Direct naar inhoud
Direct naar zijbalk

Hoe benader ik kinderen van mensen met verslaving (KOV) op een inclusieve manier?

Als sociaal professional kan je gezinnen tegenkomen waar sprake is van verslaving. Dit kan grote impact hebben op de ouders/verzorgers én op de kinderen. Met een inclusieve benadering kan je samen het gesprek hierover aangaan, zonder oordeel, en met een open blik.

Een inclusieve houding betekent niet dat je de verslaving goedkeurt of afkeurt. Wel betekent het dat je voldoende ruimte biedt voor de ervaring van de ander, met als doel om samen de situatie goed op te kunnen pakken, en de veiligheid van het hele gezin te waarborgen.

(Dit artikel is opgesteld met o.a. informatie van het KOPP/KOV-Symposium Rotterdam 2026. In dit artikel gebruiken we het woord “ouder” voor iedere volwassene in een ouderrol.)

KOV in het kort

Kinderen van ouders met verslavingsproblematiek (KOV) groeien op in ontwrichtende omstandigheden. Hierdoor kan al vanaf de vroege jeugd hechtingsproblematiek en complex trauma ontstaan. Vaak denken kinderen jarenlang dat elk gezin zo is. Zodra de leefwereld zich verbreedt, bijvoorbeeld tijdens het spelen thuis bij klasgenootjes, kan een kind van ouders met verslaving gaan ontdekken dat er iets speelt en hulp hierbij zoeken.

Bij verslaving kan de ouder lange tijd onopgemerkt lijden onder verslavingssymptomen, terwijl lichamelijke en psychische klachten zich met de tijd opbouwen. Dit heeft grote impact op de gezinssituatie. Als professional is het belangrijk om deze signalen op tijd te kunnen herkennen, om zo de situatie goed te begeleiden.

Signalen van verslaving in de ouder/kind-relatie

Als begeleider of omstander kan je de volgende dingen merken:

  • De ouder kan op werk onopvallend functioneren, maar is thuis niet beschikbaar om te helpen in het huishouden of bij het verzorgen van kinderen. Kinderen hebben thuis onvoldoende huiswerkbegeleiding.
  • Kinderen gaan op te vroege leeftijd al zelf naar school, of worden regelmatig niet van school opgehaald.
  • Kinderen mogen hun ouder ’s ochtends niet wakker maken, en gaan met zelfgemaakt ontbijt of zonder ontbijt naar school.
  • De oudste kinderen krijgen een ouder-rol tegenover de jongere kinderen (parentificatie).
  • Kinderen krijgen een (mantel)zorgende rol tegenover de ouder.
  • Kinderen vinden hun ouder laveloos op de grond; een mogelijk trauma-moment.
  • Bij huisbezoeken zijn drugs of drankflessen niet altijd direct te zien. Regelmatig zijn deze bewust verstopt.
  • Ouders geven kinderen de instructie om niks over het middelengebruik te zeggen op school of tegen begeleiders.
  • Ouders kunnen op een overtuigende manier “mooi weer spelen” tegenover de hulpverlener.
  • In gezinnen met verslavingsproblematiek is er een verhoogd risico op fysiek, verbaal en seksueel geweld.
  • Kinderen kunnen zich medeverantwoordelijk voelen voor de problemen van de ouders en voor de omstandigheden. De omgeving (inclusief hulpverleners) kan kinderen ook onterecht verantwoordelijk houden.
  • Er kan sprake zijn van armoede en hoge schulden, plus regulier contact met criminele netwerken. Er kunnen regelmatig onbekende mensen over de vloer komen.
  • Kinderen kunnen te maken krijgen met een scheiding van de ouders als gevolg van verslaving.
  • Het gezin kan te maken krijgen met justitie. Ouders kunnen in de gevangenis raken.
  • Ouders kunnen om medische redenen worden opgenomen.
  • Kinderen kunnen toegang krijgen tot middelen en deze ook gebruiken.
  • Kinderen kunnen worden ingezet om middelen te vervoeren.
  • Kinderen kunnen worden uitgebuit (seksueel, financieel) om middelen te verkrijgen.
  • De ouders kunnen zelf sekswerk doen om de middelen te betalen, wat zichtbaar kan zijn voor de kinderen.
  • Kinderen kunnen mentale en fysieke klachten krijgen als gevolg van stress. Bij jongere kinderen kan dit zich uiten in onzindelijkheid. Bij pubers kan door hevige stress de menstruatie stoppen.
  • Bij de overgang naar de middelbare school kan het kind in een “zwart gat” raken, met het wegvallen van het oude sociale netwerk en de oude vertrouwde sociale regels.
  • Kinderen van ouders met verslaving kunnen zelf ongezonde partnerkeuzes gaan maken, een relaties aangaan waarbij ook verslaving speelt (intergenerationele problematiek).

Een inclusieve benadering

Voor kinderen van ouders met verslaving kan één hulpverlener al het verschil maken. Het hebben van een maatje, waarbij niks wat het kind doet “goed” of “fout” is, biedt een eerste lichtpunt. Hoe meer een kind zich gezien voelt, hoe makkelijker het pad naar een gezonder leven. Stel het geven van advies niet direct centraal, en bied vooral de hulp waar het kind zelf behoefte over uit. Op deze manier kan het kind de regie houden en een gevoel van zelfbeschikking op een veilige manier opbouwen. Begrijpen dat de ouder ziek is kan een heel belangrijke beschermende factor zijn.

Bij een sensitieve benadering speelt intersectionaliteit ook een rol. Intersectionaliteit, ook wel kruispuntdenken genoemd, betekent dat je rekening houdt met de stress van discriminatie. Denk daarbij bijvoorbeeld aan kinderen die naast verslaving ook te maken krijgen met racisme, seksisme, of discriminatie op basis van hun lichamelijke beperking. In de opstapeling van minderheids-stress staan zulke aspecten eigenlijk nooit op zichzelf: ze kunnen elkaar versterken, en de hele situatie dus nog vele malen stressvoller maken. Als professional kan je hierop doorvragen en rekening houden met het hele plaatje.

Kinderen in deze situatie kunnen baat hebben bij groepsgesprekken, bijvoorbeeld de KOV-groepen van Indigo Preventie: KOPP/KOV: Ons aanbod voor kinderen, volwassenen en naasten. Een groot aantal kinderen in deze situatie denkt geen hulp te kunnen gaan vinden bij lotgenotencontact (“ik ben niet te helpen”). Daarom is het belangrijk om hier alert op te zijn en de juiste informatie op een invoelende manier te kunnen delen.

Ook voor volwassenen die in deze gezinssituaties zijn opgegroeid, kan therapie helpend zijn. Therapievormen zoals Internal Family Systems (IFS) zijn effectief in het ontwarren van patronen in de emotie en in omgangsmechanismes. Bij het vermoeden van persoonlijkheidsproblematiek als gevolg van een ontwrichte jeugd, bijvoorbeeld borderline, is intensievere begeleiding aan te raden.

Het is belangrijk om in het oog te houden dat kinderen in verslavingssituaties de professionals om hen heen als “passanten” kunnen ervaren. Dit betekent dat ze veel begeleiders steeds korte tijd meemaken. Hierdoor kan juist verdere ontwrichting ontstaan. Om het vertrouwen te waarborgen, is het vaak helpend als de band tussen kind en begeleider langere tijd in stand kan worden gehouden.

Samengevat is een open, luisterende houding de sleutel om kinderen die opgroeien in verslavingssituaties te helpen. Met vriendelijke aandacht voor de problematiek van zowel de ouder als het kind kunnen bestaande problemen worden besproken, en kan verdere schade worden voorkomen.

Een lijst met links

Deel deze pagina

Meer vragen over…