Hoe zorg ik voor inclusie van niet-menselijke ervaringen?
Als sociaal professional kan je cliënten tegenkomen die zichzelf niet als mensen ervaren. Zij drukken hun identiteit bijvoorbeeld uit als dieren, feeën, draken, engelen, personages uit boeken en films, of elementen in de natuur.
In dit artikel gaan we in op verschillende perspectieven hierover, en bieden we praktische tips voor inclusie.
Achtergrond
Er zijn veel verschillende redenen waarom iemand zichzelf niet als mens ziet. Daarom is het belangrijk om niet direct één reden aan te nemen.
Mogelijke redenen zijn:
- Uiting van creativiteit en zelfbeschikking.
- Een spirituele ervaring, in relatie tot vorige levens, voorouders, totems, en het land.
- Een gemeenschapsgevoel met anderen die (online) ook over niet-menselijke gevoelens praten.
- Neurodiversiteit, zoals autisme.
- Weinig aansluiting vinden in de maatschappij.
- Meerdere persoonlijkheden (DIS).
- Het verwoorden van onvrede met je lichaam (zoals eetstoornissen), of met je dagelijks leven.
- Het verwoorden van transgender-gevoelens en andere queer ervaringen.
- Het omgaan met lichamelijke schendingen, waaronder seksueel trauma.
- Fetishes en kinks.
- Psychologische ervaringen die met hallucinaties samenhangen, zoals schizofrenie of psychose.
De verschillende factoren kunnen natuurlijk ook overlappen. Denk bijvoorbeeld aan een autistische transgender cliënt die weinig aansluiting voelt met diens eigen lichaam of met de maatschappij, en die online veel steun en gezelligheid kan vinden in creatieve groepsgesprekken rondom identiteit.
Omdat de mogelijke achtergronden zo divers kunnen zijn, is het aan te raden om elke cliënt te benaderen met een open, nieuwsgierige houding. Bij sommige personen kan er sprake zijn van problematiek of van een psychologische hulpbehoefte. Voor anderen is de niet-menselijke identiteit juist een heel gezond onderdeel van balans, harmonie en zelfbeschikking.
Subculturen
Rondom niet-menselijke ervaringen bestaan verschillende subculturen. Regelmatig hebben deze culturen eigen sociale regels en een eigen jargon. Als sociaal professional kan het helpend zijn om je hierin in te lezen.
Veelgebruikte internationale termen zijn:
Furry: Een breed begrip voor iedereen die zichzelf herkent in dieren, of die media hierover leuk vindt. Dat kan op een speelse manier gaan, zoals een verkleedspel, of het maken van een cartoon. Voor anderen is het vooral serieus. Furry-ervaringen kunnen seksueel zijn of niet-seksueel. Furries kunnen elkaar offline ontmoeten tijdens furry-conventies.
Therian: Personen die zichzelf in dieren herkennen op een spirituele manier. Zij ervaren zichzelf als dieren met menselijke lichaamskenmerken.
Kin: Een paraplu-term voor personen die zich verbonden voelen met niet-menselijke wezens.
Otherkin: Personen die zichzelf ervaren als niet-menselijke wezens met menselijke lichaamskenmerken, zoals engelen, feeën en draken.
Fictionkin: Personen die zichzelf ervaren als de incarnaties van personages uit bestaande media, waaronder boeken en films.
Transhuman: Personen die willen uitbreiden hoe ze in de maatschappij staan, voorbij menselijke normen en kaders. Dat kan bijvoorbeeld met kleding en met lichaamsmodificaties (bodymods).
Deze subculturen kunnen met elkaar overlappen. In elke subcultuur zijn er veel verschillende groepen met daarin eigen organisaties, bedrijven, beroemdheden, sociale dynamieken, roddels, drama, manifesten, debatten, etc.
Voor cliënten kan het fijn voelen om bij een subcultuur aansluiting te vinden. Hierdoor kan een sociaal isolement worden voorkomen. Maar er kan ook juist verzanding in een groep ontstaan, waardoor de relatie van de persoon tot de bredere maatschappij minder sterk wordt. Door het bovengemiddelde percentage psychologische kwetsbaarheid in deze subculturen is er ook regelmatig hevig onderling conflict en onbegrip — met risico op buitensluiten, cancelling, en een stapeling van psychologische hulpvragen.
Wil je als professional het gesprek aangaan over de impact van een ervaring of subcultuur? Dan kan je ervoor kiezen om vooral de sociale dynamieken te bespreken, zonder dat hier een oordeel over de niet-menselijke aspecten bij komt kijken. Op die manier kan je erkenning bieden voor alles wat de cliënt meemaakt.
Praktische tips voor inclusie
Met deze handvatten sta je sterk in gesprekken met cliënten die over een niet-menselijke ervaring vertellen.
- Erken de emotie, in plaats van gelijk over te gaan op waarheidstoetsing.
- Verken samen de sociale dynamieken die de cliënt meemaakt in de subcultuur, zonder bovenmatig nadruk te leggen op de niet-menselijke aspecten.
- Benader de cliënt voor wie die zelf aangeeft te zijn, binnen de grenzen die voor jou passend voelen.
- Leg niet zomaar Nederlandse normen en waarden op; stel jezelf bijvoorbeeld ook open voor mensen die zichzelf cultureel in verbinding voelen met reïncarnatie, totems, geesten, en de natuur.
- Blijf alert op tekenen van psychologische hulpvragen, zoals eenzaamheid, genderdysforie of psychose, maar bied naast de psychologische blik ook veel ruimte voor zelfbeschikking.
Heb je verder vragen over de ervaringen van cliënten? Dan kan je samen bespreken of je een keer een kijkje mag nemen in de (online) subcultuur, zodat je jouw eigen beeldvorming kan nuanceren en versterken.
Zie ook ons IDEM-artikel over o.a. niet-menselijke relaties: Hoe benader ik mensen in interne relaties op een inclusieve manier? – IDEM Rotterdam