisch zijn, het is de haven van Rotterdam die de hoofdrol speelt in Pernis. Een groot deel van de bijna vijfduizend inwoners van Pernis is werkzaam in de haven. En na een lange dag hard werken als sjorder, cargadoor of kraanmachinist, dan heb je wel een biertje verdiend. Of twee.

Veelvuldig gebruik van alcohol is in Pernis genormaliseerd, zo blijkt uit het Gebiedsbeeld Pernis dat IDEM Rotterdam in 2018 publiceerde. Voor deze gebiedsverkenning werden professionals en actieve bewoners geïnterviewd over de thema’s integratie, discriminatie, man/vrouw-emancipatie en lhbti-emancipatie. Hoewel het niet direct iets met deze thema’s te maken heeft, is het opvallend dat alcohol- en drugsgebruik veelvuldig als aandachtspunt werden aangemerkt tijdens de interviews en focusgroepen. Met name het feit dat jongeren er vroeg bij zijn als het genotsmiddelen betreft, baart de professionals zorgen. Ook in andere documenten over Pernis, waaronder het Gebiedsplan 2015-2018 en de Wijkagenda 2019-2022, komt problematisch alcohol- en drugsgebruik bij jongeren herhaaldelijk als onderwerp terug. Reden genoeg om voor dit artikel wat dieper in dit onderwerp te duiken.

Achter de voordeur: ingesloten norm

Niet op straat of aan de bar, maar achter de voordeur wordt in Pernis de norm bepaald met betrekking tot alcoholconsumptie, zo staat te lezen in het Gebiedsbeeld: “Achter de voordeur is het volgens gesprekspartners vaak de norm dat in de avonden na het werk, en op zaterdagmiddag, ontspanning gepaard gaat met alcohol. Dit is het voorbeeld dat jongeren en kinderen meekrijgen vanuit huis, en dat op de voetbalclub of bij een andere vereniging verder gestimuleerd wordt.” Bovendien beginnen Pernissers vaak op jonge leeftijd met drinken.

Voor Tamara Hardenbol, secretaris van de voetbalvereniging en trainer, is dat een herkenbaar beeld. “Hier heerst een bepaalde cultuur, waar een drankje ‘erbij hoort’”, vertelt ze tijdens een bezoek om te praten over dit thema. “Vooral als het mooi weer is, dan neem je lekker een biertje. Het is gezellig, je neemt er nog een. Als je als ouder zelf drinkt en dat ook normaal vindt, kan het een lastige discussie worden met je puberzoon of -dochter als die niet mag drinken.”

In plaats van het gesprek met de zoon of dochter aan te gaan over de gevaren van alcohol op jonge leeftijd, stellen ouders vaak voor om samen met hun kind een (eerste) drankje te doen. Dat merkt jongerenwerker Sadik op. “We lopen in Pernis aan tegen normaliseren van alcohol- en drugsgebruik”, legt hij uit. “Natuurlijk niet door iedereen, maar ik zie het meer gebeuren dan in andere gebieden waar ik werk. Voorheen werd het nog wel als taboe gezien, maar nu is het normaal. Niet alleen voor de jongeren zelf, maar ook voor de ouders. We zien vaak dat jongeren voor het eerst met alcohol of tabak in aanraking komen via de ouders. Ze mogen wel een biertje proberen, onder begeleiding. Dan is het niet raar dat iedereen het normaal vindt als een minderjarige drinkt.”

Drinken is de norm, bevestigt ook het onderzoek ‘Doe normaal’. Een van de respondenten vindt het niet gek dat bijvoorbeeld voorlichting niet werkt: “Zolang hij of zij denkt dat het normaal is om iedere avond na het werk vijf biertjes te drinken, zal hij of zij niet snel een wijkbijeenkomst rondom alcohol- en drugsgebruik bezoeken.”

Gebiedsplan: inzetten op de jeugd

In het Gebiedsplan 2015-2018 wordt eenzelfde beeld geschetst. In Pernis wordt meer gedronken dan gemiddeld in Rotterdam. Overmatig drank- en drugsgebruik onder jongeren hangt samen met overlast en vandalisme. Om dit tegen te gaan, moet meer ingezet worden op de jeugd, aldus het Gebiedsplan. Pernisse jongeren voelen zich naar verhouding eenzamer dan gemiddeld in Rotterdam, en gebruiken meer alcohol en drugs dan gemiddeld. Hun perspectief moet worden vergroot, zo luidt de conclusie. Maar heeft dat wel zin als drinken de norm blijft?

Victor Nagtegaal, wijkmanager van Pernis, erkent dat bovengemiddeld alcoholgebruik onder jongeren een probleem is in het stadsgebied. Al tientallen jaren zelfs. “Er zijn allerlei maatregelen genomen om problemen in het algemeen terug te dringen”, zegt Nagtegaal, “maar er zijn beperkte maatregelen genomen om specifiek dit punt aan te pakken.”

Het alcoholgebruik onder jongeren staat in het wijkactieplan op de agenda, maar blijft al ruim een decennium een pijnpunt. Volgens Nagtegaal heeft dat te maken met de complexiteit van het probleem. “Het is zo ontzettend taai en er hangen zoveel verschillende dingen mee samen, waardoor we er nog niet uit zijn wat de beste oplossing is. In het verleden zijn allerlei maatregelen genomen, maar een ingesleten norm veranderen is iets van de lange adem.”

De vergelijking met roken ligt voor de hand: vijftien jaar geleden vond iedereen het normaal dat er veel gerookt werd. Inmiddels is de algemene tendens dat gezond leven belangrijk is. Toch is eenzelfde aanpak als de antirookcampagnes niet een kant-en-klare oplossing. Nagtegaal: “Er zit nog een groot verschil in de sociale acceptatie van alcohol en sigaretten. Kijk bijvoorbeeld alleen al hoe we de horeca promoten, nu de coronamaatregelen versoepeld zijn. Ik hoop dat iedereen een glaasje fris drinkt op het terras, maar dat is niet realistisch. De manier waarop we met alcohol omgaan is anders dan de manier waarop we met sigaretten omgaan. Vroeger was het vrij normaal dat je op je twaalfde je eerste biertje kreeg. Dat patroon is zo sterk ingesleten, dat het veel tijd kost voordat mensen zich aan een nieuwe norm willen houden.” 

Naast de ingesleten norm, spelen financiële belangen een grote rol bij de houding ten aanzien van alcohol. “De verkoop van alcohol vormt een belangrijke inkomstenbron voor bijvoorbeeld de voetbalvereniging”, legt Nagtegaal uit. “Ze hebben wel eens een alcoholvrij weekend georganiseerd, maar dan lopen ze aanzienlijke inkomsten mis. Als alcohol zo’n belangrijk deel uitmaakt van het verdienmodel van een vereniging, en dus van hun bestaansrecht, kun je als gemeente moeilijk de verkoop gaan verbieden. Dat zou alleen aanvaard worden als er financiële compensatie tegenover staat.”

Nagtegaal hoopt dat met de inzet op gezonder leven, ook het alcoholgebruik afneemt. “In Pernis zijn we druk bezig met de inzet op een gezondere leefstijl, vanuit medisch oogpunt. De focus ligt nu vooral op tegengaan van overgewicht, maar vanuit die insteek kun je uiteindelijk een bredere gedragsverandering tewerkstellen. Het kost alleen heel veel tijd. Toch heb ik goede hoop en vermoed ik dat je over tien jaar wel verschil ziet.”

Alcoholgebruik onder jongeren: een dorps probleem?

Hoewel de minimumleeftijd om alcohol te mogen nuttigen op 18 jaar ligt, hebben veel jongeren al eerder hun eerste drankje op. Zo heeft 32,2 procent van de 14- en 15-jarige vmbo-leerlingen in Rotterdam wel eens alcohol genuttigd in het schooljaar 2017-2018, zo blijkt uit onderzoek van het Centrum voor Jeugd en Gezin. In Pernis ligt dit percentage echter veel hoger: 47,5 procent. Alleen in de stadsgebieden Hoogvliet en Rozenburg ligt dit percentage eveneens boven de 45 procent.

Een veelgehoord argument is dat er in de kleine kernen te weinig te doen is voor jongeren, waardoor ze uit verveling gaan experimenteren met drank en drugs. In de Wijkagenda 2019-2022 wordt al aangemerkt dat de mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding voor jongeren in Pernis verbeterd moeten worden. Toch gelooft Nagtegaal niet dat jongeren meer drinken of drugs gebruiken, alleen maar omdat er minder te doen is in Pernis. “Je hebt ook te maken met landelijke trends, zoals lachgas”, zegt hij. “Dat heeft niets te maken met de faciliteiten in het stadsgebied. Wat wel een belangrijk punt is, is dat je van die faciliteiten er maar één hebt. Als bijvoorbeeld de turnvereniging wegvalt, dan kun je niet meer turnen in Pernis. Daarom doen we ons best om wat er is te behouden.”

Een andere mogelijke verklaring voor de verschillen tussen de kleine kernen en andere stadsgebieden, ligt volgens Nagtegaal in de bevolkingssamenstelling. “In de kleine kernen is de bevolking overwegend autochtoon, terwijl in de rest van Rotterdam 20 tot 30 procent van de bewoners een islamitische achtergrond heeft. En over het algemeen wordt door moslims minder gedronken”, legt hij uit. Dit verschil wordt bevestigd door kinderarts Nico van der Lely van de alcoholpoli in het Reinier de Graaf-ziekenhuis in Delft, zo blijkt uit een artikel in NRC uit 2015 over het verschil in alcoholgebruik tussen dorpen en steden. “Hun [jongeren met islamitische achtergrond, WM.] ouders zijn strenger en hanteren de mentaliteit uit het Nederland van de jaren vijftig. De tweede generatie moslims schuift echter wel langzaam op in de richting van het drinken van meer alcohol.”

Van der Lely wijst bovendien op de verantwoordelijkheid van ouders als het gaat om een norm stellen: “De regio’s liggen op dat vlak iets achter ten opzichte van de steden omdat er een andere cultuur heerst. Een gemaakte cultuur die in grote mate wordt bepaald door ouders die alleen naar de voetbal- of hockeyclub komen voor de ‘derde helft’ en hun kinderen zo het slechte voorbeeld geven. Tevens een cultuur onder invloed van reclames waarin alcoholgebruik als ‘stoer’ wordt neergezet.”

Hoewel specifiek op jongeren gerichte alcoholreclames verboden zijn, lijken drankmerken een sluiproute gevonden te hebben. Via Instagram maken steeds meer influencers – al dan niet betaald – verkapt reclame voor alcohol. Communicatie-wetenschapper Hanneke Hendriks deed onderzoek naar de manier waarop alcohol werd gepresenteerd in posts van populaire influencers, zo schrijft Het Parool. “De voornaamste conclusies: invloedrijke personen praten veel en positief over alcohol en tonen ook veel alcoholmerken zonder goed duidelijk te maken dat het om reclame gaat. Op die manier kunnen drankmerken het verbod op alcoholreclame gericht op jongeren omzeilen.”

Jongerenwerk: vechten tegen de bierkaai?

Als jongeren alleen maar positieve beelden voorgeschoteld krijgen via hun ouders en hun idolen, hoe doordring je hen dan van de gevaren van alcohol? Niet zo gemakkelijk, weet Sadik. Hij en zijn collega’s van jongerenwerkorganisatie Miero hebben er een flinke kluif aan om jonge Pernissers bewust te maken van de gevaren van alcohol en drugs. Niet alleen het feit dat drinken door jongeren genormaliseerd is maakt het moeilijk om hen van een ander perspectief te voorzien, maar ook het feit dat jongerenwerkers maar beperkt de tijd hebben. “We hebben in Pernis een opdracht van iets meer dan een halve fte en daar is alcoholpreventie weer een klein stukje van”, legt Sadik uit. “We hebben al niet veel tijd en we kunnen jongeren in de probleemleeftijd niet gemakkelijk bereiken, omdat er geen middelbare school is in Pernis.”

De jongerenwerkers van Miero geven daarom al voorlichtingen over alcohol op de basisschool. “Hoe eerder, hoe beter”, zegt Sadik. “We zijn genoodzaakt om preventief al in te zetten op basisscholen, dus hopelijk kunnen we daar later effect van zien.” De jongeren van de toekomst krijgen misschien een ander voorbeeld, maar voor de jongeren van nu is er nog veel werk aan de winkel. “We proberen jongeren individueel te benaderen”, legt Sadik uit. “Als we bijvoorbeeld op een van onze talentenavonden zien dat iemand kampt met overmatig gebruik, dan gaan we met die jongere in gesprek. We laten voorbeelden zien van waar het fout kan gaan en we laten zien wat de gevolgen van overmatig alcohol- en drugsgebruik op de lange termijn zijn. Meestal wil de jongere in kwestie proberen om het eerst zelf op te lossen. Die ruimte bieden we wel; we willen de ontwikkeling niet frustreren. Maar als we blijven zien dat de persoon overmatig gebruikt, dan proberen we diegene toch naar een hulpinstantie te begeleiden.”  

Maar het is vechten tegen de bierkaai, als ouders alles maar prima vinden. “Er zijn ouders die het allemaal wel best vinden zolang ze geen klachten krijgen over hun kind”, weet Sadik. “‘Mijn zoon of dochter zit op school of werkt, verdient eigen geld, is goed bezig, als ze dan met vrienden een jointje roken, dan zij het zo.’ Er zijn natuurlijk ouders die er anders over denken, maar dit is het gevoel bij veel ouders in Pernis. Wij zien dat jongeren steeds vroeger beginnen, steeds meer soorten drank en drugs gebruiken. Dat kan een giftige cocktail worden.”

Sadik hoopt dat ouders betere afspraken maken. Niet alleen met hun kinderen, maar ook onderling. “Als je kind met de kinderen van de buren omgaat, maak dan afspraken met elkaar. Als ze van jou één biertje mogen, maar van de buren een hele krat, dan moet het wel fout gaan.” 

Voetbalvereniging is op de goede weg, maar moet scherp blijven

Ouders met meningsverschillen over alcohol en jongeren. Dat is ook bij de voetbal-vereniging het grootste probleem, heeft Tamara Hardenbol gemerkt sinds jongeren 18 jaar moeten zijn, ook voor een biertje of een wijntje. “De vrijwilligers hebben er geen moeite mee om niet te schenken aan minderjarigen, maar er is wel een soort angst voor ‘reacties van…’. Ze legt verder uit: “Op het moment dat een ouder een biertje bij ons aan de bar haalt en deze aan een kind geeft, dan zouden wij de discussie moeten aangaan. Sommige barvrijwilligers hebben daar geen moeite mee, maar anderen vinden het lastig om ouders hierop aan te spreken.”

Ouders realiseren zich te weinig welke gezondheidsrisico’s alcoholgebruik op jonge leeftijd met zich meebrengt, meent de trainer. “Het wordt steeds duidelijker hoe schadelijk alcohol is op jonge leeftijd, maar je blijft ouders hebben die denken dat het wel meevalt. Het is soms ook moeilijk om te controleren of om precies te weten wat een kind drinkt. Stel dat het eerste elftal – waarvan het grootste deel ouder is dan achttien, maar waar ook een paar jongens van zeventien spelen – weer eens een keer wint, dan wordt er een krat bier naar de kleedkamer gebracht. Tja, hoe controleer je dan dat die paar jongens van zeventien niet dat biertje pakken? Het is niet zo dat ze kwaadwillend tegen de regels in willen gaan, maar de ouders en de club willen met die krat wel de winst vieren.”

Ook in de kantine komt het wel eens voor dat een ouder een drankje voor haar of zijn kind haalt. “Sommige ouders zeggen dan: ‘Ik sta er toch bij, het is mijn eigen verantwoordelijkheid.’ Maar officieel hebben wij als club de verantwoordelijkheid, wij moeten ervoor zorgen dat minderjarigen überhaupt geen alcohol krijgen. Als er dan een keer een controle komt, dan krijgen we een fikse boete of moeten we misschien wel sluiten.” 

Hoe moeilijk het soms ook is om het gesprek hierover aan te gaan, voetbalvereniging Pernis is samen met Rotterdam Sportsupport druk bezig om het tij te keren. “Er is een sportcode ontwikkeld, waarin aandacht wordt besteed aan alcoholpreventie bij jongeren”, legt Hardenbol uit. “We kijken samen welk beleid we erop kunnen maken en welke protocollen erbij horen. De afgelopen twee jaar zijn we al intensief met dit onderwerp bezig. We maken de Nix-campagne toonbaar in de club, we hangen posters op, leggen informatiekaarten op tafel. We trainen de barvrijwilligers met foto’s van jongeren, waarbij ze moeten raden hoe oud ze zijn.”

Kortom, VV Pernis doet volop haar best. Maar soms slipt er wel eens wat tussen de mazen van de goede intenties door. “Op de vereniging staat een soort bushokje, waar gerookt mag worden. Daar zag ik laatst nog een oud A4’tje hangen, waarop staat dat alcohol onder de 16 jaar verboden is. We zijn er druk mee bezig, maar toch hangt zoiets er nog. Dan denk ik: ‘Kom op, nog even aanscherpen die handel.’”


Geraadpleegde bronnen