Direct naar inhoud
Direct naar zijbalk

Hoe zorg ik voor moslim-inclusie?

Moslims in Nederland, en mensen die als moslim worden gezien, maken structureel discriminatie mee. Dit kan grote impact hebben in hun dagelijks leven: op het werk, op school, in het welzijn en in de zorg.

In dit artikel bieden we praktische tips voor de inclusie van moslims.

(Dit artikel is opgesteld op basis van kennisdeling door SPIOR, Stichting Salaam, Saliha el Bouhaddani en RADAR.)

Wat is islam?

Islam is een geloof waarbij mensen één God aanbidden. Islam heeft dezelfde wortels als het jodendom en christendom. Moslims geloven dat, na belangrijke profeten zoals Mozes en Jezus, de profeet Mohammed vervolgens het woord van God heeft verkondigd.

In de regio waar islam is ontstaan, is het woord voor God: Allah. Deze naam is niet uniek aan islam. Een christen in Arabischtalige landen zegt bijvoorbeeld ook Allah tegen God.

Over moslims zijn in Nederland veel misverstanden en vooroordelen. Vaak wordt over hen gedacht als “de ander” in plaats van gewoon als een naaste. Daarom is het belangrijk om de volgende dingen in het oog te houden:

  • DĂ© moslim bestaat niet. Zoals we ook niet spreken over of dĂ© jood, dĂ© christen, dĂ© veganist, of elke andere doelgroep. Woorden zijn hierin belangrijk, omdat er veelal een lading van aannames zit in het gebruik van de term “moslims.” Het gaat om alledaagse mensen — professionals, collega’s, cliĂ«nten, etc. — die een geloofsovertuiging hebben.
  • Er zijn verschillende leerscholen binnen de islam en verschillende interpretaties. Dat is niet specifiek voor de islam, maar geldt ook voor veel andere religies en levensovertuigingen.
  • Elk persoon heeft een eigen beleving van islam. Iemand is nooit alleen maar één aspect van zichzelf, zoals bijvoorbeeld het geloof. Iedereen is anders. De beste manier om de beleefwereld van moslims te leren kennen is om gesprekken aan te gaan met verschillende mensen.
  • Neem de tijd om te kijken welke boodschappen je vanuit de media meekrijgt. Wordt er gesproken van individuele mensen, of van groepen? En wie heeft er eigenlijk voordeel en nadeel aan de manier waarop er over moslims wordt gesproken?
  • Erken discriminatie, maar reduceer mensen niet tot hun negatieve ervaringen. Discriminatie wordt mensen aangedaan — maar het definieert hen niet. Sta dus ook gewoon open voor alle fijne, positieve, krachtige dingen in het dagelijks leven van moslims.

Wat is islamofobie?

Het woord “fobie” betekent letterlijk angst of afkeer. De term wordt daarnaast gebruikt voor een negatieve houding, buitensluiting, afstoting en haat. Saliha el Bouhaddani legt de nuances als volgt uit:

Islamofobie is een complex fenomeen dat zich uit als irrationele angst, vooroordelen en systematische discriminatie tegen moslims en de islamitische religie. Het gaat verder dan religieuze intolerantie, en omvat ook raciale stereotypering en maatschappelijke marginalisering.

Moslimdiscriminatie is ongelijke behandeling van mensen in dezelfde situatie, vanwege moslim zijn.

Moslimhaat is afkeer tegen moslims.

Antimoslim-racisme is wanneer moslim-identiteit wordt vermengd met het idee van “ras,” en daarop gebaseerd mensen worden uitgesloten. Bijvoorbeeld de gedachte: Arabische naam = moslim = uitsluiten.

Al deze vormen van discriminatie raken moslims én mensen die als moslim worden gezien, bijvoorbeeld op basis van hun uiterlijk of hun naam. Ook hun naasten worden erdoor geraakt. De effecten kunnen bestaan uit o.a.:

  • Structurele discriminatie in onderwijs en werkgelegenheid. Mensen met een Arabische, Noord-Afrikaanse of Klein-Aziatische naam maken veel minder kans op sollicitatiegesprekken. Moslim-werknemers worden uit het zicht gehouden, worden buitengesloten, of moeten bidden in de bezemkast.
  • Haatmisdrijven en geweld tegen moslims. Uitschelden, slaan, spugen, en ook zwaardere vormen van discriminatie, zoals zwangere moslimvrouwen die in hun buik worden geslagen met als doel om een miskraam te veroorzaken.
  • Aannames op basis van uiterlijk. Mensen met een Noord-Afrikaans of Klein-Aziatisch uiterlijk, zoals een grote neus, dikke wenkbrauwen, een donkere huid, en Arabische kleding, worden in de popcultuur erg regelmatig neergezet als vijanden. Denk maar eens aan het uiterlijk van slechteriken in strips en tekenfilms. Met zulke vooroordelen op basis van iemands uiterlijk groeien kinderen in Nederland op.
  • Negatieve mediaberichtgeving en stereotypering. Berichtgeving over moslims in de media gaat overwegend over terreur, wij-zij-ideeĂ«n, het idee dat alle moslimvrouwen onvrij zouden zijn, en negatieve berichtgeving over migratie. Bij positieve berichtgeving over moslims wordt vaak niet verteld dat zij moslim zijn. Zo ontstaat een vertekend beeld.
  • Beperkende wetgeving op religieuze uitingen. Kleding en woorden van moslims worden wettelijk verboden.
  • Intimidatie op sociale media en online haatcampagnes. Op internet wordt aangezet tot verbaal en fysiek geweld tegen moslims. Ook worden complot-theorieĂ«n verspreid.
  • Open racisme. Het idee dat moslims genetisch gezien een ander volk of ander “ras” zouden zijn dan Nederlandse mensen, bijvoorbeeld met uitspraken zoals “eigen volk eerst.”

Deze vormen van discriminatie hebben grote impact op het individuele én maatschappelijke welzijn. Uit recent onderzoek van het Inclusivity Project blijkt dat 55% van moslims in Nederland zelfs dagelijks discriminatie ervaart. Daarom is het belangrijk om deze ervaringen te erkennen.

Praktische tips voor inclusie

Op het werk, op school, in het welzijn en in de zorg kan je moslims makkelijk verwelkomen met de volgende tips.

  • Benader mensen met nieuwsgierigheid en een open blik. Maak eens een praatje met iemand die je nog niet kent.
  • Zorg dat mensen met verschillende ervaringen niet alleen maar in de ruimte aanwezig mogen zijn, maar dat ze ook echt gelijkwaardige inspraak krijgen.
  • Neem niet zomaar aan dat iemand iets wel/niet ervaart omdat diegene moslim is. Moslims kunnen — net als mensen in elke andere groep — fans zijn van popmuziek, queer zijn, neurodivergent zijn, gamers zijn, gepiercet zijn, nerds zijn, conservatief of progressief zijn op verschillende fronten, en dingen meemaken die iedereen meemaakt. Als je uit je omgeving het idee meekrijgt dat moslim zijn tegenover een andere ervaring zou staan, neem dan de tijd om kritisch te bevragen of dat wel echt zo is.
  • Zorg dat er in jouw gebouw een rustige, comfortabele plek is om te bidden. Dan kan bijvoorbeeld een klein lokaal zijn met daarin een paar kleedjes. Idealiter is er ook een wastafel beschikbaar in een afgesloten ruimte. Bij moslims in je omgeving kan je vragen op welke tijden zij bidden en wat ze hierbij nodig hebben. Let op: de gebedsruimte mag wettelijk niet dezelfde plek zijn als een kolfruimte.
  • Trakteer je op lekker eten? Houd er dan rekening mee dat er geen haram ingrediĂ«nten zoals varkensvlees in zitten, of gelatine van varkens. In veel snoep zit deze gelatine zonder dat je het meteen merkt. Voor de zekerheid kan je iets veganistisch kiezen om te serveren.
  • Dwing mensen niet tot lichamelijke aanrakingen, zoals handen schudden. Iedereen mag zelf kiezen hoe en wanneer ze aangeraakt willen worden. Dat vrijheidsprincipe geldt natuurlijk ook voor bedekking van je lichaam: iedereen mag zelf kiezen welke lichaamsdelen ze bedekt willen houden, en met welke kleding.
  • Stel jezelf ervoor open om meer te leren over islam en de beleefwereld van moslims. Binnen islam is het verboden om te oordelen; je kan ervoor kiezen om ook zelf een niet-oordelende houding te proberen, en om op die manier moslims tegemoet te komen.
  • Wees je ervan bewust dat mensen die veel discriminatie meemaken, veel minder vertrouwen kunnen hebben in de overheid of in zorg en welzijn. Zij kunnen doordat zij structureel worden gepest bijvoorbeeld kampen met hevige depressie, maar niet genoeg vertrouwen meer hebben in het systeem om de weg naar psychologische hulp te vinden. Voor moslim-inclusie is het opbouwen van een oprechte vertrouwensband met Ă©chte veiligheid daarom erg belangrijk.
  • Benadruk sociale steun, geloof als bron van kracht, en respect voor iemands identiteit. Neem “cultureel Nederlands zijn” niet als maatstaf voor hoeveel begrip iemand verdient.
  • Spreek mensen in je omgeving erop aan als ze vanuit vooroordelen over moslims praten. Zie ook ons artikel: Hoe kan ik ingrijpen bij discriminatie?

Tijdens Ramadan

Ramadan is voor moslims een tijd van bezinning en samenkomst. Elk jaar vindt Ramadan plaats in een andere maand: het ene jaar in december, het jaar daarna in november, het jaar daarna in oktober, en zo door.

Moslims kunnen tijdens Ramadan vasten. Zij eten en drinken dan alleen voordat de zon opkomt en nadat deze ondergaat. Naast het vasten kunnen moslims tijdens de Ramadan ook op gezette tijden bidden. Het vasten en bidden brengt innerlijke rust en onderlinge verbinding. Afhankelijk van de tijd van het jaar brengt de Ramadan steeds andere ervaringen met zich mee. In de vrieskou is Ramadan anders dan bij lange, hete zomerdagen.

Niet alle moslims vasten: mensen die bijvoorbeeld ziek, zwanger, of ongesteld zijn mogen overdag eten en drinken. Er zijn ook moslims die vanuit andere redenen niet vasten of bidden. Het is een goed idee om de ruimte te bieden voor de wens/behoefte van een individu. Die behoefte kan je ophalen in gesprekken, zoals: een stilteruimte voor het gebed, tijd/pauzes om te bidden, en andere dingen waar je rekening mee kan houden voor het vasten.

Wil je zelf iets moois bijdragen aan Ramadan? Kijk dan of je in jouw omgeving een gezellige iftar (=gezamenlijk avondeten) kan opzetten.

Een inclusieve benadering

In dialoog met moslims kan je samen bespreken hoe je jouw omgeving inclusiever kan maken. Zo leer je elkaars wensen en ideeën kennen.

Meer weten over moslim-inclusie? Bekijk dan ook ons gratis webinar: De impact van islamofobie

Een lijst met links

Deel deze pagina

Meer vragen over…