Je werk niet kunnen doen omdat je man bent, een hoofddoek draagt of een donkere huidskleur hebt. In de Rotterdamse ouderenzorg komt het regelmatig voor. Cliënten weigeren soms hulp, schelden hulpverleners uit of zijn op andere manieren vervelend of bedreigend. IDEM Rotterdam deed onderzoek naar discriminatie in de Rotterdamse ouderenzorg. Tijdens het Kennisatelier ‘Dikke huid en veel empathie’ presenteerde onderzoeker Inte van der Tuin de resultaten.

Bijna twintig (zorg)professionals en andere geïnteresseerden kwamen op donderdag 21 april 2022 samen in Café Dox om te praten over discriminatie door cliënten in de Rotterdamse ouderenzorg. Tijdens dit kennisatelier presenteerde onderzoekster Inte van der Tuin de resultaten van het onderzoek ‘Groot verantwoordelijkheidsgevoel en een dikke huid’, deelden zorgmedewerkers hun discriminatie-ervaringen tijdens het werk en werd er plenair nagedacht over mogelijke oplossingen om discriminatie in de ouderenzorg tegen te gaan.

 

‘Een respondent gaf aan dat iemand ooit zei dat als zij nog een keer voor de deur van de cliënt zou staan, hij haar wat aan zou doen. En dat alleen omdat de zorgverlener een hoofddoek draagt.’ Het is een van de verhalen die onderzoekster Inte van der Tuin optekende voor het kwalitatieve onderzoek naar discriminatie in de ouderenzorg. Meer dan fysieke dreigementen, komen discriminerende verzoeken op basis van huidskleur, geloofsovertuiging, gender of seksuele oriëntatie voor. Bijvoorbeeld als een cliënt tijdens het intakegesprek specifiek vraagt om iemand zonder hoofddoek.

Thuiszorg 

In Nederland kennen we intramurale zorg (verpleeghuizen) en extramurale zorg (thuiszorg). Uit het onderzoek blijkt dat discriminerende verzoeken vooral gedaan worden in de extramurale zorg. ‘Doordat de zorg in iemands huis wordt verleend, denkt men dat zij het recht hebben om verzoeken in te dienen die vaak discriminatoir zijn’, aldus Van der Tuin. Ook gebeurt het dat de cliënt de zorgverlener wegstuurt, omdat de cliënt geen zorg wil ontvangen van iemand met bijvoorbeeld een migratieachtergrond.

In het onderzoek is ook gekeken hoe ouderenzorgorganisaties omgaan met discriminatie. De meeste leidinggevenden die zijn geïnterviewd voor het onderzoek, gaven aan dat alleen een traumatische ervaring een legitieme reden kan zijn om een discriminerend verzoek in te willigen. Denk aan seksueel misbruik door een man, waardoor de cliënt geen mannelijke zorgverlener wil. Wat verder opviel is dat enkele organisaties discriminatie niet herkennen, omdat er weinig gemeld wordt.

Respectloos

Verpleegkundige in de thuiszorg Jackeline Moreira Tavares deelde in een kort vraaggesprek haar ervaringen met discriminatie door cliënten. ‘Tijdens mijn stage kwam ik er voor het eerst achter dat discriminatie in de zorg toch wel een ding is’, vertelt Jackeline. Tijdens de opleiding was er weinig aandacht voor discriminatie in de ouderenzorg. Inmiddels herkent ze de meest subtiele vormen van discriminatie. ‘Het gaat niet alleen om nare opmerkingen die je naar je hoofd geslingerd krijgt’, legt ze uit, ‘maar ook om moeilijker te herkennen vormen van discriminatie. Zo zoeken cliënten eerder contact met witte collega’s en kijken ze mij niet aan. Of ze trekken mijn deskundigheid in twijfel, terwijl er geen enkele aanleiding voor is.’ Als haar wordt gevraagd wat dat met haar doet, haalt ze diep adem. ‘Het raakt mij enorm. Ik voel mij op dit soort momenten alleen, gedemotiveerd en ik ga dan met minder plezier naar die cliënt, omdat ik weet dat hij mij respectloos behandelt.’

De discriminatie melden doet Tavares niet vaak meer. ‘Discriminatie overkomt mij zo vaak. Heel vaak schakel ik mijn gevoel gewoon uit en verleen ik zorg. Soms vraag ik de cliënt ook waarom die een bepaald beeld heeft over mensen. Dat zorgt voor interessante gesprekken. Na zo’n gesprek zie je ze vaak ook denken en realiseren dat hun voorkeur of reactie alleen gebaseerd is op vooroordelen.’ 

Op hulp van een leidinggevende hoeft Tavares niet te rekenen. Ze zit in een zelfsturend team. ‘Alle probleem moeten wij met elkaar oplossen’, licht ze toe. ‘Maar als mijn witte collega’s mijn situatie bagatelliseren en doen alsof ik lieg, dan komen we niet tot een oplossing. Door reacties als ‘och, dat is een zieke cliënt, dat moet je hen niet kwalijk nemen’, kan ik mij ontzettend eenzaam voelen.’ 

Steun van bovenaf

Leidinggevende Elouise Tahapary zet alles op alles om haar medewerkers te ondersteunen als zij discriminatie ervaren. De gevallen melden is de eerste stap. ‘Als medewerkers merken dat ik melden belangrijk vind, dan gaan zij dat ook belangrijk vinden en sneller discriminatie melden’, legt ze uit. Wanneer Tahapary een discriminatiemelding ontvangt, plant ze meteen een gesprek in met de desbetreffende zorgverlener: ‘Vaak merk ik tijdens zo’n gesprek dat er veel meer is gebeurd dan wat de zorgverlener heeft opgeschreven.’ De hulpverleners lijken voorvallen dus al kleiner te maken dan ze zijn.  

‘Op een middag werd ik gebeld door een witte medewerker die vertelde dat een zwarte uitzendkracht enorm werd uitgefoeterd door een cliënt’, vertelt Tahapary. ‘Ik belde meteen de uitzendkracht om te vragen wat er is gebeurd en hoe het met haar gaat. Het meisje ontkende alles, er was volgens haar niets aan de hand. Pas toen ik het nogmaals vroeg, vertelde ze me dat ze bang was dat ik haar niet meer zou inzetten.’

Gelukkig is er volgens Tahapary een positieve verschuiving te zien. ‘Door het personeelstekort gaan we van ‘klant is koning’ naar het centraal stellen van de medewerker.’ Uit het onderzoek blijkt dat veel zorgverleners die discriminatie ervaren zich eenzaam voelen. ‘Daarom is het belangrijk dat ook leidinggevenden pro-actiever het gesprek aangaan over discriminatie en medewerkers ondersteunen waar nodig’, zegt ze. ‘Als alle neuzen dezelfde kant op staan, sta je sterker als organisatie.’