Hoe benader ik mensen die bovenmatig uitleggen?
Achtergronden in ervaring
Als professional kan je te maken krijgen met cliënten die bovengemiddeld veel uitleggen. Ze sturen bijvoorbeeld tientallen berichten, praten urenlang, of komen steeds terug op hetzelfde onderwerp zonder dat het voor hen afgesloten voelt. In dit artikel delen we kennis over een inclusieve benadering in deze situatie.
Een aantal mentale ervaringen hangt sterk samen met bovenmatig uitleggen. Denk daarbij aan autisme, ADHD en OCD, maar ook aan persoonlijkheidsproblematiek zoals narcisme en borderline.
Voor mensen met deze ervaringen kan het als de hoogste prioriteit voelen dat de ander hun perspectief hoort en snapt. Dit gevoel kan dwangmatig zijn. Er kunnen verschillende emoties bij komen kijken: enthousiasme en geluk, maar ook angst, schaamte, verdriet, of boosheid. Deze emoties kunnen sterk door elkaar lopen.
Wat de precieze reden is van bovenmatig uitleggen is per persoon verschillend. Iemand met autisme kan bijvoorbeeld enthousiasme en obsessie als belangrijkste reden hebben om veel kennis te delen. Iemand met persoonlijkheidsproblematiek kan juist de eigen veiligheid en reputatie voorop willen stellen. Natuurlijk zijn er mensen die meerdere redenen tegelijk ervaren.
Bij een inclusieve benadering is het daarom belangrijk om open te staan voor een groot aantal mogelijkheden. In alle omstandigheden kan bovenmatig uitleggen leiden tot frustratie, zowel voor de persoon zelf als voor de omgeving. Wil je als professional aan de slag met dit onderwerp? Dan is het vruchtbaar om meer te begrijpen over de achtergrond hiervan.
Uitleggen als trauma-reactie
Mensen die regelmatig niet begrepen worden, kunnen leven met veel angst, frustratie en boosheid. Dit kan samenhangen met trauma.
Zo werkt de cyclus van niet begrepen worden:
1. Basis: Iemand wordt vaak verkeerd begrepen vanwege eigen kenmerken. Denk eens aan mensen die stotteren, mensen met een andere taalachtergrond dan de omgeving, en autistische mensen. Zo zijn er nog veel meer omstandigheden waardoor iemand heel anders overkomt dan die eigenlijk wil.
2. Opzettelijk: Iemand wordt expres door de omgeving niet begrepen, bijvoorbeeld in de vorm van pesten. Dit kan een reactie zijn op de omstandigheden in de basis: denk aan iemand die van nature stottert (in de basis niet begrepen worden) plus die vervolgens te maken krijgt met pestgedrag over dat kenmerk (expres niet begrepen worden). Deze vorm van opzettelijke discriminatie kan leiden tot trauma.
3. Ontkennend: Iemands ervaring met discriminatie, zoals met pestgedrag, wordt niet begrepen. De gediscrimineerde persoon geeft aan dat er dus een stapeling is van onbegrip. Iemand die bijvoorbeeld stottert wordt in de eerste plaats per ongeluk niet begrepen, vervolgens expres niet begrepen, en als derde komt daar bovenop dat de discriminatie niet wordt begrepen: “Het is maar een grapje” of “Ze bedoelen het vast niet zo.”
Deze stapeling kan een emotioneel breekpunt zijn. Het vertrouwen in de omgeving wordt hiermee zwaar aangetast. Ook gaat het vertrouwen in de eigen communicatie kapot. Dit kan een hoofdreden zijn dat iemand bovenmatig veel uitlegt: als je geen vertrouwen hebt dat je goed wordt begrepen, is het logisch dat je extra gaat uitleggen.
Een inclusieve benadering
In gesprekken met mensen die bovenmatig uitleggen kan je kiezen voor een open, niet-oordelende houding. Voor de ander is het fijn als je ervoor openstaat dat er angst, schaamte, verdriet, dwang of trauma achter het uitleggen kan steken. Het is aan te raden om daarbij niet de focus te leggen op wiens schuld dingen zijn geweest, maar vooral op hoe de volgende stappen eruit kunnen zien.
Voor cliënten die juist vanuit prettige emoties bovenmatig uitleggen, zoals vanuit enthousiasme, liefde en geluk, kan het heel verbindend aanvoelen om écht gehoord en begrepen te worden. Dat kan inhouden dat ze op bepaalde momenten alle ruimte hebben om zo veel te praten als goed voor ze voelt. Op andere momenten kan je samen in overleg kiezen voor inkadering en normstelling. Voor deze cliënten kan het bijzonder helpend zijn om meer mensen in hun gemeenschap te ontmoeten: bijvoorbeeld andere mensen met autisme/ADHD, en andere mensen met dezelfde interesses.
Als je iemands uitleg wil onderbreken, doe dat dan met geruststellende woorden. Bijvoorbeeld: “Ik begrijp je.” Je kan aanbieden om (schriftelijk) samen te vatten wat er is besproken. Geef aan wat er duidelijk is voor je, wat er nog onduidelijk is, en welke focus voor nu het beste is. Je kan er ook voor kiezen om te erkennen waar je zelf misschien onduidelijk bent geweest, zodat de last niet alleen bij de ander ligt.
Wil je jouw cliënten aanmoedigen om minder uit te leggen? Focus dan eerst op sociale veiligheid. Zodra iemand zich gezien en begrepen voelt, volgt ontspanning (en daarmee meer authentieke communicatie) vaak vanzelf. Vervolgens kan je verder praten over sociale vaardigheden, op de impact van bovenmatig praten op de omgeving, en over nieuwe manieren om gesprekken aan te gaan. Let er daarbij altijd op dat je geen neurotypische normen oplegt: de manieren van praten die komen kijken bij autisme en ADHD moeten gewoon welkom zijn in de maatschappij, en zijn niet “fout.” Leg de regie over het doel dat je samen wil bereiken daarom altijd bij de cliënt. Op die manier kan je samenwerken in communicatie, met verbinding en respect.