Hoe benader ik mensen met autisme en ADHD op een inclusieve manier?
Er is veel variatie in hoe mensen denken en de wereld ervaren. Veel mensen hebben bijvoorbeeld de ervaring van autisme en/of hyperactiviteit.
In dit artikel geven we praktische handvatten voor een inclusieve omgang. Met deze kennis kan een prettige, gelijkwaardige samenwerking gemakkelijker tot stand komen.
(N.B.: niet iedereen in de hier beschreven omstandigheden herkent zich in woorden zoals stoornis, aandoening of beperking. Ook termen zoals ervaring, problematiek, variatie, divergentie, diversiteit, conditie en kwetsbaarheid kunnen worden gebruikt, afhankelijk van iemands persoonlijke voorkeur.)
Een invoelende benadering
In de psychologie worden autisme en hyperactiviteit ook wel stoornissen genoemd: Autisme Spectrum Stoornis (ASS) en Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD).
Mensen kunnen zelf aangeven of deze medische benadering goed voor ze klikt. Een andere benadering is die van neurodiversiteit. Dit betekent dat autisme en hyperactiviteit worden gezien als heel natuurlijke variaties (neurotypes) waar niets mis mee is.
Doordat maatschappelijke normen een barrière kunnen vormen, maken autistische en/of hyperactieve mensen regelmatig discriminatie mee. Deze discriminatie kan gaan over communicatie, gedrag, arbeidsgeschiktheid, en lichamelijke ervaringen zoals overprikkeling. Ook worden ze regelmatig als “laag functionerend” of “hoog functionerend” ingeschat, op basis van wat de buitenwereld aan ze merkt. Zo’n beschrijving gaat dan in eerste instantie niet over wat iemand zelf meemaakt, maar over de hoeveelheid comfort die andere mensen om hen heen ervaren. Zo’n indeling in “laag” en “hoog” wordt daarom ook regelmatig als discriminatie ervaren.
Natuurlijk is er een middenweg: autisme en hyperactiviteit kunnen worden gezien als natuurlijke ervaringen waar én een stuk onbegrip vanuit de maatschappij bij komt kijken, én waar op een aantal vlakken ook medische hulp nodig kan zijn ongeacht de maatschappelijke omstandigheden.
Overlap
Er is veel overlap in de trekken die autisme worden genoemd en trekken die ADHD worden genoemd. Een aanzienlijke groep mensen heeft trekken van beide. In de psychologie is er een lopende dialoog over of autisme en ADHD twee verschillende neurologische ervaringen zijn, of eigenlijk dezelfde.
Autisme en hyperactiviteit zitten allebei op een breed spectrum. Sommige mensen in deze omstandigheden vallen niet op in de maatschappij, en kunnen ervoor kiezen om hier dus niet over “uit de kast” te komen. Andere mensen ervaren deze omstandigheden juist als iets waar ze over in gesprek willen. Autisme en hyperactiviteit zijn voor de één vooral een beperking, en voor de ander juist vooral een kracht — er zijn net zoveel perspectieven als mensen.
Autisme
Mensen met autisme kunnen bovengemiddeld gevoelig zijn. Hierdoor kunnen ze bovengemiddeld goed omgaan met bepaalde dingen, en juist weer veel moeite hebben op andere vlakken. Ze kunnen bijvoorbeeld snel details herkennen, en ook snel overprikkeld raken.
Structuur, rust en duidelijkheid zijn belangrijk om voor mensen met autisme een toegankelijke omgeving te creëren, bijvoorbeeld een prikkelvrije ruimte op de werkplek. Denk hierbij aan sociale prikkels, maar ook aan zintuigelijke prikkels zoals licht, geluid, beweging, textuur en geur, die allemaal belemmerend kunnen zijn.
Sommige dingen lukken voor autistische mensen veel beter dan voor allistische mensen (= mensen zonder autisme), en andere dingen lukken juist veel minder goed. Ieder mens met autisme heeft een eigen combinatie van trekken, symptomen, sterktes en zwaktes, kortom: een eigen plek op het spectrum.
Het spectrum van autisme is geen rechte lijn, maar bestaat uit veel facetten:
- Motoriek
- Taal
- Sensoriek
- Waarneming
- Uitvoering
Zo kan iemand heel weinig praten, of juist heel veel. Iemand kan zich de hele dag ontwricht voelen door een label in de kraag van een kledingstuk, maar zich tegelijk het meest geborgen voelen bij een bontjas in de zomer. Iemand kan erg goed piano spelen, maar juist veel moeite hebben met de motoriek van koken. Zo zijn er nog veel meer voorbeelden: iedereen is anders.
Mensen met autisme kunnen zich gedragen op een manier waar veel onbegrip over bestaat. Ze kunnen ongewild overkomen alsof ze opscheppen, of te dure woorden gebruiken, als ze daarmee juist enthousiast of nauwkeurig willen zijn. En mensen met autisme kunnen onverwachtse lichamelijke bewegingen maken (“stimmen”), zoals handgebaren, omdat dit voor hen rust geeft. In een sociale omgeving kan het helpend zijn om deze aspecten samen bespreekbaar te maken.
Mensen met autisme hebben doorgaans ook obsessies, wat betekent dat zij bijzonder diepe kennis kunnen hebben over een bepaald onderwerp. Op school of op de werkplek is het een goed idee om te zorgen dat iemand met autisme aandacht kan besteden aan een eigen passie. Aan de andere kant is het belangrijk om obsessies niet als asset te behandelen zonder instemming van de persoon zelf; neem dus niet aan dat iemand zomaar in obsessie kan gaan over een bepaald onderwerp.
Mensen met autisme kunnen veel baat hebben bij “best practice”-voorbeelden, en van concrete voorbeelden van wat wél en níet gepast is in een nieuwe sociale situatie. Ook een concrete, geschreven inkadering van de taken (en van de vrijheden) geeft veel houvast.
Trekken van autisme kunnen stigmatiserend zijn, en kunnen leiden tot onbegrip vanuit de omgeving. Veel mensen met autisme leren zich daarom te gedragen als allistische mensen, en worden dus “onzichtbaar” in de maatschappij. Ook deze vorm van maskeren brengt extra stress en belasting met zich mee.
Het kan helpend zijn om de persoon met autisme op een gelijkwaardige manier te betrekken, om zo samen stress te voorkomen. Is dit niet mogelijk om met de persoon zelf te bespreken? Dan kan eventueel samen met een begeleider worden besproken wat wel kan.
“Ik heb heel veel talenten, echt mega veel. Maar ik kan niet goed in een klaslokaal zitten en daarom heb ik geen diploma. Toch heb ik een hoge intelligentie; ik leer heel makkelijk en heel snel, maar wel op mijn manier. Mijn echte kracht zit in taal en schrijven. Taal is echt mijn ding. Ik ben heel muzikaal, ik maak films, ik schrijf, en ik ben heel autodidactisch. Ik ben een aanpakker. Ik heb ook veel trauma vanuit opleidingen en werk. In het begin wordt gezegd: ‘Het is niet erg dat je autisme hebt, het is niet erg dat je die beperking hebt.’ Maar zodra het puntje bij paaltje komt en ik een slecht moment heb, hoor ik: ‘Nee, misschien past het toch niet. Misschien moeten we onze wegen scheiden.’ Dan beland je in baantjes die totaal niet bij je passen.“ — Rosan, jongere met autisme
ADHD
Mensen met ADHD verwerken informatie op hun eigen manier. Hierdoor kunnen ze bovengemiddeld goed omgaan met bepaalde dingen, en juist weer veel moeite hebben op andere vlakken. Ze kunnen snel overprikkeld of onderprikkeld raken, en hierdoor in een mentale (“executieve”) verlamming belanden.
Daarom is een toegankelijke werkplek erg belangrijk: dat kan een plek zijn waar ruimte is voor rust en stilte, of juist voor veel beweging en tumult. Flexibele werkomstandigheden met ruimte voor improvisatie kunnen een uitkomst bieden.
Mensen met ADHD kunnen verder in hyperfocus gaan, wat betekent dat ze langdurig volledig ergens op geconcentreerd zijn. Zorg dus op de werkplek dat iemand die in hyperfocus zit niet onderbroken wordt. Aan de andere kant is het belangrijk om hyperfocus niet als asset te behandelen zonder instemming van de persoon zelf; het is dus niet zo dat iemand op verzoek in hyperfocus kan gaan over een bepaald onderwerp.
Er komen veel mogelijke symptomen kijken bij ADHD, zoals slapeloosheid, narcolepsie, hevige gevoeligheid voor afwijzing, impulsiviteit, en obsessief-compulsieve gedachtes.
Het is om al deze redenen belangrijk om ADHD serieus te nemen. Het kan helpend zijn om de persoon zelf te betrekken, op een gelijkwaardige manier, bij het opstellen van een inclusief protocol.
PDA
De term PDA betekent dat een autistische/hyperactieve persoon van nature heel veel waarde hecht aan eigen regie.
De afkorting staat voor Pathological Demand Avoidance (een medicaliserende term vanuit de psychologie) of Pervasive Drive for Autonomy (de voorkeurs-term vanuit de gemeenschap zelf). Dit is te vertalen als: het pathologisch vermijden van eisen / het constant gedreven zijn door autonomie.
Deze levenslange ervaring betekent dat de hersenen de eigen regie & autonomie als belangrijker zien dan ál het andere in de wereld. Daardoor kunnen mensen taken ontwijken, juist veel te veel taken op zich gaan nemen, zich lichamelijk bevroren voelen als ze een taak door een ander opgelegd krijgen, feedback als een persoonlijke aanval zien, en zichzelf te pas en te onpas als leider neerzetten.
Bij kleine kinderen uit zich dit erin dat ze al heel vroeg de positie van een soort co-ouder op zich gaan nemen, en samen in huis de regels uit willen maken. Op school kan een kind zichzelf als vanzelfsprekend gelijkwaardig gaan zien aan de leraar, en zelf les willen geven. In zorg en welzijn kan iemand helemaal de eigen behandeling willen bepalen, en zich inlezen in de stof totdat diegene op sommige punten meer weet dan de behandelaar. Op het werk kan iemand overkomen alsof die “lak heeft aan de manager.”
Als je het gesprek over PDA aan wil gaan, is het fijn om in gedachten te houden dat deze trekken zijn aangeboren. Vermijd in eerste instantie een insteek met woorden zoals “narcisme,” “arrogant” of “ego.” Samen kan je het gedrag met een open blik bekijken, en manieren ontdekken om op een veel meer gepaste manier de behoefte aan eigen regie een plek te geven.
Overlap
Autisme en hyperactiviteit hebben bovengemiddelde overlap met een aantal andere ervaringen. In de benadering is het belangrijk om hier rekening mee te houden.
Lichamelijk: Autisme heeft overlap met lichamelijke klachten, zoals prikkelbare darm, slechtziendheid, overgevoelige huid, hyperacusis, en eczeem. ADHD heeft hoge overlap (tot 45%) met de pijnstoornis fibromyalgie, die ook sterk maatschappelijk stigma met zich meebrengt.
Psychisch: Constante ervaringen met onbegrip vanuit de maatschappij kunnen bij hyperactieve en autistische mensen leiden tot faalangst, depressie, OCD, complex trauma, en zelfs tot persoonlijkheidsproblematiek.
Gender: Er is naar anekdotische schatting rond 80% overlap tussen autisme/hyperactiviteit en gender-incongruentie (Bron: M. Sc. Noa Verena Jurilj, EPATH 2025). Zie hiervoor ook ons artikel: Hoe benader ik genderdiverse mensen met autisme/ADHD op een inclusieve manier? –
Samenwerking is de sleutel
Merk je dat de communicatie lastig loopt met iemand met autisme of ADHD? Kijk dan samen wat de beste oplossing is. Bijvoorbeeld door meer rust in de situatie te brengen. Of door even schriftelijk te communiceren, in plaats van met gesproken woorden.
In dialoog met de persoon zelf kan maatwerk worden opgesteld. Met een persoonlijke benadering kan iedereen volwaardig deelnemen.