Hoe ga ik om met slachtofferbeschuldiging?
Slachtofferbeschuldiging in het kort
Het beschuldigen van slachtoffers (Engels: “victim blaming”) komt vaak voor. Daarmee wordt de nadruk niet gelegd op wat er eigenlijk is gebeurd, maar op in hoeverre het de schuld van het slachtoffer was.
Zo kan slachtofferbeschuldiging bijvoorbeeld klinken:
- “Je zal het wel hebben uitgelokt.”
- “Wat had je aan?”
- “Je maakt jezelf ook zo kwetsbaar, door zo zichtbaar te zijn.”
- “Zo is de wereld nou eenmaal, je had beter moeten uitkijken”
In dit artikel bieden we praktische handvatten voor het sensitief bespreken van slachtofferbeschuldiging.
In perspectief
Bij onrecht, bijvoorbeeld geweld en discriminatie, is het belangrijk om te erkennen wat er is gebeurd en wat dat met het slachtoffer doet. Dat kan met simpele woorden, zoals “Wat erg!” of “Wat kan ik voor je doen?” of “Ik wens je veel rust en sterkte.”
Bij slachtofferbeschuldiging kiest de gesprekspartner voor een heel andere insteek. De nadruk wordt dan gelegd op de verantwoordelijkheid van degene die het onrecht heeft meegemaakt. Daarmee kan de indruk worden gewekt dat er helemaal geen onrecht zou zijn gebeurd, maar dat geweld en discriminatie in dit geval juist logisch, passend en rechtvaardig geweest zouden zijn.
Slachtofferbeschuldiging gebeurt niet altijd expres. Mensen die op deze manier reageren doen dat vaak onbewust, uit gewoonte. Zo’n gewoonte heet ook wel een sociaal script. Als je erg vaak in je leven een bepaalde reactie ergens op hebt gehoord, kan die reactie heel gepast en normaal voelen, en neem je het met de tijd zelf over. Op zo’n moment zeg je dus per ongeluk iets dat eigenlijk heel kwetsend is: je volgt onbewust een script waar je nooit echt bij stil hebt gestaan.
Geloof in een rechtvaardige wereld
Eén sociaal script dat veel mensen in zich dragen heet in de psychologie het “geloof in een rechtvaardige wereld.” Dit idee houdt in: denken dat we zelf de gevolgen van onze acties kunnen beïnvloeden. Zo ziet het geloof in een rechtvaardige wereld eruit: “Als ik het goed doe, maak ik minder nare dingen mee.”
Deze manier van denken geeft een gevoel van controle. Het maakt de wereld minder eng, omdat het leven hierdoor wat meer beheersbaar voelt. Zeker bij oud trauma kan dat als een uitkomst voelen. De achterliggende gedachte is dan (bewust of onbewust) vaak: “Mij kan het niet (meer) overkomen, want ik doe dingen wél goed.” De keerzijde van dit houvast is dat het makkelijk om kan slaan in slachtofferbeschuldiging. Iemand die iets naars meemaakt, wordt dan al snel gezien als iemand die dingen fout heeft gedaan, en die dus schuldig is.
In het bespreekbaar maken van slachtofferbeschuldiging is het belangrijk om het “geloof in een rechtvaardige wereld” mee te nemen als mogelijke factor in de dialoog. Erken daarbij ook juist de mogelijke emoties van degene die het slachtoffer beschuldigt: een drang naar houvast, naar controle, en naar een wereld waarin je veilig kan zijn als je dingen goed doet. Dit zijn heel menselijke dingen om te willen. Het is helemaal niet erg om zulke houvast te zoeken, maar wel belangrijk om deze wens in goede banen te leiden.
Geloof in een onrechtvaardige wereld
Soms ontstaat slachtofferbeschuldiging juist omdat iemand de wereld als fundamenteel niet rechtvaardig ziet. Die gedachte is samen te vatten als: “De wereld is nou eenmaal gewelddadig, je moet niet verbaasd zijn als het jou een keer overkomt.” In dit perspectief worden mensen vaak ingedeeld in “zwakken” en “sterken.”
Ook hier kan trauma en/of een behoefte aan houvast de achterliggende motivatie zijn. Ga bij voorkeur niet in discussie over of deze ideeën (moreel) goed of fout zijn, maar benadruk dat nu het moment is voor erkenning van de ervaring van het slachtoffer, en dat zo’n insteek ruimte wegneemt van die erkenning.
Kwetsbaarheid en kracht
Mensen in gediscrimineerde groepen kunnen voor zichzelf opkomen. Bijvoorbeeld door openlijk zichzelf te zijn. Denk daarbij aan een man die met een man is getrouwd, en die daar op de sportclub over praat. Of denk aan iemand met een hevig jeugdtrauma die daarover schrijft. Zo zijn er nog veel meer voorbeelden: zoals transgender mensen die hun eigen naam kiezen en hun eigen kleding dragen, activisten van kleur die kennis delen over racisme, en autistische mensen die overprikkeling aankaarten op kantoor.
Deze positieve rolmodellen dragen veel kracht in zich, en bieden ook veel kracht aan hun omgeving door voor zichzelf op te komen. Zo kunnen ze strijden voor meer maatschappelijke, juridische en praktische bescherming voor hun gediscrimineerde groep. Door zichtbaar en uitgesproken te zijn normaliseren rolmodellen hun ervaring, wat er op den duur toe kan leiden dat de brede maatschappij de groep als een alledaags deel van zichzelf gaat zien, en niet meer als “de ander.” Maar in zichtbaarheid zit niet alleen kracht, maar ook kwetsbaarheid: je wordt al snel een doelwit. Jij én andere mensen van je eigen groep kunnen daardoor ook juist versterkt het slachtoffer worden van haat, geweld en uitsluiting. En daardoor wordt de noodzaak van positieve rolmodellen ook weer duidelijker, en komen meer mensen op voor zichtbaarheid… zo zijn zichtbaarheid, inclusie en discriminatie steeds in wisselwerking met elkaar.
Deze balans tussen kwetsbaarheid en kracht is goed om in het oog te houden in gesprekken over slachtofferbeschuldiging. Let daarbij scherp op signalen van respectabiliteits-politiek: het idee van “als iedereen in mijn groep zich maar koest houdt, ben ik veilig.”
Een sensitieve blik
Bij een sensitieve, inclusieve benadering van slachtofferbeschuldiging ligt de focus op erkenning van wat er is gebeurd. Benadruk dat het slachtoffer zoiets nooit mee had hoeven maken, onvoorwaardelijk.
Laat je niet meesleuren in gesprekken waarin geweld wordt goedgepraat; ook als die invalshoek logisch overkomt. Het is belangrijk om het gewicht van de dialoog te leggen op hulp voor het slachtoffer, en om op dat moment niet te verzanden in morele of filosofische discussies. Hier kan je IDEMs handvatten voor het bespreken van de insteek gebruiken.
Na de erkenning van de ervaring van het slachtoffer kan je ervoor kiezen om tijd te besteden aan gesprekken met degene die het slachtoffer beschuldigt. Betrek het slachtoffer daar alleen bij als die zelf aangeeft dat te willen. Je kan invalshoeken kiezen zoals:
- “Het slachtoffer was inderdaad heel zichtbaar op het moment van geweld. Ik denk dat het juist belangrijk is dat iedereen veilig zichzelf kan zijn, en gewoon zichtbaar kan zijn. Ik vind zichtbaarheid geen geldige reden voor geweld.”
- “Ik zie dat het heel veel met het slachtoffer doet dat je direct de nadruk legde op redenen en schuld. Dat kwam eigenlijk in de plaats van de hulp die diegene op dat moment wilde krijgen. Hoe zie jij dat?”
- “Wat wil jij graag dat het slachtoffer voelt en doet, op het moment dat je over schuld praat?”
Het is belangrijk om opvolging in de vorm van nazorg te bieden aan het slachtoffer. Slachtoffers kunnen slachtofferbeschuldiging al snel internaliseren en gaan geloven, omdat dat geloof ook een gevoel van houvast en controle geeft op kwetsbare momenten. Je kan iemand nazorg bieden met woorden zoals:
- “Het is niet jouw schuld dat iemand anders jou geweld heeft aangedaan.”
- “Of je nou dingen anders had kunnen doen of niet, het was sowieso onrechtvaardig dat je dit hebt meegemaakt, want niemand zou zoiets moeten meemaken.”
- “Je verdient liefde en zorg in deze situatie. Als iemand meteen de insteek kiest om over schuld te praten, dan is het heel begrijpelijk dat je daar verdriet bij voelt.”
Op deze manier voorkom je verzanding in de schuldvraag, en kan je het gesprek breder trekken naar een inclusieve, verwelkomende blik. Zo verrijk je het perspectief, en bied je ruime mogelijkheden voor genezing, groei, en kracht.
Een inclusieve benadering
Als sociaal professional kan je veel betekenen voor cliënten die te maken krijgen met slachtofferbeschuldiging: zowel voor degenen die een incident hebben meegemaakt, als voor degenen die het slachtoffer beschuldigen in hun zoektocht naar houvast.
Het kan wel zo zijn dat iemand die slachtoffers beschuldigt deze insteek nooit verandert. In dat geval is het belangrijk om keuzes te maken in waar jij als professional je tijd en energie aan besteedt. Bij een vermoeden van ver ondergemiddelde empathie of ver bovengemiddelde wreedheid kan je iemand ook doorverwijzen voor psychologische gesprekken. Let er wel altijd op dat je in zulke situaties niet overmatig gaat psychologiseren of generaliseren. Iedereen heeft namelijk individuele redenen voor hoe ze denken over schuld.
Met een brede kennis aan persoonlijke, (sub)culturele en historische perspectieven ben je beter in staat om de signalen over slachtofferbeschuldiging goed op te pikken, maar wat er écht speelt bij mensen in gevallen van slachtofferbeschuldiging kan heel diep en heel privé liggen. Het hoeft niet altijd het hoofddoel van het gesprek te zijn om zulke beweegredenen uit te pluizen. De zorg voor het slachtoffer staat voorop. Bied aandacht en rust waar jij ruimte ziet voor dialoog, en blijf openstaan voor verschillende perspectieven. Zo kan je heldere normstelling communiceren die passend is voor de situatie.