Direct naar inhoud

Kunstenaar Narges Mohammadi maakt monument ‘Stop geweld tegen vrouwen’

Gepubliceerd op:

Beeldend kunstenaar Narges Mohammadi werkt aan het monument ‘Stop geweld tegen vrouwen’, dat in de openbare ruimte van Rotterdam komt. Het kunstwerk is een gedenkteken voor slachtoffers van geweld tegen vrouwen en femicide. Op 8 maart, Internationale Vrouwendag, wordt het ontwerp bekendgemaakt. Zo’n acht maanden later, op de Internationale Dag tegen Geweld tegen Vrouwen op 25 november, wordt het monument onthuld.

Narges Mohammadi zei niet direct ‘ja’ toen ze werd gevraagd om het monument ‘Stop geweld tegen vrouwen’ te maken. ‘Het is natuurlijk een pittig thema om een visuele vertaling van te maken’, vertelt de 32-jarige kunstenaar. ‘Daarnaast is het extra moeilijk omdat het me persoonlijk raakt, in mijn familie is er ook sprake geweest van huiselijk geweld. Voor mij had het thema zoveel lagen, dat ik me afvroeg of ik wel de geschikte persoon was. Ik voelde er veel onzekerheid over, maar het was een hele eer toen mijn schets werd gekozen.’

Mohammadi wilde echter niet aan de opdracht beginnen, zonder de zegen van haar moeder. ‘Ik wilde eerst weten wat zij ervan vond, omdat het ook ons persoonlijke verhaal is’, vertelt ze. ‘Als zij het een slecht idee vond, was ik er niet aan begonnen. Maar ze wilde juist dat ik het deed, ze wilde dat de schaamte rond dit onderwerp verbroken wordt. We hopen vrouwen aan te moedigen om eerder hulp te vragen, zodat ze niet hoeven meemaken wat wij hebben meegemaakt.’

Herdenken, herkennen en helpen

Een jaar nadat de Rotterdamse Hümeyra werd vermoord door haar ex-partner, besloot de gemeenteraad dat er een monument in de stad moest komen om haar en alle andere slachtoffers van partnergeweld en femicide te herdenken. ‘Ik hoop dat mijn werk een plek van troost kan worden’, zegt Mohammadi. ‘Maar er zitten ook elementen in die zorgen voor herkenning: zoals een tas met je belangrijkste spullen, die altijd klaar staat zodat je weg kan op het moment dat je er klaar voor bent.’

Mohammadi hoopt bij te dragen aan bewustzijn rondom het thema. ‘Aan de ene kant beeldt het werk uit dat je vastzit en niet weet hoe je eruit moet komen’, zegt ze. ‘Aan de andere kant laat het ook bevrijding zien, door de beweging in het werk. Al die subtiele verwijzingen zijn hopelijk een gespreksopener. Geweld tegen vrouwen vindt vaak plaats achter gesloten deuren, waardoor de omgeving het niet ziet, niet wil zien of niet begrijpt. De meeste mensen kunnen zich niet voorstellen hoe het is als je partner gewelddadig is, of je telefoon controleert of je geld afpakt. En als ze al een vermoeden hebben, dan durven ze vaak niks te zeggen. Ze zijn bang dat ze het mis hebben; maar het is toch veel beter om wel iets te zeggen en het mis te hebben, dan niks zeggen en gelijk hebben?’

Toch wil Mohammadi met het kunstwerk vooral een gevoel van hoop en kracht meegeven. ‘Zo zitten er bakstenen in het ontwerp’, legt ze uit, ‘en ik zou graag bakstenen gebruiken van een gebouw waarin een instantie zit die zich inzet tegen geweld tegen vrouwen. Dat is vooral symbolisch, maar het lijkt me ook mooi als vrouwen die in een blijf-van-mijn-lijfhuis hebben gezeten er een boodschap op achterlaten voor vrouwen die er nu nog in zitten. Op die manier krijgen mensen die binnen zitten hulp van mensen van buiten.’

Hulp is essentieel als het gaat om partnergeweld of huiselijk geweld. Mohammadi weet hoe moeilijk het is om zelf om hulp te vragen. ‘Het kost al zoveel kracht om maar een signaal te laten zien of maar iets te zeggen’, legt ze uit. ‘Als dat signaal niet wordt opgepikt of er wordt niet goed gereageerd, dan is het de volgende keer nog veel moeilijker. Vrouwen die een gewelddadige partner hebben voelen zich al eenzaam en onveilig. Het is belangrijk dat zij weten dat er iemand is die wil helpen. Dat kan ervoor zorgen dat ze de kracht krijgen om toch weg te gaan. Ik zou iedereen met een vermoeden van partnergeweld willen adviseren om te vertrouwen op dat onderbuikgevoel en iets te doen. Al is het maar vragen of alles oké is.’

Creëren met andere vrouwen

Het Rotterdamse monument is niet het eerste kunstwerk waar Mohammadi haar maatschappelijke betrokkenheid laat zien. ‘Als vrouw, en vooral als vrouw van kleur, maak je dingen mee die al snel politiek worden’, zegt ze. ‘Die ervaringen zijn een bron voor mijn kunst. Ook betrek ik de ervaringen van andere vrouwen in mijn werk, zo ben ik nu bezig met een project in Amsterdam-West waarbij ik met een groep vrouwen leer beeldhouwen. We weten allemaal niet hoe dat moet, maar we gaan het gewoon proberen. Dat levert mooie energie op.’

De energie om samen te creëren heeft Mohammadi niet altijd gevoeld: haar manier van werken sloot niet aan bij die van de kunstacademie in Den Haag. ‘Hoe ik werk is niet heel ‘kunstenaarsachtig’’, lacht ze. ‘Ik heb veel tijd nodig om te voelen, te bedenken wat ik ga doen en dat idee te laten bezinken. Maar mijn studiegenoten zag ik altijd experimenteren, waardoor ik me een beetje raar voelde. Ik dacht toen dat het kunstenaarschap niets voor mij was.’

De lockdowns tijdens de coronapandemie bleken een uitkomst. ‘De school was dicht, dus ik had ineens superveel tijd om na te denken’, vertelt Mohammadi. ‘Over wat ik wilde maken, hoe ik me zonder de kunstacademie verhoud tot de wereld. Dat denken zorgde voor onzekerheid, maar ook voor kracht. Ik ging dingen uitproberen en focussen op wat dat bij mij teweegbracht, in plaats van bezig te zijn met goedkeuring van anderen. Die periode was heel bevrijdend, ik vond een manier van werken die goed bij me past.’

Het gevoel een buitenstaander te zijn op de kunstacademie kwam niet alleen door haar manier van werken, maar ook door haar achtergrond. ‘Ik kom niet uit een rijke familie, we moesten vechten voor alles wat we hebben’, vertelt ze. ‘Mijn opleiding en alle materialen heb ik zelf betaald, de studiefinanciering vulde ik aan met drie bijbaantjes. Het moet toch mogelijk zijn dat alle kunstopleidingen in Nederland jaarlijks één plekje reserveren voor iemand die zelf niet de middelen heeft. Denk aan iemand die niet uit een azc komt, of iemand die in een conflictgebied woont en daar de opleiding niet kan afmaken. Hoe mooi is het dat kunst dan niet alleen een middel is, maar letterlijk mensen kan helpen.’

Een lijst met artikelen