Hoe ga ik om met micro-agressies?
Micro-agressies komen overal voor. Dit zijn opmerkingen die er onschuldig uit kunnen zien, maar die eigenlijk discriminerend zijn. Denk bijvoorbeeld aan:
- “Wat kan je dat mooi, voor iemand met jouw achtergrond.”
- “Een barvrouw moet natuurlijk wel lekker zijn.”
- “Mannen én trans mannen zijn hier welkom.”
- “Jij telt niet als buitenlander, jij bent één van de goeien.”
- “Hoezo heb je die rolstoel nodig, ik heb je toch ook gewoon zien lopen?”
Met micro-agressies wordt iemands identiteit ondermijnd, ontkend, of belachelijk gemaakt. Daarom is de constante stapeling van deze agressies in de maatschappij discriminatie.
Micro-agressies kunnen klinken als complimentje, als vraag, of als overtuiging. Ongeacht de vorm hebben ze allemaal hetzelfde effect: iemand naar beneden duwen. Dat kan zowel expres als per ongeluk gaan.
In dit artikel gaan we in op wat micro-agressies zijn, en hoe je ermee om kan gaan.
(Dit artikel is opgesteld in samenwerking met Stichting Q-Salsa Rotterdam. Wil je in de praktijk aan de slag met het onderwerp micro-agressies? Q-Salsa biedt hierover advies.)
Micro, meso, macro
Het woord “micro” betekent klein. Het gaat bij micro-agressies alleen eigenlijk niet om hoe groot of klein de opmerking zelf is, maar om hoe alledaags het gesprek is. Micro betekent hier dus: een alledaagse opmerking van 1 mens tot 1 mens.
Naar micro heb je ook meso en macro. Meso betekent: midden. Bij meso-agressies gaat het om een beleid dat systematisch discrimineert, bijvoorbeeld op school of op een werkplek.
Andere agressies zijn macro. Macro betekent: grootst. Bij macro-agressies gaat het om een maatschappij die systemisch discrimineert, bijvoorbeeld in de wet.
Alle agressies werken door op alle niveaus. Gesprekken staan niet zomaar los van een organisatie of van de maatschappij. Bij het aankaarten van micro-agressies is het dus belangrijk om ook te kijken naar wat er op meso-niveau en op macro-niveau aan de hand is.
Insteek
Veel mensen gebruiken micro-agressies onbewust. Dit is heel menselijk: een fout die we allemaal wel eens maken. We hebben dan nog nooit stilgestaan bij wat de woorden betekenen. Het sociale script dat we volgen voelt voor ons heel normaal.
Wil je het gesprek aangaan over wat iemand zegt? Begin dan bij voorkeur juist niet bij specifieke woorden. Woorden zijn namelijk maar het topje van de ijsberg. Ook is het niet aan te raden om iemands hele denkkader gelijk aan te kaarten, want dat voelt vaak te diep en te indringend.
Het beste kan je ervoor kiezen om iemands insteek aan te kaarten. Daarmee gaat het nog niet om goed of fout. Het gaat erom dat iemand, van álle mogelijke reacties op de wereld, heeft gekozen voor iets dat niet fijn voelt voor je. De insteek is de keuze waarin het denkkader tot uiting komt in woorden. Iemands insteek is dus een soort waterlijn, tussen het topje van de ijsberg (woorden) en de diepte (denkkader) in. Op deze waterlijn kan je elkaar vaak het makkelijkst vinden.
Voorbeelden van het aankaarten van micro-agressies:
- “Ik vind het niet leuk dat je nu deze insteek kiest.”
- “Als je ervoor kiest om mij één van de goeien te noemen, voelt dat niet fijn naar alle andere mensen van mijn groep toe.”
- “Hoe goed ik iets kan, heeft niet echt wat te maken met de kleur van mijn huid. Daar hoeft het nu niet over te gaan.”
Met deze manier van aankaarten veroordeel je dus niet iemands hele manier van praten of iemand als persoon, maar geef je vooral aan dat de keuze van de ander in dit specifieke moment niet fijn is. Dit kan een haakje vormen om de rest van het gesprek op een productieve manier aan te gaan.
Je kan ook de vraag achter de vraag direct benoemen. Daarmee leg je bloot welke discriminatie je meemaakt. Bijvoorbeeld zo:
- “Als je vraagt waar ik ‘echt’ vandaan kom, wil je dan weten waarom ik bruin ben?”
- “Als je het over ‘mannen én trans mannen’ hebt, vraag je je dan af of trans mannen gewoon mannen zijn?”
- “Ik heb een rolstoel nodig, en soms kan ik ook een tijdje staan. Ben je benieuwd wat er allemaal bij rolstoelgebruik komt kijken?”
Op deze manier kan je het gesprek over inclusie helder openen, en voorkom je dat je om gevoelige onderwerpen heen blijft draaien. Let er wel op dat je niet over je eigen grenzen gaat met het uitleggen van je situatie. Dit kan namelijk al snel onbetaald emotioneel werk worden. Als alternatief kan je iemand verwijzen naar interessante media, ervaringsdeskundigen zoals Q-Salsa en RADAR, of andere vormen van bewustwording.
Professionele inclusie
Wil je als bondgenoot, sociaal begeleider, of onderwijzer aan de slag met micro-agressies? Betrek dan op elk onderwerp ervaringsdeskundigen die graag kennis hierover delen. Op die manier kan je waarborgen dat de informatie die je deelt goed past.
De kennis kan je inbedden in jouw organisatie door leidinggevenden, HR, OR, vertrouwenspersonen en alle andere collega’s te betrekken in dit gesprek. Je kan benadrukken dat micro-agressies als discriminatievorm leiden tot hoge minderheidsstress, daarmee tot ziekteverzuim, en dus tot hoge kosten. Immers: minder discriminatie is meer participatie.
Blijf ook zelf het goede voorbeeld geven: als iemand jou aanspreekt op een micro-agressie, sta dan even stil bij jouw eigen onbewuste gewoontes, je insteek, en wat je graag anders wil doen. Zo zorgen we samen voor een inclusievere wereld.